WorldWideScience

Sample records for betaalbare duurzame samenleving

  1. Netherlands climate policy to be revised. Towards a cost-effective, sustainable society; Nederlands klimaatbeleid is toe aan herziening. Naar een betaalbare, duurzame samenleving. Part 2

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van Dorp, H.W. [Van Dorp Installaties, Amsterdam (Netherlands); Schmitz, H. [Autarkis, Almere (Netherlands)

    2009-09-15

    This is the second article in a series of two. The first article addresses current Dutch energy policy by means of an important energy formula and calculations were made based on 7.2 million Dutch dwellings. This article addresses climate policy with a comparison of the social cost on the level of new housing construction of both policy lines. More specifically, the investment effect of carbon dioxide storage in the soil in Barendrecht and Geleen, both Netherlands, is discussed as well as the annual investment in the 220 and 380 kV high voltage grid. Some recommendations and necessary policy adjustments are suggested that will strengthen the competitive edge of the SMBs compared to large energy companies and will help realize a truly affordable sustainable society. [Dutch] Dit is het tweede artikel van een serie van twee. In het eerste artikel is aan de hand van een belangrijke energieformule het huidige Nederlandse milieubeleid besproken en op basis van de 7,2 miljoen Nederlandse woningen berekend. In dit deel komt het klimaatbeleid aan de orde met een vergelijking van de maatschappelijke kosten op woningbouwniveau van de beide beleidslijnen. Meer in het bijzonder wordt de investeringseffectiviteit van kooldioxideopslag in de bodem te Barendrecht en Geleen besproken, en de jaarlijkse investeringen in het 220 en 380 kV-hoogspanningsnet. Ook komen aanbevelingen en noodzakelijke beleidswijzigingen aan de orde ter versterking van de concurrentiepositie van het mkb ten opzichte van grote energiebedrijven en ter realisering van een echte, betaalbare, duurzame maatschappij.

  2. Dutch environmental policy up for revision. Towards a cost-effective, sustainable society. Part 1; Nederlands klimaatbeleid is toe aan herziening. Naar een betaalbare, duurzame samenleving

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van Dorp, H.W. [Van Dorp Installaties, Amsterdam (Netherlands); Schmitz, H. [Autarkis, Almere (Netherlands)

    2009-07-15

    In a series of two articles an important energy formula is used to discuss current Dutch environmental policy and calculations are made based on 7.2 million dwellings. Normally, everyone who has an opinion on energy and carbon dioxide emissions should know this formula and be able to apply it. The second article discusses climate policy and provides a comparison of the social cost at new housing level for both policy lines. More specifically, the investment effectiveness of carbon dioxide in the soil near Barendrecht and Geleen is discussed as well as the annual investments in the 220 and 380 kV high tension grid. Moreover, some recommendations and necessary policy adjustments to strengthen the competitive edge of the SMB compared to large energy companies and to realize an affordable and sustainable society are provided. [Dutch] In een serie van twee artikelen wordt aan de hand van een belangrijke energieformule het huidige Nederlandse milieubeleid besproken en op basis van de 7,2 miljoen Nederlandse woningen berekend. Normaliter zou iedereen, die zich een mening vormt over energie en kooldioxide-emissies, deze formule moeten kennen en kunnen toepassen. In het tweede artikel komt het klimaatbeleid aan de orde met een vergelijking van de maatschappelijke kosten op woningbouwniveau van de beide beleidslijnen. Meer in het bijzonder wordt de investeringseffectiviteit van kooldioxideopslag in de bodem te Barendrecht en Geleen besproken, en de jaarlijkse investeringen in het 220 en 380 kV-hoogspanningsnet. Ook komen aanbevelingen en noodzakelijke beleidswijzigingen aan de orde ter versterking van de concurrentiepositie van het mkb ten opzichte van grote energiebedrijven en ter realisering van een betaalbare, duurzame maatschappij.

  3. Duurzame logistiek betekent dubbele winst

    NARCIS (Netherlands)

    Bes-van Staalduinen, J. de

    2011-01-01

    Binnen het programma Duurzame Logistiek van Connekt valt het programma Lean en Green. Doel is om 250 partijen te werven die bereid zijn om hun activiteiten duurzamer uit te voeren. Dit gebeurt op basis van strenge criteria. Opvallend is dat bij de eerste 115 koplopers duurzaamheid hand in hand gaat

  4. Sport & Society: betere kennis voor wetenschap en samenleving

    OpenAIRE

    Verhagen, Stijn

    2013-01-01

    Vragen waar Sport & Society zich op richt zijn: – Hoe draagt sport bij aan een gezonde en vitale samenleving? – Welke rol speelt sport bij de opgroeien ontwikkelkansen van jongeren? – Hoe kan sport leiden tot verbroedering?

  5. Kennisoverdracht duurzame visserij en aquacultuur

    NARCIS (Netherlands)

    Smith, S.R.; Rasenberg, M.M.M.

    2013-01-01

    De Nederlandse overheid heeft in het conceptplan voor het nieuwe Europese Visserij en Maritiem Fonds aangegeven dat onderwijs op het gebied van duurzame visserij op een relatief laag niveau ligt en dat de ontwikkeling van competenties (te) langzaam gaat. Om hier iets aan te kunnen veranderen is een

  6. TNO’s Dashboard Monitoring Duurzame Inzetbaarheid

    NARCIS (Netherlands)

    Wevers, C.; Kraan, K.; Geuskens, G.; Sanders, J.

    2011-01-01

    Duurzame inzetbaarheid van werkenden is te karakteriseren als het vermogen om gezond, vitaal en productief deel te nemen aan (betaalde) arbeid tot de pensioengerechtigde leeftijd. Deze bijdrage aan de Nederlandse Arbeidsmarktdag 2011 zet uiteen hoe de Duurzame Inzetbaarheid (DI) van werknemers en he

  7. Maatregelen duurzame gewasbescherming : actualisatie 2007 : akkerbouw

    NARCIS (Netherlands)

    Haan, de J.J.; Slabbekoorn, J.J.

    2007-01-01

    Dit document beschrijft de maatregelen duurzame gewasbescherming voor de akkerbouw algemeen en de vijf belangrijkste akkerbouwgewassen. Voor de andere plantaardige sectoren zijn gelijksoortige documenten beschikbaar. Ook zijn de maatregelen digitaal beschikbaar via www.gewasbeschermingsmaatregelen.n

  8. Meting van duurzame ontwikkeling op lokaal niveau

    OpenAIRE

    Hoppe, Thomas

    2012-01-01

    ‘Think globally, act locally’ is een slogan die sinds de jaren ’90 wordt gebruikt wanneer het over duurzame ontwikkeling gaat. Met de slogan wordt een vertaalslag gemaakt van de mondiale duurzaamheidsagenda naar de dagelijkse lokale praktijk. Daarbij gaat het om concrete afwegingen waar burgers en ondernemers voor staan; een uitdaging waarin gemeenten een belangrijke ondersteunende en stimulerende rol kunnen spelen. Met de Lokale Duurzaamheidsmeter wordt de voortgang gemeten en publiekelijk t...

  9. Monitor Duurzame Inzetbaarheid: Resultaten 2014, Trends sinds 2010 en Methodologie

    NARCIS (Netherlands)

    Kraan, K.O.; Sanders, J.M.A.F.

    2016-01-01

    Duurzame inzetbaarheid van werkenden is te karakteriseren als het vermogen om gezond, vitaal en productief deel te nemen aan (betaalde) arbeid tot de pensioengerechtigde leeftijd. Dit rapport zet uiteen hoe TNO sinds 2010 de duurzame inzetbaarheid (DI) van werknemers en het DI-werkgeversbeleid monit

  10. 'Kijk mama, met blote voeten!!' : Bevlogen jeugd en duurzame innovaties

    NARCIS (Netherlands)

    Poel, Yolanda te

    2009-01-01

    Column ter gelegenheid van het afscheid van Jan Houben als lid van de Raad van Bestuur van Fontys.Jongeren blijken in duurzame ontwikkeling steeds vaker belangrijke nichespelers te zijn. Pleidooi om in het hbo onderwijs aan te sluiten bij vernieuwende fantasieën en de wens om zich te onderscheiden m

  11. Business cases Duurzame Greenport Westland-Oostland : managementsamenvatting

    NARCIS (Netherlands)

    Ruijs, M.N.A.; Sewalt, K.; Berg, van den G.J.; Janssen, E.; Poot, E.H.

    2014-01-01

    Het programma Taskforce Duurzame Greenport Westland-Oostland heeft als doel het aanjagen van regionale duurzaamheidsprojecten in de Greenport Westland-Oostland. In het project Kennisoverdracht zijn zeven van dergelijke projecten als business case beschreven, die raakvlak hebben met de milieuthema’s

  12. Consumer-oriented Sustainable Energy Concepts; Consumentgerichte Duurzame Energieconcepten

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Kuiper, H.J. [Universiteit Twente UT, Enschede (Netherlands)

    2009-10-15

    A study on the willingness of potential buyers of newly built houses to invest in energy efficient systems in order to realize a sustainable dwelling [Dutch] Een onder zoek naar de bereidheid van potentiele kopers van nieuwbouw woningen tot het investeren in energetische systemen om te komen tot een duurzame woning.

  13. Duurzame stedelijke ontwikkeling in en rond het IJmeer; benadering en advies

    OpenAIRE

    Graaf, van der, H.

    2002-01-01

    Duurzame stedelijke ontwikkeling wordt in dit onderzoek bekeken vanuit drie verschillende benaderingen. De eerste benadering is duurzame stedelijke ontwikkeling als strategie voor het omgaan met veranderingen. In ruimtelijke plannen is deze strategie herkenbaar door de toepassing van ruimtelijke flexibiliteit. De tweede benadering is duurzame stedelijke ontwikkeling als strategie voor de inrichting van de fysieke omgeving. Het resultaat van het toepassen van deze strategie heeft een positieve...

  14. Groene Veredeling: Popeye gaat duurzaam! De ontwikkeling van een integrale veredelingsstrategie voor een duurzame spinazieteelt

    OpenAIRE

    Scholten, Olga E.; Lammerts van Bueren, E.T.

    2013-01-01

    De gangbare en de biologische spinazieteelt lopen tegen dezelfde problemen aan die een duurzame teelt in de weg staan. Met name aanpassing aan lage stikstofgehaltes in de bodem en ontwikkeling van duurzame resistentie tegen valse meeldauw of ‘wolf’ (Peronospora farinosa). Veredelingsresultaten van de afgelopen jaren en plannen voor de komende jaren worden besproken.

  15. Sustainable agriculture. Practice in progress; Duurzame landbouw. De praktijk onderweg

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Cino, B.J.

    2004-07-01

    In the booklet 'Een routekaart naar duurzame landbouw: wegen en kruispunten' (A roadmap to sustainable agriculture: roads and crossings) a line of thought is elaborated which could guide the quest for sustainable agriculture. The present study is meant to test this line of thought for its practical use. Starting-point was the idea that practitioners have already started their own quest for sustainable agriculture and that their experiences would offer food for thought. Two cases have been studied, the environmental co-operatives VEL and VANLA and the Innovatieplatform Duurzame Meierij (IDM, platform for a sustainable Meierij). In the aforementioned roadmap five dimensions are identified: why, what, where, how much and how. The present study has focused on the 'how': how do practitioners strive for sustainable agriculture. VEL and VANLA strive for a more environmentally friendly dairy farming that actively integrates nature conservation and landscape management. Ecological and economical sustainability should go hand in hand and the relationship with the other stakeholders in the area is thought to be important. Obstacles in the quest for sustainability, according to VEL and VANLA, are mainly found at the level of policy and its implementation, in the present knowledge system and in the remuneration for sustainable farm management. The IDM strives for a sustainable Meierij (Duurzame Meierij), with a focus on the rural areas. The platform checks projects using a model developed by Telos (Brabants Centre for Sustainability Issues) and in which three forms of capital are central: ecological, social-cultural and economical. Obstacles in the quest for sustainability, according to IDM, are mainly found at the level of policy and its implementation, in the price setting for sustainable products and in the perception and attitude regarding sustainability amongst urbanites, consumers and the different stakeholders of the area. Both cases are challenging

  16. Sustainable innovations in Dutch SMEs; Duurzame innovaties in het MKB

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Bertens, C.; Snoei, J.

    2011-11-15

    The 'Dutch Monitor Determinanten Bedrijfsprestaties in het MKB' (Determinants Company Performance Monitoring SMEs) has consulted almost 3.500 persons in SMEs on a number of questions, including on innovations. 40% of these persons perceive market opportunities for sustainable products, whereas only 25% of these businesses actually tries to capitalize on these opportunities. [Dutch] Voor de monitor Determinanten Bedrijfsprestaties in het MKB zijn aan bijna 3.500 MKB-ers vragen voorgelegd, onder andere over innovaties. 40 procent van de MKB-ers ziet marktkansen voor duurzame producten en diensten terwijl slechts 25 procent van die bedrijven de kansen die men ziet ook daadwerkelijk probeert te verzilveren.

  17. Sustainable agriculture in a switchboard; Duurzame landbouw in een schakelkast

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Smit, A.; Van der Kolk, J.W.H.; Noij, G.J.; Meeusen, M.J.G.

    2004-07-01

    Several methods can be used and compared to think about the transition towards sustainable agriculture: a sectoral approach, the chain approach and a spatial approach. It appears that in the first phase of the transition process all three methods should be used, while further in the process the focus could be on one of the approaches or one could switch from one method to another, depending on the stage of the process. [Dutch] Diverse benaderingen helpen bij het denken over transitie naar duurzame landbouw. In deze rapportage worden de sectorale benadering, de ketenbenadering en de ruimtelijke benadering naast elkaar gezet, waarbij wordt aangegeven wat sterke punten zijn en waar ze tegen grenzen aan lopen. Vervolgens is gekeken een integrale benadering het meest passend is om te komen tot paden richting duurzame landbouw. Dit blijkt niet het geval. Het lijkt erop dat het meeste rendement kan worden behaald als in de eerste fase van een transitieproces alle drie de benaderingen tegelijk worden betrokken in het proces, terwijl er in latere fases kan worden geschakeld tussen de benaderingen.

  18. Sustainable Energy Business Visits 2009; Duurzame Energie bedrijfsbezoeken 2009

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Gielen, J.H. [C Point, DLV Plant, Horst (Netherlands)

    2010-03-15

    Because the Steering Committee for Long-term Agreements on Energy for Mushrooms found the sustainable energy business visits of 2008 very valuable, it was decided in 2009 to assign Cpoint the task of conducting sustainable energy advisory visits, enabling mushroom cultivators to sign up for a free of charge sustainable energy visit. This report summarizes the results of these business visits [Dutch] Omdat de Duurzame Energie (DE) bedrijfsbezoeken van 2008 door de Stuurgroep MJA-e Paddestoelen als erg waardevol zijn ervaren, is er ook voor het jaar 2009 aan Cpoint een opdracht voor het uitvoeren van DE adviesbezoeken verstrekt, waarbij champignontelers zich konden opgeven voor een gratis DE adviesbezoek. In dit rapport wordt verslag gedaan van de resultaten van de bedrijfsbezoeken.

  19. Pension fund investments in Dutch sustainable energy. A quick scan; Beleggingen van pensioenfondsen in Nederlandse duurzame energie. Een quick scan

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van Gelder, J.W.; De Wilde, J. [Profundo, Amsterdam (Netherlands)

    2013-05-15

    It was examined whether Dutch pension funds invest (part of) their private investments in sustainable energy in the Netherlands. If possible, investments in private renewable energy are specified as much as possible [Dutch] Er is onderzocht of Nederlandse pensioenfondsen (een deel van) hun private beleggingen in duurzame energie in Nederland beleggen. Indien mogelijk zijn de investeringen in private duurzame energie zoveel mogelijk gespecificeerd.

  20. Measures for sustainable energy in the livestock farming industry; Maatregelen duurzame energie veehouderijsector

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Schellekens, J. [DLV Bouw Milieu en Techniek, Uden (Netherlands)

    2010-07-15

    The sectors of pig farming, poultry farming and veal farming have been examined for sustainable energy deployment options in agricultural businesses. These are systems are ready for practice and to be used by individual businesses. Background information is provided on energy saving, deployment of photovoltaic energy, solar collectors, biomass incineration, heat pumps, air conditioning with ground water, and practical experiences in the deployment of sustainable energy systems. Moreover, an overview is given of subsidies and fiscal opportunities for sustainable energy deployment by agricultural businesses [Dutch] Voor de sectoren varkenshouderij, pluimveehouderij en vleeskalverhouderij is onderzocht wat de toepassingsmogelijkheden zijn van duurzame energie (DE) op agrarische bedrijven. Het betreft systemen welke praktijkrijp zijn en te gebruiken op individuele bedrijven. Er wordt achtergrondinformatie gegeven over energiebesparing, toepassen van photovoltaische energie, zonnecollectoren, verbranden van biomassa, warmtepompen, luchtconditionering met grondwater, praktijkervaringen in de toepassing van duurzame energiesystemen. Ook wordt een overzicht geven van subsidies en fiscale mogelijkheden voor toepassen van DE-systemen op agrarische bedrijven.

  1. De Index voor Duurzame Economische Welvaart (ISEW) voor Vlaanderen, 1990-­2012

    OpenAIRE

    Bleys, Brent

    2014-01-01

    Steeds meer overheden overwegen het gebruik van alternatieve welvaartsindicatoren voor de opvolging van hun beleid. De Index voor Duurzame Economische Welvaart (ISEW) werd ontwikkeld als antwoord op de kritiek op het gebruik van het bruto binnenlands product (BBP) als welvaartsindicator. Een geactualiseerd MIRA-rapport rapporteert over het verloop van de ISEW voor Vlaanderen en schetst het potentieel en het effectieve gebruik van de index voor de beleidsvoering in verschillende landen en regi...

  2. Sustainable storage of data. Energy conservation by sustainable storage in colleges; Duurzame opslag van data. Energiebesparing door duurzame opslag binnen het hoger onderwijs

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    NONE

    2012-11-15

    SURFnet, the Dutch organization of for colleges and universities in the field of ICT, issued another innovation scheme in the field of sustainability and ICT for 2012. The aim of the innovation scheme is to encourage people to start sustainable projects by means of ICT. In this context the College of Arnhem and Nijmegen (HAN) executed a project in which the possibilities to save energy through sustainable storage of data in its educational facilities [Dutch] SURFnet, de samenwerkingsorganisatie van hogescholen en universiteiten op het gebied van ICT, heeft voor 2012 opnieuw een innovatieregeling op het gebied van duurzaamheid en ICT uitgeschreven. Doel van de innovatieregeling is om instellingen te stimuleren projecten te starten om door middel van of met ICT structureel bij te dragen aan verduurzaming. De Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) heeft in dit kader een project uitgevoerd waarin is onderzocht wat de mogelijkheden zijn om energie te besparen d.m.v. duurzame opslag van data in haar onderwijsinstelling.

  3. Provincial study on the potential for renewable energy. Methodology; Provinciale potentieelstudie Duurzame Energie. Methodiek

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Jeroense, B.; De Veth, J.

    2001-07-01

    Based on the energy policy in the Dutch province Gelderland a tool has been developed (the potential study) by means of which provinces can realize and effective policy for the implementation and use of renewable energy. [Dutch] De aanleiding voor deze notitie ligt in het pilotproject Gelderland waarvan het tweeledig doel is: (1) antwoorden te vinden op de vraag hoe vanuit provincies effectief beleid voor duurzame energie vorm kan krijgen; en (2) het implementatietempo van duurzame energie in Gelderland structureel te verhogen. Provincie Gelderland heeft het wordingsproces van het Klimaatconvenant, voortvloeiend uit het Bestuursakkoord Nieuwe Stijl (BANS), benut om een beleidsverkennende energienota op te stellen: Energie in Gelderland. De nota schetst motieven en hoofdlijnen van de vereiste beleidsintensivering en -innovatie. PDE heeft bijgedragen aan het benoemen van bouwstenen en zal ook formats aanreiken voor de concrete invulling. De methodiek voor de uitvoering van een potentieelstudie is er een van. De potentieelstudie van provincie Gelderland biedt de mogelijkheid om de methodiek 'in de uitvoering rijp te maken'; tezijnertijd volgt een evaluatie. Andere provincies kunnen naar behoefte (onderdelen van) de voorgestelde potentieelstudie voor hun beleidsontwikkeling inzetten.

  4. Sustainable Energy for All. Inaugural speech; Een duurzame energievoorziening voor iedereen. Intreerede

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van Wijk, A.J.M.

    2011-12-07

    According to the author, there is no energy crisis; nor is there an energy shortage. Three observations illustrate this proposition: (1) We are wasting about 98% of our energy; (2) In one hour, the earth receives more energy from the sun than we consume worldwide in one year; and (3) sustainable energy is all around us. Next, the observations are elaborated and a plan is launched to set up a Green Campus: a living lab, an inspiring place where businesses and university can meet and a place where everyone can get an impression of the energy systems of the future. This way the author is hoping to take a next, important step in the realization of his dream, which is a sustainable energy system for all [Dutch] De auteur stelt dat er geen energiecrisis, geen energietekort is. Drie observaties illustreren deze stelling: (1) We verspillen ruwweg 98% van onze energie; (2) In een uur ontvangt de aarde meer energie van de zon, dan we wereldwijd in een jaar verbruiken; en (3) Duurzame energie is overal rond om ons heen. Vervolgens worden de observaties toegelicht en een plan gelanceerd om een Green Campus op te zetten: een living lab, een inspirerende plek waar bedrijven en universiteit elkaar ontmoeten en een plek waar een ieder een beeld kan krijgen op de energiesystemen van de toekomst. Daarmee hoopt de auteur een volgende en belangrijke stap te zetten in de realisatie van zijn droom, een duurzame energievoorziening voor iedereen.

  5. Taskforce Sustainable Palm Oil. Annual Report 2011; Taskforce Duurzame Palmolie. Jaarraportage 2011

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van der Bijl, J.; Leegwater, M. [Productschap Margarine, Vetten en Olien MVO, Zoetermeer (Netherlands)

    2012-03-15

    The Taskforce Sustainable Palm Oil has mapped the results realized in 2011 as well as the activities that have been conducted by the Task Force. The Task Force was formally established in November 2010 as an initiative of the Product Board for Margarine, Fats and Oils. All chains in the palm oil chain located in the Netherlands then agreed that late 2015, all palm oil used for the Dutch food industry should be sustainably produced [Dutch] De Task Force Duurzame Palmolie heeft de resultaten in kaart gebracht die in 2011 zijn behaald en de activiteiten die door de Task Force zijn ondernomen. De Task Force is formeel opgericht in november 2010, op initiatief van het Productschap Margarine, Vetten en Olien. Alle in Nederland gevestigde schakels in de palmolieketen hebben toen met elkaar afgesproken dat uiterlijk eind 2015 alle voor de Nederlandse voedingsmiddelen industrie bestemde palmolie duurzaam is en wordt geproduceerd.

  6. Duurzame schelpdiertransporten

    OpenAIRE

    Wijsman, J.W.M.; Mesel, de, I.G.

    2009-01-01

    For the management of the shellfish sector, shellfish are regularly imported from various European countries into the Dutch coastal waters. With the import of shellfish, there is a risk of unintentional introduction of exotic species, pests and diseases that could have harmful effects. Therefore, the transports or shellfish are watched critically by the various stakeholders. The present study focuses on the risks of the unintentional introduction of new exotic species with the shellfish trans...

  7. Subsidies and sustainable development. Concepts, methodology and state of the art in literature; Subsidies en duurzame ontwikkeling. Concepten, methodologie en stand van zaken van de literatuur

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Bachus, K. [Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving HIVA, KU Leuven, Leuven (Belgium)

    2012-04-15

    This paper is the 1st research paper as part of the Centre for Sustainable Development project on the theme 'subsidies and sustainable development'. It gives a conceptual and methodological framework on the relation between subsidies and sustainable development. In the 2nd paper attention is given to an application of the methodology to map subsidies for two Flemish subsidies: (1) the Flemish Renovation Incentive and Surcharge Rights in the Flemish agricultural sector [Dutch] Dit paper is het 1e onderzoekspaper in het kader van het Steunpunt Duurzame Ontwikkeling over het thema 'subsidies en duurzame ontwikkeling'. Het geeft een conceptueel en methodologisch kader over het verband tussen subsidies en duurzame ontwikkeling. In het 1e paper werden de concepten en de methoden besproken. De methode werd toegepast op twee Vlaamse subsidies, namelijk de Vlaamse Renovatiepremie en de Toeslagrechten in de Vlaamse landbouw.

  8. Where does sustainable growth end? Inaugural speech; Waar eindigt duurzame groei? Inaugurele rede

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Gerlagh, R.

    2010-11-15

    After a brief explanation about several characteristics of capitalism, a number of environmental issues are discussed, paying particular attention to the climate issue. In this context an answer is given to the question what sustainability means and how sustainability can be implemented. A price tag needs to be attached to the use of nature and the environment. Several examples are given in support of the value of scarce nature and how difficult it is to distribute this value evenly. Finally, insight is given in the conditions for sustainable growth as well as the main obstacles. [Dutch] Na een korte uiteenzetting van enkele kenmerken van het kapitalisme wordt een aantal milieuproblemen voor het voetlicht gebracht met speciale aandacht voor het klimaatprobleem. In deze context wordt de vraag beantwoord wat duurzaamheid betekent en hoe duurzaamheid kan worden geimplementeerd. Aan het gebruik van natuur en milieu moet een prijskaartje komen te hangen. Er worden voorbeelden gegeven waaruit blijkt hoe waardevol schaarse natuur is, en hoe moeilijk het is deze waarde eerlijk te verdelen. Tenslotte wordt inzicht gegeven in de voorwaarden voor duurzame groei, en de belangrijkste obstakels.

  9. Ambition, policy and consistency. The ins and outs of 16% sustainable energy in 2020; Ambitie, beleid en consistentie. Het ABC van 16% Duurzame Energie in 2020

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Kaat, A.

    2013-01-15

    This memo outlines the options to realize the target of 16% sustainable energy for 2020 via production in the Netherlands [Dutch] De notitie verkent de oplossingen om via productie in Nederland de doelstelling voor duurzame energie te halen: 16% in 2020.

  10. Sleutelen aan eigen inzetbaarheid : Kansen en keerzijdes van job crafting als methodiek ter bevordering van de duurzame inzetbaarheid in de context van lagergeschoold werk

    NARCIS (Netherlands)

    Dorenbosch, Luc; Gründemann, Rob; Sanders, Jos

    2011-01-01

    Dit rapport beschrijft de achtergrond en bevindingen van een studie naar de bijdrage van job crafting aan duurzame inzetbaarheid. Job crafting gaat uit van het principe dat werknemers zelf bewust (en soms minder bewust) aanpassingen doen aan de taakinhoud en –uitvoering, zodat het werk beter aanslui

  11. Review Programme Portfolio. Sustainable Electricity Supply. Innovation Force and Programming; Review Programmaportfolio Duurzame Elektriciteitsvoorziening. Innovatiekracht en Programmering

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Elings, C.; Bos, S.; Terwel, L.; Idema, R. [Royal Haskoning Strategie en Management Consultants SMC, Rotterdam (Netherlands)

    2010-07-15

    The title relates to the innovation review of the programs Wind, Solar PV, Bio-electricity, Smart Grids and Cogeneration of the NL Agency (formerly SenterNovem). The review assesses the innovation based on a survey of the activities from, among others, the EOS (Energy Research Strategy), DEN (Sustainable Energy Netherlands) and SDE (Stimulating Renewable Energy) programmes. The evaluation is performed using the seven functions of the innovation system method, ranging from knowledge development to market introduction. [Dutch] De titel review betreft de innovatiekracht van de programma's Windenergie, Zon-PV, Bio-elektriciteit, Slimme netten en Warmte-kracht koppeling van het Agentschap NL (voorheen SenterNovem). De review beoordeelt de innovatiekracht aan de hand van een inventarisatie van de activiteiten vanuit ondermeer EOS (Energie Onderzoek Strategie), DEN (Duurzame Energie Nederland) en SDE (Stimulering Duurzame Energie) in de afzonderlijke programma-velden. De beoordeling vindt plaats aan de hand van de zeven functies uit de innovatie-systeem-benadering, die varieren van kennisontwikkeling tot marktintroductie.

  12. Subsidies and sustainable development. Case studies in the Flemish agricultural and housing policies; Subsidies en duurzame ontwikkeling. Casestudies in het Vlaamse landbouw- en woonbeleid

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Bachus, K. [Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving HIVA, KU Leuven, Leuven (Belgium)

    2012-04-15

    This paper is the 2nd research paper as part of the Centre for Sustainable Development project on the theme 'subsidies and sustainable development'. Attention is given to an application of the methodology to map subsidies. In the 1st paper the concept and method are discussed. The method was used for two Flemish subsidies: (1) the Flemish Renovation Incentive and Surcharge Rights in the Flemish agricultural sector [Dutch] Dit paper is het 2e onderzoekspaper in het kader van het Steunpunt Duurzame Ontwikkeling over het thema 'subsidies en duurzame ontwikkeling'. Aandacht wordt besteed aan een toepassing van de methodologie om subsidies in kaart te brengen. In het 1e paper werden de concepten en de methoden besproken. De methode werd toegepast op twee Vlaamse subsidies, namelijk de Vlaamse Renovatiepremie en de Toeslagrechten in de Vlaamse landbouw.

  13. Deep Geothermal Energy 2050. A vision for 20% sustainable energy for the Netherlands; Diepe Geothermie 2050. Een visie voor 20% duurzame energie voor Nederland

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    NONE

    2011-03-15

    This study describes the sustainable potential of deep geothermal energy (> 4 km) for the Dutch heat and electricity supply. A large share of the heat and electricity demand can be covered by deep geothermal energy. The combination of a large potential and a reasonably favorable cost price render deep geothermal energy an attractive candidate for inclusion in the large-scale transition to sustainable energy. [Dutch] Deze studie beschrijft het duurzame potentieel van diepe geothermie ( > 4 km) voor de Nederlandse warmte en elektriciteitsvoorziening. Een groot deel van de warmtevraag en elektriciteitsbehoefte kan met diepe geothermie worden ingevuld. De combinatie van een groot potentieel en een redelijk gunstige kostprijs maken diepe geothermie een aantrekkelijke kandidaat als onderdeel van een grootschalige transitie naar duurzame energie.

  14. Focusing on sustainable energy ambitions in the area development process. 2. ed.; Centraal stellen van duurzame energieambities in het gebiedsontwikkelingsproces

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    NONE

    2011-03-15

    Many local authorities have established firm energy ambitions. Making the built environment more sustainable, both by means of energy saving measures and by making the remaining energy use sustainable, are important focus points. The question rises how sustainable energy ambitions can be embedded in the area development process. Area developments related to new buildings or demolition/new building projects often involve lengthy and complex projects. Projects in which many parties and interests play a role, in which many instruments can be used and energy concepts can be applied. This report provides an overview of the area development process and the corresponding instruments and concepts. [Dutch] Veel gemeenten hebben stevige energieambities vastgesteld. Verduurzaming van de gebouwde omgeving, zowel door energiebesparingsmaatregelen als door het duurzaam invullen van het resterende energieverbruik, zijn daarbij belangrijke aangrijpingspunten. De vraag is hoe duurzame energieambities goed verankerd kunnen worden in het gebiedsontwikkelingsproces. Bij gebiedsontwikkeling van nieuwbouw of sloop/nieuwbouw projecten gaat het vaak om langdurige complexe projecten. Projecten waarbij vele partijen en belangen een rol spelen, diverse instrumenten kunnen worden gebruikt en energieconcepten kunnen worden toegepast. Dit rapport geeft een overzicht van het gebiedsontwikkelingsproces en de bijbehorende instrumenten en concepten.

  15. Nuclear Energy and Sustainable Development. Theoretical Reflections and Critical-Interpretative Research Towards a Better Support for Decision Making (Kernenergie en duurzame ontwikkeling. Theoretische reflecties en kritisch-interpretatief onderzoek naar een betere ondersteuning van de besluitvorming)

    OpenAIRE

    Laes, Erik

    2006-01-01

    In dit proefschrift bestuderen we de rol van kernenergie in België in het licht van een brede maatschappelijke vraag naar meer duurzame ontwikkeling. Hoewel het concept ‘duurzame ontwikkeling’ reeds een lange ontwikkelingsgeschiedenis heeft doorgemaakt, verkreeg het pas in 1987 een ruime internationale weerklank met de publicatie van het rapport “Our Common Future” (ook wel het ‘Brundtland-rapport’ genoemd) door de Wereldcommissie voor Milieu en Ontwikkeling. Een concrete uiting van deze be...

  16. Energy Dairy 2025. Dairy farm as a sustainable source of energy; Energy Dairy 2025. Melkveehouderij, bron van duurzame energie

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Leltz, P.M.; Vroom, J.M. [Syncera Milieu, Delft (Netherlands); Schils, R. [Wageningen Universiteit en Research, Animal Sciences Group, Wageningen (Netherlands); Van Liere, J. [Van Liere Management, Arnhem (Netherlands); De Vries, C.K. [Courage, Zoetermeer (Netherlands)

    2006-06-15

    In 2005 the foundation for innovation in dairy farms, Courage, started the discussion on energy for the dairy farm sector. In the second quarter of 2005 a concept report was drafted in which an outline was given of the energy potential for this sector, and in the third quarter of 2005 a workshop was organized. Another workshop was held in december 2005 for farmers which carry out energy efficiency projects. The end of 2005 also a study on energy and carbon balances in dairy farms was carried out. The results of the workshops and the study are presented and discussed in this report. [Dutch] In 2005 heeft Courage (stichting voor innovatie in de melkveehouderij) de discussie over energie voor de branche gestart. In het tweede kwartaal 2005 is een concept-rapportage opgesteld waarin het energiepotentieel van de branche wordt geschetst. Aansluitend op de concept-rapportage is in het derde kwartaal een workshop georganiseerd met specialisten. Courage heeft in december 2005 een workshop georganiseerd onder boeren die energieprojecten zijn aangegaan. Eind 2005 is een studie verricht naar de energie- en koolstofketens op het melkveebedrijf. De resultaten van de workshops en de studie zijn opgenomen in deze rapportage. In het rapport wordt eerst het modelbedrijf anno 2025 beschreven aan de hand van toekomstscenario's. Vervolgens wordt de energiebalans van het modelbedrijf besproken. In hoofdstuk 3 komen energietechnieken aan de orde. Hoofdstuk 4 omschrijft enerzijds de milieubelasting van de branche in de vorm van broeikasgasemissie, en anderzijds de kansen voor duurzame energieproductie en energie als economisch product. In hoofdstuk 5 komen de stappen aan de orde die de branche op korte termijn kan zetten. Hoofdstuk 6 komt terug op de vragen die zijn gesteld in de inleiding.

  17. Local energy. Decentralized sustainable electricity. Business case and societal cost benefit analysis; Lokaal energiek. Decentrale duurzame elektriciteit. Business case en maatschappelijke kosten-batenanalyse

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    NONE

    2013-01-15

    The Dutch government plans to facilitate production of electricity for own use and remove barriers. A good understanding of the effects of decentralized electricity production on the existing (energy) system is lacking. A study has been carried out on the social value of local sustainable energy production in the Netherlands: at the local level and for the Netherlands as a whole. The research focuses on groups of small-scale domestic consumers and households that produce sustainable electricity from renewable sources for their own use, mainly by means of wind turbines and solar panels. The central question is: what happens when 50% of the households in the Netherlands produce their own electricity, locally and sustainable? [Dutch] De Nederlandse overheid wil elektriciteitsopwekking voor eigen gebruik faciliteren en belemmeringen hiervoor wegnemen. Een goed inzicht in de effecten van decentrale electriciteitsproductie op het bestaande (energie)systeem ontbreekt. Er is onderzoek gedaan naar de maatschappelijke waarde van lokale duurzame energieproductie in Nederland: op lokaal niveau en voor Nederland als geheel. Het onderzoek richt zich op groepen kleinverbruikers/huishoudens die hernieuwbare, duurzame elektriciteit produceren voor eigen gebruik, voornamelijk met windmolens en zonnepanelen. De centrale vraag is: wat gebeurt er als 50% van de huishoudens in Nederland hun eigen elektriciteit decentraal duurzaam opwekt?.

  18. Towards a sustainable livestock sector. Developments between 2000 and 2010; Op weg naar een duurzame veehouderij. Ontwikkelingen tussen 2000 en 2010

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van Zeijts, H.; Van Eerdt, M.M.; Willems, W.J.; Rood, G.A.; Den Boer, A.C.; Nijdam, D.S.

    2010-06-15

    A more sustainable livestock sector has been the ambition of the Dutch Ministry of Agriculture, Nature and Food Quality. The goals have been set high. More sustainable production methods are still needed, as is healthier livestock, animal suffering has to be kept to a minimum, and all of this in a healthy commercial climate. The Netherlands Environmental Assessment Agency has drawn up the balance of progress made over the past ten years. Unquestionably, the sector is moving towards sustainability. However, development is slow and so far the desired 'redesign' is not visible - a redesign that was recommended by the Wijffels Committee in 2001. Advances have been made in certain areas. Today, animal suffering is less than it was some ten years ago. New vaccination methods with different policies have resulted in less of a need for the application of large-scale animal euthanasia. The use of sustainable stables is gaining ground, albeit at a modest pace. The success of free-range egg farming demonstrates that consumers can coerce a market towards sustainability. Further, there has been a spectacular decrease in emissions of nitrogen and phosphates into the environment. However, in other areas little or no progress has been made. Long-distance transport of livestock takes place just as often as it did in 2000. Livestock farmers still use excessive amounts of antibiotics, and the consumer knows little about the environmental burden of products coming from the livestock industry. The Netherlands Environmental Assessment Agency is also looking towards the future. With clear goals and a tight schedule, the desired 'redesign' could still be developed. [Dutch] De doelstelling van dit rapport is om kwantitatief en kwalitatief inzicht te geven in de vorderingen die tussen 2000 en 2010 zijn gemaakt in het tot stand brengen van een duurzame veehouderij, geordend naar de zes speerpunten uit de Toekomstvisie op de veehouderij. De ontwikkelingen worden verklaard

  19. The Index for Sustainable Economic Welfare for Flanders, Belgium, 1990-2009; De Index voor Duurzame Economische Welvaart (ISEW) voor Vlaanderen, 1990-2009

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Bleys, B. [Geassocieerde Faculteit Handelswetenschappen en Bestuurskunde, Hogeschool Gent, Associatie Universiteit Gent, Gent (Belgium)

    2012-05-15

    In this report the Index of Sustainable Economic Welfare (ISEW) is compiled for Flanders for the period 1990-2009. The index is a measure of economic welfare in that it measures the contribution of a country's or region's economy to the overall level of well-being of its citizens. In this regard, the ISEW can be regarded as an indicator for the economic dimension of well-being [Dutch] In deze studie wordt de Index voor Duurzame Economische Welvaart (ISEW - Index of Sustainable Economic Welfare) berekend voor Vlaanderen voor de periode 1990-2009. Deze index is een maatstaf voor economische welvaart en meet de bijdrage van het economische systeem van een land of regio tot het algemene welzijn van haar bevolking. De ISEW kan dus gezien worden als een indicator voor de economische dimensie van welzijn.

  20. Toolkit Existing Buildings. Guideline for sustainable improvement of houses for professional landlords. Overview; Toolkit Bestaande Bouw. Handreiking duurzame woningverbetering voor professionele verhuurders. Algemeen

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Otter, W. [BAM Woningbouw, Amsterdam (Netherlands); Beens, A. [GoedeStede, Almere (Netherlands); Pel, M. [De Alliantie, Huizen (Netherlands); Schneider, F. [Woonbron, Rotterdam (Netherlands); Van Staveren, K. [Vestia Groep, Rotterdam (Netherlands); Keijzer, K.; Gerardu, W. [SenterNovem, Utrecht (Netherlands); Smeele, E. [Cauberg-Huygen Raadgevende Ingenieurs, Rotterdam (Netherlands); De Haas, F. [De Haas en Partners, Voorburg (Netherlands); Persoon, J. [BouwhulpGroep, Eindhoven (Netherlands); Mak, J. [W/E Adviseurs, Utrecht (Netherlands); Clocquet, R. [DHV, Eindhoven (Netherlands)

    2008-07-01

    This tool kit contains practical and integral solutions for energy saving and the employment of sustainable energy for more than 1 million antiquated (corporation) houses. The tool kit offers instruments for choosing the right concept for a specific location and with specific wishes concerning quality aspects. Moreover, it enables clear communication of these choices. In 2 separate publications, the concepts are discussed for terrace houses, houses with a porch and gallery flats in various periods. [mk]. [Dutch] Deze Toolkit bevat praktische, integrale oplossingen voor energiebesparing en inzet van duurzame energie voor meer dan 1 miljoen verouderde (corporatie)woningen. De Toolkit biedt instrumentarium om voor een specifieke locatie en met specifieke wensen wat betreft kwaliteitsaspecten het juiste concept te kunnen kiezen. Bovendien maakt het helder communiceren over die keuzen mogelijk. In 2 aparte publicaties worden de concepten besproken voor rijwoningen, portiekwoningen en galerijwoningen in diverse perioden.

  1. Sustainable development appreciated? The development of a monitor on sustainability consciousness and behaviour; Maatschappelijke waardering van duurzame ontwikkeling. Achtergrondrapport bij de Duurzaamheidsverkenning

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Beckers, T.A.M.; Harkink, E.W.F.P.M.; Van Ingen, E.J. [Telos, Universiteit van Tilburg, Tilburg (Netherlands); Lampert MA; Van der Lelij, B.; Van Ossenbruggen, R. [Motivaction, Motivaction (Netherlands)

    2004-07-01

    voor duurzame producten of diensten. Daarnaast laat recent onderzoek zien dat de belangstelling voor duurzame producten of diensten verschilt tussen consumenten. Hoe is dit te verklaren? Om deze vraag te kunnen beantwoorden deden Telos en Motivaction in opdracht van het MNP-RIVM onderzoek naar het duurzaamheidbewustzijn en -gedrag van de Nederlandse bevolking. Er werden drie duurzaamheidsegmenten gevonden, op grond van de waardenpatronen van mensen. Laag duurzamen: zijn sterk gericht op leven in het hier en nu, houden erg van gemak, stellen het eigen belang centraal, zijn hedonistisch en materialistisch ingesteld, zijn niet bezorgd over het milieu. Middelhoog duurzamen: zijn bezorgd over het milieu, willen milieubewust leven, zijn gehecht aan maatschappelijke verantwoordelijkheid van bedrijven, zijn betrokken bij de buurt, voelen zich verantwoordelijk voor de maatschappij. Hoog duurzamen: hebben dezelfde mentaliteit als middelhoog duurzamen en willen daarnaast ook bewust milieuvriendelijk consumeren, meer betalen voor milieuvriendelijke en natuurlijk gefabriceerde producten en zijn tevens betrokken bij de wereldgemeenschap. De duurzaamheidsegmenten zijn vergeleken met de door Motivaction ontwikkelde 'sociale milieus'. Traditionele burgers enerzijds en kosmopolieten/ postmaterialisten anderzijds bleken het meest duurzaam. Bij de eerste gaat het vooral om zorg en behoud van de eigen omgeving, bij de tweede vooral om mondiale betrokkenheid. Men kan met andere woorden vanuit een totaal verschillende waardenorientatie tot duurzaamheid komen. Opvallend was verder dat generaties sterk blijken te verschillen in de mate van duurzaamheid. Jongere generaties vinden duurzame ontwikkeling een stuk minder belangrijk dan ouderen. Dit kan waarschijnlijk deels worden toegeschreven aan de levensfase waarin men zich bevindt, maar er zijn ook aanwijzingen dat duurzaamheid minder goed aansluit bij het waardenpatroon van jongere generaties.

  2. Sustainable development of the agriculture in the Netherlands in data and ambitions. Changes between 2001 and 2006; Duurzame ontwikkeling van de landbouw in cijfers en ambities. Veranderingen tussen 2001 en 2006

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van Zeijts, H.; Van Eerdt, M.M.; Van der Kolk, J.W.H.

    2007-10-15

    The present day trend in agriculture is towards more sustainability with more openness to wishes of society. Agricultural policy objectives are particularly focused on issues strongly influencing the public image of agriculture such as food safety, infectious animal diseases and animal welfare. However, ambitions to achieve long-term environmental goals have not increased due to the lack of new policy stimuli and uncertainties and lack of clarity in environmental policies. These are among the findings documented in this report marking the progress made on the road to a more sustainable agriculture from 2001 to 2006. Progress is charted in the results revealing the changes in statistical data and the shift in ambitions of the agricultural and horticultural sectors. The report will be of particular interest to policy makers and policy staff playing leading roles in the transition to a more sustainable agriculture. [Dutch] De doelstelling van dit project is inzicht te geven in de vorderingen op weg naar een duurzame landbouw die de afgelopen vijf jaar zijn gemaakt, zowel voor wat betreft feitelijke resultaten als geformuleerde ambities. Ook de betekenis hiervan voor de transitie naar een duurzame landbouw in de toekomst komt aan de orde. Het accent ligt op de ontwikkeling tussen 2001 en 2006. Het jaar 2001 is gekozen omdat toen het NMP4 en Toekomst voor de veehouderij uitkwamen. Het jaar 2006 is gekozen omdat rond dat jaar de resultaten van de monitoring beschikbaar zijn gekomen. Waar relevant zijn recentere ontwikkelingen toegevoegd. Duurzaamheid wordt breed benaderd, het gaat dus zowel om het ecologische als het sociaal-culturele en het economische domein. Omdat voor de meeste thema's geen kwantitatieve doelstellingen gelden, kan alleen worden aangegeven in welke richting de landbouw zich ontwikkelt. Hoofdstuk 2 geeft de feitelijke ontwikkelingen weer in cijfers voor de thema's die voor een duurzame landbouw van belang zijn. De ontwikkelingen worden

  3. Potential for energy saving and renewable energy in Utrecht, Netherlands. Preliminary validation for the Utrecht municipality; Potentieel energiebesparing en duurzame energie Utrecht. Onderbouwingsnotitie voor de gemeente Utrecht

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Benner, J.H.B.; Warringa, G.E.A.

    2012-10-15

    Utrecht has stated its intention to achieve CO2 neutrality of the local energy supply by 2030. Having conducted its own exploratory study into the steps that would need to be taken to achieve this aim, City Hall asked CE Delft to pass judgment on the target and how it is hoped to be achieved. While characterized by both CE Delft and interviewed scientists as very substantial, Utrecht's ambitions are also regarded as a worthy aim to pursue. City Hall's estimates of the reduction potential of the envisaged measures 28% of total projected emission cuts in 2030 via energy efficiency measures and 35% via renewable energy - are deemed realistic by CE Delft. Although the potential reduction via all options was estimated on the basis of the maximum feasible potential, there still remains a substantial policy gap. The analysis makes clear that robust policy choices are required in order to come close to achieving the stated ambitions [Dutch] De gemeente Utrecht heeft zich tot doel gesteld om in 2030 de lokale energievoorziening CO2-neutraal te hebben. Binnen de gemeente is een ambtelijke verkenning uitgevoerd naar de maatregelen om invulling te geven aan deze ambitie. Utrecht heeft CE Delft gevraagd een oordeel te geven over de ambitie en de invulling daarvan. De ambitie van Utrecht wordt zowel door CE Delft als geïnterviewde wetenschappers getypeerd als fors, maar tegelijk als een goed punt aan de horizon om naar toe te werken. De inschattingen van Utrecht rond het reductiepotentieel van de maatregelen worden door CE Delft beoordeeld als realistisch. Dit houdt in dat 28% van de totaal verwachte uitstoot in 2030 wordt gereduceerd door besparingsmaatregelen en 35% met de inzet van duurzame energie. Hoewel bij de inschatting van de mogelijke reductie voor alle opties is gerekend met het maximaal haalbare potentieel resteert er een aanzienlijk beleidsgat. De analyse maakt duidelijk dat echte beleidskeuzen nodig zijn om realisatie van de ambitie te benaderen.

  4. Energy crops in the Netherlands. Scenario study with respect to a sustainable energy supply; Energiegewassen in Nederland. Scenariostudie met het oog op een duurzame energievoorziening

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Siemons, R.; Kolk, H. [BTG Biomass Technology Group, Enschede (Netherlands)

    1999-12-01

    Since publication of its Third Energy White Paper (1995) the Dutch Government has aimed at substituting about 10% fossil fuels by renewable energies by the year 2020. This aim was further elaborated in the policy document 'Towards a sustainable energy economy' (Duurzame energie in opmars, 1997). That paper specifically targets the role of biomass and waste at 120 PJ substituted fossil fuels, again by the year 2020. Realization of such aims can only be done by means of utilizing large quantities of biomass and waste. The availability of biomass and waste is subject to study, partly to enable the government developing policies sustaining the availability and partly to give confidence to market actors, encouraging them to actively play their role of investor and developer towards the common objective of a sustainable energy economy. This is the background for Novem to commission the so-called ABC study, indicating the following three study components: A scenario study into the availability of biomass and waste in The Netherlands for energy production; A three-layers assessment into the availability of biomass and waste on a national, a European and a global level; and A scenario study into the potential of energy crops in The Netherlands. The ABC study was carried out by a consortium consisting of BTG Biomass Technology Group (BTG), Centre for energy conservation and clean technology (CE), Agricultural Economics Research Institute (LEI-DLO), and the TNO-Institute of Environmental Sciences, Energy Research and Process Innovation (TNO-MEP). The study was coordinated by TNO-MEP. Results of the ABC study are being published in two reports. Parts A and B are reported on jointly in 'The availability of waste and biomass for energy production in The Netherlands. The current report covers part C. In this report the potential of energy crops in The Netherlands is studied, aiming at, finally, recommendations for specific government policies. Possible Dutch energy

  5. Toolkit Existing Buildings. Guideline for sustainable improvement of houses for professional landlords. Porch houses before 1966. Gallery flats 1966-1988; Toolkit Bestaande Bouw. Handreiking duurzame woningverbetering voor professionele verhuurders. Portiekwoning voor 1966. Galerijwoning 1966-1988

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Otter, W. [BAM Woningbouw, Amsterdam (Netherlands); Beens, A. [GoedeStede, Almere (Netherlands); Pel, M. [De Alliantie, Huizen (Netherlands); Schneider, F. [Woonbron, Rotterdam (Netherlands); Van Staveren, K. [Vestia Groep, Rotterdam (Netherlands); Keijzer, K.; Gerardu, W. [SenterNovem, Utrecht (Netherlands); Smeele, E. [Cauberg-Huygen Raadgevende Ingenieurs, Rotterdam (Netherlands); De Haas, F. [De Haas en Partners, Voorburg (Netherlands); Persoon, J. [BouwhulpGroep, Eindhoven (Netherlands); Mak, J. [W/E Adviseurs, Utrecht (Netherlands); Clocquet, R. [DHV, Eindhoven (Netherlands)

    2008-07-01

    This tool kit contains practical and integral solutions for energy saving and the deployment of sustainable energy for more than 1 million antiquated (corporation) houses. The tool kit offers instruments for choosing the right concept for a specific location and with specific wishes concerning quality aspects. Moreover, it enables clear communication of these choices. In 2 separate publications, the concepts are discussed for terrace houses, houses with a porch and gallery flats in various periods. [mk]. [Dutch] Deze Toolkit bevat praktische, integrale oplossingen voor energiebesparing en inzet van duurzame energie voor meer dan 1 miljoen verouderde (corporatie)woningen. De Toolkit biedt instrumentarium om voor een specifieke locatie en met specifieke wensen wat betreft kwaliteitsaspecten het juiste concept te kunnen kiezen. Bovendien maakt het helder communiceren over die keuzen mogelijk. In 2 aparte publicaties worden de concepten besproken voor rijwoningen, portiekwoningen en galerijwoningen in diverse perioden.

  6. Dilemma's of sustainable consumption. A study of public support for making consumption more sustainable; Dilemma's rond duurzame consumptie. Een onderzoek naar het draagvlak voor verduurzaming van consumptie

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Vringer, K.; Vollebergh, H.; Dietz, F. [Planbureau voor de Leefomgeving PBL, Den Haag (Netherlands); Van Soest, D. [VU University, Amsterdam (Netherlands); Van der Heijden, E. [Tilburg University, Tilburg (Netherlands)

    2013-02-15

    Dutch consumers choose sustainable products only sparsely. But at the same time, Dutch consumers indicate that they find sustainability important and that the government should take measures. A frequently heard explanation is the social dilemma in which everyone is better off if all decide to consume more sustainable, whereas for every individual it is even better to not do this themselves. The question that rises is: do consumers truly want to become more sustainable? To answer this question, the social support for enhancing the sustainability of consumption and corresponding dilemmas have been examined by means of an economic behavioural experiment. The study confirms that a large group of consumers deem sustainability important, but do not always act on their beliefs. As people do not always match their behaviour with what they deem important, the currently limited market shares of more sustainable product variants are not reliable predictors of the social support for government policy. To encourage more sustainable consumption, it therefore seems useful if the Dutch government emphasizes the pleasure of individually contributing to sustainability, ensuring the consumer's awareness of other people also buying the more sustainable product variants. Consumers prefer soft persuasion through for example subsidies, even if this is more expensive for them than mandatory measures [Dutch] Consumenten kiezen maar mondjesmaat voor duurzame producten. Tegelijk geven zij aan verduurzaming belangrijk te vinden en ook dat de overheid maatregelen moet nemen. Een veel gehoorde verklaring is het sociaal dilemma waarin iedereen beter af is als allen duurzamer gaan consumeren, maar het voor elk individu nóg beter is om dat zelf niet te doen. De vraag is: Willen consumenten wel echt verduurzamen? Om deze vraag te kunnen beantwoorden, is het draagvlak voor de verduurzaming van consumptie en de bijbehorende dilemma's met behulp van een economisch gedragsexperiment nader

  7. Sustainable deposition for a healthy public and nature. Convention on Long-range Transboundary Air Pollution. Part 7; Duurzame depositie waarbij mens en natuur gezond blijven. Convention on Long-range Transboundary Air Pollution. Deel 7

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Hettelingh, J.P.; Slootweg, J.; Posch, M. [Coordination Centre for Effects, MNP, Bilthoven (Netherlands)

    2007-07-01

    The CCE is the Data Center of the International Cooperative Programme on Modelling and Mapping of Critical Levels and Loads and Air Pollution Effects, Risks and Trends (ICP Modelling and Mapping, ICP M and M) and supports the work of the Convention on Long-range Transboundary Air Pollution (LRTAP) of the United Nations Economic Commission for Europe (UNECE). In this article attention is paid to the critical loads method, the related data and the European network. [Dutch] Kennis van duurzame depositieniveaus (critical loads) voor verzuring, vermesting en van zware metalen helpt bij de bepaling van bovengrenzen aan emissies. Dit is belangrijk voor de bescherming van Europese natuurgebieden en van de menselijke gezondheid. Critical loads worden berekend in ongeveer 1,3 miljoen vegetatie-bodem combinaties in Europa door een netwerk van 27 National Focal Centres in EC-lidstaten en Partijen onder de LRTAP Conventie (Convention on Long-range Transboundary Air Pollution). De spreiding en niveaus van critical loads worden bepaald door de aard van de beschouwde natuurlijke systemen, terwijl deposities afhankelijk zijn van landenemissies en menselijk handelen. De vergelijking van deposities met critical loads legt het verband tussen landenemissies en risico's voor natuur en mens. Om in het Europese luchtbeleid kosten en geografisch effectieve emissiereducties te helpen bepalen is kennis van robuuste critical loads dan ook zeer belangrijk. Hoe komen ze tot stand en welke rol spelen ze binnen de conventie? Hoe staat het met vermesting over vijftien jaar? En hoe verhoudt dit zich dat tot het broeikaseffect?.

  8. Learning from the energetic rural area. Local and regional coalitions for sustainable development of rural areas; Leren van het energieke platteland. Lokale en regionale coalities voor duurzame plattelands ontwikkeling

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Farjon, H.; Arnouts, R.

    2013-07-15

    Citizens and businesses start on a regular basis, and in cooperation with the Dutch government, initiatives to improve the living environment in rural areas. In this study, 32 examples are discussed to detect issues that can be improved. The examples concern more or less successful partnerships for sustainable rural development, in which the market, citizens and civil society play a prominent role. Four issues for improvement are identified: (1) Other accents are required in laws and regulations for the living environment; (2) The Dutch government must give smart directions by means of levies and incentives; (3) A vision of the governments is essential; and (4) Towards a proactive, facilitating government [Dutch] Burgers en bedrijven nemen regelmatig samen met overheden initiatieven om de leefomgeving op het platteland te verbeteren. In deze studie zijn 32 praktijkvoorbeelden onder de loep genomen om die verbeterpunten op te sporen. Het gaat om meer of minder succesvolle samenwerkingsverbanden voor duurzame plattelandsontwikkeling, waarin marktpartijen, burgers en het maatschappelijk middenveld een vooraanstaande rol spelen. Hierbij worden vier verbeterpunten gesignaleerd: (1) Andere accenten gewenst in wet- en regelgeving voor de leefomgeving; (2) Slimmer sturen met heffingen en vergoedingen door de overheid; (3) Visie van overheden is onontbeerlijk; en (4) Naar een proactieve, faciliterende overheid.

  9. Toolkit Existing Buildings. Guideline for sustainable improvement of houses for professional landlords. Terrace house before 1946. Row house 1946-1965. Terrace house 1966-1975; Toolkit Bestaande Bouw. Handreiking duurzame woningverbetering voor professionele verhuurders. Rijwoning voor 1946. Rijwoning 1946-1965. Rijwoning 1966-1975

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Otter, W. [BAM Woningbouw, Amsterdam (Netherlands); Beens, A. [GoedeStede, Almere (Netherlands); Pel, M. [De Alliantie, Huizen (Netherlands); Schneider, F. [Woonbron, Rotterdam (Netherlands); Van Staveren, K. [Vestia Groep, Rotterdam (Netherlands); Keijzer, K.; Gerardu, W. [SenterNovem, Utrecht (Netherlands); Smeele, E. [Cauberg-Huygen Raadgevende Ingenieurs, Rotterdam (Netherlands); De Haas, F. [De Haas en Partners, Voorburg (Netherlands); Persoon, J. [BouwhulpGroep, Eindhoven (Netherlands); Mak, J. [W/E Adviseurs, Utrecht (Netherlands); Clocquet, R. [DHV, Eindhoven (Netherlands)

    2008-07-01

    This tool kit contains practical and integral solutions for energy saving and the employment of sustainable energy for more than 1 million antiquated (corporation) houses. The tool kit offers instruments for choosing the right concept for a specific location and with specific wishes concerning quality aspects. Moreover, it enables clear communication of these choices. In 2 separate publications, the concepts are discussed for terrace houses, houses with a porch and gallery flats in various periods. [mk]. [Dutch] Deze Toolkit bevat praktische, integrale oplossingen voor energiebesparing en inzet van duurzame energie voor meer dan 1 miljoen verouderde (corporatie)woningen. De Toolkit biedt instrumentarium om voor een specifieke locatie en met specifieke wensen wat betreft kwaliteitsaspecten het juiste concept te kunnen kiezen. Bovendien maakt het helder communiceren over die keuzen mogelijk. In 2 aparte publicaties worden de concepten besproken voor rijwoningen, portiekwoningen en galerijwoningen in diverse perioden.

  10. Groen-blauwe netwerken in duurzame gebiedsontwikkeling

    OpenAIRE

    Opdam, P.F.M.; Elands, B.H.M.; Grashof-Bokdam, C.J.; Haan; Hagens, J.E.; Knaap, van der, J.A.; Snep, R.P.H.; Steingröver, E.G.

    2009-01-01

    Gebiedsontwikkeling heeft als doel het fysieke landschap aan te passen aan de wensen van de gebruikers, zodat het landschap beter, mooier en waardevoller wordt. In de loop van het ontwikkelingsproces worden daarover besluiten genomen waarbij uiteenlopende waarden en belangen tegen elkaar worden afgewogen. Het combineren van functies en het zoeken naar overlap van belangen wordt bemoeilijkt door begripsverwarring. Het concept groen-blauwe netwerken kan dat oplossen. Dat stelt Paul Obdam, onder...

  11. Towards a future-proof energy system for the Netherlands; Naar een toekomstbestendig energiesysteem voor Nederland

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Weterings, R.; Van Harmelen, T.; Gjaltema, J.; Jongeneel, S.; Manshanden, W.; Poliakov, E. [TNO Behavioural and Societal Sciences, Delft (Netherlands); Faaij, A.; Van den Broek, M.; Dengerink, J. [Copernicus Instituut, Universiteit Utrecht, Utrecht (Netherlands); Londo, M.; Schoots, K. [ECN Beleidsstudies, Amsterdam (Netherlands)

    2013-03-15

    The analysis performed has two goals: (1) mapping of the most important opportunities and threats of the transition to a sustainable energy supply for the economy and society of the Netherlands, and (2) identify where significant gaps are in the knowledge that is required for a transition to a future-proof energy system for Netherlands [Dutch] De uitgevoerde analyse heeft twee doelen: (1) In beeld brengen van de belangrijkste kansen en bedreigingen van de transitie naar een duurzame energievoorziening voor economie en samenleving van Nederland; en (2) Nagaan waar belangrijke lacunes liggen in de benodigde kennis voor een transitie naar een toekomstbestendig energiesysteem in Nederland.

  12. Make a difference. Twenty years NWS in Utrecht, Netherlands, 1988-2008; Verschil maken. Twintig jaar NW+S in Utrecht, 1988-2008

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van der Hoeven, D.

    2008-04-15

    Issue published on the occasion of the 20th anniversary of the Department of Science, Technology and Society of Utrecht University. This anniversary report examines to what extent the group made a difference in the ambition of bringing about a sustainable development in the 20 years of its existence. [Dutch] Uitgave t.g.v. het 20-jarig jubileum van de vakgroep Natuurwetenschap en Samenleving van de Universiteit Utrecht. In dit jubileumboek wordt onderzocht in hoeverre de groep in haar twintigjarig bestaan een verschil heeft gemaakt in de ambitie bij het tot stand brengen van een duurzame ontwikkeling.

  13. Human Resource beleid, duurzame inzetbaarheid en oudere werknemers

    NARCIS (Netherlands)

    D. Kooij (Dorien); J.S.E. Dikkers (Josje); P.G.W. Jansen (Paul); J.J.C. van den Broek (Judith)

    2013-01-01

    markdownabstract__Inleidend__ Gezien de sterke vergrijzing van Westerse samenlevingen (o.a. OECD, 2012; UN, 2007) en ontwikkelingen op overheidsniveau rond het ophogen van de pensioengerechtigde leeftijd is het (nood)zaak voor beleidmakers en Human Resource (HR) professionals om oudere werknemer

  14. Renewable energy in India; Duurzame energie in India

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Schilt, R.C.A. [DWA Installatie- en energieadvies, Bodegraven (Netherlands); Menon, R.M. (ed.)

    1998-01-01

    India is considered to be, more or less, one of Asia's economic tigers. The expectation is that India's energy consumption will increase dramatically. The Indian government's policy is aimed at giving renewable energy sources a considerable role in the energy supply in the near future. India is already one of the top three countries in the use of wind energy, and the former British colony has several hydro-electric power plants.

  15. Bruggen en wegen naar een duurzame Randstad in 2040

    NARCIS (Netherlands)

    d'Haese, N.

    2008-01-01

    Dit rapport werd geschreven door het Dutch Research Institute for Transitions in opdracht van Delft Cluster. Het rapport kadert binnen het PIZZA-project, een samenwerking tussen 6 Bsik-programma’s van de 8 voor ruimte en KSI. Het doel van dit project is een methodiek voor transitiemonitoring te ontw

  16. Duurzame gewasbescherming roos in 2020 : Kennisdeling in de praktijk - Eindrapport

    NARCIS (Netherlands)

    Klein, E.; Hoogendoorn, M.; Buurma, J.S.

    2013-01-01

    Doel van dit project is het bewerkstelligen van verminderen van milieubelasting door effectiever gebruik van middelen en methoden en kennishiaten opheffen rondom gewasbescherming middels netwerken en onafhankelijke kennisdeling (digitaal handboek geïntegreerde gewasbescherming Roos). Dit moet mede l

  17. Affordable self-sufficient, bionic buildings. The necessity of thermal inertia; Betaalbare autarkische, bionische gebouwen. Thermische traagheid noodzakelijk

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Schmitz, H. [Afdeling Binnenmilieu en Energie, Arcadis Bouw en Vastgoed, Den Haag (Netherlands)

    2004-03-01

    An overview is given of the development of low-pressure phase change material (PCM) induction units, which are fundamental elements of self-sufficient and bionic construction. Applications of PCM in buildings for climatization are discussed. [Dutch] Het samenwerkingsverband tussen verschillende bedrijven heeft de ontwikkeling van lagedruk, PCM (Phase Change Materials) inductie-units tot gevolg gehad. Deze units vormen een fundamenteel bestanddeel van het autarkisch en bionisch bouwen, dat zo mogelijk kan leiden tot autarkie (zelfvoorzienendheid op energiegebied). Wat zijn de toepassingen van PCM in gebouwen voor de ruimteklimatisering?.

  18. Construction, jobs and affordable energy in the north of the Netherlands; Bouwen, Banen en Betaalbare energie in Noord-Nederland

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Blom, M.; Schepers, B. [CE Delft, Delft (Netherlands); Tieben, B. [SEO Economic Research, Amsterdam (Netherlands)

    2013-03-15

    Additional investments to boost the energy efficiency of the housing stock in the north of the Netherlands can create a substantial number of new jobs in construction and supply industries. That is the conclusion of a pilot study carried out by CE Delft and SEO Economic Research. Depending on the energy efficiency target adopted, an annual investment of around euro 400 million would lead to some 4,500 new jobs (in the first year). This would mean over 2,000 unemployed construction workers being able to return to work. To realise these investments requires a 'quantum leap' in funding. For an efficiency improvement scenario of 2% per annum this would mean a quadrupling of present investment plans in this part of the country [Dutch] Extra investeringen in energiebesparing van bestaande woningen kunnen voor Noord-Nederland een fors aantal banen in de bouw en de toeleverende industrie op leveren. Dat is de conclusie uit een verkenning die door CE Delft en SEO Economisch Onderzoek in opdracht van de Natuur en Milieufederatie Drenthe is uitgevoerd. Afhankelijk van de besparingsdoelstelling leiden investeringen van zo'n 400 miljoen per jaar tot zo'n 4.500 extra banen (eerste jaar). Daarmee kunnen ruim 2.000 werkloze bouwvakkers aan het werk worden geholpen. Om deze investeringen te kunnen realiseren, is een forse schaalsprong nodig in het financieringsaanbod. In het scenario van 2%+ per jaar komt dit neer op een verviervoudiging van de huidige investeringsambitie in Noord-Nederland.

  19. Veranderingen in samenleving en kerk en de gevolgen voor het beroep van pastor

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Gerben Heitink

    2004-10-01

    Full Text Available This article is an attempt to open up a new perspective on the crisis of christianity and church in the context of Western Europe, especially The Netherlands. Since half a century the secularisation paradigm has� been the dominant perspective to explain� this development. But a long-term historical perspective offers a wider horizon. Through the ages there have been different� types of christianity (E.Troeltsch: the public church in relation to the civil society, the free church emphasizing church membership (the priesthood of the believers and the more individualized mystic type of faith. Since the� separation� of church and state untill totday the second type had been the dominant one. A consequence of� the cultural� shift from modernity to postmodernity is the rise of �wild devotion� conform the third type of a more individualized way of life. This article pays attention to the challenges of these� developments� to the practice of church life and the pastoral profession.�

  20. Echte Natuur. Een sociaaltheoretisch onderzoek naar natuurwaardering en natuurbescherming in de moderne samenleving.

    NARCIS (Netherlands)

    Koppen, van C.S.A.

    2002-01-01

    The subject of nature valuation and nature conservation has attracted a vast body of social research. And yet there is hardly an accepted theoretical framework with which to clarify dominant present-day concepts of nature and their social backgrounds. Many of today's authors would rather emphasize t

  1. Orthodoxie voor beginners. Orthodox-christelijke jongeren in de moderne samenleving

    NARCIS (Netherlands)

    Lühoff, Johannes; Selten, P.J.H.

    2002-01-01

    In this article we have examined how modern individualisation has been of influence to the attitudes and values of young christian-orthodox people in the Netherlands. On the basis of interviews with twenty of them we have found that although their religious views can be characterized as orthodox, th

  2. Echte Natuur. Een sociaaltheoretisch onderzoek naar natuurwaardering en natuurbescherming in de moderne samenleving.

    OpenAIRE

    Koppen, van, C.S.A.

    2002-01-01

    The subject of nature valuation and nature conservation has attracted a vast body of social research. And yet there is hardly an accepted theoretical framework with which to clarify dominant present-day concepts of nature and their social backgrounds. Many of today's authors would rather emphasize the diversity and controversy in nature conceptualization than provide an integrated view. This book starts from the assumption that it is possible to trace long-standing and dominant social traditi...

  3. Geluk in landen: Een empirische studie naar condities voor een gelukkige samenleving

    NARCIS (Netherlands)

    M.C. Berg (Maarten)

    2010-01-01

    textabstractJeremy Bentham (1789) was the founding father of utilitarianism, a social philosophy that stressed the importance of happiness (“the sum of pleasures and pains”). Bentham argued that policy-makers should strive for “the greatest happiness for the greatest number”. Bentham’s utilitarianis

  4. De Leidse fabriekskinderen. Kinderarbeid, industrialisatie en samenleving in een Hollandse stad, 1800-1914

    NARCIS (Netherlands)

    Smit, C.B.A.

    2014-01-01

    The thesis is a case study into the development of child labor in the Netherlands in the nineteenth century (up to 1914), focusing on Leiden. Child labor in this study is defined as the market-orientated production of goods and services by people under the age of sixteen years. Concentrating on one

  5. De Leidse fabriekskinderen. Kinderarbeid, industrialisatie en samenleving in een Hollandse stad, 1800-1914

    OpenAIRE

    Smit, C.B.A.

    2014-01-01

    The thesis is a case study into the development of child labor in the Netherlands in the nineteenth century (up to 1914), focusing on Leiden. Child labor in this study is defined as the market-orientated production of goods and services by people under the age of sixteen years. Concentrating on one town makes it possible to research the multitude of factors that are associated with the development of industrial child labor in the age of industrialization: demand (including technological renew...

  6. Een middeleeuwse samenleving. Het Land van Heusden, ca. 1360 - ca. 1515.

    NARCIS (Netherlands)

    Hoppenbrouwers, P.C.M.

    1992-01-01

    The Land van Heusden (at present Province of Northernsituated in the western part of the river-area of the Central Netherlands. In the medieval period it consisted of sixteen villages and the small town of Heusden, founded in the first half of the 13th century along the river Meuse, midway between t

  7. Degeneratie en dressuur. Natuurgeneeswijze, vegetarisme en naturisme als ontwerpen voor een moderne samenleving, 1890-1950

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    E. Peeters

    2004-01-01

    Full Text Available Degeneration and dressage. Natural cures, vegetarianism and naturalism as building blocks for a modern society, 1890-1950Aloïs van Son, a natural therapist from Antwerp, presided over a successful medical practice in the 1920s en 1930s and strongly believed that his search for a drug-free ‘natural’ therapy was rooted in a much broader struggle against a ‘degenerate’ society that had lost touch with nature. It was only by changing oneself (Selbstreform, Van Son preached, that the modern individual could heal society. In this article, a crucial autobiographical confession by this headstrong and charismatic therapist will help to deepen our understanding of the ‘life reform’ movement (Lebensreform as it developed between 1890 and 1950 not only in societies of natural therapists, vegetarians and naturists in Germany, but also among their Belgian counterparts. My aim is not, as has been done before, to provide an accurate qualification of the ‘modern’ or ‘antimodern’ character of the exterior ideology of this movement. On the contrary; I will try to lay bare the interior dynamics of ‘life reform’ practices. I will argue that opponents like Van Son found in the ascetic experience that these practices not only provided a refuge from but also gave access to modern reality.

  8. Een middeleeuwse samenleving. Het Land van Heusden, ca. 1360 - ca. 1515.

    OpenAIRE

    P.C.M. Hoppenbrouwers

    1992-01-01

    The Land van Heusden (at present Province of Northernsituated in the western part of the river-area of the Central Netherlands. In the medieval period it consisted of sixteen villages and the small town of Heusden, founded in the first half of the 13th century along the river Meuse, midway between two major cities, Dordrecht and 's-Hertogenbosch. The riverlandscape was characterized by the alternation of sandy stream ridges and natural levees, inhabited since prehistoric times, and extensive ...

  9. Degeneratie en dressuur. Natuurgeneeswijze, vegetarisme en naturisme als ontwerpen voor een moderne samenleving, 1890-1950

    OpenAIRE

    Peeters, E.

    2004-01-01

    Degeneration and dressage. Natural cures, vegetarianism and naturalism as building blocks for a modern society, 1890-1950

    Aloïs van Son, a natural therapist from Antwerp, presided over a successful medical practice in the 1920s en 1930s and strongly believed that his search for a drug-free ‘natural’ therapy was rooted in a much broader struggle against a ‘degenerate’ society that had lost touch with nature. It was on...

  10. Cradle 2 Cradle. Three steps back, one step forward; Cradle 2 Cradle. 3 stappen terug, 1 vooruit

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Rabbingge, R. [Wageningen University, Wageningen (Netherlands); Bos, H. [Wageningen UR Food and Biobased Research, Wageningen (Netherlands)

    2010-04-15

    The book and design philosophy 'Cradle to cradle' (McDonough, Braungart) can rejoice in wide attention. Cities are trying to build new districts in line with the C2C concept and the Dutch government wonders how C2C can be implemented in policy. But what does the 'cradle to cradle' philosophy mean? And how can it contribute to the development towards a more sustainable society?. [Dutch] Het boek en de ontwerpfilosofie 'Cradle to Cradle' (McDonough, Braungart) mogen zich verheugen in een zeer brede belangstelling. Steden proberen nieuwe wijken volgens het C2C-concept te bouwen en de rijksoverheid vraagt zich af hoe C2C in het beleid kan worden ingepast. Maar wat is de 'Van wieg tot wieg'- filosofie nu eigenlijk precies? En wat kan het betekenen in het kader van een ontwikkeling naar een meer duurzame samenleving?.

  11. Een theologische faculteit als huis van vele woningen: Over de institutionalisering van de theologie in de pluralistische, seculiere samenleving

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    H Vroom

    2008-05-01

    Full Text Available A theological faculty as a house with many rooms: On the institutionalisation of theology in a pluralistic, secular society.Religious pluralism is changing the Western world. The transmission of Christian faith is less a matter of course than it has been. People are free to form their own opinions and �choose� their way of life. Because pluralism affects the basic values of society that have to be supported by world view traditions, religious pluralism is one of the main political problems of the �secular� state as well. Faculties of Theology can be organised better as apartments buildings for religions with common rooms, exchange and debates, instead of gradually becoming departments of descriptive religious studies. A public inter-religious dialogue on values and political issues will be supported by such an institution, and prevent accountability for views of life to disappear from the public arena into privacy and hidden places. Students can be educated in plural theological faculties of universities that reflect societal realities, in an atmosphere of respect, integrity, dialogue and accountability.The first section of this contribution describes the changing situation in the European (EU culture; the second the consequences of pluralism for churches; the third the crisis of traditional theology; and the fourth points out the perspective of a plural but confessional institutionalisation of theology/ies.

  12. Opleiden in de multiculturele samenleving: resultaten van een empirisch onderzoek naar multiculturalisering van het personeelsbeleid in het hbo.

    OpenAIRE

    Van Putten, L.; Meerman, G.M., M.

    2006-01-01

    De etnische en culturele diversiteit neemt al vele jaren toe op het hbo. De diversiteit van de maatschappij wordt nog lang niet volledig weerspiegeld in de samenstelling van het personeelsbestandvan hbo-instelling. Deze onderzoeksrapportage geeft een beeld van de stand van zaken rond de multiculturalisering in het personeelsbeleid van hbo-instellingen. In deze studie worden goede praktijken van multiculturalisering bekeken en onderzocht. Gekeken wordt waar die praktijken over gaan en welke on...

  13. Land, kennis, moed en eenheid: conflicterende discoursen binnen samenleving en gezin over landbouw en droogte in Noordoost Brazilië

    OpenAIRE

    Peerboom, I.B.F.C.

    2012-01-01

    This dissertation examines the survival strategies of family farmers in Conceição do Coité, Bahia, in semi-arid Brazil in 1997 and 2008 by using the livelihood framework. It analyses natural capital (land), human capital (work ethic and knowledge), and social capital (mutual aid). Greater access to these capitals is essential to reduce the vulnerability of family farmers. Land as a starting capital is the key to the household’s progress. Water is less important than social capital to obtain a...

  14. Denken over een duurzame toekomst (dl. 1): Naar een duurzame veiligheid? Verslag van het symposium gehouden op 12 mei 1989 te Utrecht

    NARCIS (Netherlands)

    Spronk, T.; Myers, N.; Court, T. de la; Opschoor, J.B.; Goedmakers, A.M.C; Houwelingen, J. van

    1989-01-01

    Sedert 1981 worden jaarlijks op of omstreeks 1 maart aan verschillende universiteiten in Nederland en Belgie universitaire vredesdagen georganiseerd, d.w.z. dagen waarop activiteiten plaatsvinden rond de problematiek van oorlog, vrede en veiligheid. Het initiatief tot het houden van de universitaire

  15. Denken over een duurzame toekomst (dl. 1): Naar een duurzame veiligheid? Verslag van het symposium gehouden op 12 mei 1989 te Utrecht

    OpenAIRE

    Spronk, T.; Myers, N; Court, T. de la; J.B. (Hans) Opschoor; Goedmakers, A.M.C; Houwelingen, J. van

    1989-01-01

    Sedert 1981 worden jaarlijks op of omstreeks 1 maart aan verschillende universiteiten in Nederland en Belgie universitaire vredesdagen georganiseerd, d.w.z. dagen waarop activiteiten plaatsvinden rond de problematiek van oorlog, vrede en veiligheid. Het initiatief tot het houden van de universitaire vredesdagen werd in het midden van de zeventiger jaren genomen door de Nobelprijswinnaars McBride, De Duve, Prigogine en Kastler met het oogmerk de discussie over oorlog, vrede en veiligheid tusse...

  16. Scenario's voor duurzame energie in verkeer en vervoer; beoordeling op verschillende criteria voor duurzaamheid

    NARCIS (Netherlands)

    Brink RMM van den; RIM

    2003-01-01

    The study documented here deals with the technical potential of sustainable energy sources to reduce the use of fossil fuels in the long term (2050) by more than 80% compared to their use in 1990. Biomass alone was shown to have insufficient potential to reach this goal where CO2 emissions are conce

  17. Gezonde vis alternatieven literatuurstudie binnen het beleidsondersteunende project "Nieuwe marktgerichte duurzame eiwitconcepten"

    OpenAIRE

    Sluis, van der, L Lou; Vereijken, J.M.

    2013-01-01

    Within the policy supporting project "New market-oriented sustainable protein concepts" (BO-08-018.03-002), a literature study is performed to healthy fish alternatives. The research question was: "What is the nutritional importance of fish consumption, what are alternatives to fish, are there technological and legal barriers, and what are the limits for enrichment with nutritional components?" From a health perspective stimulation of fish consumption is desired, fish is a major supplier of t...

  18. Natuur- en milieueducatie en het VN-decennium van Educatie voor Duurzame Ontwikkeling

    OpenAIRE

    Van Poeck, Katrien; Vandenabeele, Joke; Bruyninckx, Hans

    2011-01-01

    Education for sustainable development (ESD) is increasingly affecting environmental education policy and practice. Growing attention for ESD is a policy-driven tendency, highly affected by decisions made in international institutions. Although ‘sustainable development’ is omni- present in policy discourses, the concept remains largely contested. The fact that ESD is becoming more and more established in environmental education does not imply that the relation between both concepts is cl...

  19. Gebiedsgerichte energetische systeemoptimalisatie: Een onderzoek naar de mogelijkheden voor een duurzame energietransitie

    NARCIS (Netherlands)

    Gommans, L.J.J.H.M.

    2012-01-01

    Over 40% of the energy demand is related to the built environment and is still largely reduced with interventions within or on buildings. Leo Gommans has been professionally active for years in the field of research, education and in the consultation of energy-conscious design for buildings. In the

  20. Natura 2000 in Nederland en Vlaanderen: goed op weg naar duurzame instandhouding?

    OpenAIRE

    Pelk, M.L.H.; Aggenbach, C.J.S.; Schipper, P.C.; Brink, van den, R.B.A.; Schimmel-ten Kate, H.L.; Decleer, K.

    2007-01-01

    This special issue of De Levende Natuur gives an actual overview of the different implementation strategies of the Bird- and Habitat Directives in The Netherlands and Flanders. The general idea in The Netherlands is that the targets should be practically and financially feasible. In Flanders this seems to play a less important role. An important element of the philosophy of the Dutch approach is that the extent, location and time schedules of the conservation objectives are worked out in more...

  1. DEUGD. Sustainable energy from concentrated flows in Deventer, Netherlands; DEUGD. Duurzame Energie Uit Geconcentreerde stromen Deventer

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Telkamp, P.; Flameling, A.G. [Tauw, Deventer (Netherlands); Wempe, J.F.D.B.; De Wit, J.B. [Saxion Hogeschool, Deventer (Netherlands)

    2011-12-15

    The Dutch DEUGD project looks at options for expanding the energy produced at the sewage water treatment plant in Deventer (biogas) with concentrated toilet water (blackwater)and organic kitchen waste from new dwellings in the north of Deventer. The research focuses on the feasibility of using the energy content of waste water and organic kitchen waste in the north of Deventer for heating housing projects. Starting point is to first use the existing infrastructure of the sewage water treatment plant (existing sludge digestion and CHP) and subsequently (medium-term) expansion of this infrastructure or of the delivery of biogas. This report presents the results of this feasibility study [Dutch] In het project DEUGD wordt vastgesteld of het mogelijk is om de energie die op de rwzi (rioolwaterzuiveringsinstallatie) Deventer wordt geproduceerd in de vorm van biogas te vergroten met geconcentreerd toiletwater (zwartwater) en organisch keukenafval (GF) uit nieuwe woningen in het noorden van Deventer. Het onderzoek richt zich op de haalbaarheid om de energie-inhoud van het afvalwater en het organisch keukenafval te gebruiken in het noorden van Deventer voor de verwarming van woningbouwprojecten. Uitgangspunt is in eerste instantie het gebruiken van de bestaande infrastructuur op de rwzi (bestaande slibgisting en Warmte-Kracht Koppeling (WKK)) en in tweede instantie (middellange termijn) een uitbreiding van deze infrastructuur of het leveren van biogas. In deze rapportage wordt verslag gedaan van de uitkomsten van dit haalbaarheidsonderzoek.

  2. Gezonde vis alternatieven literatuurstudie binnen het beleidsondersteunende project "Nieuwe marktgerichte duurzame eiwitconcepten"

    NARCIS (Netherlands)

    Sluis, van der A.A.; Vereijken, J.M.

    2013-01-01

    Within the policy supporting project "New market-oriented sustainable protein concepts" (BO-08-018.03-002), a literature study is performed to healthy fish alternatives. The research question was: "What is the nutritional importance of fish consumption, what are alternatives to fish, are there techn

  3. Duurzame internationale ontwikkeling bij kleine en middelgrote ondernemingen in Limburg : enkele gevalstudies

    OpenAIRE

    KENIS, Goele

    2007-01-01

    Ondernemingen moeten vandaag de dag rekening houden met verschillende aspecten in hun bedrijfsvoering zoals hun werknemers, milieu en hun aandeelhouders. Daarenboven zijn er ondernemingen die hun activiteiten uitgebreid hebben naar het buitenland. Dit kan bijvoorbeeld door import of export of eventueel zelfs door een productievestiging in het buitenland te hebben. Door deze uitbreidingen moeten deze ondernemingen ook rekening houden met de wetten en werknemers van het gastla...

  4. Sustainable energy concepts. Concept Knowledge theory and morphological overviews; Duurzame energieconcepten. Concept kennistheorie en morfologische overzichten

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Zeiler, W. [Faculteit Bouwkunde, Technische Universiteit Eindhoven, Eindhoven (Netherlands); Savanovic, P. [Stichting Bouwresearch SBR, Rotterdam (Netherlands)

    2011-11-15

    Building design is a highly complex process that requires the support of multi-disciplinary design teams. Therefore a supportive design approach has been developed in a PhD research: Integral Design. The innovative Concept-Knowledge (C-K) theory by Hatchuel and Weil is used in combination with the Integral Design method. Morphological overviews, which are produced by combining mono-disciplinary Morphological Charts, provide a tool to structure and to give an overview of the communication and information exchange between design team members, while C-K theory supplies the theoretical framework for the reflection on the Integral Design. [Dutch] Het ontwerpen van gebouwen is complex en vereist multidisciplinaire teams. Om dit te ondersteunen is in het kader van een promotieonderzoek een integraal ontwerpmethode ontwikkeld. De 'concept kennistheorie' (C-K-theorie) van Hatchuel en Weil is gecombineerd met integraal ontwerpen. Morfologische overzichten vormen een hulpmiddel om het ontwerpproces te ordenen. Bovendien vergemakkelijken ze de communicatie tussen ontwerpteamdeelnemers. De C-K-theorie biedt een theoretisch kader voor reflectie binnen het integraal ontwerpproces.

  5. Duurzame Ontwikkeling door Collectief Bewonersinitiatief. Leidraad voor professionals om bewonersgroepen aan de duurzaamheidsopgave te verbinden

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Fred Sanders

    2014-08-01

    Full Text Available ‘The joint residents’ initiative aimed at renewable energy optimization has been increasing in The Netherlands. This is evident from the survey carried out for this study during 2012 of ‘renewable energy residents initiative’ in The Netherlands, as well as the changing government policy. The engineering sector is contributing to this development by introducing new types of energy systems for housing complexes with multiple households.The underlying reasons for this change are the societal change towards less government involvement and the increase of civilian initiative in society. The underlying reason is the disappointing outcome of the current energy program, referring to the monitoring of the ‘Central Planning Bureau’ (CPB, 2009, and the ‘Energy Research Centre of The Netherlands’ ( ECN, 2010. The agreements with third parties, housing associations and developers did not result in the required and desired results (Ministry VROM & NEPROM, 2008 (Ministry VROM & Aedes, 2009. The task of the governmental program ‘Clean and Efficient ‘ for the ‘ urban environment’ is daunting (Ministry VROM, 2007a. Before 2020, CO2 emissions must (with 1990 as reference be reduced by 30 %. Renewable energy share will have to contribute 20% to this decrease (in the less stringent ‘Energy Agreement’ (Ministry EZ, 2013 this contribution of renewable energy has remained unchanged unless the new 14% target for 2020. This is in accordance with the restated agreements with the rental sector and project development entrepreneurs (Ministry BZK & Hire Partners, 2012 (Ministry BZK & Partners, 2012.This is further supported by recent government policies. In 2011, the government developed, the ‘Plan for energy saving within urban environment‘ (Ministry BiZa, 2011b, including the ‘Block for Block’ program (Ministry BiZa, 2011a which was aimed at reducing the energy consumption on the basis of clusters of homes. In addition, the program ‘Promoting Renewable Energy’ ( SDE emerged during this period and the subsequent ‘National Energy Agreement for Sustainable Growth’ (hereinafter called the ‘Energy Agreement’ (Ministry EZ, 2013 which are focusing on the achievement of the national goals for renewable energy emphasizing on citizen participation and initiative.However, in practice there is no breakthrough in this field: the inventory of ‘joint residents initiative’ for ‘renewable energy’ conducted in 2012 showed that only 0.2 % of Dutch households are involved. This result is consistent with the conceptual model of the ‘Transition Theory‘ ( Rotmans, 2003 (Rogers 2003. According to this model- based approach for the introduction of renewable energy innovations only 2 to 3% of the population of the ‘innovation type’ would like to participate in new developments. This could increase to 15% if the group described as ‘early adopters ‘ would participate as well. As such it will be necessary to further research the possibilities of stimulating sustainable development through ‘joint residents initiatives’.Sustainable development according to the approach of the UN Brundtland Commission (1987, includes both a physical as well a social and sustainable developments places in a durable context: ‘the developments that meet the needs of the present without compromising those of future generations.’ This would require a perfect and sustainable balance of ecological, economic and social interests. Within an urban environment, the restructuring activities (technical quality, the quality of living and quality of life in neighbourhoods and districts, social problem solving (how people interact in social cohesion and sustainability challenges (environmental, energy -related as well as the sustainability challenge (now and in the future are to be the most timely and urgent.The relationships, described by Brundtland between physical, social and sustainable, laid the groundwork to involve the knowledge and experience of ‘residents initiatives’ in the Dutch neighbourhood restructuring challenges, for investigating ‘the potential’ of residents initiating renewable energy in the home environment. As was reflected in the central research question: ‘Under which conditions do social cohesion and sustainable corporate residents initiative influence each other successfully, for the sake of renewable energy in the built environment for living?’In order to be able to answer the central research question, two lines of research were followed; in addition to research on conditions for social cohesion (a social collective of residents, conditions for residents collectives to invest in renewable energy were investigated. The research methodology included a combination of literature review, case studies at various levels (group discussions, interviews and research among professionals (group discussions. This included (besides the literature search all qualitative research to get the motivations and reasons behind ‘residents decisions’ more clear.The above mentioned case studies included both neighbourhoods that are known for the present social cohesion and sustainability realized as a result of ‘residents initiative’. This included the districts IJburg Amsterdam and Hoograven Utrecht, some ecological neighbourhoods in The Netherlands, as well as the GWL site in Amsterdam and ‘City of the Sun’ in Heerhugowaard. The geographic scale on which ‘residents initiatives’ appear, has therewith a part of the research and a component in analyses.Finally, group discussions with professionals regarding the role of resident initiatives, both in urban development (real estate professionals and energy transition (renewable energy in the environment (energy professionals were conducted. This was included to establish the attitude and roles of professionals towards ‘residents initiative’.The conclusion is that three ‘Blocking dilemmas’ further prevent the development of ‘joint residents initiative’ for renewable energy. These ‘Blocking themes’ are: the limited motivation of residents to act sustainably, that social and sustainable ‘residents initiatives’ are not mutual acting together giving start conditions, and the fact that the professionals involved primarily act with a long term view and not short term as residents that generally do. The survey results also provide insight into new perspective for a more significant transition to renewable energy from joint initiative of resident groups. Three ‘Chance Full development opportunities’ may also contribute. These are: mainly the ‘Pull’ conditions motivate residents, residents are willing to follow ‘leaders’ (residents and/or professionals, and social cohesion provides durability on ‘joint residents initiatives’.Involvement and integration of renewable energy through ‘joint residents initiative’ cannot therefore be considered separately from the entire spectrum of sustainable development of energy sources. This because residents (individually and in groups derive their motivation to improve the quality of life in their home environment rather, both socially and physically, as that on the basis of the renewable energy aspects alone. For a far-reaching transition of ‘residents involvement’, beyond that of the ‘early adopters’, it is not only necessary that professionals and residents are aware of this, leaders (initiating residents or professionals are needed to start such initiatives. Only when this condition is fulfilled, projects on neighbourhood scale will be successful. The underlying reason is that residents and professionals due to their underlying interests rather act on the scale of the individual property (including the immediate environment and the scale of the neighbourhood, the city and the region, respectively. Both local and national government can make a substantial contributions by informing citizens on a less fragmented basis, and more so as a part of the viability statement. Furthermore, taken the above aspects in the contract and covenant formation with professional companies will also improve the situation. Above all, professionals will need to listen (and to act in accordance with to what motivates people in any situation. To obtain a full impression of the ‘Pull’ factors of residents is the first step to a successful transition towards a more significant integration of renewable energy sources in the urban environment in The Netherlands.

  6. Energy conservation for a sustainable energy supply; Energiebesparing voor een duurzame energievoorziening

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Rooijers, F.; Kampman, B.; Bennink, D.; Bles, M.; Van Lieshout, M.; Schepers, B.

    2013-05-15

    Options available for improving energy efficiency in the Netherlands are listed and discussed. As detailed in this report, there is still substantial scope for reducing energy consumption in the production and use of energy carriers, much of it not only attractive from the perspective of society as a whole but also profitable for the actors concerned. By exploiting these opportunities, sustainability targets can be cost-effectively met. The report examines why so much potential is still not being utilised and how this can be remedied. Following a description of the potential for energy conservation, a package of smart, effective policies is recommended to secure this potential [Dutch] De mogelijkheden van energiebesparing in Nederland zijn in kaart gebracht. In deze notitie wordt aangetoond dat bij energiebesparing bij het gebruik en bij de productie van energiedragers nog veel onbenut, maar maatschappelijk aantrekkelijk potentieel ligt, waarvan een groot deel rendabel is. Benutting daarvan leidt ertoe dat de duurzaamheidsdoelen op een kosteneffectieve manier behaald kunnen worden. We hebben onderzocht waarom veel potentieel nu niet benut wordt en hoe dat wel kan gebeuren. Deze analyse beschrijft het besparingspotentieel en biedt voorstellen voor een pakket aan slimme, effectieve beleidsinstrumenten om dit potentieel te realiseren: door inzet van verplichtingen en door energiebesparing aantrekkelijker te maken.

  7. Scenario's voor duurzame energie in verkeer en vervoer; beoordeling op verschillende criteria voor duurzaamheid

    OpenAIRE

    Brink RMM van den; RIM

    2003-01-01

    The study documented here deals with the technical potential of sustainable energy sources to reduce the use of fossil fuels in the long term (2050) by more than 80% compared to their use in 1990. Biomass alone was shown to have insufficient potential to reach this goal where CO2 emissions are concerned. Fossil fuels combined with CO2 storage do have this potential, but only for a limited time period. The technical potential of renewable solar/wind/water sources to reduce CO2 emissions is mor...

  8. Affordable sustainability by means of PCM climate floors. Part 1. Findings, traditional EPCs and the energy mismatch; Betaalbare duurzaamheid door PCM-klimaatvloeren. Deel 1. Constateringen, traditionele EPC's en de energiemisrnatch

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Schmitz, A.H.H. [Autarkis, Almere (Netherlands)

    2011-03-15

    In this first part of two articles attention will be paid to conventional installation technology and the resulting energy mismatch between the demand for heat and cold and the supply of natural gas and electricity. In part 2 attention will be paid to the use of Phase Change Materials in climate-floors of which the result will be a lower energy efficiency coefficient. [Dutch] Dit eerste deel beschrijft de traditionele installatiechniek in woningen en de hieruit resulterende energiemismatch tussen vraag naar warmte en koude en aanbod van aardgas en elektriciteit. In het tweede deel zal aandacht worden besteed aan de innovatie van PCM-klimaatvloeren (Phase Change Materials). Deze innovatie resulteert niet alleen in lagere aansluitvermogens van de warmte- en koudebronnen, maar leidt ook tot een lagere energieprestatie coefficient (EPC)

  9. Affordable sustainability by means of PCM climate floors. Part 2. Findings, traditional EPCs and the energy mismatch; Betaalbare duurzaamheid door PCM-klimaatvloeren. Deel 2. Constateringen, traditionele EPC's en de energiemisrnatch

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Schmitz, A.H.H. [Autarkis, Almere (Netherlands)

    2011-04-15

    In the first part of two articles attention is paid to conventional installation technology and the resulting energy mismatch between the demand for heat and cold and the supply of natural gas and electricity. In this part 2 attention will be paid to the use of Phase Change Materials in climate-floors of which the result will be a lower energy efficiency coefficient. [Dutch] Het eerste deel beschrijft de traditionele installatiechniek in woningen en de hieruit resulterende energiemismatch tussen vraag naar warmte en koude en aanbod van aardgas en elektriciteit. In dit tweede deel wordt aandacht besteed aan de innovatie van PCM-klimaatvloeren (Phase Change Materials). Deze innovatie resulteert niet alleen in lagere aansluitvermogens van de warmte- en koudebronnen, maar leidt ook tot een lagere energieprestatie coefficient (EPC)

  10. Urban and suburban lifestyles and residential preferences in a highly urbanized society Urbane en suburbane leefstijlen en woonvoorkeuren in een samenleving onder verstedelijkingsdruk. Resultaten op basis van case onderzoek in Gent (Vlaanderen, België

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Georges Allaert

    2012-12-01

    Full Text Available It is widely recognized that cities nowadays are confronted with (new challenges like segregation and suburbanisation. This paper explores the idea that these processes are related with residential choices (or preferences made by residents with divergent lifestyles and value patterns. The paper focuses on differences between urban and suburban lifestyles and residential preferences. Firstly the concept of lifestyles in general, and urban and suburban lifestyles more specifically, are approached. Secondly the results of a quantitative survey amongst residents within four neighbourhoods in the Ghent Region, a city in Belgium, are presented. This survey confirms that residents of urban and suburban zones have divergent lifestyles, but only for behavioural aspects, such as : private property protection, status behaviour and ecological behaviour. This results however in a social-spatial inequality and polarization between the urban centres and the suburban fringe. The shared aims amongst urban as well as suburban residents for a more secure residential environment and the ideal of the detached single-family house with private garden situated within a purely residential area, were identified as drivers for future suburban migrations. These residential preferences might cause (further suburbanisation but do not need to lead to segregated social communities, since living with peers does not seem to be a driver for migration in Flanders, Belgium.Heel wat steden worden vandaag de dag geconfronteerd met een toenemende of voortschrijdende segregatie en suburbanisatie. Deze maatschappelijke en ruimtelijke processen worden in deze paper in verband gebracht met concrete woonkeuzes of -voor­keuren van de bewoners en met hun specifieke leefstijlen. In eerste instantie wordt in de paper stilgestaan bij het concept leefstijl, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen latente leefstijlen, gerelateerd aan normen, waarden en karaktereigenschappen van de respondenten ; en manifeste leefstijlen, gekoppeld aan verschillende gedragspatronen. In concreto worden de resultaten van een kwantitatief leefstijlonderzoek in vier wijken in de Gentse regio gepresenteerd. Dit onderzoek bevestigt dat de inwoners van stedelijke en voorstedelijke gebieden uiteenlopende manifeste leefstijlen hebben. Dit resulteert in een sociaal-ruimtelijke ongelijkheid en polarisatie tussen de stedelijke centra en de suburbane rand. Zowel de stedelijke als de suburbane inwoners opteren in de toekomst voor een (nog veiliger woonomgeving en voor een vrijstaande eengezinswoning met eigen tuin, gesitueerd in een residentiële wijk. Deze woonvoorkeuren kunnen (verdere suburbanisatie veroorzaken, maar hoeven niet te leiden tot segregatie, aangezien het samenwonen met gelijken geen driver voor migratie blijkt te zijn in Vlaanderen.

  11. Duflexpronovation. Sustainable Flexible Process Innovation. Perfect combination of architecture and technology; Duflexpronovatie. Duurzame Flexibele Proces Innovatie. Perfecte combinatie architectuur en techniek

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van Eck, E. [Architectenbureau Van den Broek en Bakema, Rotterdam (Netherlands); Lops, B.J.; Sauerwalt, F.W. [Kropman Installatietechniek, Rijswijk (Netherlands); Zeiler, W. [Technische Universiteit Eindhoven TUE, Eindhoven (Netherlands)

    2005-01-15

    In the 21st century, integrated building appears to be essential. The new office for the installation company Kropman in Utrecht, Netherlands, aims to make the concept of an integral approach manifest. The design came about in collaboration with the architecture firm Van den Broek and Bakema. The new way of organizing the design process makes it possible to create favourable conditions for creativity and inventiveness, and to achieve an optimal sustainable, flexible and energy-efficient office building which is user-friendly with respect to the atmosphere and functions. The maximum use of prefabricated components reduces local assembly requirements, consumption of building materials and the generation of waste on site. The principle of flexibility means that the building can be partly or entirely dismantled and rebuild in a different configuration. The project is a demonstration project within the framework of Industrial Flexible and Demountable (IFD) Building. [Dutch] In de 21e eeuw staat het integraal bouwen centraal. Deze gedachte van een integrale benadering dient het nieuwe kantoor van Kropman voor de vestiging Utrecht uit te stralen. Het ontwerp is in samenwerking met architectenbureau Van den Broek en Bakema ontstaan. Door een nieuwe organisatorische opzet van het ontwerpproces zijn gunstige condities voor creativiteit en inventiviteit ontstaan om een optimaal duurzaam, flexibel en energiezuinig kantoor te creeren met een mensvriendelijke uitstraling en beleving. Door maximale prefabricage wordt montage lokaal beperkt, zomin mogelijk materiaal gebruikt en de afvalstroom op de bouwplaats geminimaliseerd. Door flexibiliteit als uitgangspunt te nemen kan het gebouw gedeeltelijk of geheel worden gedemonteerd en opnieuw in een andere configuratie worden opgebouwd. Het project is een demonstratieproject in het kader van Industrieel, Flexibel en Demontabel Bouwen (IFD-bouwen)

  12. Ont-dekken en toe-dekken: leren over de veelvormige relatie van mensen met natuur in NME-leertrajecten duurzame ontwikkeling

    OpenAIRE

    Hovinga, D.

    2007-01-01

    The objective of the explorative development research, that is described in this dissertation, was to design a structure which underlies a theoretically sound and generally applicable guideline for environmental education learning trajectories in sustainable development. Furthermore, aspects that have played a role in this re-contextualisation process of sustainable development as learning content for environmental education have been described. The objective of this was to gain insight into ...

  13. Sleutelen aan eigen inzetbaarheid. Kansen en keerzijdes van job crafting als methodiek ter bevordering van de duurzame inzetbaarheid in de context van lagergeschoold werk

    NARCIS (Netherlands)

    Dorenbosch, L.; Grundemann, R.; Sanders, J.

    2011-01-01

    Onderzoek leert dat werknemers zelf bewust of onbewust kleine aanpassingen in hun werk doen om gezondheids- en motivatierisico’s in het werk af te wenden. Maar job crafting is niet voor iedere werknemer en binnen elk werkproces even vanzelfsprekend en effectief. TNO verkende recentelijk de kansen en

  14. A platform for sustainable energy. Planning a successful approach in your municipality; Draagvlak voor duurzame energie. Stappenplan voor een succesvolle aanpak in uw gemeente

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Feenstra, C.F.J. [FYnergy, Haarlem (Netherlands); Elsen, A.M.D. [Anne Elsen milieu-advies, Haarlem (Netherlands)

    2013-10-15

    Municipalities in the Netherlands need tips on how they can give proper support to initiators of energy projects in order to minimize resistance. On dealing with and reducing resistance to local energy projects much research has been done and literature published and experiences gained. Employees of municipalities can not study all this information and select what is useful for them. Therefore, this guide translates knowledge into a summary of action items and tips that they can implement immediately [Dutch] In de praktijk blijkt dat gemeenten behoefte hebben aan tips over hoe zij de juiste ondersteuning aan initiatiefnemers van energieprojecten kunnen geven om weerstand te beperken. Over de omgang met en het beperken van weerstand tegen lokale energieprojecten is veel onderzoek, literatuur en praktijkervaring beschikbaar. Medewerkers van gemeenten kunnen niet al deze informatie bestuderen en selecteren wat voor hen bruikbaar is. Daarom vertaalt deze wegwijzer de kennis in een beknopt overzicht van actiepunten en tips die zij direct kunnen uitvoeren.

  15. Potential of sustainable energy with regard to engineering structures. WINN Energy from Water; Potentie duurzame energie bij kunstwerken. WINN Energie uit water

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    De Jong, R.J. [Deltares, Delft (Netherlands); Slootjes, N. [HKV Lijn in Water, Lelystad (Netherlands); Van den Noortgaete, T. [Royal Haskoning, Amersfoort (Netherlands)

    2009-11-15

    This exploratory study focuses on the options of generating electrical energy from flowing water of constructions. Machines that could be suitable for other locations are also indicated. Remarks on deployment of hydropower in future constructions are also included [Dutch] Deze verkennende studie richt zich op de mogelijkheden bij bestaande kunstwerken elektrische energie uit stromend water op te wekken. Mogelijke machines voor andere locaties worden ook aangegeven. Opmerkingen over toepassing van waterkracht bij toekomstige werken zijn ook opgenomen.

  16. How healthy is the sustainable office? Indoor environmental performance of 4 sustainable buildings; Hoe gezond is het duurzame kantoor? Binnenmilieuprestatie van 4 dubo-voorbeeldgebouwen

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Boerstra, A.

    2003-03-01

    For the project 'Innovative and sustainable building and installation concepts' a survey was held among the users of a number of innovative sustainable office buildings in the Netherlands. Attention was paid to the quality of the indoor environment, health, comfort, acoustics, light, and view. [Dutch] Voor het project 'Innovatieve en duumme gebouwstallatieconcepten' is een schriftelijke enquete gehouden onder de gebruikers van een aarital innovatieve duumme kantoorgebouwen die relatief recent zijn opgeleverd. In dit artikel gaat het,over de uitkornsten voor het Waterschapshuis Vallei en Eem (Leusden), XX-Gebouw (kantoor XX architecten, Delft), De Thermostaete (kantoor DWA, Bodegraven) en kantoor Rijkswaterstaat (Terneuzen). De kantoorwerkers beantwoordden zowel algernene vragen (bv. wat is uw oordeel over de kwaliteit van het binnenmilieu?; ervaart u het gebouw waarin u werkt als een gezond gebouw?) als meer specifieke vragen, over het voorkomen van gebouwgerelateerde gezondheidsklachten en over specifieke klachten over thermisch binnenklimaat, luchtkwaliteit, geluid/akoestiek en licht en uitzicht.

  17. Water as a source of renewable energy. Recommendations and energy payback periods of eight techniques; Water als bron van duurzame energie. Aanbevelingen en energieterugverdientijden van acht technologieen

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van de Berg, M.; Geurts, F.; Stolk, N.

    2010-02-15

    This report describes the environmental impact of six energy technologies using water: thermal energy storage, tidal current, tidal energy with height of fall, wave energy, aquatic biomass and osmosis energy (blue energy) [Dutch] In dit rapport zijn de omgevingseffecten van zes energietechnologieen met water beschreven: warmte koude opslag, getijdenstroming, getijdenenergie op verval, golfenergie, aquatische biomassa en osmose-energie (blue energy)

  18. Je kunt een rivier niet twee keer oversteken ... : Intreerede aan de Haagse Hogeschool voor het lectoraat Financial Inclusion and New Entrepreneurship, 24-5-2013

    NARCIS (Netherlands)

    Molenaar, Klaas

    2013-01-01

    Om actief te kunnen deelnemen aan de samenleving, moet iemand toegang hebben tot financiële diensten. Onze samenleving wordt steeds meer divers, mobiliteit en sociale media beiden nieuwe kansen voor ondernemende mensen. Ondernemers zijn niet meer plaats gebonden en kennen geen grenzen als zij markte

  19. Welkom in Rotterdam! : een studie naar interculturele ontmoetingen tussen 'oude' en 'nieuwe' Rotterdammers

    NARCIS (Netherlands)

    Muijres, M.E.A.; Aarts, M.N.C.

    2011-01-01

    Maatschappelijke solidariteit tussen verschillende bevolkingsgroepen bestaat nog wel degelijk in de huidige multiculturele samenleving van Rotterdam. Dat concluderen onderzoekers in een studie van de Wetenschapswinkel van Wageningen UR (University & Research centre) naar de effecten van de inter

  20. Malaysian Cinema, Asian Film : Border Crossings and National Culture

    OpenAIRE

    Heide,, M.

    2002-01-01

    William van der Heide maakt in dit boek een vergelijking tussen de samenstelling en het karakter van de Maleisische samenleving en het karakter van de in Maleisië geproduceerde en gedistribueerde films. De auteur karakteriseert Maleisië als een pluralistische samenleving, die bestaat uit een veelvoud van culturele entiteiten. Van der Heide komt tot de slotsom dat de filmcultuur, die zowel nationaal gedistribueerde en vertoonde films als kleinschalige lokale producties omvat, in Maleisie een e...

  1. Sustainable newly built UPC office in Leeuwarden, Netherlands. Use of surface water for cooling call centre and office building; Duurzame nieuwbouw UPC Leeuwarden. Oppervlaktewater voor koeling callcenter en kantoor ingezet

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Groot-D' hondt, E. [Wolter en Dros, Amersfoort (Netherlands)

    2010-10-15

    The municipality of Leeuwarden, Netherlands, and the cable company UPC Netherlands signed contracts for the construction of the UPC headquarters in Leeuwarden, March 2010. The building of the 'greenest' Green Office of the Netherlands, started in June 2010 and is expected to be finalized the end of 2011. Use is made of surface water, rain, heat and cold storage in combination with a heat pump and low temperature systems, such as climate ceilings and floor heating, green roofs, natural insulation, and photovoltaic cells. [Dutch] De gemeente Leeuwarden en UPC Nederland ondertekenden 17 maart 2010 de contracten voor de nieuwbouw van het UPC-hoofdkantoor in Leeuwarden. De bouw van het 'groenste' Green Office van Nederland, startte in juni 2010 en wordt naar verwachting eind 2011 opgeleverd. Er wordt gebruik gemaakt van oppervlaktewater, regenwater, warmte- en koudeopslag in combinatie met een warmtepomp en lage temperatuursystemen, zoals klimaatplafonds en vloerverwarming, groene daken , natuurlijke isolatie, en photovoltaische cellen.

  2. Knowledge for a sustainable economy. Knowledge questions around the Dutch Memorandum on Environment and Economy ('Nota Milieu en Economie'); Kennis voor een duurzame economie. Kennisvragen rond de Nota Milieu en Economie

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Dieleman, J.P.C.; Hafkamp, W.A. [Erasmus Studiecentrum voor Milieukunde, Erasmus Universiteit Rotterdam, Rotterdam (Netherlands)

    1999-05-19

    June 18, 1997, the Dutch government presented the Memorandum Environment and Economy with the aim to contribute to integration of environment and economy and to stimulation the realization of a sustainable economy. Next to a vast overview of actions, ideas, perspectives, staring points, challenges and dilemmas to take into account when forming a sustainable economy, it is indicated in that Memorandum that there is a need for research and knowledge to compile relevant data and insight to support decision making processes. The aim of this report is to develop a framework in which knowledge questions can be generated. The questions that fall outside the framework of the Memorandum concern needs, values and images and are formulated in four groups: (1) what is the role of materialism and stress in processes of conventional economic growth?; (2) What is the importance of reduction of consumption ('consuminderen') and slowing down ('onthaasting' or dehasting) to realize a process of sustainable economic development; (3) which images form the basis of the present process of economic development, where do they come from and how do they change over time; and (4) which images of progression give direction to a sustainable economic development and how do they exist? The questions that follow the Memorandum concern decoupling (of environment and economy), sustainable consumption, knowledge economy, institutions and a process of change. Central in the framework of knowledge questions are questions, related to perspectives and actions, as formulated in the Memorandum for different sectors in the Dutch society: industry and services; agriculture and rural areas; and traffic, transport and infrastructure.

  3. New resources for chemicals. Elaboration of transition path 5. Innovative use of green materials and/in sustainable chemistry; Nieuwe bronnen voor chemie. Uitwerking van transitiepad 5. Innovatief gebruik groene grondstoffen en/in duurzame chemie

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Bruggink, A.

    2006-09-15

    In the Netherlands, the chemical industry is the largest industrial user of fossil feedstocks: approximately 20% of the total, of which 60% as feedstock for end products. The chemical industry can save on its current total consumption of fossil feedstocks of approximately 685 PJ up to 200 PJ by means of replacement, avoidance and saving. In the main sector, the organic chemical sector, the use of fossil feedstocks for end products can be reduced with 50% (140 PJ), half of which through replacement by renewable feedstocks from biomass and the other half by recycling of top 10 synthetics. The latter requires an international approach. [mk]. [Dutch] In Nederland is de chemie de grootste industriele gebruiker van fossiele grondstoffen: ruim 20% van het totaal waarvan 60% in de vorm van grondstof voor eindproducten. De chemie kan op haar huidig totaalverbruik aan fossiele grondstoffen van ca. 685 PJ tot 200 PJ besparen door vervanging, vermijding en besparing. In de belangrijkste sector, de organische chemie, kan het verbruik in de vorm van fossiele grondstof voor eindproduct met 50% (140 PJ) terug, waarvan de helft door vervanging door hernieuwbare grondstoffen uit biomassa en de helft door hergebruik van top-10 kunststoffen. Voor het laatste is een internationale aanpak nodig.

  4. Innovation born of Integration : Moving towards sustainable production of animal-source food

    NARCIS (Netherlands)

    Boer, de I.J.M.

    2012-01-01

    Het antwoord op de vraag naar de meest duurzame innovaties in de sector is niet eenvoudig. Doelstellingen rondom duurzaamheid conflicteren vaak. De weg naar een duurzame veehouderij betekent impliciet keuzes maken. Het beschouwen en analyseren van alle aspecten in de keten en hun samenhang is essent

  5. Perspectief zonnestroom in de agrarische sector

    NARCIS (Netherlands)

    Spruijt, J.; Terbijhe, A.

    2016-01-01

    Het aantal agrarische bedrijven dat zonnestroom (PV) produceert is de afgelopen jaren snel toegenomen. De huidige salderingsregeling (voor kleine PV systemen) of de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE; voor grote PV systemen) en fiscale regelingen maakten het voor veel agrarische ond

  6. Samenwerking Wageningen UR met: Stichting Kennisontwikkeling Kennisoverdracht Bodem

    NARCIS (Netherlands)

    Agterberg, H.

    2011-01-01

    Stichting Kennisontwikkeling Kennisoverdracht Bodem (SKB) is een onafhankelijke stichting die belanghebbenden rondom een duurzame ontwikkeling van de bodem verbindt. De SKB werkt al meer dan tien jaar samen met Wageningen UR.

  7. Overleeft de hamster?

    NARCIS (Netherlands)

    Apeldoorn, van R.C.; Klein Douwel, C.; Thomas, P.

    1999-01-01

    Een analyse van de achteruitgang van de hamster (Cricetus cricetus) in Europa en Limburg, de oorzaken (veranderingen in de landbouw; versnippering van leefgebieden), en oplossingsrichtingen voor een duurzaam overleven van de hamster in Limburg (kernpopulaties in duurzame populatienetwerken)

  8. Stad zoekt boer

    OpenAIRE

    Jansma, J.E.; Jansen, Y.

    2009-01-01

    Landbouw verdient een plek in de stad, stellen Wageningse wetenschappers. Het maakt de stad groener en de voedselproductie duurzamer. Almere wil grond vrijmaken voor stadsboeren: `Als ideaalbeeld is het magnifiek.¿

  9. Vulnerability Concept and its Application to Food Security

    OpenAIRE

    Lucas PL; Hilderink HBM; LOK; KMD

    2005-01-01

    Dit rapport beschrijft de operationalisatie van de term 'duurzame ontwikkeling' door gebruik te maken van het kwetsbaarheidconcept. Kwetsbaarheid beschrijft de mate van schade dat een systeem kan ondervinden door blootstelling aan een bepaalde druk en beschrijft daarmee niet duurzame processen. Voor de operationalisatie wordt een raamwerk geintroduceerd dat bestaat uit de drie elementen van kwetsbaarheid, namelijk blootstelling, gevoeligheid en aanpassingscapaciteit. Het raamwerk ma...

  10. Bedrijven en kennisinstellingen actief met Biomimicry

    OpenAIRE

    Overbeek, G.; Vogelzang, T.A.

    2014-01-01

    Biomimicry is innovatie geïnspireerd door de natuur en gaat over wat je kunt leren van de natuur i.p.v. wat je eruit kunt gebruiken. De lessen kunnen leiden tot duurzame ontwerpprincipes voor tal van productieprocessen. Daarmee biedt biomimicry een oplossingsgerichte manier van denken voor de groene of de circulaire economie, omdat de natuur bij haar duurzame ontwerpprincipes minder energie en materialen gebruikt en daarmee CO2 uitstoot en grondstoffen bespaart. De vraag is nu hoe biomimicry ...

  11. Energielandschap ontwikkeling in studio operationele planning : 2010-2012 Community of Practice (CoP) Valorisatie bio-massa uit natuur & landschap

    OpenAIRE

    Knaap, van der, J.A.; Meulen, van der, SH Stan

    2013-01-01

    Duurzame energie is direct verbonden aan een bepaalde locatie. Deze locatie wordt beïnvloed door vele uiteenlopende ruimtelijke en natuurlijke aspecten. We kunnen daarom vaststellen dat duurzame energie afhankelijk is van de ruimtelijke organisatie van een betreffende locatie. In dit verslag wil de leerstoelgroep landgebruiksplanning van Wageningen Universiteit een bijdrage leveren aan het KIGO-project door een planproces te beschrijven voor het ontwikkelen van een energielandschap. Het versl...

  12. Agrobiodiversiteit en duurzaam bodembeheer in de provincie Limburg (Venray e.o) : eind rapportage

    OpenAIRE

    Dogterom , J.; Korthals, G.W.; Gastel-Topper, van, A.W.W.; Meuffels, G.J.H.M.

    2010-01-01

    De Vereniging Innovatief Platteland (VIP) wil met innovaties en duurzame activiteiten werken aan een duurzame landbouw in het gebied rondom Venray. Werken aan biodiversiteit en duurzaam bodembeheer hoort daar nadrukkelijk bij. Door dit project is een aanzet gegeven in het gebied rondom Venray tot het verder implementeren en doorvertalen van wetenschappelijke kennis naar de praktijk. Er is in een nauwe interactie tussen wetenschap, adviseurs en andere intermediairen en ondernemers gewerkt aan ...

  13. De teloorgang van de Bosbouw? Een historisch overzicht van de discussie over de zelfvoorzieningsgraad van hout in Nederland

    NARCIS (Netherlands)

    Zevenbergen, M.

    2003-01-01

    In een periode dat bosbouw als activiteit politiek gezien nauwelijks een issue lijkt te zijn, heeft de auteur een retrospectieve analyse gemaakt van de vraag wanneer en in welke mate de Nederlandse samenleving zich in de twintigste eeuw zorgen maakte over de discrepantie tussen de vraag naar de gron

  14. Acute and chronic pancreatitis: epidemiology and clinical aspects

    NARCIS (Netherlands)

    B.W.M. Spanier

    2011-01-01

    In Nederland zijn de afgelopen jaren de incidentiecijfers en de ziekenhuisopnamen voor acute en chronische alvleesklierontsteking (pancreatitis) gestegen. De verwachting is dat deze blijven toenemen bij een vergrijzende samenleving. Uit de EARL-studie van Marcel Spanier komt naar voren dat bij acute

  15. Design in een genetwerkte ecologie

    NARCIS (Netherlands)

    Nigten, Anne

    2016-01-01

    De netwerksamenleving verandert in een genetwerkte ecologie. Daarin zien we interactie ontstaan tussen mensen, overheden, bedrijven, slimme objecten, apparaten en de slimme samenleving. Mensen staan in die genetwerkte ecologie niet langer automatisch centraal. De mens is in toenemende mate een onder

  16. Cybersecurity – introductie

    NARCIS (Netherlands)

    Werkhoven, P.J.

    2009-01-01

    Het thema van deze special is Cybersecurity, een thema dat steeds belangrijker wordt in onze samenleving. Als de informatie- en communicatietechnologie (ICT) uitvalt, trekken bij veel bedrijven en overheden de medewerkers al binnen een uur gefrustreerd hun jas aan. Langdurige e-mailuitval lijkt voor

  17. The Cultural Landscape & Heritage Paradox : Protection and Development of the Dutch Archaeological-historical Landscape and its European Dimension

    NARCIS (Netherlands)

    2010-01-01

    De grootste uitdaging vormen de vaak onzichtbare archeologisch-historische landschappen. Het gaat erom deze tijdig te herkennen teneinde ze te kunnen inpassen in de ruimtelijke ontwikkeling en hun betekenis voor de samenleving duidelijk te maken. Steeds vaker wordt onderkend dat dit evenveel te make

  18. Ik lees de wereld

    NARCIS (Netherlands)

    van Driel, H.A.M.J.; van Avezaath, Jan

    2014-01-01

    Al onze zintuigen werken samen om de wereld te ontdekken, al moet gezegd dat de zintuigen reuk, smaak en tast er bekaaid van afkomen in een samenleving die met name gericht is op zien en horen. Maar niet getreurd, Cubiss Next en de Universiteit van Tilburg sloegen de handen ineen en ontwierpen vijf

  19. Thema Maatschappelijke Veiligheid : Vraaggestuurd programma 2011-2014, VP Veilige Maatschappij : Bijstelling 2013

    NARCIS (Netherlands)

    Don, J.A.

    2012-01-01

    In het Strategisch Plan 2011-2014 van TNO is het Thema Integrale Veiligheid gericht op een veiliger samenleving. De twee innovatiegebieden binnen dit Thema zijn: 1. Defence Research 2. Safety and Security Research Voor de ontwikkeling van de strategie en de programmering van het Vraaggestuurde onder

  20. De noodzaak van opvoeding en het bestaansrecht van de pedagogiek

    OpenAIRE

    Thoomes, D.T.

    2000-01-01

    De auteur verdedigt de stelling dat de pedagogiek een normatieve wetenschap is met een eigen onderzoeksobject. De historische ontwikkeling van het opvoedkundig denken geeft een sterke verwevenheid te zien met filosofisch-antropologische uitgangspunten en met historisch-culturele kenmerken. Opvoeding anno 2000 wordt onder andere geconfronteerd met postmoderne ontwikkelingen in de samenleving ('Hauslosigkeit') en veranderderde gedragspatronen bij jongeren (van standaardlevensloop naar keuzebiog...

  1. Tijd en ruimte : nieuwe toepassingen van GIS in de alfawetenschappen

    NARCIS (Netherlands)

    Boonstra, O.; Schuurman, A.J.

    2009-01-01

    Geografische Informatiesystemen (GIS) eisen een steeds grotere rol op in onze samenleving. De digitale representatie van ruimte is bijvoorbeeld al door ‘Tom-Tom’ en ‘GoogleMaps’ dicht bij de doorsnee gebruiker gebracht. Het gebruik van ‘geo-informatie’ maakt een opvallende bloei door, maar er is nog

  2. Maatstaven voor financieringsbeperkingen: een studie op Nederlandse KMO´s

    OpenAIRE

    Schincariol, Björn

    2013-01-01

    Deze masterproef tracht inzicht te verwerven in de financieringsproblematiek en de verscheidene mogelijke maatstaven voor financieringsbeperkingen die in de wetenschappelijke literatuur reeds onderzocht zijn. De focus ligt in dit onderzoek echter op de financieringsbeperkingen bij Nederlandse kleine en middelgrote ondernemingen en beperkt zich tot de financieringsproblemen die voortkomen uit het niet verkrijgen van kredietleningen. In de hedendaagse samenleving is het voor talloze bedrijven u...

  3. Preventiestrategiën in de praktijk : Een meta-evaluatie van criminaliteitspreventie-projecten

    NARCIS (Netherlands)

    Polder, W.; Vlaardingen, F.J.C. van

    1992-01-01

    In 1985 is in het kader van het Justitie-beleidsplan Samenleving en Criminaliteit (SEC) de Stuurgroep Bestuurlijke Preventie van Criminaliteit in het leven geroepen. Daarmee startte een periode van vijf jaar experimenteel beleid, waarin de stuurgroep financiele steun heeft verleend aan criminaliteit

  4. Advies over seismische activiteiten en bodemdaling

    NARCIS (Netherlands)

    Thienen-Visser, K. van

    2015-01-01

    Ze vindt het geweldig om als onderzoeker te werken aan onderwerpen die in onze samenleving heel actueel zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan allerlei aspecten rond de gas- en zoutwinning in ons land. Dr. Karin van Thienen-Visser is medeverantwoordelijk voor de technisch-geomechanische adviezen hierov

  5. A New Social Question? : On Minimum Income Protection in the Postindustrial Era

    NARCIS (Netherlands)

    Marx, Ive

    2006-01-01

    In A New Social Question? On Minimum Income Protection in the Postindustrial Era staat de vraag centraal of de overgang van een industriële naar een een post-industriële samenleving daadwerkelijk heeft geleid tot wat Pierre Rosanvallon ooit een 'Nieuwe Sociale Kwestie' noemde. We zouden vandaag imme

  6. Naar de bollen

    OpenAIRE

    Koopmans, C.; Marlet, G.; Willebrands, D.

    2014-01-01

    In de periode 2020-2040 is het bouwen van woningen in de Bollenstreek voor de samenleving rendabeler dan in Almere. Woningbouw in het Westland brengt echter hoge kosten met zich mee, omdat dan kassen moeten worden verplaatst. Dit blijkt uit een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) van verplaatsen van tuinbouw ten behoeve van nieuwe woningen.

  7. An Autarkic caravan. Capacity reduces power, energy consumption and maintenance; Een Autarkische caravan. Capaciteit reduceert vermogen, e-gebruik en onderhoud

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Schmitz, A.H.H. [Autarkis, Almere (Netherlands)

    2012-10-15

    In this article a simple dynamic model is used, based on a so-called Autarkic caravan, to mathematically prove the fact that capacity can reduce power, saves energy and maintenance cost [Dutch] Capaciteit reduceert het additioneel te installeren koel- en verwarmingsvermogen. Dit resulteert in besparingen op energie en exploitatielasten. Thermisch autarkische leefzones zijn alleen met massa realiseerbaar. Het betreft een principiele discussie, die beslecht wordt door wiskundige bewijsvoering met een eenvoudig dynamisch model aan de hand van een Autarkische caravan. De consequenties van het bewijs zijn verstrekkend. Numerieke simulatiemodellen en meetdata moeten in overeenstemming zijn met het formele bewijs. De wiskundige deductie leidt tot standaardisatie van de gebouwde omgeving. Het Klimagerechtes dimensioneren zal telkens weer leiden tot dezelfde ontwerpbeslissingen, waardoor de wetten van de architectonische esthetica ondergeschikt worden gemaakt aan betaalbare duurzaamheid door klimaattechnici.

  8. Trias Energetica not always in the lead; Trias Energetica is niet altijd leidend

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Willemsen, G. [IF Technology, Arnhem (Netherlands)

    2007-11-15

    Since 1996, Trias Energetica is a major guide for energy advisors: first realize the highest possible energy saving, then implement sustainable energy, and finally utilise fossil fuels. The logic of this guideline does not always work well in practice. The application of sustainable energy should not always come in second place. Moreover, there is a grey area between energy saving and sustainable energy.(mk) [Dutch] De Trias Energetica is sinds 1996 een belangrijke leidraad voor energieadviseurs: eerst zoveel mogelijk energie besparen, dan duurzame energie inzetten, en als laatste pas fossiele brandstoffen toepassen. De logica van deze richtlijn gaat in de praktijk echter niet altijd op. De toepassing van duurzame energie moet niet automatisch opde tweede plaats komen. Bovendien is er een grijs gebied op de grens tussen energiebesparing en duurzame energie.

  9. Is het debat over toekomstige mobiliteit te beperkt? Een voorstel voor een multidimensionaal perspectief

    OpenAIRE

    Bertolini, L.; Pelzer, P; Brömmelstroet, te, M.

    2015-01-01

    In 2013 werd in Nature een debat rondom de toekomst van het stedelijke mobiliteitssysteem aangezwengeld in een paper door Lawrence D. Burns. Hierin geeft hij een sterke en stimulerende visie over de centrale rol hierin voor de zelfrijdende, elektrische en gedeelde auto. We delen zijn enthousiasme en urgentie om een maatschappelijk debat te voeren over dit thema omdat het een centraal element is voor de toekomstbestendigheid van onze -in toenemende mate- verstedelijkte samenleving. In dit CVS ...

  10. Book Reviews

    OpenAIRE

    Lynn Pan; Herman C. Kemp; David Stuart-Fox; Colin Nicholas; Cornelia M.J. van der Sluys; Paul van Beckum; Remco Raben; Helena A. van Bemmel; John N. MIKSIC; David T. Hill; H.M.J. Maier; John Guy; Ruth Barnes; Rens Heringa; Gavin W. Jones

    2000-01-01

    - Matthew Amster, Jérôme Rousseau, Kayan religion; Ritual life and religious reform in Central Borneo. Leiden: KITLV Press, 1998, 352 pp. [VKI 180.] - Atsushi Ota, Johan Talens, Een feodale samenleving in koloniaal vaarwater; Staatsvorming, koloniale expansie en economische onderontwikkeling in Banten, West-Java, 1600-1750. Hilversum: Verloren, 1999, 253 pp. - Wanda Avé, Johannes Salilah, Traditional medicine among the Ngaju Dayak in Central Kalimantan; The 1935 writings of a former Ngaju Day...

  11. Bouw een intelligente robot in de klas met Dwengo

    OpenAIRE

    Bertels, Peter; wyffels, Francis; Bruneel, Karel

    2011-01-01

    Elektronica is niet meer weg te denken uit onze samenleving: niet enkel computers en spelconsoles, maar ook alledaagse huishoudtoestellen of auto’s zitten vandaag vol met micro-controllers. We staan er niet bij stil dat in elk van die micro-controllers een programmaatje loopt dat er voor zorgt dat alles correct werkt in interactie met de omgeving. Informatica in actie, dus. Dwengo vzw brengt micro-controllers naar het onderwijs. Leerlingen uit het voortgezet onderwijs bouwen zelf een intel...

  12. E-commerce in Europa

    OpenAIRE

    DEJAEGHER, Karen

    2005-01-01

    Hoewel het Internet en e-commerce al troebele waters hebben doorzwommen, is duidelijk gebleken dat deze twee concepten niet meer weg te denken zijn uit onze samenleving. Een deel van de wereldeconomie wordt uitgemaakt door online retailing en bedrijven kunnen een beduidend concurrentieel voordeel behalen door aanwezig te zijn op het Web waar barrières zoals tijd en afstand minder spelen. Bovendien biedt het Internet de unieke mogelijkheid om producten en diensten aan te passen aan individuele...

  13. Verandermanagement en beleid: Waarom vertonen professionals weerstand tegen nieuw beleid?

    OpenAIRE

    Tummers, Lars

    2014-01-01

    markdownabstract__Abstract __ Professionals vertonen vaak weerstand tegen nieuw overheidsbeleid dat ze moeten uitvoeren. Dit kan de legitimiteit en effectiviteit van beleid aantasten. Het doel van dit artikel is om de belangrijkste oorzaken voor weerstand tegen nieuw overheidsbeleid te identificeren. Ik gebruik hiervoor het model van beleidsvervreemding, dat uit vijf dimensies bestaat: strategische, tactische en operationele machteloosheid, en zinloosheid voor de samenleving en voor de eigen ...

  14. Collectivisme en individualisme: culturen aan de telefoon

    OpenAIRE

    Swaanenburg, G.Th.H.; Wierenga, Berend

    1997-01-01

    textabstractNederland kent een diversiteit aan subculturen en daarmee gepaard gaande subculturele normen en waarden. Deze normen en waarden dragen ertoe bij dat personen handelen hoe ze handelen. Steeds vaker proberen marketeers de normen en waarden van subculturen. als onderdeel van de Nederlandse samenleving. aan te grijpen om daar vervolgens hun marketingstrategie op af te stemmen. Hiervoor is gedegen marktonderzoek nodig. In dit artikel wordt een veldonderzoek beschreven onder Turkse en a...

  15. Vijf slogans voor het nieuwe engagement

    OpenAIRE

    Vintges, K.

    2004-01-01

    Het oude engagement is dood, leve het nieuwe engagement!' Sociaal en politiek filosofe Karen Vintges betreurt het bepaald niet dat het oude en ideologische engagement verdwenen is. Want ze ziet dat zich een nieuw engagement heeft uitgekristalliseerd dat niet meer uitgaat van een blauwdruk over de ideale samenleving, maar op kleine schaal probeert de wereld te verbeteren. Bijvoorbeeld door 'zoiets simpels als het uitlenen van een sofi-nummer aan een asielzoeker.'

  16. The discursive other dynamics in plant scientists' talk on Phytophthora with experts and the public

    OpenAIRE

    Mogendorff, K.G.

    2014-01-01

    In toenemende mate wordt van wetenschappers verlangd dat ze technologieën ontwikkelen die nuttig zijn voor en in de samenleving. Het proefschrift The discursive Other kijkt naar hoe plantonderzoekers deze verwachting oppakken. Het proefschrift analyseert bijeenkomsten waarin plantonderzoekers verantwoording afleggen over hun deels omstreden onderzoek naar ziektebestrijding in aardappelen. Dat doen ze aan collega-experts of aan het bredere publiek. Het blijkt dat plantonderzoekers vooral prate...

  17. De kleine vraagbaak van het Kyoto Protocol : vragen en antwoorden over ontstaan, inwerkingtreding en uitvoering van het Kyoto Protocol

    OpenAIRE

    Berk, M.; Bollen, J; Dorland, van, G.J.; Eickhout, B.; Gaast, van der, A.; Gijsen, A.; Heij, B.J.; Jansen, B.; Meer, van der, D

    2005-01-01

    Bij gelegenheid van de officiële inwerkingtreding van het Kyoto-protocol hebben Wageningen UR, KNMI, RIVM, NWO, VU en ECN een handzaam boekje uitgegeven met antwoorden op alle vragen die u maar over de zin en onzin van Kyoto kunt bedenken. Het boekje legt uit wat het protocol inhoudt en wat het betekent voor milieu, economie en samenleving. Ook het jargon dat door klimaatonderzoekers en in het internationale onderhandelingscircuit wordt gebruikt, wordt in begrijpelijke bewoordingen

  18. Participatie van mensen met beperkingen 2005: basismeting participatiemonitor.

    OpenAIRE

    Cardol, M.; Vervloet, M.; Rijken, M

    2006-01-01

    Een groot deel van de mensen met lichamelijke beperkingen vindt een eigen manier om via werk, school, vrije tijd en sociale contacten te participeren in de samenleving. Toch kan dat nog beter. Elke dag buiten komen is bijvoorbeeld voor het gros van de lichamelijk gehandicapten vanzelfsprekend. Maar eenmaal buiten de deur, is komen waar je wezen wilt vaak lastig, door de aanwezigheid van drempels, steile hellingen of losse stoeptegels. Dit blijkt uit onderzoek van het NIVEL (Nederlands institu...

  19. Algorithms for drawing planar graphs

    OpenAIRE

    Kant, Goossen

    2001-01-01

    Computers raken meer en meer ingeburgerd in de samenleving. Ze worden gebruikt om informatie uit te rekenen, op te slaan en snel weer te geven. Deze weergave kan gebeuren in tekst, tabellen of in allerlei andere schema's. Een plaatje zegt vaak meer dan 1000 woorden, mits het plaatje duidelijk en overzichtelijk is. Een schema kan bestaan uit rechthoeken met informatie en verbindingslijnen tussen deze rechthoeken. Denk maar aan een schematische weergave van de organisatie structuur van een bedr...

  20. Het eind van maatschappelijk verantwoord ondernemen

    OpenAIRE

    Kolk, A.

    2003-01-01

    Hoe gaan ondernemingen, managers en accountants om met eisen en verwachtingen van de samenleving? Deze vraag - na affaires zoals Enron en de bouwfraude actueler dan ooit - heeft tot grote aandacht voor 'maatschappelijk verantwoord ondernemen' (MVO) geleid. Juist nu echter betoogt Kolk dat het einde van MVO, in de huidige invulling, in zicht is. Zij analyseert de inhoudelijke tekortkomingen van het huidige Nederlandse MVO-beleid, dat wetgeving op voorhand afwijst, vrijwilligheid benadrukt, en ...

  1. Het eind van maatschappelijk verantwoord ondernemen, of het begin?

    OpenAIRE

    Kolk, A.

    2003-01-01

    Hoe gaan ondernemingen, managers en accountants om met eisen en verwachtingen van de samenleving? Deze vraag - na affaires zoals Enron en de bouwfraude actueler dan ooit - heeft tot grote aandacht voor 'maatschappelijk verantwoord ondernemen' (MVO) geleid. Juist nu echter betoogt Kolk dat het einde van MVO, in de huidige invulling, in zicht is. Zij analyseert de inhoudelijke tekortkomingen van het huidige Nederlandse MVO-beleid, dat wetgeving op voorhand afwijst, vrijwilligheid benadrukt, en ...

  2. Mexico and the global problematic: power relations, knowledge and communication in neoliberal Mexico

    OpenAIRE

    Neijens, P.C.; Hamelink, C.J.; Gómez-Llata Cázares, E.G.

    2012-01-01

    Enrique Gómez-Llata onderzocht welke sociale structuren tussen 1980 en 2010 hebben bijgedragen aan de toename van armoede en agressie in de Mexicaanse samenleving. Hij richtte zich met name op de communicatiepraktijken die tijdens deze periode in Mexico gebruikelijk waren. Gómez-Llata concludeert onder meer dat de regering en de politieke partijen die deelnemen aan de regering verhinderden dat wooncondities en communicatiemogelijkheden werden verbeterd. Hij identificeert verschillende communi...

  3. Designing sustainable energy landscapes : concepts, principles and procedures

    NARCIS (Netherlands)

    Stremke, S.

    2010-01-01

    De doelstelling van dit proefschrift is om de planning en het ontwerp van duurzame energielandschappen verder te ontwikkelen met daarbij bijzondere aandacht voor de regionale schaal. De volgende vier onderzoeksvragen stuurden het onderzoek: 1. Wat kunnen we leren van natuuurlijke ecosystemen; 2. Wat

  4. Bedrijven en kennisinstellingen actief met Biomimicry

    NARCIS (Netherlands)

    Overbeek, G.; Vogelzang, T.A.

    2014-01-01

    Biomimicry is innovatie geïnspireerd door de natuur en gaat over wat je kunt leren van de natuur i.p.v. wat je eruit kunt gebruiken. De lessen kunnen leiden tot duurzame ontwerpprincipes voor tal van productieprocessen. Daarmee biedt biomimicry een oplossingsgerichte manier van denken voor de groene

  5. Microbial conversion of lignocellulose-derived carbohydrates into bioethanol and lactic acid

    NARCIS (Netherlands)

    Maas, R.H.W.

    2008-01-01

    Houtachtige biomassa (rest)stromen kan één van de duurzame alternatieven gaan worden voor aardolie omdat het kan dienen als grondstof voor de productie van biobrandstoffen en bulkchemicaliën. Belangrijk voordeel van deze technologie is dat er geen gebruik hoeft te worden gemaakt van plantaardige pro

  6. De Next Generation Semigesloten Kas : Perspectief van een ontvochtigingssysteem op basis van een koeloppervlak en

    NARCIS (Netherlands)

    Zwart, de H.F.; Speetjens, S.L.

    2013-01-01

    Het nieuwe concept Next Generation Semigesloten kas is met recht een opvolger van eerdere generaties (semi)gesloten kassen. Het systeem realiseert een substantiële invulling van de verwarming van kasteelten met duurzame warmte. Het concept is gebaseerd op een kleine aanpassing van de luchtbehandelin

  7. Energy conservation indicators cold and heat storage. Revision factsheet cold and heat storage 2009; Besparingskentallen koude- en warmteopslag. Herziening factsheet koude- en warmteopslag 2009

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Bosselaar, L. [SenterNovem, Utrecht (Netherlands); Koenders, M.J.B.; Van Helden, M.J.C.; Kleinlugtenbelt, J.H. [IF Technology, Arnhem (Netherlands)

    2009-08-15

    The aim of the title revision is to update the existing indicators for cold and heat storage as given in the Protocol Monitoring Sustainable Energy [Dutch] Het doel van het onderzoek is om de bestaande set van kentallen voor koude- en warmteopslag uit het Protocol Monitoring Duurzame Energie te actualiseren.

  8. Energie uit rioolwater en keukenafval bij hoge druk

    NARCIS (Netherlands)

    Zagt, K.; Barelds, J.; Lier, van J.; Weijma, J.; Plugge, C.M.

    2010-01-01

    Decentrale sanitatie als invulling van een duurzame waterketen is bedacht in Wageningen en tussen 2002 en 2005 door een aantal partijen in het noorden van Nederland ontwikkeld tot een bruikbaar concept. Het demonstratieproject DeSaH in Sneek heeft laten zien dat het toepassen van decentrale sanitati

  9. Marketing strategy & organization : Building sustainable business

    NARCIS (Netherlands)

    Moenaert, R.K.; Robben, H.S.J.; Gouw, de M.

    2012-01-01

    Marketing als duurzame business. Hét basiswerk over het plannen en implementeren van marketingactiviteiten om het concurrentievermogen van een organisatie te optimaliseren. Een science-based en praktische synthese van ideeën en modellen die een duurzaam onderscheid in de markt daadwerkelijk mogelijk

  10. Co-innovatie Triple P: integratie van marketingstrategie en personeelsbeleid

    NARCIS (Netherlands)

    Bartels, J.; Hendriks, R.; Ruyter, de P.; Zeelenberg, A.; Engelsman, V.; Eichelsheim, C.; Skoppek, H.; Schmidt, M.

    2008-01-01

    Dit project richt zicht op de integratie van Triple P marketing en personeelsbeleid. Het doel van het project luidt als volgt: “Hoe kun je in de marketing van biologische groenten en fruit effectief gebruik maken van de intrinsieke waarden van duurzame landbouw en maatschappelijk verantwoord onderne

  11. Eindsprint in boomkwekerij voor doelstellingen convenant

    NARCIS (Netherlands)

    Wijnands, F.G.

    2010-01-01

    De Nederlandse boomkwekerijsector blijft in dit laatste jaar van het convenant Duurzame Gewasbescherming hard aan de milieudoelstellingen trekken. De sector is goed op weg, maar de 95 procent reductie van de milieubelasting van het oppervlaktewater ten opzichte van 1998 is nog niet bereikt.

  12. Horti Indigo for denim : haalbaarheidsstudie en marktontwikkeling

    NARCIS (Netherlands)

    Lans, van der C.J.M.; Noort, van F.R.; Garcia Victoria, N.

    2014-01-01

    De (sub)tropische plant Indigofera wordt geteeld om de kleurstof indigo. In deze haalbaarheidsstudie is gekeken naar de technische en economische mogelijkheden van duurzame kasteelt van Indigofera. De kleurstofopbrengst bij buitenteelt (Azië) ligt tussen 30,87-76.72 kg/ha. Opbrengstverhogende factor

  13. Recreatie en biodiversiteit in balans; een ruimtelijke benadering

    NARCIS (Netherlands)

    Vos, C.C.; Opdam, P.F.M.; Pouwels, R.

    2003-01-01

    In Nederland streeft men ernaar natuurgebieden zo veel mogelijk open te stellen voor recreatie. Recreatie kan echter een extra stressfactor betekenen voor kleine en versnipperde populaties. Dat kan de duurzame instandhouding van soorten in gevaar brengen. Het combineren van recreatie en natuur vraag

  14. Hydrogen from biomass

    NARCIS (Netherlands)

    Claassen, P.A.M.; Vrije, de G.J.

    2006-01-01

    Waterstof wordt steeds vaker genoemd als energiedrager van de toekomst. Een ontwikkeling van een proces voor waterstofproductie uit biomassa sluit aan bij het streven van de Nederlandse overheid om een steeds groter aandeel duurzame energie uit biomassa te betrekken. Dit rapport beschrijft de voorui

  15. Ik lees de wereld

    OpenAIRE

    van Driel, H.A.M.J.; van Avezaath, Jan

    2014-01-01

    Al onze zintuigen werken samen om de wereld te ontdekken, al moet gezegd dat de zintuigen reuk, smaak en tast er bekaaid van afkomen in een samenleving die met name gericht is op zien en horen. Maar niet getreurd, Cubiss Next en de Universiteit van Tilburg sloegen de handen ineen en ontwierpen vijf lessen waarin telkens een zintuig centraal staat en die je leren de wereld te ontdekken. En ze nodigen jou uit om zelf nieuwe lessen te ontwerpen en te publiceren op de website ikleesdewereld.nl. D...

  16. Flexible energy infrastructure in houses; Flexibele energie-infrastructuur in woningen

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Menkveld, M.; Scheepers, M.J.J.; Jeeninga, H. [ECN Beleidsstudies, Petten (Netherlands)

    2002-02-01

    An overview is given of the structural and installation supplies in new dwellings that can make it more simple to apply sustainable energy technologies later. [Dutch] Bij toepassing van energiezuinige installaties en duurzame energiebronnen in bestaande woningen kan de eigenaar geconfronteerd worden met relatief hoge kosten voor aanleg van infrastructuur in de woning (leidingen voor gas, elektriciteit en warmwater) of andere noodzakelijke aanpassingen. Wanneer bij nieuwbouwwoningen rekening zou worden gehouden met de toekomstige toepassing van deze installaties kunnen deze implementatieproblemen worden voorkomen. In opdracht van Novem heeft ECN voor een aantal energiezuinige en duurzame energietechnieken onderzocht welke bouwkundige en installatietechnische voorzieningen nodig zijn als voorbereiding op de toekomstige toepassing van deze technieken en welke maatregelen daarvan in termen van kostenefficientie en besparing effectief zijn.

  17. Checklist energy efficient building in the flower bulbs sector; Checklist energiezuinig bouwen in de bloembollensector

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van Paridon, W.J.A.; Dol, J.J.

    2002-11-15

    This checklist shows the energy saving options for investments in buildings and installations for flower bulb businesses. Next to an energy efficiency improvement of 22%, the Long-term agreement for energy has also adopted the target of 4% sustainable energy deployment. This checklist therefore indicates for each category whether it is in the sustainable energy category or part of the regular saving options [Dutch] In deze checklist wordt aangegeven waar de mogelijkheden liggen tot besparing van energie bij investeringen in gebouwen en installaties voor bloembollenteeltbedrijven. In de meerjarenafspraak energie heeft de bloembollensector naast de energie efficiency verbetering van 22% ook de doelstelling opgenomen om 4% duurzame energie te gebruiken. In de checklist staat daarom per aspect of deze behoort tot de categorie duurzame energie of tot de normale besparingsopties.

  18. Geothermal energy. Robust and reliable; Geothermie. Robuust en betrouwbaar

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Schrauwen, A. [ISSO, Rotterdam (Netherlands)

    2013-01-15

    Geothermal energy is a sustainable technique that uses heat from the earth to heat buildings or greenhouses. The heat originates from deep hot water sources (60C and higher) two kilometers below surface. Production facilities are not required because the energy in the hot water can be converted relatively easily. The technique is robust and reliable. Unlike other renewable energy technologies weather conditions do not have an impact on the supply of energy from a geothermal source [Dutch] Geothermie is een duurzame techniek die warmte uit de aarde gebruikt om gebouwen of kassen te verwarmen. De warmte is afkomstig uit diepe warmwaterbronnen (60C en hoger) die zich twee kilometer onder de oppervlakte bevinden. Productiefaciliteiten zijn overbodig omdat de in het warme water aanwezige energie relatief eenvoudig kan worden omgezet. De techniek is robuust en betrouwbaar. In tegenstelling tot andere duurzame technieken beinvloeden weersomstandigheden de energielevering uit een geothermische bron niet.

  19. AVALON

    OpenAIRE

    Delmulle, Frank

    2015-01-01

    Context. Avalon is een ideële holistische leefgemeenschap. Stedenbouwkundig en architecturaal is het een duurzame bebouwing met een totale coherentie op het sociale, culturele, agronomische, architecturale en stedenbouwkundige vlak. Het is een compositie van licht en duisternis, van zien en gezien worden, van geluid en stilte, een psychisch metabolisme. De matrix is gebaseerd op een noodzakelijkheid die de vanzelfsprekendheid van de gebruikswaarde en de belevingswaarde van de ruimte kara...

  20. Energielandschap in de gemeente Brummen; ideeën, mogelijkheden en kansen

    OpenAIRE

    Knaap, van der, J.A.

    2013-01-01

    In 2012 en 2013 hebben studenten van de universiteit Wageningen een onderzoek gedaan in onze gemeente rondom het thema 'energielandschap'. Onderzoeksopdracht vanuit de gemeente was: Welke mogelijkheden zijn er om de ontwikkeling en het gebruik van duurzame energie voor de korte en de middenllange termijn vorm te geven en aan te laten sluiten bij de kenmerken van het landschap en bij de wensen van bewoners en ondernemers ter plekke". Een groep van twaalf bereidwillige (en vrijwillige) deskundi...

  1. Staat van het dier 2 : monitoring van dierenwelzijn en diergezondheid in Nederland = Monitoring of animal welfare and animal health in The Netherlands (second annual measurement)

    OpenAIRE

    Leenstra, F.R.; Neijenhuis, F.; Hanekamp, W.J.A.; Vermeij, I.

    2011-01-01

    Rapportage over de 2e jaarlijkse analyse van 25 meetpunten, die de resultaten voor beleidsdoelen op het gebied van dierenwelzijn en diergezondheid in beeld brengen. Bij deze tweede meting is per meetpunt aangegeven of verandering in een jaar is opgetreden en in welke richting. Voor een analyse van trends zijn meer metingen in de tijd noodzakelijk. Voor de meetpunten, waar streefwaarden zijn vastgesteld, zoals het aantal integraal duurzame stallen, kan geanalyseerd worden of beleidsdoelen geha...

  2. Update welzijnsprestaties biologische veehouderij = Update animal welfare status of organic farming in the Netherlands

    OpenAIRE

    Ruis, M.A.W.; Pinxterhuis, J.B; Vrolijk, M.

    2010-01-01

    De biologische veehouderij wil laten zien dat ze staat voor een maatschappelijk verantwoorde en duurzame productie, met aandacht voor milieu, klimaat, natuur en landschap, voedselkwaliteit, inkomen en dierenwelzijn. Dierenwelzijn als één van de thema’s van duurzaamheid staat centraal in deze rapportage. De bestaande kennis over dit onderwerp is geïnventariseerd voor de melkvee-, varkens-, pluimvee-, schapen- en geitensectoren. De welzijnsprestaties zijn gebaseerd op dierkenmerken en zijn inge...

  3. Diergezondheid in de veehouderij, op weg naar duurzaamheid

    OpenAIRE

    Leenstra, F.R.; Bergevoet, R.H.M.; Kimman, T G; Vriesekoop, P.W.J.

    2010-01-01

    In opdracht van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is een beschouwing geschreven over ontwikkelingen met betrekking tot diergezondheid in de afgelopen decennia. Deze beschouwing is door het PBL benut als onderliggende informatie voor haar rapportage over de voortgang naar een duurzame veehouderij.The Netherlands Environmental Assessment Agency (PBL) ordered an essay on developments in animal health in The Netherlands in the past decennia. PBL used this essay for her report on the progr...

  4. Automobile as the flexible peak shaver; Auto als flexibele piekscheerder

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Roggen, M. (ed.)

    2008-07-01

    The motorcar industry and the electricity sector are coming together due to the demand for a sustainable energy system. This may result in 2 million cars being able to connect to the grid at home in 2025. [mk]. [Dutch] De automobielindustrie en de elektriciteitssector worden dankzij de roep om een duurzame energievoorziening met elkaar in contact gebracht. Het resultaat kan zijn dat in 2025 bijna 2 miljoen auto's aan huis op het elektriciteitsnet kunnen worden aangesloten.

  5. Co-innovatie Triple P: integratie van marketingstrategie en personeelsbeleid

    OpenAIRE

    Bartels, J.; Hendriks, R.; Ruyter, de, D.J.; Zeelenberg, A.; Engelsman, V.; Eichelsheim, C.; Skoppek, H.; Schmidt, M.

    2008-01-01

    Dit project richt zicht op de integratie van Triple P marketing en personeelsbeleid. Het doel van het project luidt als volgt: “Hoe kun je in de marketing van biologische groenten en fruit effectief gebruik maken van de intrinsieke waarden van duurzame landbouw en maatschappelijk verantwoord ondernemen? ” Er is in het kader van dit project een opleidingstraject opgezet voor het eigen maken van Triple P gedachten bij werknemers. Verder is er een drietal consumentonderzoeken uitgevoerd om zodoe...

  6. Dutch Energy Investment Allowance (EIA). Energy List for 2013; Energie-investeringsaftrek (EIA). Energielijst 2013

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    NONE

    2013-01-15

    The Energy Investment Allowance (EIA) is a tax system by means of which the Dutch government supports companies with investments in energy-saving equipment and renewable energy. This brochure explains the assets eligible for EIA and how the scheme works [Dutch] De Energie-investeringsaftrek (EIA) is een fiscale regeling waarmee de overheid ondersteuning biedt voor bedrijven bij investeringen in energiebesparende bedrijfsmiddelen en duurzame energie. In deze brochure wordt uitgelegd welke bedrijfsmiddelen in aanmerking komen voor EIA en hoe de regeling werkt.

  7. Innovatie netwerk energiebesparende systemen Oost Brabant (INES OB): Met en van elkaar leren het energielandschap verkennen

    OpenAIRE

    Vermeulen, P.C.M.; Wijmeren, van, F.

    2013-01-01

    In 2012 en 2013 is een groep van 11 tuinders uit het oostelijk deel van Noord Brabant tien keer bijeen geweest om meer zicht te krijgen in de toepasbaarheid en de processen die ten grondslag liggen aan nieuwe duurzame energie technieken. Dit netwerk heeft rondom de thema’s aardwarmte, geconditioneerd telen, CO2 voorziening, biovergisting, diffuus glas en gewasmonitoren. Er zijn bezoeken gebracht aan praktijkbedrijven, waar ervaring met de onderwerpen gedeeld is. Deskundigen zijn uitgenodigd o...

  8. Inzet biomassa optie voor de toekomst? Biotechnologie vor bulkproductie van organische chemicaliën

    OpenAIRE

    Patel, M K; Crank, M.; Dornburg, V.; Overbeek, van, Fons

    2007-01-01

    Tegenwoordig worden bijna alle organische chemische stoffen en plastics geproduceerd uit ruwe olie en aardags. Moet dit zo blijven of zijn er andere, meer duurzame manieren om chemische stoffen te produceren? Het gebruik van biomassa als grondstof en het inzetten van biotechnologie zijn twee mogelijkheden. Maar wanneer we deze methoden gebruiken, lopen we dan tegen nieuwe, onvoorziene risico's aan? Dit artikel geeft een samenvatting van de uitkomst van een gedetailleerde studie, gefinancierd ...

  9. Milking systems and milking robots. Insight in energy consumption; Melksystemen en melkrobots. Inzicht in energiegebruik

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Wientjes, H.; Rougoor, C. [DLV Rundvee Advies, Uden (Netherlands)

    2012-03-15

    Insight is given in the energy consumption during milking and how much energy can be saved. The goal is to reduce greenhouse gas emissions, produce renewable energy and the minimization of energy consumption in the dairy industry [Dutch] Inzicht wordt gegeven in het energieverbruik bij de melkwinning en de vraag welke energiebesparing hierbij nog haalbaar is. Het doel is vermindering van de uitstoot van broeikasgassen, productie van duurzame energie en de minimalisatie van het energieverbruik in de melkveehouderij.

  10. Businessplan Smart Sustainable cities

    OpenAIRE

    Verdeyen, Nadia; Opstelten, Ivo; Eweg, Erlijn; Rietbergen, Marieke; Martinovic, Ina

    2014-01-01

    Uit voorwoord Anton Franken, lid CvB `Smart Sustainable Cities is een platform voor het bedrijfsleven, kennisinstellingen en Hogeschool Utrecht waar gezamenlijk vernieuwende producten en diensten worden ontwikkeld die de realisatie van slimme, duurzame en gezonde steden dichterbij brengt. Startende en ervaren professionals hebben hiermee de mogelijkheid om via het onderwijs of via bij- en nascholing de nieuwste toepasbare kennis en inzichten op dit gebied op te doen. Tevens verricht het platf...

  11. De Next Generation Semigesloten Kas : Perspectief van een ontvochtigingssysteem op basis van een koeloppervlak en

    OpenAIRE

    Zwart, de, H.F.; Speetjens, S.L.

    2013-01-01

    Het nieuwe concept Next Generation Semigesloten kas is met recht een opvolger van eerdere generaties (semi)gesloten kassen. Het systeem realiseert een substantiële invulling van de verwarming van kasteelten met duurzame warmte. Het concept is gebaseerd op een kleine aanpassing van de luchtbehandelingskasten die met de opkomst van Het Nieuwe Telen in steeds meer kassen te zien zijn. Door deze luchtbehandelingskasten naast een verwarmend blok ook met een koelblok uit te rusten kan met een beper...

  12. Horti Indigo for denim : haalbaarheidsstudie en marktontwikkeling

    OpenAIRE

    Lans, van der, MTC; Noort, van, F.R.; Garcia Victoria, N.

    2014-01-01

    De (sub)tropische plant Indigofera wordt geteeld om de kleurstof indigo. In deze haalbaarheidsstudie is gekeken naar de technische en economische mogelijkheden van duurzame kasteelt van Indigofera. De kleurstofopbrengst bij buitenteelt (Azië) ligt tussen 30,87-76.72 kg/ha. Opbrengstverhogende factoren zijn ras, plantstadium bij bladoogst, lichtkleur tijdens teelt, daglengte, plantdichtheid, CO2 gift, bemesting (N en P) en hydroponic teelt. De marktprijs voor plantaardig indigo ligt rond 35 eu...

  13. Dutch Energy Investment Allowance (EIA). Annual report 2012; Energie-Investeringsaftrek (EIA). Jaarverslag 2012

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    NONE

    2013-07-15

    By means of the Energy Investment Allowance (EIA) the Ministry of Economic Affairs supports investments of businesses, industrial associations and other parties in accelerating innovative, energy saving sustainable initiatives and technologies. In this report the results for 2012 are presented [Dutch] Met de EIA ondersteunt het Ministerie van Economische Zaken bedrijven bij het investeren in innovatieve, energiebesparende en duurzame technieken. In dit verslag over 2012 worden resultaten weergegeven.

  14. De Energieboerderij : eindrapportage

    OpenAIRE

    Kamp, J.A.L.M.; Visser, de, W.; Meuffels, G.J.H.M.; Voort, van der, A.J.M.; Stilma, E.S.C.

    2011-01-01

    De zoektocht naar nieuwe vormen van duurzame energie heeft geleid tot de vraag hoe duurzaam de energie is die uit biomassa, als hernieuwbare grondstof, geproduceerd wordt. Het project Energieboerderij is gestart om de duurzaamheid van in Nederland geproduceerde biomassa, in het bijzonder energieteelten, inzichtelijk te maken, te bepalen en te verbeteren. Er is gewerkt met een drietal in de praktijk functionerende ketens: 1. maïs – vergisting – elektriciteit; 2. suikerbieten – vergisting – ele...

  15. Towards sustainable soy : an assessment of opportunities and risks for soybean production based on a case study Brazil

    OpenAIRE

    Berkum, van, A Andries; Bindraban, P S

    2008-01-01

    Deze studie analyseert de kansen voor en consequenties van uitbreiding van sojaproductie in ontwikkelingslanden. Een toename van de sojaproductie wordt met name verwacht in Latijns Amerika. De internationale gemeenschap maakt zich echter in toenemende mate zorgen over het beheer van de natuurlijke hulpbronnen in die regio. In de Rondetafel van Verantwoorde Soja (RTRS) is een internationaal overleg gestart dat zich inspant om teelt van soja en de uitbreiding ervan op duurzame wijze te laten pl...

  16. Verkenning van de milieueffecten van lokale productie en distributie van voedsel in Almere : energieverbruik, emissie van broeikasgassen en voedselkilometers

    OpenAIRE

    Sukkel, W.; Stilma, E.S.C.; Jansma, J.E.

    2010-01-01

    Een van de toekomstige ontwikkelingsgebieden, Almere Oosterwold, is ongeveer 4.000 ha groot. De landbouw in het toekomstige Almere Oosterwold wordt door Almere gezien als een potentiële drager van de duurzaamheidprincipes van de stad. De leidende vraag is in welke mate de landbouw in Almere Oosterwold kan bijdragen aan een duurzame voedselvoorziening van toekomstig Almere. Uitgangspunt hierbij is dat Almere Oosterwold in 20% van de voedselbehoefte van toekomstig Almere met ca. 350.000 inwoner...

  17. Positive energy in the climate. Breda, a CO2 neutral city in 2044 [in the Netherlands]; Steek positieve energie in het klimaat. Breda, een CO2-neutrale stad in 2044

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    NONE

    2008-08-15

    This vision statement describes how the Dutch municipality of Breda has set itself the target of becoming a CO2 neutral city by 2044. This statement addresses themes such as sustainable government, sustainable energy production, clean and efficient mobility, energy efficient built environment, sustainable (agricultural) businesses and climate proof environment. With this vision statement Breda joins the climate agreement between the Dutch government and the Association of Netherlands Municipalities (VNG). Breda is one of the many municipalities that comply with the climate agreement. [Dutch] In deze visienota is aangegeven dat de gemeente Breda zich tot doel stelt om een CO2-neutrale stad te worden en verwacht dit in 2044 bereikt te hebben. De nota gaat uit van de thema's duurzame overheid, duurzame energieproductie, schone en zuinige mobiliteit, energiezuinige gebouwde omgeving, duurzame (agrarische) bedrijven en klimaatbestendige leefomgeving. Breda sluit met de visienota volledig aan bij het klimaatakkoord tussen Rijk en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Breda is 1 van de vele gemeenten die zich conformeren aan het klimaatakkoord.

  18. Energy monitor of the Dutch flower bulb sector 2010; Energiemonitor van de Nederlandse Bloembollensector 2010

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Wildschut, J. [Praktijkonderzoek Plant en Omgeving PPO, Bloembollen, Boomkwekerij en Fruit, Lisse (Netherlands)

    2011-09-15

    1313 flower bulb businesses were approached for the Dutch Energy Monitor 2010. The response rate was 60%. Compared to 2008, the energy use per hectare decreased with 6.6% in 2010. The energy use per 1000 forced bulbs has decreased with 18.0%. Energy saving measures were implemented at a larger scale compared to 2009. What is most striking is the strong increase in deployment of a lower circulation standard and multi-layer cultivation. The purchase of green electricity is the most frequently used deployment of sustainable energy for electricity (9.2% of the businesses). Deployment of hot air from the greenhouse for drying purposes is the most frequently used deployment of sustainable thermal energy (18.1% of the businesses). The share of sustainable energy amounts to 2.2%. The CO2 emission from direct use of fossil fuels has decreased with 11.8% compared to 2008 [Dutch] Voor de Energiemonitor 2010 zijn 1313 bloembollenbedrijven aangeschreven. De response was 60%. T.o.v. 2008 is het energieverbruik per hectare in 2010 met 6,6% afgenomen. Het energieverbruik per 1000 stuks broeibollen is met 18,0% afgenomen. Energiebesparende maatregelen werden iets meer toegepast dan in 2009. Opvallend is de sterke toename van het toepassen van een lagere circulatienorm en van meerlagenteelt. Aankoop van groene stroom is de meest toegepaste benutting van duurzame energie voor elektra (9,2% van de bedrijven). Het toepassen van warme kaslucht voor het drogen is de meest toegepaste benutting van duurzame thermische energie (18,1% van de bedrijven). Het aandeel duurzame energie komt op 2,2%. De CO2-uitstoot door het directe verbruik van fossiele brandstoffen is t.o.v. 2008 met 11,8% afgenomen.

  19. Just what we want or a controversial issue? Large potential for heat supply of existing buildings; Ei van Columbus of heet hangijzer? Grote potentie voor warmtelevering bestaande bouw

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Roos, J.; Braam, P. [Adviesbureau Infinitus Energy Solutions, Nijmegen (Netherlands)

    2012-09-15

    More and more local authorities in the Netherlands are aiming for climate or energy neutrality. Within the municipal borders, a balance needs to be found between sustainable energy generation and the energy use of dwellings, offices, businesses and vehicles. Practice is more unruly, however, particularly in existing dwellings, offices and businesses. Heat supply, particularly in combination with green heat, offers opportunities [Dutch] Steeds meer gemeenten streven naar klimaat- of energieneutraliteit. Binnen de gemeentegrenzen moet er evenwicht komen tussen de opwekking van duurzame energie en het energiegebruik van woningen, kantoren, bedrijven en voertuigen. De praktijk is echter weerbarstig, zeker bij bestaande woningen, kantoren en bedrijven. Warmtelevering, zeker met groene warmte, biedt kansen.

  20. Onderzoek naar de kritische succesfactoren bij jonge high-tech start-up bedrijven

    OpenAIRE

    Everaert, Pieter

    2010-01-01

    In onze hedendaagse economie is het belangrijk om van Vlaanderen een innovatieve regio te maken, om zo een competitieve en duurzame economie te creëren. Dit onderzoek gaat na welke factoren een impact hebben op het al dan niet succesvol zijn van jonge hightech start-up bedrijven. Het onderzoek is gericht op het zoeken van factoren die een jong hightech start-up bedrijf succesvol kunnen maken. De centrale onderzoeksvraag luidt dan ook als volgt: 'Welke zijn de kritische factoren die een highte...

  1. Information on district initiatives on energy conservation in the Dutch province Noord-Holland. Learning for an effective method and communication strategy; Kennisdocument wijkinitiatieven energiebesparing Noord-Holland. Leerpunten voor een effectieve aanpak en communicatiestrategie

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Dubbelhuis, D. [DWA installatie- en energieadvies, Bodegraven (Netherlands)

    2013-03-15

    In the Dutch province North Holland several district projects were started in recent years with the purpose to save energy. The Renewable Energy Service Centre analyzed ten such initiatives with the aim to provide municipalities and other initiators with knowledge and information about the experiences [Dutch] In Noord-Holland zijn de afgelopen jaren diverse wijkprojecten opgestart, gericht op energiebesparing. Het Servicepunt Duurzame Energie analyseerde tien van deze initiatieven met het doel om gemeenten en andere initiatiefnemers kennis te laten nemen van de leerervaringen.

  2. Energy Monitor of the Dutch horticulture 2012; Energiemonitor van de Nederlandse glastuinbouw 2012

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van der Velden, N.J.A.; Smit, P.X.

    2013-12-15

    The Energy Monitor for Greenhouse Horticulture charts the energy efficiency, CO2 emissions, the share of sustainable energy and the transition paths of the Greenhouse as Energy Source programme up to and including 2012 [Dutch] Om het energieverbruik in de glastuinbouw in beeld te krijgen en te volgen, is al in 1990 de Energiemonitor in het leven geroepen. Deze monitor publiceert jaarlijks het energieverbruik van de glastuinbouw en de voortgang van de energie-indicatoren energie-efficientie, de CO2-emissie en het aandeel duurzame energie. Voor de monitor wordt gebruik gemaakt van een reeks verschillende databronnen.

  3. Energy Monitor of the Dutch horticulture 2011; Energiemonitor van de Nederlandse glastuinbouw 2011

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van der Velden, N.J.A.; Smit, P.X.

    2012-12-15

    The Energy Monitor for Greenhouse Horticulture charts the energy efficiency, CO2 emissions, the share of sustainable energy and the transition paths of the Greenhouse as Energy Source programme up to and including 2011 [Dutch] Om het energieverbruik in de glastuinbouw in beeld te krijgen en te volgen, is al in 1990 de Energiemonitor in het leven geroepen. Deze monitor publiceert jaarlijks het energieverbruik van de glastuinbouw en de voortgang van de energie-indicatoren energie-efficientie, de CO2-emissie en het aandeel duurzame energie. Voor de monitor wordt gebruik gemaakt van een reeks verschillende databronnen.

  4. Background information for the SER Energy Agreement for Sustainable Growth calculations. Sectors Industry, Agriculture and Horticulture; Achtergronddocument bij doorrekening Energieakkoord. Sectoren industrie en land- en tuinbouw

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Wetzels, W. [ECN Beleidsstudies, Petten (Netherlands)

    2013-09-01

    On September 4, 2013, representatives of employers' associations, trade union federations, environmental organizations, the Dutch government and civil society have signed an Energy Agreement for Sustainable Growth. ECN and PBL have been asked to evaluate this agreement. This report gives background information on the evaluation of the measures aimed at improving energy efficiency in industry and agriculture [Dutch] Op 4 september 2013 is het 'Energieakkoord voor duurzame groei' getekend. ECN en PBL zijn gevraagd het akkoord te beoordelen en door te rekenen. Dit rapport dient als achtergronddocument bij de doorrekening van de maatregelen gericht op energiebesparing in de industrie en land- en tuinbouw.

  5. Background information on the estimation of short-term effects of the Energy Agreement for Sustainable Growth on renewable energy; Toelichting inschatting korte-termijneffecten Energieakkoord op hernieuwbare energie

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Hekkenberg, M.; Londo, H.M.; Lensink, S.M. [ECN Beleidsstudies, Petten (Netherlands)

    2013-09-01

    On September 4, 2013, representatives of employers' associations, trade union federations, environmental organizations, the Dutch government and civil society have signed an Energy Agreement for Sustainable Growth. ECN and PBL have been asked to evaluate this agreement. This report gives background information on the evaluation of the measures aimed at improving energy efficiency in industry and agriculture [Dutch] Op 4 september 2013 is het 'Energieakkoord voor duurzame groei' getekend. ECN en PBL zijn gevraagd het akkoord te beoordelen en door te rekenen. Dit rapport dient als achtergronddocument bij de doorrekening van de maatregelen gericht op energiebesparing in de industrie en land- en tuinbouw.

  6. Cheap and easily applicable. Improved water quality by heat recovery from surface water; Goedkoop en gemakkelijk toepasbaar. Betere waterkwaliteit door warmtewinning uit oppervlaktewater

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Scholten, B. [IF Technology, Arnhem (Netherlands)

    2012-09-15

    Sustainable heat supply from surface water to dwellings combines existing innovative techniques. With a heat pump, the water is used as a primary source of energy and summer heat is stored into a geothermal energy system. This yields energetic, financial and environmental-technical benefits as well as an improvement of the water quality [Dutch] Duurzame warmtelevering uit oppervlaktewater aan woningen (WOW) is het combineren van bestaande innovatieve technieken. Met een warmtepomp wordt het water als primaire energiebron gebruikt en zomerwarmte in een bodemenergiesysteem opgeslagen. Dit levert energetische, financiele en milieutechnische voordelen op en ook nog een verbetering van de waterkwaliteit.

  7. Heat and cold in the Netherlands; Warmte en koude in Nederland

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    NONE

    2013-01-15

    This brochure presents an overview of heat and cold in the Netherlands. The brochure provides answers to questions such as: How much of the total energy is required for heat and cold; Which sectors demand much heat and cold; What is the proportion of heat and cold from renewable resources in the built environment? [Dutch] Deze brochure schetst een beeld van warmte en koude in Nederland. De brochure geeft antwoord op vragen als: Hoeveel van het totale energieverbruik is nodig voor warmte en voor koude?; Welke sectoren vragen veel warmte en koude?; Wat is in de gebouwde omgeving het aandeel van warmte en koude uit duurzame bronnen?.

  8. SDE Plus, SDE and MEP. Annual review 2012; SDE+, SDE en MEP. Jaarbericht 2012

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    NONE

    2013-05-15

    This annual report describes the applications for SDE subsidy (renewable energy support scheme) in the period 2008-2012, the new SDE Plus which starts in 2013, and the MEP transition scheme (MEP stands for 'Environmental quality of electricity production', predecessor of SDE for the period 2003-2006) and applications from the MEP scheme [Dutch] Het jaarbericht 2012 voor de SDE+, SDE en MEP presenteert de resultaten van de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+ vanaf 2013 en SDE, 2008-2012) en de voorganger van de SDE, de subsidieregeling Milieukwaliteit van de Elektriciteitsproductie.

  9. Residents use energy, buildings do not; Bewoners gebruiken energie, gebouwen niet

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Abdalla, G. [BAM Techniek, Benningbroek (Netherlands)

    2013-07-15

    Innovative HVAC systems and energy saving measurements are essential elements in sustainable housing projects. The way residents use their HVAC systems can strongly affect the achievement of project sustainability goals. Residents' interaction can be influenced by their behavior, needs, expectations and lifestyle. This article is based on the thesis 'Sustainable Residential Districts: the residents' role in project success'. The study recommends building professionals employing HVAC systems that satisfy both resident's needs and behavior in a sustainable way and coaching residents to use their HVAC systems in an energy efficient way [Dutch] Bewoners zijn de spil in duurzame woninginitiatieven. Zij bepalen voor een groot deel het slagen of mislukken van een project. Maar wat is precies hun invloed? De vraagstelling 'Een verkeerde installatie of verkeerd gebruik?' is een goed startpunt om technische oplossingen en gedrag van bewoners aan elkaar te koppelen om zo knelpunten en mogelijke antwoorden te ontdekken. Dit artikel belicht de bevindingen van het proefschrift 'Sustainable Residential Districts: the residents' role in project success'. Hierin is uitgebreid onderzocht welke bewoners-gerelateerde aspecten van belang zijn in duurzame wijken.

  10. Signs of Transition; Tekens van Transitie

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van Leenders, C.; Baidenmann, J.

    2010-05-15

    This book contains 14 inspiring experiences with making the energy system more sustainable that make clear that the energy transition is progressing. Two examples are provided for each of the seven themes: (1) Sustainable electricity (Agriport A7, Wind park Prinses Amalia); (2) Energy in the built environment (passive houses, conceptual building); (3) Chain efficiency (searching for CO2, process intensification); (4) New gas (biogas from manure, High efficiency boiler); (5) Sustainable mobility (electric driving, bus on biogas); (6) greenhouse as source of energy (closing the greenhouses, tomatoes on geothermal heat); and (7) green resources (biorefinery of grass, pyrolisis of biomass) [Dutch] Dit boek bevat veertien inspirerende ervaringen met verduurzaming van de energiehuishouding die duidelijk maken dat er voortgang zit in energietransitie. Er worden twee voorbeelden gegeven voor elk van de zeven thema's: (1) Duurzame Elektriciteit (Agriport A7, Windpark Prinses Amalia); (2) Energie in de Gebouwde Omgeving (Passiefhuizen, Conceptueel Bouwen); (3) Keten-Efficiency (Op zoek naar CO2, Procesintensificatie); (4) Nieuw Gas (Biogas uit mest, HR-e ketel); (5) Duurzame Mobiliteit (Elektrisch rijden, Bus op biogas); (6) Kas als Energiebron (De kassen sluiten, Tomaten op aardwarmte); en (7) Groene Grondstoffen (Bioraffinage van gras, Pyrolyse van biomassa)

  11. Energy in the Dutch province Gelderland. State-of-the-art and a view on the future; Energie in Gelderland. Stand van zaken en blik op de toekomst

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    NONE

    2003-06-01

    An overview is given of the ambitions of the Dutch province Gelderland to implement an energy policy for the period 2003-2006. The ambitions of the provincial government concern wind energy, energy from biomass, energy in the construction sector, energy and businesses, energy in traffic and transport. [Dutch] Allereerst wordt ingegaan op bestaand beleid. In hoofdstuk 3 is het landelijk en Europees beleid kort weer gegeven.Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 beschreven welke Gelderse beleidsdocumenten verwijzen naar het onderwerp energie en klimaat. De nut en noodzaak van een Gelders energiebeleid wordt aan de hand van recente ontwikkelingen geschetst in hoofdstuk 5. Onder andere de klimaatparagraaf uit het Bestuursakkoord Nieuwe Stijl (BANS) en het convenant Benchmarking en Windenergie worden benoemd. Vervolgens wordt in hoofdstuk 6 de huidige stand van zaken in Gelderland op deze gebieden geschetst. De structuur, die ook in het klimaatconvenant wordt gehanteerd, zal voor deze opsomming ook gehanteerd worden. In hoofdstuk 7 worden de mogelijkheden van toepassing van de verschillende duurzame energiebronnen in Gelderland beschreven, waarbij een referentiesituatie vanuit de landelijke doelstellingen is beschreven en is aangegeven welk percentage duurzame energie Gelderland momenteel produceert. In hoofdstuk 8 is de toekomstige rol van de provincie beschreven, gebaseerd op het voorgaande. In hoofdstuk 9 is deze notitie tenslotte afgesloten met conclusies en een korte uitwerking van in 2001 te nemen vervolgstappen.

  12. Domotics in existing houses for elderly people. Evaluation of the project Lidwinahof. People, Planet, Profit; Domotica in bestaande seniorenwoningen. Evaluatie project Lidwinahof. People, Planet, Profit

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Schouw, J.; Corpeleijn, M.; Poiesz, E. [CEA, Rotterdam (Netherlands)

    2003-08-01

    Domotics is applied in 49 houses for elderly people of the building complex Lidwinahof in Best, Netherlands. The domotics application concerns the functions safety (burglary, control of access, fire), care (emergency call, measurement of activity) and comfort (lighting). Among all residents an evaluation has been carried out from the perspective of sustainable development. A precondition for sustainable development is a balance between social, ecological and economical benefits (People, Planet and Profit). Results before and after the application of domotics are compared. [Dutch] De afgelopen jaren hebben diverse woningcorporaties een pilot-project met domotica uitgevoerd, met name met toepassingen op het gebied van wonen en zorg. Domein (woningcorporatie in Eindhoven, Best en Son en Breugel) was in het voorjaar van 2002 de eerste woningcorporatie die domotica heeft toegepast in de bestaande bouw (49 seniorenwoningen van het complex Lidwinahof in Best). Het systeem bevatte de functies veiligheid (inbraak, toegangscontrole, brand), zorg (noodoproep, activiteitsmeting) en comfort (verlichting). Onder alle bewoners is een evaluatie uitgevoerd vanuit het perspectief van duurzame ontwikkeling. Voorwaarde voor duurzame ontwikkeling is een balans tussen sociale, ecologische en economische opbrengsten (People, Planet en Profit). De resultaten op deze drie gebieden voor en na toepassing van domotica zijn vergeleken.

  13. Final report of the NIDO-programme 'Growing old in your own home'; Eindrapportage NIDO-programma 'In eigen omgeving oud worden'

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Kester, J.; Bakker, E.J. [ECN Duurzame Energie in de Gebouwde Omgeving DEGO, Petten (Netherlands)

    2005-01-01

    The aim of the title programme (EOW, abbreviated in Dutch) of the National Initiative Sustainable Development (NIDO, abbreviated in Dutch) was to initiate and stimulate the development of sustainable houses for elderly people with more comfort and safety and low use of energy and materials, focusing on information and communication technology applications, also know as domotics. In this report an overview is given of the EOW programme, its contents and results. [Dutch] Met het programma 'In Eigen Omgeving Oud Worden' (EOW) heeft NIDO (Nationaal Initiatief Duurzame Ontwikkeling) zich gericht op het wonen en de zorg voor ouderen. Doelstelling van het programma is om een impuls te geven aan de ontwikkeling van duurzame woningen voor ouderen, met meer comfort en veiligheid en een zo laag mogelijk energie- en materiaalgebruik. Hierbij wordt gefocust op de rol die ICT-toepassingen in en om de woning en bijbehorende diensten - ook wel 'domotica' genoemd - kunnen spelen. Het gaat om extra voorzieningen in woningen op het gebied van veiligheid, comfort en zorg. Duurzaam domotica toepassen betekent vraaggericht aanbieden, diensten combineren, veiligheid optimaliseren en extra energiegebruik in woningen beperken. Dit rapport beschrijft de opzet, de inhoud en de resultaten van dit programma.

  14. Community support and participation among persons with disabilities. A study in three European countries

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Jean-Pierre Wilken

    2014-09-01

    on supporting the participation of their clients in public life and in the development of different roles pertaining to citizenship.Ondersteuning bij participatie in de samenleving van mensen met beperkingen. Een studie in drie Europese landenDit artikel beschrijft een Europees project dat gericht was op sociale participatie en burgerschap van mensen met een psychiatrische of verstandelijke beperking. Het project vond plaats in drie landen (Estland, Hongarije en Nederland en in vier steden (Tallinn, Budapest, Amersfoort en Maastricht. Het omvatte onderzoek en activiteiten op het niveau van beleid, organisatie en uitvoeringspraktijk. Op beleidsniveau vormden het UN-Verdrag voor Mensen met een Handicap, en de European Disability Strategy het referentiekader om te kijken naar landelijk en lokaal beleid, naar de dagelijkse realiteit van mensen met een beperking en naar de steun die professionele organisaties bieden met betrekking tot participatie en inclusie. Het project leverde een aantal inzichten, aanbevelingen en methoden op, die de kwaliteit van de dienstverlening en de mogelijkheden voor participatie in de samenleving kunnen verbeteren. In dit artikel presenteren we een aantal bevindingen. Hoewel de omstandigheden in ieder land verschillend zijn qua beleid, cultuur en voorzieningen, valt op dat mensen met beperkingen gelijksoortige problemen ervaren.De studie laat zien dat in alle drie de landen de toegang tot hulp- en dienstverlening verbeterd kan worden. Barrières zijn onder andere bureaucratische procedures en een gebrek aan bepaalde diensten. In iedere stad en in ieder land zijn er aanzienlijke belemmeringen als het gaat om participatie op het terrein van huisvesting, werk en vrijetijdsbesteding. Naast financiële problemen is er de barrière van stigma en zelfstigma. Marginalisatie houdt mensen in een ongelijke positie en heeft een negatieve invloed op herstel en participatie. In alle landen zouden professionals een sterkere focus moeten hebben op het

  15. Moral work, working moral – John Dewey’s empirical ethics and moral decision-making in Social Work

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Jeannette H. Hartman

    2012-09-01

    Full Text Available Moral work, working moral – John Dewey’s empirical ethics and moral decision-making in Social Work The primary aim of social work is to help people function in society. Social workers thus find themselves at the heart of a society that is in a constant state of flux. It is becoming increasingly difficult for these professionals to deal effectively with the conflicting interests with which they are confronted in our ever-changing society. They regularly encounter morally problematic situations in which the moral action to be taken is no longer self-evident. In the face of such dilemmas, ethics can serve as a tool to aid in the decision-making process. However, ethical theories and professional codes are only useful up to a point. After all, every unique situation requires a unique interpretation of the rules. According to John Dewey’s philosophy (1859–1952, our understanding of the world should be based on human activity, since human beings are constantly interacting with the world. Dewey does not think of ethics as a theory that dictates moral meaning, but rather as a procedure that leads to it. His empirical and pragmatic approach to ethics therefore not only anticipates a changing world, but also allows social workers enough moral flexibility to make use of their own observations and experiences. Moral work, working moral – John Deweys empirische ethiek en morele besluitvorming in Social Work De kerntaak van social work is de ondersteuning van mensen bij hun sociaal functioneren. Deze beroepsgroep bevindt zich daarmee in het hart van de voortdurend veranderende samenleving. Voor social workers lijkt het steeds lastiger te worden om recht te doen aan de tegenstrijdige belangen waarmee ze in deze veranderende samenleving geconfronteerd worden. Regelmatig zien ze zich voor dilemma’s gesteld waarin het morele handelen niet meer vanzelfsprekend verloopt. Ethiek kan handvatten bieden ter ondersteuning van de besluitvorming in moreel

  16. Energy supply for the Zuidas district [Amsterdam, Netherlands] 1995-2005, 2005-2020. Review, analysis and preview; Energievoorziening Zuidas 1995-2005, 2005-2020. Terugblik, analyse, vooruitblik

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Frederiks, N.

    2005-07-15

    The project The Zuidas in Amsterdam, Netherlands, is the connection between the residential areas Amsterdam South and Buitenveldertbaan. It is a large spatial development that generates significant strategic and economic effects for both municipality, region and the Netherlands. Amsterdam plans to generate and use as much sustainable energy as possible in the most efficient way. This report describes how the Zuidas can become a sustainable and energy efficient project. The public version of the report is described in DMB magazine No. 1 [Dutch] Het projectgebied De Zuidas in Amsterdam vormt de verbinding tussen woonwijken (Zuid en Buitenveldert). Het is een groot ruimtelijk-ontwikkelingsproject dat belangrijke strategische en economische effecten genereert voor zowel gemeente, regio als Nederland. Amsterdam wil zoveel mogelijk duurzame energie efficiënt opwekken en gebruiken. In dit rapport wordt beschreven hoe de Zuidas een duurzaam en energiezuinig project moet worden. De publieksversie wordt beschreven in DMB magazine nr. 1.

  17. Options for shallow geothermal energy for horticulture; Kansen voor Ondiepe Geothermie voor de glastuinbouw

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Hellebrand, K. [IF-Technology, Arnhem (Netherlands); Post, R.J. [DLV glas en energie, Naaldwijk (Netherlands); In ' t Groen, B. [KEMA, Arnhem (Netherlands)

    2012-06-15

    Geothermal energy is too expensive to serve as energy supply for most horticultural entrepreneurs. Therefore, research has been carried out into options to use heat from more shallow layers (shallow geothermal energy). Unlike shallow geothermal energy deep geothermal energy can be applied on a smaller scale, possibly also for individual growers. It can be applied in combination with an existing heating system, but with a more sustainable outcome. Because drilling is done in shallow layers, drilling costs and financial risks are lower [Dutch] Geothermie is voor de meeste tuinbouwondernemers teduur om als energievoorziening te dienen. Daarom is onderzoek gedaan naar mogelijkheden om warmte te gebruiken uit ondiepere lagen (ondiepe geothermie). In tegenstelling tot diepe geothermie is ondiepe geothermie op kleinere schaal toepasbaar, mogelijk ook voor individuele kwekers. Het kan in combinatie met de bestaande verwarmingsinstallatie worden ingezet maar met een duurzamer resultaat. Omdat ondieper wordt geboord zijn de boorkosten en de financiele risico's lager.

  18. Aging in relation to the environment; Vergrijzing nieuwe loot aan milieustam

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Kester, J. [ECN Duurzame Energie in de Gebouwde Omgeving DEGO, Petten (Netherlands)

    2005-01-01

    The aim of the NIDO-programme 'Growing old in your own home' (EOW, abbreviated in Dutch) of the National Initiative Sustainable Development (NIDO, abbreviated in Dutch) was to initiate and stimulate the development of sustainable houses for elderly people with more comfort and safety and low use of energy and materials, focusing on information and communication technology applications, also know as domotics. In this article an overview is given of the EOW programme, its contents and results. [Dutch] De afgelopen twee jaar hebben ouderen, woningcorporaties, zorginstellingen, onderzoekers en consultants zich verdiept in de praktische uitwerking van een duurzame toepassing van informatie- en communicatietechnologie in de huisvesting van ouderen. Dit gebeurde in het NIDO-programma 'In Eigen Omgeving Oud Worden'. De resultaten van dit programma zijn van belang voor alle partijen die betrokken zijn bij huisvesting voor senioren.

  19. All-electric house, a solid future concept. Part 2. Electric house can solve the Energy Efficiency Coefficient problem; All-electrichuis, een toekomstvast concept. Deel 2. Elektrisch huis kan EPC-probleem oplossen

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Hafkamp, P.; Hunik, R. [Instituut voor Wetenschap en Ontwikkeling IWO, Ede (Netherlands)

    2011-02-15

    (Sustainably generated) electricity plays an important role in increasing sustainability in society. When storing sustainable heat and cold, heat is transported by means of electric-driven (heat) pumps. Interest in the all-electric house increases, especially in those cases where a choice needs to be made about investing in distribution grids in the construction of new residential areas. In this second article, the concept will be further elaborated and in the final article the plan of steps and practical examples are discussed. [Dutch] In de verduurzaming van de maatschappij speelt (duurzaam opgewekte) elektriciteit een belangrijke rol. Ook bij de opslag van duurzame warmte en koude wordt warmte verplaatst met elektrisch aangedreven (warmte) pompen. De belangstelling voor het all-electric huis neemt toe, vooral daar waar keuzes moeten worden gemaakt voor investeringen in distributienetten bij de aanleg van nieuwe woonwijken. In dit tweede artikel wordt het concept verder uitgewerkt, in het laatste artikel volgt een stappenplan met praktische voorbeelden.

  20. All-electric house, a solid future concept. Part 3. Electric house can solve the Energy Efficiency Coefficient problem; All-electrichuis, een toekomstvast concept. Deel 3. Elektrisch huis kan EPC-probleem oplossen

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Hafkamp, P.; Hunik, R. [Instituut voor Wetenschap en Ontwikkeling IWO, Ede (Netherlands)

    2011-03-15

    (Sustainably generated) electricity plays an important role in increasing sustainability in society. When storing sustainable heat and cold, heat is transported by means of electric-driven (heat) pumps. Interest in the all-electric house increases, especially in those cases where a choice needs to be made about investing in distribution grids in the construction of new residential areas. In this third article a planning for the design of the system is discussed with two examples. [Dutch] In de verduurzaming van de maatschappij speelt (duurzaam opgewekte) elektriciteit een belangrijke rol. Ook bij de opslag van duurzame warmte en koude wordt warmte verplaatst met elektrisch aangedreven (warmte) pompen. De belangstelling voor het all-electric huis neemt toe, vooral daar waar keuzes moeten worden gemaakt voor investeringen in distributienetten bij de aanleg van nieuwe woonwijken. In dit derde artikel volgt een stappenplan voor het systeemontwerp met twee praktische voorbeelden.

  1. Heat at full steam. Working programme for sustainable supply of heat and cold; Warmte op stoom. Werkprogramma voor verduurzaming van de warmte- en koudevoorziening

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    NONE

    2008-12-15

    With this working programme, the Dutch cabinet aims to accelerate the transition toward a sustainable heat and cold system. The implementation of this working programme will lead to a fossil energy saving equaling the electricity use of 1.4 million households in 2012. In the working programme, three types of measures are elaborated: knowledge development and sharing, improving market conditions and enhancing collaboration. [mk]. [Dutch] Met dit werkprogramma wil het Kabinet de omslag naar een duurzame warmte- en koudehuishouding versnellen. Met de uitvoering van het nu voorliggend werkprogramma wordt een besparing aan fossiele energie bereikt die in 2012 oploopt tot een hoeveelheid die gelijk is aan het elektriciteitsgebruik van 1,4 miljoen huishoudens. In het werkprogramma worden drie soorten maatregelen uitgewerkt: kennis ontwikkelen en delen, marktcondities verbeteren en samenwerking bevorderen.

  2. The sustainability benefit and economic profit of the Green Projects Regulation; De duurzaamheidswinst en economische winst Regeling groenprojecten

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Warringa, G.E.A.; Afman, M.R.; Blom, M.J.

    2013-02-15

    In 1995, the Dutch government launched the Green Projects Scheme with the aim to stimulate the market introduction of innovative sustainable measures. The main conclusion from the study is that the title scheme is a cost effective tool to achieve environmental goals. The scheme has stimulated innovation and ensured that environmental innovations have found their way to the market [Dutch] In 1995 heeft de overheid de Regeling groenprojecten opgestart met als doel de marktintroductie te stimuleren van innovatieve duurzame maatregelen. De belangrijkste conclusie uit de titel studie is dat de regeling een kosteneffectief instrument is om milieudoelen te realiseren. De regeling heeft innovatie gestimuleerd en ervoor gezorgd dat milieu-innovaties de weg naar de markt hebben gevonden.

  3. Inspection method as a tool for 'Bouwtransport'. Quality of building facade determines the functioning of installations; Ontwikkelde inspectiemethodiek Bouwtransport kan helpen. Kwaliteit gebouwschil bepaalt functioneren installaties

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Ten Bolscher, G.H. [DWA installatie- en energieadvies, Bodegraven (Netherlands)

    2012-02-15

    Buildings that have energy efficient or sustainable energy systems with low temperature heating have high demands when it comes to the constructional quality. Defects in the building facade often cause comfort complaints resulting from draught or cold radiation. To support local authorities and construction parties, the Dutch province of North Holland developed an inspection method: BouwTransparant. This instrument supports local authorities, environmental agencies and construction parties in realizing the EPC requirements. [Dutch] Gebouwen met energie-efficiente of duurzame energiesystemen met lage-temperatuurverwarming stellen hoge eisen aan de bouwkundige kwaliteit. Gebreken in de gebouwschil veroorzaken vaak comfortklachten door tocht of koudestraling. Om gemeenten en bouwende partijen te ondersteunen heeft de provincie Noord-Holland een inspectiemethodiek ontwikkeld: BouwTransparant. Dit is een instrument om gemeenten, milieudiensten en bouwende partijen te ondersteunen bij de realisatie van de EPC-eisen.

  4. TNT Green Office. NESK Final Report; TNT Green Office, Hoofddorp. NESK Eindrapportage

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van der Spek, C.; Van Rheenen, M. [OVG Projectontwikkeling, Rotterdam (Netherlands)

    2011-12-15

    The aim of the collaboration between TNT (courier and express services) and Triodos/OVG (bank and project developer) was to realize CO2 free Green Offices in the Netherlands. The building is both developed and exploited by the same parties based on an innovative contract in which design, construction and maintenance and management are arranged. These parties are also responsible for the sustainable energy system of the building [Dutch] Doelstelling van de samenwerking tussen TNT (koerier en expresdiensten) en Triodos/OVG (bank en projectontwikkelaar) was het realiseren van CO2-emissievrije Green Offices in Nederland. Hierbij wordt het gebouw ontwikkeld en geexploiteerd door dezelfde partijen op basis van een innovatief contract waarin ontwerp, bouw, onderhoud en beheer zijn vastgelegd. Deze partijen zijn ook verantwoordelijk voor de duurzame energievoorziening van het gebouw.

  5. Roadmap NRK 2012-2030. Annex; Routekaart NRK 2012-2030. Bijlage

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Krebbekx, J.; Duivenvoorde, G.; De Wolf, W. [Berenschot Groep, Utrecht (Netherlands); Lenselink, J. [Energy Experts International, Huissen (Netherlands)

    2012-01-15

    This roadmap identifies how RKI companies (rubber and synthetic materials) can create new revenue opportunities: development of sustainable products, switching from petroleum to carbon chains from biobased materials, closing the material chain (reuse/recycling). Also within their own organizations more efficiency can be achieved by continuing to invest in innovation in processes and innovation in the organization itself. A selective overview is given of innovation projects. This report is a separate annex to the main report [Dutch] In deze routekaart wordt aangegeven op welke wijze RKI-bedrijven (rubber en kunststoffen) nieuwe omzetkansen kunnen creeren: ontwikkelen van duurzame producten; overschakelen van aardolie naar koolstofketens uit biobased materialen; sluiten van de materiaalketen (hergebruik/recycling). Ook binnen de eigen organisatie kan er meer rendement worden behaald door te blijven investeren in innovatie in de eigen processen en innovatie in de eigen organisatie. Er is een overzicht gegeven van alle mogelijke verzamelde en geselecteerde innovatieprojecten. Deze publikatie is een aparte bijlage bij het hoofdrapport.

  6. MIA and VAMIL Annual Report 2012; MIA en VAMIL Jaarverslag 2012

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    NONE

    2013-06-15

    The Dutch government is committed to green growth, for a strong, sustainable economy. This requires investment in innovative environmental technologies. The Ministry of Infrastructure and the Environment encourages these investments with the tools Environmental Investment Deduction (MIA) and the Random depreciation of environmental investments (Vamil). This annual report shows that entrepreneurs in 2012 made good use of MIA and Vamil. There were particularly many investments in clean driving and boating [Dutch] Het kabinet zet in op groene groei, voor een sterke, duurzame economie. Daarvoor zijn investeringen in innovatieve milieu­technieken noodzakelijk. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu stimuleert deze investeringen met de instrumenten Milieu Investeringsaftrek (MIA) en de Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil). Uit dit jaarverslag blijkt dat ondernemers in 2012 goed gebruik maakten van MIA en Vamil. Er waren met name veel investeringen in schoon rijden en varen.

  7. Roadmap NRK 2012-2030; Routekaart NRK 2012-2030

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Krebbekx, J.; Duivenvoorde, G.; De Wolf, W. [Berenschot Groep, Utrecht (Netherlands); Lenselink, J. [Energy Experts International, Huissen (Netherlands)

    2012-01-15

    This roadmap identifies how RKI companies (rubber and synthetic materials) can create new revenue opportunities: development of sustainable products, switching from petroleum to carbon chains from biobased materials, closing the material chain (reuse/recycling). Also within their own organizations more efficiency can be achieved by continuing to invest in innovation in processes and innovation in the organization itself. A selective overview is given of innovation projects [Dutch] In deze routekaart wordt aangegeven op welke wijze RKI-bedrijven (rubber en kunststoffen) nieuwe omzetkansen kunnen creeren: ontwikkelen van duurzame producten; overschakelen van aardolie naar koolstofketens uit biobased materialen; sluiten van de materiaalketen (hergebruik/recycling). Ook binnen de eigen organisatie kan er meer rendement worden behaald door te blijven investeren in innovatie in de eigen processen en innovatie in de eigen organisatie. Er is een overzicht gegeven van alle mogelijke verzamelde en geselecteerde innovatieprojecten.

  8. Master project Integral Design. Application of the C-K theory improves the design process; Masterproject integraal ontwerpen. Toepassing C-K-theorie leidt tot verbetering ontwerpproces

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Zeiler, W.; Nelissen, E.; Van Houten, R. [Unit Building Physics and Services, Faculteit Bouwkunde, Technische Universiteit Eindhoven TUE, Eindhoven (Netherlands)

    2012-02-15

    Education at technical universities needs to be linked to research as much as possible. An example is the project Multi-disciplinary Integral Design, in which insights gained on integral design are used as input. In support of the conceptual design of sustainable energy applications in the built environment, there is a need for a new approach in the design process. The C-K theory aims to develop unknown C (concepts) into K (knowledge) [Dutch] Aan een TU moet onderwijs zoveel mogelijk aan onderzoek worden gekoppeld. Een voorbeeld hiervan is het project Multidisciplinair Integraal Ontwerpen (MIO), waarbij de opgedane inzichten rond integraal ontwerpen zoveel mogelijk worden ingebracht. Om het conceptueel ontwerp van toepassingen van duurzame energie in de gebouwde omgeving te ondersteunen, is er behoefte aan een nieuwe benadering binnen het ontwerpproces. De C-K theorie is erop gericht om van het onbekende C (concepten) te kommen tot K (kennis)

  9. The Vision on Wind. Space for Wind Turbines in Amsterdam, Netherlands; De Windvisie. Ruimte voor windmolens in Amsterdam

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Godschalk, M.; Jacobs, S.; Van der Linden, K.; Plomp, M.; Rijntjes, R.; Ruiter, R.; Ydema, G.; Zonderland, H.

    2012-07-15

    With drafting the 'Wind Vision' the city of Amsterdam takes the initiative to realize more windmills in Amsterdam. Amsterdam aims for an efficient, sustainable energy, which will also benefit the Amsterdam population economically. The 'Wind Vision' shows that there are enough opportunities to supply one third of the households in Amsterdam with renewable electricity [Dutch] Met de Windvisie neemt Amsterdam het initiatief om meer windmolens in Amsterdam te realiseren. Amsterdam streeft naar een efficiente, duurzame energieopwekking, waar Amsterdammers ook economisch van kunnen profiteren. De Windvisie laat zien dat er op dit moment in de stad kansen zijn om genoeg windmolens te realiseren om een derde van de Amsterdamse huishoudens van duurzaam opgewekte elektriciteit te voorzien.

  10. The energy market model. What is the space for smart grid service concepts; Het energiemarktmodel. Wat is de ruimte voor smart grid dienstverleningsconcepten?

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Kieft, A.; Niesten, E.; Alkemade, F. [Universiteit Utrecht, Utrecht (Netherlands); Maandag, M. [DNV Kema, Arnhem (Netherlands); Van Melle, T.; Haaksma, V. [Ecofys, Utrecht (Netherlands); Van Beek, K. [Stedin, Rotterdam (Netherlands)

    2013-02-15

    The report provides starters in the Dutch energy market an overview of how the current model, focusing on centralized power generation, works. The report also shows how the energy market model should work to promote decentralized renewable electricity production and new smart grid services. It also discusses in detail questions about the energy market model various actors might have [Dutch] Het rapport geeft starters op de Nederlandse energiemarkt een overzicht hoe het huidige model, gericht op centrale elektriciteitsproductie, in elkaar steekt. Ook laat het rapport zien hoe het energiemarktmodel zou moeten werken om decentrale duurzame elektriciteitsproductie en nieuwe smart grid diensten te bevorderen. Daarbij wordt uitgebreid ingegaan op vragen over het energiemarktmodel die leven bij verschillende actoren.

  11. Strategic stock management task for building corporations. Energy as part of the house quality; Strategisch voorraadbeheer taak woningcorporaties. Energie als onderdeel van de woonkwaliteit

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Burdorf, E. [DWA installatie en energieadvies, Bodegraven (Netherlands)

    2006-03-15

    From a strategic stock management perspective building corporations should have a vision on what is important for future target groups: young or old, families or singles, income, etc. Those aspects have a great impact on the level of facilities and provisions in houses and the possibility to adjust houses by applying domotics, comfort cooling, care facilities, the use of renewable energy systems. [Dutch] Vanuit het strategisch voorraadbeheer van woningcorporaties is een visie op de toekomstige doelgroepen van belang. Vindt er een verschuiving plaats van jong naar oud? Gezinnen of juist alleenstaanden? Welke inkomensgroepen worden bediend? Dergelijke vragen hebben grote invloed op het voorzieningenniveau in de woningen. Flexibiliteit inbouwen door woningen gemakkelijk aanpasbaar te maken voor domotica, comfortkoeling, zorgfuncties, en met oog voor de opties voor duurzame energie. Want met de huidige stijgende energieprijzen kunnen de energielasten stijgen tot 40 procent van de woonkosten. Dat vraagt aandacht voor de post energie.

  12. Programme Energy and CO2 and Year Plan 2013; Programma Energie en CO2 en Jaarplan 2013

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Broekharst, P.; Medema, D.; Dijkshoorn, A.

    2012-10-15

    Less energy, less CO2 emissions and use of renewable energy sources,are important aspects in the sustainable development of horticulture, strengthening its competitiveness and image. Carbon neutral production and transport is needed to really be sustainable. The program describes an approach for the period 2013-2016, giving concrete results for the year 2013 [Dutch] Minder energiegebruik, minder CO2 uitstoten en meer hernieuwbare energiebronnen inzetten; dat zijn belangrijke aspecten in een duurzame ontwikkeling van de tuinbouw, het versterken van haar concurrentiekracht en imago. Klimaatneutraal produceren en vervoeren is uiteindelijke nodig om echt duurzaam te zijn. Het programma beschrijft een aanpak voor 2013 t/m 2016, waarbij voor 2013 de gewenste resultaten concreet worden benoemd.

  13. Use of PCM as a cooling and heating system. PCM ceiling induction units as cooling and heating generators; Toepassing PCM als koel- en verwarmingsinstallatie. PCM-plafondinductieunits als koude- en warmteopwekker

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Sagoeni, V.; Pinas, E. [Technisch Adviesbureau Sanes, Almere (Netherlands)

    2010-12-15

    The deployment of PCM ('phase change materials') is one of the most promising future techniques for sustainable energy concepts for limiting installations, reaching a high comfort level and energy saving. However, the application is not (yet) appreciated in the current starting points of design technology or in common regulations. The performances need to be underpinned by proving and demonstrating quality. [Dutch] De toepassing van PCM ('phase change materials') is een van de veelbelovende toekomstige technieken voor duurzame energieconcepten in het kader van het beperken van installaties, bereiken van een hoog comfortniveau en energiebesparing. De toepassing wordt echter (nog) niet gewaardeerd in de huidige ontwerptechnische uitgangspunten of de reguliere r egelgeving. Prestaties moeten dus worden onderbouwd op basis van gelijkwaardigheid en/of worden bepaald en aangetoond.

  14. CO2-reduction options by means of the Decree on the Implementation of the Energy Infrastructure (BAEI); BAEI biedt kansen voor CO2-reductie

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    NONE

    2003-10-01

    An overview is given of the results and experiences of the Dutch municipality Almere with the Decree on the Implementation of the Energy Infrastructure (BAEI, abbreviated in Dutch). By means of the BAEI sustainable and environment-friendly systems can be realized in the urban environment. [Dutch] Sinds mei 2001 is het wettelijk mogelijk marktwerking toe te passen bij de realisatie van energievoorzieningen. Doelstelling is te komen tot meer duurzame en milieuvriendelijke systemen. Deze mogelijkheid is vastgelegd in het Besluit Aanleg Energie-Infrastructuur (BAEI). De gemeente Almere is een van de eerste gemeenten die het BAEI heeft toegepast en zo concurrentie tussen energiebedrijven heeft bewerkstelligd. Deze brochure belicht de beweegredenen van Almere voor toepassing van marktwerking, de uiteindelijke resultaten en de ervaringen die zijn opgedaan.

  15. Does the polluter pay?; Betaalt de vervuiler?

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van Dril, A.W.N. [ECN Beleidsstudies, Petten (Netherlands)

    2008-07-15

    The working programme 'Clean and Efficient' describes the policy that the Dutch cabinet intends to implement to realize its ambitious targets for energy and climate. Compared to 1990 a greenhouse gas emission reduction of 30% in 2020 is proposed. Moreover, the energy saving pace should increase to 2% annually and the share of renewable energy in 2020 should be 20%. Energy saving and sustainable energy make large contributions in realizing the target for greenhouse gases. This article evaluates the choices that were made in sharing the burden in the proposed policy package. It examines whether the polluter pays and which considerations play a role in policy development. This policy development is divided in three stages: target, choice of instrument and implementation. Finally, recommendations are provided for a policy that adheres more closely to the 'polluter pays' principle and some conclusions are drawn. [Dutch] In het werk programma 'Schoon en zuinig' wordt aangegeven met welk beleid het kabinet haar ambitieuze doelen voor energie en klimaat wil realiseren. Ten opzichte van 1990 wordt een reductie van de uitstoot van broeikasgassen voorgesteld van 30% in 2020. Bovendien moet het energiebesparingtempo naar 2% per jaar en wordt in 2020 een aandeel duurzame energie van 20% nagestreefd. Energiebesparing en duurzame energie dragen voor een belangrijk deel bij aan het invullen van de doelstelling voor broeikasgassen. In dit artikel wordt beoordeeld welke keuzen zijn gemaakt bij de lastenverdeling in het voorgestelde beleidspakket. Onderzocht wordt of de vervuiler betaalt en welke afwegingen een rol spelen bij de beleidsontwikkeling. Deze beleidsontwikkeling wordt onderscheiden in drie fasen: doelstelling, instrumentkeuze en uitwerking. Tot slot worden aanbevelingen gedaan voor beleid dat meer tegemoet komt aan het principe van 'de vervuiler betaalt' en worden conclusies getrokken.

  16. De politie in de Lage Landen en haar confrontatie met het nazisme

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    R. van Doorslaer

    2008-01-01

    Full Text Available

    C. Fijnaut, De geschiedenis van de Nederlandse politie. Een staatsinstelling in de maalstroom van de geschiedenis; G. Meershoek, De geschiedenis van de Nederlandse politie. De gemeentepolitie in een veranderende samenleving; J. Smeets, De geschiedenis van de Nederlandse politie. Verdeeldheid en eenheid in het rijkspolitieapparaat; R. van der Wal, De geschiedenis van de Nederlandse politie. De vakorganisatie en het beroepsonderwijs; C. Fijnaut, De geschiedenis van de Nederlandse politie [samenvattend deel]

    The Police Force in the Low Countries and its Confrontation with Nazism
    In responce to the publication De geschiedenis van de Nederlandse politie by Cyrille Fijnaut, this contribution examines the World War II period and thereby shifts the focus to a comparison between the Netherlands and Belgium. The initial conclusion is that the level of cooperation with the occupational forces was greater in the Netherlands than in Belgium. Yet, despite the monumental nature of Fijnaut’s study, a lot of grey areas and unresolved questions remain concerning both countries. In our view, international comparative research is the correct path to follow in order to make progress on this important theme about the history of the German Occupation and the police force. Its importance is partly supported by the social relevance of this unique confrontation of police services in liberal-democratic countries with a dictatorial system of government.

  17. Outlines of the PBL Working programme 2012; Hoofdlijnen PBL Werkprogramma 2012

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    NONE

    2012-01-15

    In this note, the Netherlands Environmental Assessment Agency (PBL) sketches the outlines of its working programme for 2012. With the intended research in this working programme, PBL aims to contribute to scientific substantiation and evaluation of the Dutch cabinet's policy in a wide range of areas: environment, mobility, space, living, energy, water, food provision, nature, international collaboration, declining population, administrative reforms and international competitive position. The PBL study is aligned to three (of the six) governmental strategic knowledge themes that have been selected for this administrative period, i.e. Dealing with scarcity of resources and space; (2) the competitive position of the Netherlands; (3) Towards a new division of responsibilities among the state and society and a new balance between rights and obligations [Dutch] Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) schetst in deze notitie de hoofdlijnen van zijn werkprogramma voor 2012. Met het voorgenomen onderzoek in dit werkprogramma wil het PBL bijdragen aan wetenschappelijke onderbouwing en evaluatie van het kabinetsbeleid op een breed scala aan terreinen: milieu, mobiliteit, ruimte, wonen, energie, water, voedselvoorziening, natuur, internationale samenwerking, bevolkingskrimp, decentralisatie, bestuurlijke vernieuwing en internationale concurrentiepositie. PBL-onderzoek sluit aan bij drie (van de zes) rijksbrede strategische kennisthema's die zijn gekozen voor deze kabinetsperiode, te weten: (1) Omgaan met schaarste aan ruimte en grondstoffen; (2) Het concurrentievermogen van Nederland; (3) Naar een nieuwe verantwoordelijkheidsverdeling tussen staat en samenleving en een nieuwe balans tussen rechten en plichten.

  18. Zelfregulering als een vernieuwend concept van professionaliteit

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Gerard Donkers

    2014-03-01

    vernieuwend concept van professionaliteitIn deze bijdrage wordt allereerst ingegaan op drie bronnen van kennis die ten grondslag liggen aan de zelfreguleringsbenadering van Donkers. In de eerste plaats is dat een historisch onderzoek naar het West-Europese denken over veranderen en veranderbaarheid van mens en samenleving. Uit dit onderzoek komt een drietal veranderkundige paradigma’s naar voren die in iedere periode van de moderne geschiedenis op elkaar botsten en met die botsingen zichzelf verder hebben verfijnd en gedifferentieerd. Een tweede bron zijn praktijkgerichte onderzoeken die zijn verricht naar een aantal methodieken van sociale interventie. De derde bron is een kritische reflectie op hedendaagse maatschappelijke ontwikkelingen. In die reflectie wordt met name stilgestaan bij allerlei vormen van onteigening van zelfregie-in-dialoog met anderen en bij processen van fragmentering van de complexe maatschappelijke werkelijkheid. Vanuit deze drie kennisbronnen wordt gepleit voor een vernieuwend concept van professionaliteit dat gekenmerkt wordt door gerichtheid op versterking van het zelfregulerend vermogen van mens, organisatie en samenleving.In het vervolg van deze bijdrage wijst Henk Geertsema op de relatie tussen veranderen en beïnvloeden en de kwestie van de waarden die daarmee verbonden is. In een situatie van een transitie van de derde orde, zoals zich momenteel in de Nederlandse samenleving voordoet, is de eindtoestand onduidelijk wat de noodzaak om waardendiscussies te voeren versterkt. De laat-moderne samenleving lijkt gevangen in opvattingen over individualiteit die een relationele ontologie en de daarmee verbonden wederkerige verantwoordelijkheid sterk onder druk zet. De afhankelijkheid van anonieme systemen wordt daarnaast steeds meer onzichtbaar, terwijl die vergaand de vormgeving van het bestaan sturen. Wil er opnieuw ruimte komen voor een relationele ontologie met de mogelijkheid om de kracht van varieteit en meervoudigheid van vormgevingen van het

  19. Zeg, bent u misschien de nieuwe professional? De omslag van de visie over welzijn naar het handelen van de nieuwe professional

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Maaike Kluft

    2012-03-01

    Full Text Available Would you perhaps be the new professional? Translating the vision on social work towards the new professional’s action With the introduction of the “Wet Maatschappelijke Ondersteuning” (Social Support Act and the government programme “Welzijn Nieuwe Stijl” (New Style Social Work, social work organizations in The Netherlands are stimulated to re-assess their ways of working. Dutch society is transforming from a welfare state into a participation state, which means that citizens will have to be more in control of their own lives, play an active part in their communities and actively make use of their social networks. This article focuses on the kind of support that is needed from the social worker and the competences required to realise this transformation. Zeg, bent u misschien de nieuwe professional? De omslag van de visie over welzijn naar het handelen van de nieuwe professional Met de introductie van de Wmo en het uitvoeringsprogramma Welzijn Nieuwe Stijl, worden welzijnsorganisaties gestimuleerd om hun manier van werken en de prioriteiten die zij stellen aan de geboden ondersteuning te herzien. De Nederlandse samenleving maakt een ommezwaai van welzijnsstaat naar participatiestaat, wat betekent dat burgers meer verantwoordelijkheid moeten nemen voor hun leven, maar ook voor hun omgeving en sociale netwerk. Dit artikel gaat in op de ondersteuning die nodig is om deze ommezwaai te realiseren en op de consequenties die dit heeft op het werk en de houding van de sociale professional.

  20. Brief overview of the role of ICT in saving energy; Beknopt overzicht van de rol van ICT bij de besparing van energie

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Wartena, C.

    2008-02-15

    10 percent energy saving can be realized in households, offices and trade by means of smart information and communication technology. The saving is realized by a range of innovative measures that lead to this percentage without loss of comfort. One example is the heating in houses and offices by means of 'intelligent' software based on behavioral patterns and weather forecasts and on energy efficient hardware. The wide application of smart ICT in society can lead to 5 percent energy saving, thus rendering the 6 percent energy reduction target of the Kyoto Protocol within arm's reach. [mk]. [Dutch] Het is mogelijk om in huishoudens, kantoren en handel minstens 10 procent van het energiegebruik te besparen door de inzet van slimme informatie- en communicatietechnologie. De besparing wordt bereikt door een scala aan vernieuwende maatregelen die, zonder verlies van comfort, bij elkaar tot dit percentage leiden. Een voorbeeld is het door 'intelligente' software regelen van verwarming in huizen en kantoren afhankelijk van gedragspatronen en weersvoorspellingen en aan energiezuinigere hardware. De brede toepassing van slimme ICT in de samenleving kan ertoe leiden dat ongeveer 5 procent energie kan worden bespaard en dat de 6 procent energiereductie waartoe Nederland zich in het kader van het Kyoto-protocol heeft verplicht, binnen handbereik komt.

  1. Energy monitor of the Dutch flower bulb sector 2008; Energiemonitor van de Nederlandse Bloembollensector 2008

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Wildschut, J. [Praktijkonderzoek Plant en Omgeving PPO, Bloembollen, Boomkwekerij en Fruit, Lisse (Netherlands)

    2009-09-15

    de verdere monitoring t/m 2011. De Energie Efficientie Index van 2008 wordt dan op 100 gesteld. Voor 25 energiebesparende maatregelen is in de monitoring nagegaan in hoeverre deze werden toegepast, Opvallend hierbij is dat slechts op 11% van de bedrijven de ethyleen analyser wordt toegepast. Isolatie van de bewaarcel, frequentie-geregelde ventilatoren en de afgeronde uitblaasopening in de systeemwand worden relatief veel toegepast (door respectievelijk 70%, 50% en 38% van de bedrijven). In de broeierij scoren energieschermen, gevel-isolatie en voortrekken/meerlagenteelt relatief hoog (respectievelijk 55%, 53% en 24 %). Ook het toepassen van de klimaatcomputer in teelt en broei scoort met ruim 65% hoog. Meest toegepaste maatregel is het gebruik van HR:ketels (77%). Duurzame energie wordt op bijna 20% van de bedrijven toegepast, waarbij het gebruik van warme kaslucht voor drogen het meest toegepast wordt (door 76 bedrijven). Groene stroom is de tweede duurzame energiebron (aangekocht door bijna 5% van de bedrijven). Het aandeel duurzame energie komt hiermee op 2,3%. De CO2-uitstoot door het directe verbruik van fossiele brandstoffen van de 495 gemonitorde bedrijven is berekend op 30.541 ton bij de teelt (drogen en bewaren) en 25.003 bij de broei (kasverwarming). In totaal 55.544 ton.

  2. Wadden Sea in a different perspective. A sustainable socio-economic development perspective for the Wadden Sea area. Annexes; Wad anders. Een duurzaam sociaal-economisch ontwikkelingsperspectief voor het Waddengebied. Bijlagenboek

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    NONE

    2004-11-01

    From the socio-economical analysis it appears that the Wadden Sea area has a low population density and a low growth of the population compared to other regions in the Netherlands. Also, employment is low and income is lower than in other parts of the Netherlands. Unemployment has decreased but is still higher than in the rest of the Netherlands. Next to an analysis of the present structure of the different sectors in the Wadden Sea region, a SWOT-analysis has been carried out and interviews were held with representatives of different sectors: industry and businesses, scientific institutes and societal organizations. Based on the results of the socio-economic analysis perspectives were developed for the following five sectors: industry, recreational sector and tourism, exploitation of energy sources and resources, agriculture and fisheries. [Dutch] Het Ministerie van Economische Zaken heeft te samen met de Waddenprovincies en -gemeenten een duurzaam sociaal-economisch ontwikkelingsperspectief voor het Waddengebied (SEOW) opgesteld. Dit duurzame SEOW is ontwikkeld naar aanleiding van pkb-discussies in het verleden bij provincies, gemeenten en bedrijfsleven waarbij de indruk ontstond dat in het Waddengebied vrijwel niets meer mag en kan. Ook gezien de huidige staat van de economie is er alle aanleiding toe de sociaal- en ruimtelijk-economische component tijdig in beeld te hebben bij de komende beleidsmatige Waddenzeediscussies. Het duurzame SEOW heeft thans extra actuele waarde omdat het naast het advies van de Advies Groep Waddenzee (AGW), ook wel commissie Meijer genoemd, belangrijke input kan zijn voor de vervolgstappen op dit advies. Uit de sociaal-economische analyse van het gebied is gebleken dat: het Waddengebied relatief dunbevolkt is, de bevolkingsgroei aanmerkelijk achterblijft bij de landelijke groei, de bestaande werkgelegenheid (alhoewel toegenomen de afgelopen jaren) nog fors achterblijft bij de landelijke groei, het besteedbare inkomen lager ligt dan

  3. Wadden Sea in a different perspective. A sustainable socio-economic development perspective for the Wadden Sea area. Final report; Wad anders. Een duurzaam sociaal-economisch ontwikkelingsperspectief voor het Waddengebied. Final report

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    NONE

    2004-11-01

    From the socio-economical analysis it appears that the Wadden Sea area has a low population density and a low growth of the population compared to other regions in the Netherlands. Also, employment is low and income is lower than in other parts of the Netherlands. Unemployment has decreased but is still higher than in the rest of the Netherlands. Next to an analysis of the present structure of the different sectors in the Wadden Sea region, a SWOT-analysis has been carried out and interviews were held with representatives of different sectors: industry and businesses, scientific institutes and societal organizations. Based on the results of the socio-economic analysis perspectives were developed for the following five sectors: industry, recreational sector and tourism, exploitation of energy sources and resources, agriculture and fisheries. [Dutch] Het Ministerie van Economische Zaken heeft te samen met de Waddenprovincies en -gemeenten een duurzaam sociaal-economisch ontwikkelingsperspectief voor het Waddengebied (SEOW) opgesteld. Dit duurzame SEOW is ontwikkeld naar aanleiding van pkb-discussies in het verleden bij provincies, gemeenten en bedrijfsleven waarbij de indruk ontstond dat in het Waddengebied vrijwel niets meer mag en kan. Ook gezien de huidige staat van de economie is er alle aanleiding toe de sociaal- en ruimtelijk-economische component tijdig in beeld te hebben bij de komende beleidsmatige Waddenzeediscussies. Het duurzame SEOW heeft thans extra actuele waarde omdat het naast het advies van de Advies Groep Waddenzee (AGW), ook wel commissie Meijer genoemd, belangrijke input kan zijn voor de vervolgstappen op dit advies. Uit de sociaal-economische analyse van het gebied is gebleken dat: het Waddengebied relatief dunbevolkt is, de bevolkingsgroei aanmerkelijk achterblijft bij de landelijke groei, de bestaande werkgelegenheid (alhoewel toegenomen de afgelopen jaren) nog fors achterblijft bij de landelijke groei, het besteedbare inkomen lager ligt dan

  4. Does the polluter pay?; Betaalt de vervuiler?

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van Dril, A.W.N.

    2008-11-15

    On the opening-day of Dutch parliament in 2007, Minister Cramer presented the working programme 'Clean and Efficient' under the title 'New energy for the climate'. This programme indicates with what policy the cabinet intends to realize its ambitious targets for energy and climate. Compared to 1990 a reduction of greenhouse gas emissions of 30% in 2020 is proposed. Moreover, the energy saving pace must increase to 2% per year and a sustainable energy share of 20% in 2020 is envisaged. Energy saving and sustainable energy make a large contribution to the realization of the greenhouse gases objective. This article assesses which choices are made in the burden sharing in the proposed policy package. Attention is paid to the question if the polluter pays and which considerations play a role in policy development. In this policy development three phases are distinguished: objective, choice of instrument and implementation. Finally some recommendations are made for policy that better meets the polluter pays principle and some conclusions are drawn. [mk]. [Dutch] Op Prinsjesdag 2007 heeft Minister Cramer het Werkprogramma 'Schoon en Zuinig' gepresenteerd onder de titel 'Nieuwe energie voor het klimaat'. In dat programma wordt aangegeven met welk beleid het kabinet haar ambitieuze doelen voor energie en klimaat wil realiseren. Ten opzichte van 1990 wordt een reductie van de uitstoot van broeikasgassen voorgesteld van 30% in 2020. Bovendien moet het energiebesparingtempo naar 2% per jaar en wordt in 2020 een aandeel duurzame energie van 20% nagestreefd. Energiebesparing en duurzame energie dragen voor een belangrijk deel bij aan het invullen van de doelstelling voor broeikasgassen. In dit artikel wordt beoordeeld welke keuzen zijn gemaakt bij de lastenverdeling in het voorgestelde beleidspakket. Onderzocht wordt of de vervuiler betaalt en welke afwegingen een rol spelen bij de beleidsontwikkeling. Deze beleidsontwikkeling wordt

  5. Commercial green electricity products; Zakelijke groenestroomproducten

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Wielders, L.M.L.; Afman, M.R.

    2012-12-15

    The Dutch 100% Sustainable Energy: Green ICT campaign initiated by Hivos targets data centres, appealing to these companies to consider the environmental footprint of the electricity they use. Hivos is keen for a debate on greener alternatives and wanted a review of the sustainability of the various options available for buying 'green power' on the commercial market in the Netherlands, with a reasoned discussion of each. That review, laid down in this report, examines and discusses the various 'green power products' for the commercial market, providing a springboard for data centres to switch to a 'greener' product. To that end 'green power products' were categorized to highlight the differences between them. The highest score was given to renewable energy produced without any operating subsidy (the so-called SDE+ scheme), or with the higher price being paid for entirely by customers. Supply in these two categories is still fairly negligible, as this essentially represents an energy market in which renewables are cost-competitive with 'grey' electricity, or one in which customers are willing to pay (far) more for their electricity. The lowest scores were assigned to renewable power sourced in other countries and to 'grey' electricity [Dutch] De Hivos-bedrijvencampagne 100% Sustainable Energy: Green ICT richt zich op de datacenterbedrijven. De datacenterbedrijven worden aangesproken op de duurzaamheid van hun keuze voor de ingekochte elektriciteit. Hivos wil het gesprek aangaan over meer duurzame alternatieven. Hiervoor heeft Hivos behoefte aan een overzicht van de duurzaamheid van de verschillende opties voor de afname van duurzame elektriciteit (groene stroom) zoals die op de zakelijke markt in Nederland worden aangeboden, inclusief een onderbouwing. Dit rapport geeft een overzicht en inzicht in de verschillende groenestroomproducten voor de zakelijke markt zodat de datacenters kunnen overstappen op een

  6. Environmental taxes and green growth. Exploring possibilities within energy and climate policy; Milieubelastingen en Groene Groei. Verkenning van de mogelijkheden in het kader van het energie- en klimaatbeleid

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Vollebergh, H.

    2012-08-15

    , vormt een belangrijk onderdeel van beleid dat gericht is op duurzame economische groei. Deze notitie verkent welke relevante afwegingen spelen bij de inzet van het belastinginstrument als onderdeel van beleid gericht op duurzame economische groei. Deze afwegingen worden geëvalueerd aan de hand van gangbare criteria als (allocatieve) doeltreffendheid en doelmatigheid, rechtvaardigheid en uitvoerbaarheid. De focus ligt in het bijzonder bij de twee belangrijkste terreinen waarop Nederland milieubelastingen heft, te weten de belastingen op energieverbruik en verkeer en vervoer.

  7. Evaluation of the long-term agreement on energy efficiency in the mushroom sector [in the Netherlands]; Evaluatie Meerjaren Afspraak energie in de Paddestoelensector

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Lemmens, P.A.E. [et al.] [HAS KennisTransfer, Den Bosch (Netherlands)

    2005-08-15

    In 1998, the Long-Term Agreement on energy efficiency for the mushroom cultivation sector was signed by the Dutch Ministry of Economic Affairs and representatives of the mushroom cultivation sector. The main consideration were improvement of the sector's image, cost reductions, increasing awareness and preservation of a relatively beneficial energy rate. In the Long-Term Agreement, the target for 2005 was to realize an energy efficiency improvement of 20% compared to the year 1995 (reference year) and to strive for 5% sustainable energy deployment in 2005 [Dutch] In 1998 is de Meerjarenafspraak Energie voor de paddestoelensector ondertekend door het Ministerie van Economische Zaken en de vertegenwoordiging van de paddestoelensector met als belangrijkste overwegingen verbetering van het imago van de sector, kostenbeperking, bewustwording en behoud van een relatief voordelig energietarief. In de Meerjarenafspraak is als doel gesteld om in 2005 een verbetering van de energie-efficiency te realiseren van 20% ten opzichte van het jaar 1995 (basisjaar) en te streven naar 5% gebruik van duurzame energie in 2005.

  8. Market performance and distributional effects on renewable energy markets

    International Nuclear Information System (INIS)

    A renewable obligation (RO) combined with tradable renewable energy certificates is a market-based instrument used to promote the production of electricity from renewable energy sources. A renewable obligation is an alternative for subsidies. A renewable obligation will only be an efficient instrument if certificate markets are efficient. This requires that there is no market power and no anti-competitive behaviour on the certificate market. If the current developments in Dutch renewable energy production continue, market power on a future renewable certificate market in the Netherlands will probably not be an issue, even if the RO should only rest on the retail market instead of on the whole electricity market. A renewable obligation will raise the retail price for consumers, thereby reducing consumer surplus. Simulations show that the retail electricity price increases with 30 euro per MWh to a level of 104 euro per MWh in case of a 30% renewable target. Consumer surplus is reduced with 19% compared to the baseline scenario. In contrast, a subsidy such as the Dutch SDE (Promoting Renewable Energy scheme or 'Stimulering Duurzame Energie') which is financed from the state budget has the effect to (slightly) lower the retail electricity price, thereby increasing consumer surplus. It should however be realised that the costs of the subsidy will indirectly affect electricity consumers through their tax payments.

  9. Improving sustainability of bio-cogeneration in horticulture; Verbetering duurzaamheid (bio)WKK in de glastuinbouw

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Koolwijk, E.; Peeters, S.; Schlatmann, S. [Energy Matters, Driebergen (Netherlands)

    2011-12-15

    Combined Heat and Power (CHP) generating gas engines have become an inseparable part of greenhouses. An overview is given of the technical developments in CHP that could result in cost effectiveness, clean and sustainable operation of the CHP installation. This can be achieved by improving existing or new cogeneration systems: e.g. increasing the electrical or thermal efficiency and reduce emissions. Also attention is paid to alternatives for the gas engine: gas turbine and fuel cell. Finally, the options and state of affairs concerning biofuels, related techniques and potential use of 'green' CO2 were investigated [Dutch] WKK op basis van gasmotoren is de laatste 10 jaar uitgegroeid tot een onlosmakelijk operationeel onderdeel van de hedendaagse glastuinbouw. Een overzicht wordt gegeven van de technische ontwikkelingen rond WKK die er toe kunnen leiden dat WKK kosteneffectiever/rendabeler, schoner en duurzamer bedreven kan worden. Dit kan onder andere door verbeteringen van de bestaande of nog te plaatsen WKK's: verhogen van het elektrisch of thermisch rendement en verlagen van de emissies. Ook is gekeken naar de mogelijke alternatieven voor de gasmotor: gasturbine en brandstofcel. Tevens wordt ingegaan op de mogelijkheden en stand zaken rond biobrandstoffen, de daarbij behorende technieken en mogelijke toepassing van 'groene' CO2.

  10. Evaluation of the long-term agreement on energy efficiency in the flower bulbs sector [in the Netherlands]; Evaluatie Meerjaren Afspraak energie in de Bloembollensector

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Lemmens, P.A.E. [et al.] [HAS KennisTransfer, Den Bosch (Netherlands)

    2005-11-15

    In 1998 the Long Term Agreement on Energy for the flower bulb sector was signed by the Dutch Ministry of Economic Affairs and the representatives of the flower bulb businesses, the most important considerations being financial support, sector access of fiscal (lower energy rate) and subsidy schemes, lowering of the energy costs and simplified environmental permit granting. The Long Term Agreement had the objective of realizing a 22% energy efficiency improvement in 2005 compared to 19995 (reference year) and to strive for 4% sustainable energy use in 2005 [Dutch] In 1998 is de Meerjarenafspraak Energie voor de bloembollensector ondertekend door het Ministerie van Economische Zaken en de vertegenwoordiging van de bloembollensector met als belangrijkste overwegingen financiele ondersteuning, sectortoegang van fiscale (lager energietarief) en subsidieregelingen, verlaging energiekosten en gemakkelijker verlening van de milieuvergunning. In de Meerjarenafspraak is als doel gesteld om in 2005 een verbetering van de energie efficientie te realiseren van 22% ten opzichte van het jaar 1995 (basisjaar) en te streven naar 4% gebruik van duurzame energie in 2005.

  11. Options for shallow geothermal energy for horticulture. Annexes; Kansen voor Ondiepe Geothermie voor de glastuinbouw. Bijlagen

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Hellebrand, K. [IF-Technology, Arnhem (Netherlands); Post, R.J. [DLV glas en energie, Naaldwijk (Netherlands); In ' t Groen, B. [KEMA, Arnhem (Netherlands)

    2012-06-15

    Geothermal energy is too expensive to serve as energy supply for most horticultural entrepreneurs. Therefore, research has been carried out into options to use heat from more shallow layers (shallow geothermal energy). Unlike shallow geothermal energy deep geothermal energy can be applied on a smaller scale, possibly also for individual growers. It can be applied in combination with an existing heating system, but with a more sustainable outcome. Because drilling is done in shallow layers, drilling costs and financial risks are lower. This report comprises the annexes (A) Geologic Framework, and (B) Maps of the Netherlands (depth, thickness of sand layers, temperature and shallow geothermal energy potential [Dutch] Geothermie is voor de meeste tuinbouwondernemers teduur om als energievoorziening te dienen. Daarom is onderzoek gedaan naar mogelijkheden om warmte te gebruiken uit ondiepere lagen (ondiepe geothermie). In tegenstelling tot diepe geothermie is ondiepe geothermie op kleinere schaal toepasbaar, mogelijk ook voor individuele kwekers. Het kan in combinatie met de bestaande verwarmingsinstallatie worden ingezet maar met een duurzamer resultaat. Omdat ondieper wordt geboord zijn de boorkosten en de financiele risico's lager. Dit rapport bevat de bijlagen: (A) Geologisch kader, en (B) B Kaarten Nederland (diepte, zandlaagdikte, temperatuur en ondiepe geothermie (OGT) potentie.

  12. Progress report on Green Deals 2012; Voortgangsrapportage Green Deals 2012

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    NONE

    2012-10-15

    In the Dutch governmental coalition agreement the Green Deal approach was announced in the autumn of 2010. The focus of the Green Deals is for people and companies to develop sustainable initiatives that contribute to economic growth. This progress report provides an overview of the deals that this bottom-up approach has yielded. The report also provides information on the progress of the deals and the interim results of the approach and the individual deals. Also attention is paid to how the 131 Green Deals score on innovation and entrepreneurship [Dutch] In het regeerakkoord van het kabinet is in het najaar van 2010 de Green Deal-aanpak aangekondigd. Centraal in de aanpak staat dat mensen en bedrijven zoveel mogelijk ruimte krijgen voor eigen duurzame initiatieven die bijdragen aan economische groei. Deze voortgangsrapportage geeft een overzicht van de deals die deze bottom-up aanpak heeft opgeleverd. De rapportage informeert bovendien over de voortgang van de deals en over de tussentijdse resultaten van zowel de aanpak als de afzonderlijke deals. Ook wordt gekeken hoe de 131 Green Deals scoren op innovatief vermogen en ondernemerschap.

  13. All-electric house, a solid future concept. Part 1. Electric house can solve the Energy Efficiency Coefficient problem; All-electrichuis, een toekomstvast concept. Deel 1. Elektrisch huis kan EPC-probleem oplossen

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Hafkamp, P.; Hunik, R. [Instituut voor Wetenschap en Ontwikkeling IWO, Ede (Netherlands)

    2011-01-15

    (Sustainably generated) electricity plays an important role in increasing sustainability in society. When storing sustainable heat and cold, heat is transported by means of electric-driven (heat) pumps. Interest in the all-electric house increases, especially in those cases where a choice needs to be made about investing in distribution grids in the construction of new residential areas. This is the first in a series of three articles on the all-electric house. In the second article, the concept will be further elaborated and in the final article the plan of steps and practical examples are discussed. [Dutch] In de verduurzaming van de maatschappij speelt (duurzaam opgewekte) elektriciteit een belangrijke rol. Ook bij de opslag van duurzame warmte en koude wordt warmte verplaatst met elektrisch aangedreven (warmte) pompen. De belangstelling voor het all-electric huis neemt toe, vooral daar waar keuzes moeten worden gemaakt voor investeringen in distributienetten bij de aanleg van nieuwe woonwijken. Dit is het eerste artikel in de reeks van drie over het all-electric huis. In het volgende nummer wordt het concept verder uitgewerkt, in het laatste artikel volgt een stappenplan met praktische voorbeelden.

  14. Energy efficiency ground-source energy system, Environmental Protection Law, article 'Heat and cold storage, value for money'; Energierendement bodemenergiesysteem, Wet milieubeheer, artikel 'WKO, waar voor je geld'

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Lambregts, E.G.M.; Teunissen, P.O.M.; Beukenhorst, E.

    2013-01-15

    Upscaling of ground-source energy systems can contribute to heat and cold storage systems and thus reduce CO2 emission for the Amsterdam municipality. Based on the results of the project 'Heat and cold storage; Value for money' a proposal was made to the Dutch Ministry of Infrastructure and Environment to include a regulation 'energy efficiency heat and cold storage' in the Environmental Protection Law [Dutch] In het kader van de CO2 doelstelling van Amsterdam om 40% CO2 te reduceren in 2025 t.o.v. van 1990 wordt de verdere opschaling van de techniek bodemenergiesysteem gezien als een techniek die in belangrijke mate kan bijdragen aan de pijler 'transitie duurzame warmte en koude'. Op landelijk en gemeentelijk niveau werd gesignaleerd dat (open) bodemenergiesystemen in de exploitatiefase veelal onvoldoende functioneerden. In dit rapport wordt op basis van de resultaten van het project 'WKO, waar voor je geld' een voorstel aan het Ministerie van I en M gedaan om een voorschrift 'energierendement wko' op te nemen in het Activiteitenbesluit Wet milieubeheer.

  15. From the 'electricity grid' to the future 'smart grid'; Van de achterhaalde 'electricity grid' naar de toekomstige 'smart grid'

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    De Winter, J.

    2011-08-30

    During the TechConnect World Conference (Boston, MA, USA, 13-16 June 2011), which focused on fundamental and applied research in the fields of clean tech and nanotechnology, the activities of nanotechnology options in the clean tech were addressed and critically set out. Nanotechnology for energy storage, new generation fuels and nanomaterials for clean sustainable technologies were among the subjects on the interface between cleantech and nanotechnology. Moreover, research was presented on nano applications in conventional energy types such as oil and gas. [Dutch] Tijdens de TechConnect World Conference (Boston, MA, USA, 13-16 juni 2011), gericht op zowel fundamenteel als toegepast onderzoek op de gebieden cleantech en nanotechnologie, werd onder andere de bedrijvigheid van nanotechnologiemogelijkheden in de cleantech uitgelicht en kritisch uiteengezet. Nanotechnologie voor energieopslag, nieuwe generatie brandstoffen en nanomaterialen voor schone en duurzame technologieen waren de onderwerpen op het raakvlak van clean- en nanotechnologie. Daarnaast werd op de conferentie onderzoek gepresenteerd naar nanotoepassingen in conventionele energievormen als olie en gas.

  16. Progress report energy from renewable sources in the Netherlands 2009-2010. Directive 2009/28/EG; Voortgangsrapportage energie uit hernieuwbare bronnen in Nederland 2009-2010. Richtlijn 2009/28/EG

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    NONE

    2011-12-15

    This report describes the progress the Netherlands has made in the field of sustainable energy in 2009 and 2010. It is an obligatory report sent to the European Commission late 2011. The reported progress is the effect of the policy and measures that were taken in the reporting period (2009 and 2010). A description is provided of the outlines of the new energy policy. The report also describes the effect of new policy on the indicative figures for 2020 as calculated by the Netherlands Environmental Assessment Agency (PBL)and ECN [Dutch] Dit rapport beschrijft de voortgang die Nederland heeft gemaakt in 2009 en 2010 op het gebied van duurzame energie. Het gaat om een verplichte rapportage die eind 2011 aan de Europese Commissie is gestuurd. De beschreven voortgang is het effect van het in de rapportageperiode (2009 en 2010) vigerende beleid en maatregelen. Een beschrijving van het nieuwe energiebeleid op hoofdlijnen is gegeven. Ook is het effect beschreven van het nieuwe beleid op het streefcijfer 2020 zoals doorgerekend door Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en ECN.

  17. Towards minimum energy houses with EPC {<=}0; Op weg naar minimum energie woningen met EPC {<=}0

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Den Dulk, F.W. [Piode - ontwerp- en adviesbureau BNA, Amersfoort (Netherlands)

    2012-09-15

    The purpose of the publication is to inform stakeholders about the current state concerning energy efficient building of houses and residential buildings. Also guidance is provided with regard to steps to follow and some practical examples are given. The energy concepts shown are based on known and marketable techniques. An energy concept is a balanced and tailored set of design measures, building construction facilities, installation and (sustainable) energy supply. Optimization is based on energy savings and costs and benefits and it must also meet requirements for health, safety, comfort and ease of operation [Dutch] Het doel van de publicatie is om belanghebbenden te informeren over de huidige stand van zaken m.b.t. vergaand energiezuinig bouwen. Tevens wordt een handreiking geboden over de te volgen stappen en zijn een aantal voorbeelden opgenomen over de praktijk. De publicatie is beperkt tot seriematige woningbouw. De energieconcepten zijn op het niveau van de individuele woning of een woongebouw. De weergegeven energieconcepten zijn gebaseerd op bekende- en marktrijpe technieken. Een energieconcept is een afgewogen en op elkaar afgestemd samenstel van ontwerpmaatregelen, bouwkundige maatregelen en voorzieningen, de installatie en de (duurzame) energievoorziening . Optimalisatie vindt plaats op basis van energiebesparing en kosten/baten terwijl tevens moet worden voldaan aan eisen voor veiligheid, gezondheid, comfort en bedieningsgemak.

  18. One central heating boiler for all combustible gases; Een CV-ketel voor alle brandbare gassen

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Gersen, S.; Darmeveil, H.; Hegge, R. [DNV KEMA Energy and Sustainability, Arnhem (Netherlands)

    2012-06-07

    There is increasing interest in the distribution of sustainable gases (H2, H2/CO, CH4/CO2) and imported gases, such as LNG. The composition of these 'new' gases can differ greatly from the traditional distributed gases. The combustion characteristics may cause undesired effects in household appliances. One of the solutions is to develop equipment that can accept a wide range of gases and mixtures thereof. To this end, within the EDGaR-program (Energy Delta Gas Research) the project 'new gas sensors' is started by the Energy Research Centre of the Netherlands (ECN), Delft University of Technology (TUD) and DNV-KEMA/Gasunie to develop a boiler in which the new gases can be used [Dutch] Er is toenemende interesse in de distributie van duurzame gassen (H2 , H2/CO, CH4/CO2 ) en geimporteerde gassen, zoals LNG. De samenstelling van deze 'nieuwe' gassen kan sterk verschillen van de traditioneel gedistribueerde gassen. De verbrandingseigenschappen kunnen ongewenste effecten veroorzaken in huishoudelijke apparatuur. Een van de oplossingen is het ontwikkelen van apparatuur die een breed scala aan gassamenstellingen kan accepteren. Hiertoe is binnen het EDGaR-programma (Energy Delta Gas Research) een project 'new gas sensors' gestart met ECN, TU Delft en DNV-KEMA/Gasunie voor het ontwikkelen van een CV-ketel die geschikt is voor de nieuwe gassen.

  19. Energy monitor of the Dutch mushroom sector 2011; Energiemonitor van de Nederlandse Paddestoelensector 2011

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Wildschut, J.; Promes, E. [Praktijkonderzoek Plant en Omgeving PPO, Bloembollen, Boomkwekerij en Fruit, Lisse (Netherlands)

    2012-09-15

    The targets of the long-term agreement on energy efficiency between 2007-2011 between the mushroom sector and several ministries in the Netherlands are: 14.5% energy efficiency improvement compared to 2005; and increased use of sustainable energy. For the annual monitoring of the energy use of the mushroom sector in 2011 108 businesses were approached. 53 businesses sent back filled in questionnaires [Dutch] De doelstellingen van de Meerjarenafspraak energie voor 2007 t/m 2011 (de MJA-e 2007-2011), gemaakt tussen het ministerie van LNV (het tegenwoordige ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (ELI)) en de Paddenstoelensector (Vakgroep Paddenstoelen van de LTO, het Productschap Tuinbouw, en de deelnemende bedrijven) zijn: Een verbetering van de Energie-Efficientie (EE) van 14,5% t.o.v. 2005, d.w.z. een reductie van 2% in het energieverbruik per eenheid product in 2006 en van 2007 t/m 2011 van 2,5 % per jaar. Daarnaast wordt het toepassen van duurzame energie als speerpunt gesteld. Volgens deze afspraak worden de vorderingen op dit gebied jaarlijks gemonitord. Voor de monitoring van het energieverbruik door de paddenstoelensector in 2011 zijn 108 bedrijven aangeschreven. Van 53 bedrijven zijn volledig ingevulde vragenlijsten ontvangen.

  20. Transition pathway for climate-neutral mushroom cultivation. The agenda for a climate-neutral and economic effective mushroom cultivation in 2020; Transitiepad klimaatneutrale paddenstoelenteelt. De agenda voor een klimaatneutrale en economisch rendabele paddenstoelenteelt in 2020

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Suurmeijer, J.M. [Grontmij, Amersfoort (Netherlands); Hilkens, J. [AdVisie, Herkenbosch (Netherlands)

    2011-11-15

    To realize the ambition of climate-neutral and economically viable mushroom cultivation in new businesses as of 2020, a vision and a transition pathway need to be developed. The energy saving options discussed in the report 'Onderzoek naar het energiezuinig paddenstoelenbedrijf anno 2010' ('Study of an energy efficient mushroom cultivation business in 2010') serve as starting point. Three transition pathways have been developed. Each transition pathway contributes to a future-proof mushroom cultivation sector, to increasing energy efficiency or to deployment of sustainable energy in the mushroom cultivation sector [Dutch] Voor het realiseren van de ambitie om vanaf 2020 in nieuwe bedrijven klimaatneutraal en economisch rendabel paddenstoelen te kunnen telen, dient een visie en een transitiepad te worden opgesteld. De energiebesparingsopties uit het rapport 'Onderzoek naar het energiezuinig paddenstoelenbedrijf anno 2010' dienen hierbij als uitgangspunt. Er zijn drie transitiepaden ontwikkeld. Elk transitiepad geeft zijn bijdrage aan een toekomstbestendige paddenstoelensector, aan het verhogen van de energie-efficiency of aan de toepassing van duurzame energie in de paddenstoelensector.

  1. Progress report on Green Deals 2013; Voortgangsrapportage Green Deals 2013

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    NONE

    2013-11-15

    In the Dutch governmental coalition agreement the Green Deal approach was announced in the autumn of 2010. The focus of the Green Deals is for people and companies to develop sustainable initiatives that contribute to economic growth. The Green Deal approach started with the theme energy, but has been extended with the themes biobased economy, climate, resources, buildings, food, mobility, water and biological diversity. This progress report provides an overview of the deals that this bottom-up approach has yielded. The report also provides information on the progress of the deals and the interim results of the approach and the individual deals. Also attention is paid to how the 146 Green Deals score on innovation and entrepreneurship [Dutch] In het regeerakkoord van het kabinet is in het najaar van 2010 de Green Deal-aanpak aangekondigd. Centraal in de aanpak staat dat mensen en bedrijven zoveel mogelijk ruimte krijgen voor eigen duurzame initiatieven die bijdragen aan economische groei. De aanpak is gestart vanuit het thema energie, maar beslaat inmiddels ook de thema's biobased economy, klimaat, grondstoffen, bouw, voedsel, mobiliteit, water en biodiversiteit. Deze voortgangsrapportage geeft een overzicht van de deals die deze bottom-up aanpak heeft opgeleverd. De rapportage informeert bovendien over de voortgang van de deals en over de tussentijdse resultaten van zowel de aanpak als de afzonderlijke deals. Ook wordt gekeken hoe de 146 Green Deals scoren op innovatief vermogen en ondernemerschap.

  2. Learning from the energetic rural area. Background report; Leren van het energieke platteland. Achtergrondrapport

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Arnouts, R.; Van den Born, G.J.; Daalhuizen, F.; Farjon, H.; Pols, L.; Tekelenburg, T.; Tisma, S.; Van Veen, M. [Planbureau voor de Leefomgeving PBL, Den Haag (Netherlands); Gerritsen, A.; Verburg, R. [Wageningen UR, Wageningen (Netherlands); Wiering, M. [Radboud Universiteit Nijmegen, Nijmegen (Netherlands); Roovers, G. [Oranjewoud, Heerenveen (Netherlands)

    2013-06-15

    Citizens and businesses start on a regular basis, and in cooperation with the Dutch government, initiatives to improve the living environment in rural areas. In this study, 32 examples are discussed to detect issues that can be improved. The examples concern more or less successful partnerships for sustainable rural development, in which the market, citizens and civil society play a prominent role. Four issues for improvement are identified: (1) Other accents are required in laws and regulations for the living environment; (2) The Dutch government must give smart directions by means of levies and incentives; (3) A vision of the governments is essential; and (4) Towards a proactive, facilitating government [Dutch] Burgers en bedrijven nemen regelmatig samen met overheden initiatieven om de leefomgeving op het platteland te verbeteren. In deze studie zijn 32 praktijkvoorbeelden onder de loep genomen om die verbeterpunten op te sporen. Het gaat om meer of minder succesvolle samenwerkingsverbanden voor duurzame plattelandsontwikkeling, waarin marktpartijen, burgers en het maatschappelijk middenveld een vooraanstaande rol spelen. Hierbij worden vier verbeterpunten gesignaleerd: (1) Andere accenten gewenst in wet- en regelgeving voor de leefomgeving; (2) Slimmer sturen met heffingen en vergoedingen door de overheid; (3) Visie van overheden is onontbeerlijk; en (4) Naar een proactieve, faciliterende overheid.

  3. How sustainable is the Netherlands?; Hoe duurzaam is Nederland?

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Verhoef, P.J. [Adviesbureau Verhoef, Apeldoorn (Netherlands)

    2009-09-15

    Sustainable technology bas become a marketing tool rather than an idealism. The question arises whether all initiatives to introduce sustainability are really effective and result in the targets set by the Dutch Government in energy and environmental policy. In the refrigeration and air conditioning business also developments take place with regard to sustainability, such as the replacement by environment-friendly refrigerants and the underground storage of heat and cold. In this article a few restraints for the implementation of sustainable solutions are discussed. [Dutch] Duurzaam is een modewoord dat vaak wordt gebruikt om producten en diensten in de markt te zetten. De vraag is echter of de goedbedoeIde intenties voldoende bijdragen aan een duurzame verandering, of dat hier meer voor nodig is. Ook in de koudetechniek en luchtbehandeling vinden de nodige ontwikkelingen plaats, zoals het terugdringen van chemische koudemiddelen en het gebruik van natuurlijke bronnen voor de levering van koude en warmte. In dit artikel wordt een aantal knelpunten aangestipt, die de introductie van duurzaam in de weg staan.

  4. Emission Trading System in the SER Energy Agreement for Sustainable Growth. Macro-economic calculation by means of WorldScan; ETS in het SER Energieakkoord. Macro-economische doorrekening met WorldScan

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Brink, C. [Planbureau voor de Leefomgeving PBL, Den Haag (Netherlands)

    2013-09-01

    The Dutch National Energy Agreement for Sustainable Growth aims at strengthening the European system for emissions trading by a more strict emission ceiling. Also, the agreement aims at guarantee the competitiveness of global energy intensive businesses by adjusting the allocation method for emission rights. In the calculations for the energy agreement this is reflected in the adjustment of the ETS pricing path. In this memo the calculations with the equilibrium model WordlScan are described and presented [Dutch] Het Nationaal Energieakkoord voor Duurzame Groei zet in op een versterking van het Europees systeem voor emissiehandel (ETS) door aanscherpen van het emissieplafond. Verder wil het akkoord de concurrentiepositie van het mondiaal opererende energie-intensieve bedrijfsleven borgen door aanpassing van de allocatiemethode voor emissierechten. In de doorrekening van het Energieakkoord is deze inzet tot uitdrukking gebracht in een aanpassing van het ETS-prijspad. Deze notitie beschrijft de berekeningen met het algemeen evenwichtsmodel WorldScan waar deze aanpassing van het ETS-prijspad op is gebaseerd.

  5. Innovative Energy Concepts and Pilots for the Zero-energy Built Environment in 2050; Innovatieve energieconcepten en pilots voor de energieneutrale gebiedsontwikkeling in 2050

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Jablonska, B.; Ruijg, G.J.; Visser, H.; Opstelten, I.J. [Energy research Centre of the Netherlands ECN, Petten (Netherlands); Epema, T. [TNO Bouw en Ondergrond, Delft (Netherlands); Willems, E.M.M.; Nuchelmans-Van Wanum, M. [Cauberg-Huygen Consulting Engineers, Amsterdam (Netherlands); Opstelten, I.J. [Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting SEV, Rotterdam (Netherlands)

    2011-02-15

    involved four cities have been drawn up and elaborated as pilots, in close cooperation with the representatives of the involved municipalities. The research up to now has shown that it is possible to realise energy neutrality in 2050 by implementing innovative technical concepts on district level. In this approach, different districts have different sustainable energy potentials that have their peak supply at different times. The smart approach therefore is not the autarkic district, but an exchange of surplus sustainable energy with neighbouring districts and import of the same amount of energy in case of a shortage. [Dutch] Het doel van dit rapport is het verschaffen van inzicht en het bevorderen van de discussie over energieleverende gebouwde omgeving. Als resultaat worden energieconcepten voor duurzame gebiedsontwikkeling gepresenteerd om op lange termijn tot een energieneutrale gebouwde omgeving te komen. De energieconcepten zijn samengesteld uit een zinvolle combinatie van technologieen en maatregelen. Gebiedsmaatregelen als onderdeel van de energieconcepten zijn bijvoorbeeld afstemming op het ruimtebeslag van energievoorziening, teelt van gewassen met het oog op de benodigde biomassa-mix voor een lokale bio-energiecentrale en aansluiting op een smart-grid van diverse duurzame opwekkers. Dit rapport beperkt zich tot gebieden met woningbouw en/of utiliteitsbouw, het energie verbruik van industrie en transport wordt hierin niet beschouwd. Wel wordt er een doorkijk gegeven naar duurzaam vervoer voor huishoudelijke doeleinden. Met energieneutraal wordt hierbij bedoeld dat het energiegebruik binnen de gebiedsgrens gelijk is aan de hoeveelheid duurzame energie die binnen de gebiedsgrens wordt opgewekt. Om de concepten te ontwikkelen zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: Eerst is onderzocht hoe de toekomstige energievoorziening er mogelijk uit zal zien. Er is daarbij geinventariseerd welke energievraag nog resteert en welke technologieen er nu en in de toekomst

  6. Electricity generated in the North Sea and Sahara; Een supergrid met Noordzee- en Saharastroom?

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Schmitz, A.H.H. [Autarkis, Almere (Netherlands)

    2010-05-15

    This article makes a clear statement that the total investments in the 'decentralized all electrical solution' is less than the investments in central solutions with electricity generated in either the North Sea and/or the Sahara. The author states that the Dutch government should therefore focus their subsidiary policies to smaller affordable decentralized solutions, instead of the larger expensive centralized solutions. This is at the moment clearly not the case in Dutch politics. However, autarky is possible in the short term as described in this article on the basis of a case of a house with heat and electricity installations. [Dutch] Vormt een supergrid met elektriciteit van de Noordzee en uit de Sahara gecombineerd met passieve woningbouw onze toekomstige duurzame (autarke) energievoorziening? Het warmte/krachtverbruik van de gebouwde omgeving in Nederland bedraagt circa 30 procent van het primaire energiegebruik. Het is ondoenlijk om op afzienbare tijd alle 7,2 miljoen woningen te renoveren tot op een passief woningbouwniveau met isolatiedikten tot wel 40 a 50 centimeter, voorzien van thermische zonnecollectoren voor de warmwaterproductie en met elektriciteit van de Noordzee en uit de Sahara. Autarkie op kortere termijn is wel realiseerbaar op een wijze zoals beschreven in deze publicatie op basis van een woning met warmte- en electrische installaties.

  7. Interventieteams: werken op het snijvlak van rechtstaat en maatschappelijke urgentie

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Jacqueline de Savornin Lohman

    2009-06-01

    Full Text Available Today communities often cope with juvenile delinquency or misconduct by its citizens such as fraudulent claims for social security benefit. Multi-problem families require specialist intervention. The response of policy makers has been to develop intervention programmes whereby the intervention teams – following instructions laid down in a protocol – visit the homes. These teams consist of civil servants, professionals, and employees of public institutions and companies such as electricity companies. From a policy approach Intervention Teams are efficient. However, their action tends to conflict with the judicial approach. Citizens complained with success in Court and at the Ombudsman’s office, because their privacy was violated by the intrusive action of these teams. The response of the law has been to require each team-member to prove his identity and to disclose the precise reason for his visit. In practice this formal requirement impedes effective problem solving on the spot. The author proposes as third possibility the context-oriented approach. The concept of ‘dynamic legitimacy’ is useful to give this approach a normative base. It includes the perspective of the occupant, whose privacy is at stake. Research into ‘best practices’ confirms that teamwork as close as possible ‘at the front door’, if firmly rooted in judicial principles and standards of decency, is a condition for successful interventions. De hedendaagse samenleving wordt regelmatig geconfronteerd met jeugdcriminaliteit of wangedrag door burgers, zoals misbruik van sociale voorzieningen. Multi-probleemgezinnen vereisen specialistische interventies. Beleidsmakers hebben als reactie interventieprogramma’s ontwikkeld waarin huisbezoek door interventieteams een belangrijke plaats inneemt. Deze teams bestaan uit ambtenaren, professionals, en werknemers van publieke instellingen en organisaties zoals elektriciteitsbedrijven. Vanuit een beleidsperspectief zijn deze

  8. Understanding Emotional Identities: The Dutch Phlegmatic Temperament as Historical Case-Study

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Dorothee Sturkenboom

    2014-06-01

    Full Text Available

    Throughout history emotions and emotional styles have functioned as social markers to make a distinction between groups in societies. This essay introduces the concept of ‘emotional identity’ to reflect upon the underlying dynamic process in which both insiders and outsiders use (the handling of emotions, or the lack thereof, to characterise a group of persons. Taking the allegedly phlegmatic temperament of the Dutch as an example, it explains how such identities come into being and are sustained, but also contested, reappraised and altered over time. It discusses the non-exclusive and inherently paradoxical nature of emotional group identities as well as some of the key mechanisms and patterns of adjustment that account for the long life of the stereotypes involved. While the essay covers a time span of two millennia, it focuses mainly on the early modern era when classical climate zone theories merged with new modes of national thinking and even allowed for the smooth introduction of an entirely new element into the stolid character of the Dutch, that is, the national passion for profit.

     

    De dynamiek van emotionele identiteiten. Het Nederlands flegmatisch temperament als historische case-study
    Emoties en emotionele stijlen zijn in de geschiedenis regelmatig aangewend als sociaal onderscheidingsmiddel om groepen in de samenleving verschillend te waarderen. Dit artikel introduceert het begrip ‘emotionele identiteit’ om na te kunnen denken over het onderliggende dynamische proces waarin direct betrokkenen en buitenstaanders (het omgaan met emoties, of het gebrek daaraan, gebruiken om een groep van personen te typeren. Met het verondersteld flegmatisch temperament van de Nederlanders als voorbeeld wordt uitgelegd hoe zulke identiteiten tot stand komen en in stand blijven, maar ook aangevochten kunnen worden en door de tijd heen onderhevig zijn aan veranderingen en herwaarderingen. Besproken worden de niet

  9. Profession or craft? A reflection on the moral identity of social work

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Ed de Jonge

    2014-03-01

    waarde (zoals rechtvaardigheid is, terwijl ambachten gericht zijn op het manipuleren van concrete materialen (bijvoorbeeld steen. Bijgevolg zijn (enkel professies beroepen met een morele identiteit. In alle zelfdefinities van sociaal werk is deze morele identiteit, deze humanitaire kern aanwezig (zie bv. IFSW, NVMW. Daarom moet sociaal werk worden beschouwd als een professie en niet als een ambacht. Dit is niet louter een academische discussie maar beïnvloedt bijvoorbeeld de positie van dit beroep in de samenleving, zoals aan de hand van de ministeriële richtlijnen betreffende Welzijn Nieuwe Stijl kan worden geïllustreerd.

  10. Book Reviews

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Margaret Leidelmeijer

    1994-04-01

    Full Text Available - Roger Busser, Sudo Sueo, The Fukuda Doctrine and ASEAN; New dimensions in Japanese Foreign policy. Singapore: Institute of Southeast Asian Studies, 1992. - P.J. Drooglever, C. Fasseur, De Indologen; Ambtenaren voor de Oost 1825-1950. Amsterdam: Bert Bakker, 1993, 552 pp. - Raymond Evans, Tony Swain, A place for strangers; Towards a history of Australian Aboroginal being. Cambridge: Cambridge University Press, 1993, xi + 330 pp. - CH.F. van Fraassen, Leonard Andaya, The world of Maluku; Eastern Indonesia in the early modern period. Honolulu: University of Hawai Press, 1993, ix + 306 pp. - J. van Goor, Lodewijk Wagenaar, Galle VOC-vestiging in Ceylon; Beschrijving van een koloniale samenleving aan de vooravond van de Singalese opstand tegen het Nederlandse gezag, 1760. Amsterdam: De Bataafsche Leeuw, 1994. - Geert Kalshoven, A. Schrevel, Access to Water; A socio-economic study into the practice of irrigation development in Indonesia. Ph.D. thesis, The Hague: The Institute of Social Studies, 1993. - Nico Kaptein, Mohamed Ariff, Islam and the economic development of Southeast Asia; The Islamic Voluntary Sector in Southeast Asia. Singapore: Institute of Southeast Asian Studies,1991.''Islam and the economic development of Southeast Asia; The Muslim private sector in Southeast Asia. Singapore: Institute of Southeast Asian Studies, 1991. - Victor T. King, Alistair Morrison, Fair land Sarawak; Some recollections of an expatriate official. Ithaca, New York: Cornell University (Southeast Asia Program, Studies on Southeast Asia 13, 1993, xiv + 182 pp. - H.A.J. Klooster, Klaus H. Schreiner-Brauch, Nationalismus und Personenkult im indonesischen Geschichtsverständnis. Ph.D. Dissertation, Universität Hamburg, 1993, xxi + 293 pp. - Han Knapen, Mark Cleary, Borneo; Change and development. Singapore, Oxford and New York: Oxford University Press, 1992, x + 271 pp., tables, figures, index., Peter Eaton (eds. - Sirtjo Koolhof, Christiaan G.F. de Jong

  11. Rare earth metals in North America; Zeldzame aardmetalen in Noord-Amerika

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Louzada, K.

    2012-11-15

    The uncertain supply of rare earth metals (Rare Earth Elements) from China for the high tech industry in the U.S. is a barrier for innovation and the high-tech manufacturing industry. Many rare earths are applied in permanent magnets for sustainable energy generation and for energy storage systems in for example electric cars. Also other sectors feel the pressure of shortages. The federal government in the USA and US companies use the opportunity to encourage research into recycling, reducing the use and finding alternatives for rare earths. Canada sees in the uncertain supply and dwindling reserves in the USA and elsewhere an economic opportunity. Canada can start the development of hitherto unprofitable reserves of valuable materials. Both in the USA and Canada, the number of exploration projects in the mining industry has grown significantly [Dutch] De onzekere aanvoer van zeldzame aardmetalen (Rare Earth Elements) uit China voor de hightechindustrie vormt in de VS een hindernis voor innovatie en voor de hightech maakindustrie. Met name in permanente magneten voor duurzame energieopwekking en energieopslagsystemen voor bijvoorbeeld elektrische auto's worden veel zeldzame aardmetalen verwerkt. Ook andere sectoren staan onder druk. De federale overheid en bedrijven in de VS maken van de gelegenheid gebruik om onderzoek naar de recycling, vermindering van het gebruik en alternatieven voor zeldzame aardmetalen te stimuleren. Canada ziet de onzekere aanvoer en slinkende reserves in de VS en elders als een economische kans. Het land kan tot nu toe onrendabele voorkomens van de waardevolle materialen gaan ontwikkelen. Zowel in de VS als in Canada is het aantal exploratieprojecten in de mijnbouw aanzienlijk gegroeid.

  12. The energy agreement: what does it mean? Assessment of the agreements made; Het Energieakkoord. Wat gaat het betekenen? Inschatting van de gemaakte afspraken

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Londo, M. [ECN Beleidsstudies, Amsterdam (Netherlands); Boot, P. [Planbureau voor de Leefomgeving PBL, Den Haag (Netherlands)

    2013-09-01

    The SER (Social and Economic Council of the Netherlands) Energy Agreement for Sustainable Growth outlines the ambition to provide a long-term perspective for the Dutch energy economy with short and medium term agreements. Therefore, a large number of concrete measures and elaborations are agreed upon. Quantitative assessments are made of the effects for 2020-2023. Because there are almost no concrete measures for a longer period and the uncertainties are increasing for the longer term, calculations were not carried out for years after 2023. The extent to which the agreed steps contribute to the necessary building blocks for the energy transition in the long term is assessed qualitatively. Agreed targets in the agreement are: (1) A reduction in final energy consumption by an average of 1.5% per year; (2) 100 PJ energy conservation in final energy consumption in 2020; (3) 14% renewable energy by 2020 and 16% in 2023; (4) at least 15,000 jobs with an emphasis on the next few years [Dutch] Het SER-Energieakkoord voor duurzame groei schetst als ambitie het bieden van een langetermijnperspectief voor onze energiehuishouding met afspraken voor de korte en middellange termijn. Het is daartoe een groot aantal concrete maatregelen en nadere uitwerkingen overeengekomen. ECN/PBL hebben met het EIB een kwantitatieve doorrekening gemaakt van de effecten voor 2020/23. Omdat er vrijwel geen concrete maatregelen zijn afgesproken die gericht zijn op een verder liggende periode en de onzekerheden op langere termijn steeds meer toenemen, is geen doorrekening voor latere jaren gemaakt. De mate waarin de afgesproken stappen bijdragen aan de nodige bouwstenen voor de energietransitie op langere termijn is kwalitatief beoordeeld. Afgesproken doelen in het akkoord zijn: (1) Een besparing van het finale energieverbruik met gemiddeld 1,5% per jaar; (2) 100 PJ besparing in het finale energieverbruik in 2020; (3) 14% hernieuwbare energie in 2020 en 16% in 2023; (4) Tenminste 15.000 banen met

  13. Energy monitor of the Dutch mushroom sector 2010; Energiemonitor van de Nederlandse Paddestoelensector 2010

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Wildschut, J.; Smits, A. [Praktijkonderzoek Plant en Omgeving PPO, Bloembollen, Boomkwekerij en Fruit, Lisse (Netherlands)

    2011-09-15

    For the monitoring of the energy use of the mushroom sector in 2010 92 businesses were approached. 61 businesses sent back filled in questionnaires. Compared to 2009, all types of businesses show a decrease in their energy use per kilogram. The most frequently used energy saving measure is frequency control (93% of the businesses). More than half of the (51%) uses a high efficiency boiler. In the category of energy efficient climate control systems, the moisture deficit regime was most frequently used (41%). The share of sustainable energy (including green electricity) is 7.8%. The avoided CO2 emission in 2010 is 4.970 tons. The CO2 emission per kilogram of mushrooms in 2010 amounted to 171g CO2/kg, which is a decrease of 15% compared to 2005 and 3% lower than in 2009 [Dutch] Voor de monitoring van het energieverbruik door de paddenstoelensector in 2010 zijn 92 bedrijven aangeschreven. Van 61 bedrijven zijn volledig ingevulde vragenlijsten ontvangen. In vergelijking met 2009 is er voor alle bedrijfstypen een afname van het energieverbruik per kilogram. Van de energiebesparende maatregelen worden frequentieregelaars het meest toegepast (93% van de bedrijven). Meer dan de helft (51%) van de bedrijven maakt gebruik van een HR-ketel. Van de energiezuinige klimaatregelingen wordt de vochtdeficitregeling het meest toegepast (41%). Het aandeel duurzame energie (inclusief groene stroom) is 7.8%. De vermeden CO2 uitstoot is in 2010 berekend op 3.970 ton. De CO2 uitstoot per kg paddenstoelen is in 2010 uitgekomen op 171g CO2/kg t.o.v. 2005 een daling van 15%, en 3% lager dan in 2009.

  14. More chemistry between green and growth. The opportunities and dilemmas of a bio-based economy; Meer chemie tussen groen en groei. De kansen en dilemma's van een biobased economy

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    NONE

    2010-12-15

    A bio-based economy is one in which enterprises manufacture non-food products from biomass. Such products include fuel for the transport industry, chemicals, materials, and energy. Biomass is the biological material of living or recently living organisms, either animal or vegetable. With technology becoming more sophisticated, it is growing easier to turn plants, trees, crops, and residual animal waste into biomass. Waste and waste streams are increasingly being used as input in production processes, thereby gaining an economic value of their own. They are giving rise to new, sustainable products with considerable added value that replace products based on non-renewable materials. New bio-based products may offer the Netherlands new economic opportunities. The Dutch can already boast a number of distinct advantages in that respect, thanks to the sophistication of their industrial sector, agro-industry, chemicals and energy industries, and transport and logistics sector - all key sectors in a bio-based economy. However, the growing world population and increasing level of prosperity worldwide, and the environmental and climate problems associated with such growth, are adding to the complexity of policy-making aimed at developing a bio-based economy. The shift from fossil-based to bio-based materials must be part of a comprehensive policy aimed at achieving a sustainable economy. [Dutch] In dit advies gaat de SER in op mogelijkheden en knelpunten van de biobased economy. In een biobased economy dienen plantaardige en dierlijke biomassa (zoals gewassen, planten, snijafval, mest) als groene grondstoffen om non-food producten mee te maken (denk aan cosmetica, bioplastics, brandstoffen). De SER vindt dat de rijksoverheid stevig moet inzetten op een biobased economy met meer gesloten kringlopen. Dit draagt immers bij aan economische groei en aan een meer duurzame economie (gesloten kringlopen, gunstige arbeidsomstandigheden)

  15. Book Reviews

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Redactie KITLV

    1985-07-01

    Edil, 1983. 139 pp. -John V. Lombardi, Laird W. Bergad, Coffee and the growth of agrarian capitalism in nineteenth-century Puerto Rico. Princeton NJ: Princeton University Press, 1983. xxvii + 242 pp. -Robert A. Myers, Anthony Layng, The Carib Reserve: identity and security in the West Indies. Washington, D.C.: University Press of America, 1983. xxii + 177 pp. -Lise Winer, Raymond Quevedo, Atilla's Kaiso: a short history of Trinidad calypso. St. Augustine, Trinidad: Department of Extra-Mural Studies, University of the West Indies, 1983. ix + 205 pp. -Luiz R.B. Mott, B.R. Burg, Sodomy and the pirate tradition: English sea rovers in the seventeenth-century Caribbean. New York: New York University Press, 1983, xxiii + 215 pp. -Humphrey E. Lamur, Willem Koot ,De Antillianen. Muiderberg, The Netherlands: Dick Coutihno, Migranten in de Nederlandse Samenleving nr. 1, 1984. 175 pp., Anco Ringeling (eds -Gary Brana-Shute, Paul van Gelder, Werken onder de boom: dynamiek en informale sektor: de situatie in Groot-Paramaribo, Suriname. Dordrecht, The Netherlands: Foris, 1985, xi + 313 pp. -George L. Huttar, Eddy Charry ,De Talen van Suriname: achtergronden en ontwikkelingen. With the assistance of Sita Kishna. Muiderberg, The Netherlands: Dick Coutinho, 1983. 225 pp., Geert Koefoed, Pieter Muysken (eds -Peter Fodale, Nelly Prins-Winkel ,Papiamentu: problems and possibilities. (authors include also Luis H. Daal, Roger W. Andersen, Raúl Römer. Zutphen. The Netherlands: De Walburg Pers, 1983, 96 pp., M.C. Valeriano Salazar, Enrique Muller (eds -Jeffrey Wiliams, Lawrence D. Carrington, Studies in Caribbean language. In collaboration with Dennis Craig & Ramon Todd Dandaré. St. Augustine, Trinidad: Society for Caribbean Linguistics, University of the West Indies, 1983. xi + 338 pp.

  16. Book Reviews

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Hans Antlöv

    1996-04-01

    Full Text Available - R. Anderson Sutton, Wim van Zanten, Ethnomusicology in the Netherlands: present situation and traces of the past. Leiden: Centre of Non-Western Studies, Leiden University, 1995, ix + 330 pp. [Oideion; The performing arts worldwide 2. Special Issue]., Marjolijn van Roon (eds. - T.E. Behrend, Willem Remmelink, The Chinese War and the collapse of the Javanese state, 1725-1743. Leiden: KITLV Press, 1994, 297 pp. [Verhandelingen 162]. - Erik Brandt, Eric Venbrux, A death in the Tiwi Islands; Conflict, ritual and social life in an Australian Aboriginal Community. Cambridge: Cambridge University Press, 1995, xvii + 269 pp. - Madelon Djajadiningrat-Nieuwenhuis, Tineke Hellwig, In the shadow of change; Images of women in Indonesian literature. Berkeley: University of California, Centers for South and Southeast Asia Studies, 1994, xiii + 259 pp. [Monograph 35]. - M. Estellie Smith, Peter J.M. Nas, Issues in urban development; Case studies from Indonesia. Leiden: Research School CNWS, 1995, 293 pp. [CNWS Publications 33]. - Uta Gärtner, Jan Becka, Historical dictionary of Myanmar. Metuchen, N.J.: Scarecrow Press, xxii + 328 pp. [Asian Historical Dictionaries 15]. - Beatriz van der Goes, H. Slaats, Wilhelm Middendorp over de Karo Batak, 1914-1919. Deel 1. Nijmegen: Katholieke Universiteit, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 1994, xvii + 313 pp. [Reeks Recht en Samenleving 11]., K. Portier (eds. - Stephen C. Headley, Janet Carsten, About the house, Lévi-Strauss and beyond. Cambridge: Cambridge University Press, 1995, xiv + 300 pp., Stephen Hugh-Jones (eds. - Stephen C. Headley, James J. Fox, Inside Austronesian houses; Perspectives on domestic designs for living. Canberra: Department of Anthropology, Research School of Pacific Studies, The Australian National University, 1993, x + 237 pp. - M. Hekker, Helmut Buchholt, Continuity, change and aspirations; Social and cultural life in Minahasa, Indonesia. Singapore: Institute of Southeast Asian Studies, 1994

  17. Conditions for greening the Dutch economy; Voorwaarden voor de vergroening van de economie in Nederland

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Hanemaaijer, A.; Manders, T.; Kruitwagen, S.; Dietz, F.

    2012-08-15

    . Vergroening richt zich op het beperken van het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en het sparen van het milieu. Door rekening te houden met de grenzen van het natuurlijk kapitaal kan de welvaart op lange termijn worden veiliggesteld. Ook voor Nederland is vergroening belangrijk. Efficiënter omgaan met energie, grondstoffen, land en water maakt de Nederlandse economie minder kwetsbaar en het milieu schoner. Inzetten op groene groei is daarbij niet zozeer het kortetermijnantwoord op de huidige economische crisis, maar juist een langetermijnbijdrage aan de versterking van de Nederlandse economische structuur. Die versterking komt niet vanzelf, maar vergt een actieve rol van de overheid in interactie met het bedrijfsleven en de burgers. Een langetermijnvisie gericht op vergroening van de economie is een belangrijke eerste stap. Hoe vooruitgang te meten is een ander belangrijk element bij het streven naar groene groei. Daarnaast zijn andere spelregels nodig om de samenleving in een groenere richting te bewegen. Zo zullen de kosten van milieuvervuiling beter in de prijzen tot uiting moeten komen. Afschaffen van subsidies en fiscale regelingen die vergroening in de weg staan, hoort hier bij. Implementatie van dergelijke fiscale voorstellen vergt uiteraard een brede afweging. Ook kan de overheid betere voorwaarden creëren voor de ontwikkeling en toepassing van milieusparende innovaties. Deze notitie verkent enkele belangrijke randvoorwaarden voor de vergroening van de Nederlandse economie en geeft op onderdelen aanzetten tot uitwerking daarvan. Tevens agendeert de notitie op welke onderdelen nader onderzoek gewenst lijkt om beter zicht te krijgen op wat de keuze voor groene groei voor Nederland betekent en wat daarvoor nodig is.

  18. Book Reviews

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    R.A. Römer

    1963-10-01

    . Keesing, The ethnohistory of Northern Luzon. Stanford University Press, Stanford, California, 1962; 362 pp., 10 krtn. - P. van Emst, Andrew Sharp, The discovery of Australia, Clarendon Press: Oxford University Press. Oxford 1963. 338 pp. - R.A. Römer, H. Hoetink, De gespleten samenleving in het Caraïbisch Gebied. Van Gorcum & Comp., Assen 1962. - H.Th. Fischer, S. van der Kwast, Incest, een oriënterend onderzoek. J.A. Boom & Zn., Meppel, 1963. 224 blz. - H. Th. Fischer, Peter of Greece and Denmark, A study of polyandry. Mouton & Co., The Hague, 1963. 601 pp., 47 plates. - J. van Baal, F. Sierksma, De roof van het vrouwengeheim. Uitgeverij Mouton & Co, ‘s-Gravenhage 1962. 199 pp. - A. Teeuw, Amir Hamzah, Amir Hamzah Radja Penjair Pudjangga Baru. Tulisan tersebar dikumpulkan dan dengan Kata Pengantar H.B. Jassin. Gunung Agung - Djakarta 1962. 223 pp.

  19. Plaatsen van beschaafd vertier

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    James Kennedy

    2014-09-01

    . Hierdoor krijgen we een buitengewoon gedetailleerd beeld van de veranderende sociale verhoudingen in de toplagen van de Haagse samenleving tijdens de laatste helft van de negentiende eeuw. Het verfijnd gebruik van zowel kwalitatieve als kwantitatieve methoden kan een model zijn voor andere historici die zich op het terrein van urban history begeven. Furnée laat op kleurrijke wijze zien dat Hagenaren allerlei vertier aangrepen om zich van anderen te onderscheiden en waar mogelijk hun eigen status te verhogen, door hun participatie in deftige sociëteiten, het bezoek aan de schouwburg of steun aan de nieuw op te richten dierentuin. Maar ook doet het boek uitspraken over stand en klasse, gendergeschiedenis en de politieke geschiedenis aan het einde van de negentiende eeuw.

  20. Book Reviews

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Lynn Pan

    2000-04-01

    Full Text Available - Matthew Amster, Jérôme Rousseau, Kayan religion; Ritual life and religious reform in Central Borneo. Leiden: KITLV Press, 1998, 352 pp. [VKI 180.] - Atsushi Ota, Johan Talens, Een feodale samenleving in koloniaal vaarwater; Staatsvorming, koloniale expansie en economische onderontwikkeling in Banten, West-Java, 1600-1750. Hilversum: Verloren, 1999, 253 pp. - Wanda Avé, Johannes Salilah, Traditional medicine among the Ngaju Dayak in Central Kalimantan; The 1935 writings of a former Ngaju Dayak Priest, edited and translated by A.H. Klokke. Phillips, Maine: Borneo Research Council, 1998, xxi + 314 pp. [Borneo Research Council Monograph 3.] - Peter Boomgaard, Sandra Pannell, Old world places, new world problems; Exploring issues of resource management in eastern Indonesia. Canberra: Centre for Resource and Environmental Studies, Australian National University, 1998, xiv + 387 pp., Franz von Benda-Beckmann (eds. - H.J.M. Claessen, Geoffrey M. White, Chiefs today; Traditional Pacific leadership and the postcolonial state. Stanford, California: Stanford University Press, 1997, xiv + 343 pp., Lamont Lindstrom (eds. - H.J.M. Claessen, Judith Huntsman, Tokelau; A historical ethnography. Auckland: Auckland University Press, 1996, xii + 355 pp., Antony Hooper (eds. - Hans Gooszen, Gavin W. Jones, Indonesia assessment; Population and human resources. Canberra: Research School of Pacific and Asian Studies, Australian National University, 1997, 73 pp., Terence Hull (eds. - Rens Heringa, John Guy, Woven cargoes; Indian textiles in the East. London: Thames and Hudson, 1998, 192 pp., with 241 illustrations (145 in colour. - Rens Heringa, Ruth Barnes, Indian block-printed textiles in Egypt; The Newberry collection in the Ashmolean Museum, Oxford. Oxford: Clarendon Press, 1997. Volume 1 (text: xiv + 138 pp., with 32 b/w illustrations and 43 colour plates; Volume 2 (catalogue: 379 pp., with 1226 b/w illustrations. - H.M.J. Maier, David T. Hill, Beyond the

  1. Parliamentary study on Cost and Effects of Climate and Energy Policy [in the Netherlands]; Parlementair onderzoek Kosten en effecten klimaat- en energiebeleid

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    NONE

    2012-11-15

    The Dutch government has been pursuing climate policy since 1989, the year the country's first National Environment Policy Plan was published. That policy is intimately linked with the country's energy policy, which is geared partly to reducing dependence on fossil fuels and improving energy efficiency. Over the years, numerous policies have been implemented to incentivize society-wide efforts to reduce greenhouse gas emissions. In order to assess the results of Dutch climate policy, the parliamentary standing committees on Infrastructure and Environment (IenE) and Economic Affairs, Agriculture and Innovation (EAI) have requested an integral review of the costs and effects of the climate policies implemented to date. Over the years numerous review studies have been carried out to evaluate the extent to which climate and energy policies in various sectors of the economy have contributed to achieving national policy targets. These studies were conducted prior to introduction of the policies in question (ex-ante reviews) as well as afterwards (ex-post reviews). The aim of the present study is to review the costs and benefits of the policy instruments employed to flesh out the Netherlands climate and energy policy on the basis of published ex-ante and ex-post reviews. This will give Parliament a better understanding of the pros and cons of a range of potential policy instruments, thus furnishing a basis for assessing future use of specific types of policy as well as helping improve the quality of the reviews themselves. [Dutch] Sinds het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP) van 1989 wordt in Nederland klimaatbeleid gevoerd. Het klimaatbeleid is sterk verweven met het energiebeleid, dat mede gericht is op het verminderen van de afhankelijkheid van fossiele energiebronnen en op energiebesparing. In de loop der jaren is een groot aantal instrumenten ingezet om inspanningen in de samenleving op het gebied van klimaat te bevorderen. Om de resultaten van het

  2. The introduction of the capability approach in social work across a neoliberal Europe

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Collin den Braber

    2013-12-01

    met de manier waarop sociaal werkers mensen tot hun recht willen laten komen in de samenleving. De CA heeft geleid tot een traditie van hoog gekwalificeerd wetenschappelijk onderzoek waar voor onderzoekers de taak ligt de vertaalslag te maken naar de beroepspraktijk van sociaal werkers. De CA biedt sociaal werkers een handelingsmodel, een model voor legitimatie van het handelen en een evaluatief model voor het handelen van de sociaal werker én beleidsmakers. In het algemeen dienen professioneel handelen en beleid afgerekend te worden op de mate waarin mensen in staat zijn om een goed leven te leiden. In Europa staat door het dominante neoliberaal denken de positie van de sociaal werker, de welvaartstaat en daarmee ook menselijk welzijn onder druk. Vanuit Seniaans perspectief is het daarentegen van belang dat Europese beleidsmakers bij het bestrijden van de crisis niet economische criteria maar het menselijk welzijn als uitgangspunt nemen voor beleid, resulterend in de toename van de vrijheid van mensen om te zijn wie ze willen zijn en te doen wat ze willen doen. De inzet van de expertise van sociaal werkers is daarbij onontbeerlijk. In tijden van crisis dient daarom eerder geïnvesteerd dan bezuinigd te worden op sociaal werk en onderwijs.

  3. More with thermal energy storage. Report 6. High temperature storage. Overview of knowledge and results of measurements with regard to high temperature storage systems. Final report; Meer met bodemenergie. Rapport 6. Hogetemperatuuropslag. Kennisoverzicht en praktijkmetingen rondom hogetemperatuuropslagsystemen. Eindrapport

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Drijver, B. [IF Technology, Arnhem (Netherlands)

    2012-03-30

    project is ingericht met verschillende werkpakketten. In werkpakket 2 worden de effecten van individuele en collectieve bodemenergiesystemen op de ondergrond en de omgeving onderzocht, in werkpakket 3 worden de kansen voor bodemenergie en bodemsanering onderzocht en in werkpakket 4 worden nieuwe duurzame combinaties van KWO met andere functies verkend. Werkpakket 1 is het overkoepelende deel waarin communicatie, beleid en participatie van deelnemers van MMB centraal staat. In dit rapport zijn de resultaten opgenomen van het onderzoek op het gebied van hoge temperatuur warmteopslag. Restwarmte die in de zomer beschikbaar is zou in de winterperiode goed kunnen worden gebruikt voor verwarmingsdoeleinden. Om dat mogelijk te maken moet de warmte tijdelijk worden opgeslagen. Gebleken is dat de ondergrond hier goed voor kan worden gebruikt, hetgeen heeft geresulteerd in een sterke groei van de systemen die daarvoor nodig zijn: WKO-systemen.

  4. More with thermal energy storage. Report 7. Interference. Effects of thermal energy storage systems on the environment. Modelling of large-scale implementation in urban areas. Final report; Meer met bodemenergie. Rapport 7. Interferentie. Effecten van bodemenergiesystemen op hun omgeving. Modellering grootschalige inpassing in stedelijke gebieden. Eindrapport

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van Oostrom, N.; Bakr, M. [Deltares, Delft (Netherlands)

    2012-06-29

    collectieve bodemenergiesystemen op de ondergrond en de omgeving onderzocht, in werkpakket 3 worden de kansen voor bodemenergie en bodemsanering onderzocht en in werkpakket 4 worden nieuwe duurzame combinaties van KWO met andere functies verkend. Werkpakket 1 is het overkoepelende deel waarin communicatie, beleid en participatie van deelnemers van MMB centraal staat. De doelstelling van dit rapport is om meer inzicht te krijgen in de onderlinge beinvloeding van WKO's in gebieden met veel WKO's dicht bijeen. Dit inzicht kan dan bijdragen aan de beleidsmatige en/of modelmatige benadering van interferentie.

  5. Roadmap 2030 Dutch Glass Industry. Towards a clean, efficient and cost-effective future; Routekaart 2030 Nederlandse Glasindustrie. Naar een schone, zuinige en rendabele toekomst

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    NONE

    2012-06-15

    This Roadmap is the result of the covenant signed by the Dutch glass industry and the Dutch national government in 2009 on a Long Term Agreement on Energy Efficiency. Participating companies committed to continuous improvement in energy performance in both manufacturing processes as well as the supply chain from raw material to final product. The Dutch glass industry has undertaken a strategic study regarding the possibilities of achieving far-reaching energy efficiency improvement by 2030. The overall industry's target is to realise an energy efficiency improvement of 25%, compared to its energy consumption and production level of 2009. Several related areas were identified for actions and measures for energy efficiency improvement: (1) Alternatives to primary raw materials; (2) Intensified use of secondary raw materials (cullet); (3) Innovations in batch preparation; (4) Innovations in glass composition; (5) Innovations in process control; (6) Innovations in furnace design; (7) New methods of waste heat recovery; (8) Improved performance of glass products [Dutch] Dit rapport is tot stand gekomen in het kader van de Meerjarenafspraak Energie-Efficientie ETS (Emission Trading System) ondernemingen, ook wel het MEE-convenant genoemd. Dit convenant nodigt de deelnemende sectoren uit tot het opstellen van een Routekaart voor 2030. De Routekaart is een strategische studie die inzichtelijk maakt hoe invulling wordt gegeven aan het realiseren van energie-efficientie verbeteringen binnen de bedrijven en in de keten op de route naar 2030. Hoofdstuk 1 is een introductie op de Routekaart 2030 en de wijze waarop de Routekaart tot stand is gekomen. Hoofdstuk 2 beschrijft in vogelvlucht de sector, op welke manier nu al invulling wordt gegeven aan duurzame ontwikkeling en energie, en geeft een beschrijving van de Vereniging van Nederlandse Glasfabrikanten (VNG). Hoofdstuk 3 beschrijft algemene trends en de visie van de sector op de toekomst. Daarnaast wordt de markt in 2030

  6. Energy crops in the Netherlands. Scenario study with respect to a sustainable energy supply

    International Nuclear Information System (INIS)

    Since publication of its Third Energy White Paper (1995) the Dutch Government has aimed at substituting about 10% fossil fuels by renewable energies by the year 2020. This aim was further elaborated in the policy document 'Towards a sustainable energy economy' (Duurzame energie in opmars, 1997). That paper specifically targets the role of biomass and waste at 120 PJ substituted fossil fuels, again by the year 2020. Realization of such aims can only be done by means of utilizing large quantities of biomass and waste. The availability of biomass and waste is subject to study, partly to enable the government developing policies sustaining the availability and partly to give confidence to market actors, encouraging them to actively play their role of investor and developer towards the common objective of a sustainable energy economy. This is the background for Novem to commission the so-called ABC study, indicating the following three study components: A scenario study into the availability of biomass and waste in The Netherlands for energy production; A three-layers assessment into the availability of biomass and waste on a national, a European and a global level; and A scenario study into the potential of energy crops in The Netherlands. The ABC study was carried out by a consortium consisting of BTG Biomass Technology Group (BTG), Centre for energy conservation and clean technology (CE), Agricultural Economics Research Institute (LEI-DLO), and the TNO-Institute of Environmental Sciences, Energy Research and Process Innovation (TNO-MEP). The study was coordinated by TNO-MEP. Results of the ABC study are being published in two reports. Parts A and B are reported on jointly in 'The availability of waste and biomass for energy production in The Netherlands. The current report covers part C. In this report the potential of energy crops in The Netherlands is studied, aiming at, finally, recommendations for specific government policies. Possible Dutch energy crops are

  7. New cities in the Randstad, Netherlands. Urbanisation and suburbanity; Nieuwe steden in de Randstad. Verstedelijking en suburbaniteit

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Reijndorp, A.; Bijlsma, L.; Nio, I.; Van der Wouden, R.

    2012-09-15

    voormalige groeikernen moesten hun koers bepalen in een klimaat waarin de aandacht voor hen verdween. Maar die suburbane gebieden zijn nog steeds een belangrijk onderdeel van de metropoolregio's. Nieuwe vormen van stedelijkheid ontstonden, deels door de keuzes van de gemeentebesturen, deels door verandering van de samenstelling van de bevolking. Dat levert vooral inzichten op over hoe je suburbane gebieden duurzamer kunt maken, in de zin van goed bestand tegen veranderingen. Door de aanpasbaarheid van de stedelijke bebouwing te vergroten, kunnen in de toekomst grote herstructureringsoperaties worden vermeden.

  8. More with thermal energy storage. Report 8. Autonomous heating. Autonomous development of ground temperature. Final report; Meer met bodemenergie. Rapport 8. Autonome opwarming. Autonome ontwikkeling bodemtemperatuur. Eindrapport

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Drijver, B. [IF Technology, Arnhem (Netherlands)

    2012-03-30

    verwezenlijken door slimme combinaties te maken? Het project is ingericht met verschillende werkpakketten. In werkpakket 2 worden de effecten van individuele en collectieve bodemenergiesystemen op de ondergrond en de omgeving onderzocht, in werkpakket 3 worden de kansen voor bodemenergie en bodemsanering onderzocht en in werkpakket 4 worden nieuwe duurzame combinaties van KWO met andere functies verkend. Werkpakket 1 is het overkoepelende deel waarin communicatie, beleid en participatie van deelnemers van MMB centraal staat. Dit rapport bevat een analyse van de omvang van de thermische invloed van klimaatverandering en verstedelijking op de bodemtemperatuur. Aandacht is besteed aan de autonome opwarming van de ondergrond onderzocht die is opgetreden sinds 1900 en die in de periode tot 2040 nog mag worden verwacht. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen landelijk gebied, waar alleen de klimaatverandering een rol speelt, en stedelijk gebied, waar ook het UHI-effect (Urban Heat Island) van belang is.

  9. More with thermal energy storage. Report 3-4. Effects on the underground. Effects of thermal energy storage systems on geochemistry and biology in practice. Result of measurements at pilot locations and laboratory tests. Final report; Meer met bodemenergie. Rapport 3-4. Effecten op de ondergrond. Effecten van bodemenergiesystemen op de geochemie en biologie in de praktijk. Resultaat metingen op pilotlocaties en labtesten. Eindrapport

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Dinkla, I.; Lieten, S. [Bioclear, Groningen (Netherlands); Hartog, N. [Deltares, Delft (Netherlands); Drijver, B. [IF Technology, Arnhem (Netherlands)

    2012-06-25

    bodemenergiesystemen op de ondergrond en de omgeving onderzocht, in werkpakket 3 worden de kansen voor bodemenergie en bodemsanering onderzocht en in werkpakket 4 worden nieuwe duurzame combinaties van KWO met andere functies verkend. Werkpakket 1 is het overkoepelende deel waarin communicatie, beleid en participatie van deelnemers van MMB centraal staat. Dit rapport beschrijft de interpretatie van de resultaten behorende bij WP 2.1. De onderzoeksvragen zijn (a) Wat is het effect van open bodemenergiesystemen op de geochemie (adsorptie/desorptie, chemische evenwichten)?; (b) Wat zijn effecten op de microbiele ecologie (samenstelling populaties, activiteit, voorkomen van pathogenen)?; (c) Wat is het effect op de kwaliteit van het grondwater (chemische en (micro)biologische samenstelling)?.

  10. More with thermal energy storage. Report 5. Modelling systems. Effects of thermal energy storage systems on the environment. Modelling individual projects. Final report; Meer met bodemenergie. Rapport 5. Modellering systemen. Effecten van bodemenergiesystemen op hun omgeving. Modellering individuele projecten. Eindrapport

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Drijver, B.; De Jonge, H. [IF Technology, Arnhem (Netherlands)

    2012-03-30

    combinaties te maken? Het project is ingericht met verschillende werkpakketten. In werkpakket 2 worden de effecten van individuele en collectieve bodemenergiesystemen op de ondergrond en de omgeving onderzocht, in werkpakket 3 worden de kansen voor bodemenergie en bodemsanering onderzocht en in werkpakket 4 worden nieuwe duurzame combinaties van KWO met andere functies verkend. Werkpakket 1 is het overkoepelende deel waarin communicatie, beleid en participatie van deelnemers van MMB centraal staat. In dit rapport zijn de resultaten beschreven van de modellering van drie bestaande WKO-projecten die in het kader van het project Meer Met Bodemenergie zijn onderzocht. Doel van de modellering van deze projecten is om inzicht te verkrijgen in de betrouwbaarheid van de voorspelde hydrologische en thermische effecten, de oorzaken van eventuele afwijkingen en verbeteringen die mogelijk zijn om de betrouwbaarheid van de voorspellingen te verbeteren.

  11. More with thermal energy storage. Report 2. Literature survey. Overview of knowledge and research questions with regard to thermal energy storage. Final report; Meer met bodemenergie. Rapport 2. Literatuuronderzoek. Overzicht van kennis en onderzoeksvragen rondom bodemenergie. Eindrapport

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Lieten, S.; De Vries, E. [Bioclear, Groningen (Netherlands); Van Baaren, E.; Bakr, M.; Oude Essink, G.; Hartog, N.; Meinderstma, W.; Van Nieuwkerk, E.; Van Oostrom, N.; Woning, M. [Deltares, Delft (Netherlands); Drijver, B.; Krajenbrink, H.; Mathijssen, H.; Wennekes, R. [IF Technology, Arnhem (Netherlands)

    2012-03-30

    bodemenergiesystemen op de ondergrond en de omgeving onderzocht, in werkpakket 3 worden de kansen voor bodemenergie en bodemsanering onderzocht en in werkpakket 4 worden nieuwe duurzame combinaties van KWO met andere functies verkend. Werkpakket 1 is het overkoepelende deel waarin communicatie, beleid en participatie van deelnemers van MMB centraal staat. In deze literatuurstudie is gezocht naar de kennis die wereldwijd beschikbaar is over de effecten van warmte- en koudeopslag (WKO) en de mogelijkheden deze techniek te combineren met het beheersen van verontreinigingen in bodem en grondwater.

  12. Effective policy for sustainable behavior. An international comparison; Effectief beleid voor duurzaam gedrag. Een internationale vergelijking

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Brunsting, S.; Uyterlinde, M.; Pol, M. [ECN Beleidsstudies, Petten (Netherlands); Breukers, S.; Mourik, R.; Backhaus, J.; Mathijsen, T. [DuneWorks, Eindhoven (Netherlands)

    2013-07-15

    This international comparative case study (the Netherlands, Germany, Sweden, United Kingdom) compares policy themes (household energy, food, mobility, household waste) and cases of interventions aims at more sustainable behaviours. It investigates how national policy can contribute to sustainable behaviour in these four themes. The study focuses on policy contexts and concrete 'best practice examples' (both policy -initiated and society-driven initiatives), paying attention to the extent to which social scientific insights have been utilised to conduct and evaluate the interventions. The conceptual approach in this study regards individual behaviour not in isolation but as embedded in institutional, social and physical contexts. In line with this, the evaluation of best practice examples focuses on how the following dimensions have been addressed in order to enable, support and sustain behavioural changes: the policy environment and institutional environment, individual behaviour, social norms a nd the physical environment. In this discussion, the Netherlands is both the starting point and the point of return, enabling us to draw lessons for Dutch policy. We conclude that a more proactive, dynamic and supportive role would fit national policy if it aims at encouraging the spread of more sustainable behaviours in society. Dutch policy could learn from the experiences of other countries and attempt at (among others): showing explicit commitment, connecting initiatives at different levels, and facilitating platforms for exchange of knowledge, experience and expertise, across sectors and departments, in order to arrive at a more integrated approach towards encouraging sustainable behaviours [Dutch] Als achtergrondstudie voor het advies Duurzame gedragspatronen zijn twee onderzoeken uitgevoerd naar effectief beleid voor duurzaam gedrag (1) in Nederland en (2) internationaal. De twee rapporten beschrijven een aantal beleidscases die vanuit gedragskundig

  13. Towards a broader weighing and regulating framework for investments in interconnectors. The societal cost benefit analysis; Naar een breder afwegings- en reguleringskader voor investeringen in interconnectoren. De Maatschappelijke Kosten-Baten Analyse (MKBA)

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Sijm, J.P.M.; Welle, A.J. van der [ECN Policy Studies, Petten (Netherlands); Tieben, B.; Hof, B.; Kocsis, V. [SEO Economisch Onderzoek, Amsterdam (Netherlands)

    2013-04-15

    Interconnectors that link national grids are important for further integration of the European electricity grid. Against this background, the main question of this study is as follows: What does a broadened assessment and regulatory framework for investments in interconnectors look like which secures optimal contribution of these investments to the social welfare of the involved countries? To answer this question, the broadened assessment framework is developed first, i.e. the Social Cost-Benefit Analysis (SCBA). Next, the implications for the regulatory framework are analysed with regard to the following three aspects: (1) cost allocation, (2) network planning, and (3) efficiency versus investment incentives. Finally, a case study is conducted of a 'fictitious but realistic' investment project in interconnection to illustrate how certain social effects from the developed SCBA framework can be practically and concretely established [Dutch] Interconnectoren voor de verbinding tussen nationale netwerken zijn belangrijk voor de verdere integratie van het Europese elektriciteitsnetwerk. In het huidige afwegingskader worden investeringsbeslissingen ten aanzien van interconnectoren in Nederland genomen door de nationale netwerkbeheerder, TenneT, na goedkeuring door het Ministerie van Economische Zaken (EZ), gebaseerd op een advies van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa). Binnen dit kader baseert TenneT zijn investeringsbeslissingen in het bijzonder op de kosten en handelseffecten van de interconnector. Een belangrijke beperking van dit kader is dat er relatief weinig aandacht wordt besteed aan andere overwegingen en (externe) effecten, zowel positief als negatief, zoals de effecten op meer marktintegratie en concurrentie, de voorzienings- en leveringszekerheid van elektriciteit, de inpassing van duurzame elektriciteit in het net, milieueffecten, de effecten op netwerkcongestie en op investeringen in nieuwe productiecapaciteit. De vraag is nu hoe zowel

  14. Energy Monitoring Model Houses Werom Wenningen; Energiemonitoring Modelwoningen Werom Wenningen

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    De Smidt, R.P.; Sijpheer, N.C.

    2011-09-15

    On the initiative of the municipality Kollumerland the construction companies Kootstra van der Veen from Harkema and VDM Woningen from Drogeham/Drachten have build two highly energy-efficient houses, also named zero energy buildings (ZEB). With these houses the municipality of Kollumerland and the construction companies want to demonstrate that sustainable ZEB's with a high comfort level can be achieved. Additionally, these houses are constructed to eliminate the resistance that often occurs when new technologies for sustainable and energy efficient construction are applied. Because both houses are aiming energy neutrality, it is important to determine to what extent this is actually realized. With this purpose the municipality of Kollumerland contacted the Energy research Center of the Netherlands (ECN). Through a energy monitoring protocol ECN then made a basic mapping which should lead to a good overview of both the annual energy use as the indoor environmental quality. From this point on monitoring took place in both houses during the years 2009 and 2010. Based on the results of this monitoring period a conclusion is made to what extent energy neutrality is actually achieved. [Dutch] In Kollum hebben de bouwbedrijven Kootstra van de Veen uit Harkema en VDM Woningen uit Drogeham/Drachten, op initiatief van de gemeente Kollumerland c.a. twee energieneutrale mo-delwoningen gebouwd. De gemeente wil daarmee de lokale bouwsector en inwoners laten zien dat kwalitatief hoogwaardig energieneutraal bouwen haalbaar is. Met de modelwoningen willen de gemeente en de betreffende bouwondernemingen aantonen dat met de huidige bouw- en installatietechniek duurzame zeer energiezuinige woningen met een hoog comfortniveau gerealiseerd kunnen worden. Hiernaast dienen de modelwoningen de weerstand weg te nemen die vaak ontstaat wanneer nieuwe technologieen voor duurzaam- en energiezuinig bouwen worden toegepast. Omdat beide woningen energieneutraliteit nastreven, is het

  15. More with thermal energy storage. Report 12. Combination with the water chain. New applications of thermal energy storage in combination concepts in the water chain. Final report; Meer met bodemenergie. Rapport 12. Combinatie met de waterketen. Nieuwe toepassingen van bodemenergie bij combinatieconcepten in de waterketen. Eindrapport

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Woning, M.; Van Oostrom, N. [Deltares, Delft (Netherlands); Kleinlugtenbelt, R. [IF Technology, Arnhem (Netherlands)

    2012-03-30

    worden de effecten van individuele en collectieve bodemenergiesystemen op de ondergrond en de omgeving onderzocht, in werkpakket 3 worden de kansen voor bodemenergie en bodemsanering onderzocht en in werkpakket 4 worden nieuwe duurzame combinaties van KWO met andere functies verkend. Werkpakket 1 is het overkoepelende deel waarin communicatie, beleid en participatie van deelnemers van MMB centraal staat. Dit rapport presenteert de activiteiten die zijn uitgevoerd in WP4 met resultaten van zowel de inventarisatiefase als de haalbaarheidsfase. Na de introductie van WP4 met kader en doelstelling volgt een inventarisatie van WKO combinaties en uitwerkingen van 3 combinatieconcepten.

  16. More with thermal energy storage. Report 10. Options for a combination of heat and cold storage with soil sanitation. Overview of techniques and new options. Final report; Meer met bodemenergie. Rapport 10. Mogelijkheden voor combinatie van KWO met bodem-sanering. Overzicht van technieken en nieuwe mogelijkheden. Eindrapport

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    De Vries, E. [Bioclear, Groningen (Netherlands); Hoekstra, N. [Deltares, Delft (Netherlands)

    2012-06-01

    werkpakketten. In werkpakket 2 worden de effecten van individuele en collectieve bodemenergiesystemen op de ondergrond en de omgeving onderzocht, in werkpakket 3 worden de kansen voor bodemenergie en bodemsanering onderzocht en in werkpakket 4 worden nieuwe duurzame combinaties van KWO met andere functies verkend. Werkpakket 1 is het overkoepelende deel waarin communicatie, beleid en participatie van deelnemers van MMB centraal staat. In dit onderzoek is een overzicht gemaakt van beschikbare saneringsmethoden en bodemenergiesystemen. Vervolgens zijn potentiele combinatieconcepten getoetst aan de volgende criteria: behoud van energierendement; halen van de saneringsdoelstelling; kostenefficientie; lange levensduur (het uitblijven van putverstopping)

  17. More with thermal energy storage. Report 1. Coupling with policy. Coupling of research results MMB with policy aspects. Final report; Meer met bodemenergie. Rapport 1. Koppeling met beleid. Koppeling onderzoeksresultaten MMB met beleidsaspecten. Eindrapport

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Luitwieler, M. [Bioclear, Groningen (Netherlands); Van Beek, D.; De Boer, S.; Koenders, M. [IF Technology, Arnhem (Netherlands)

    2012-06-25

    bodemenergiesystemen op de ondergrond en de omgeving onderzocht, in werkpakket 3 worden de kansen voor bodemenergie en bodemsanering onderzocht en in werkpakket 4 worden nieuwe duurzame combinaties van KWO met andere functies verkend. Werkpakket 1 is het overkoepelende deel waarin communicatie, beleid en participatie van deelnemers van MMB centraal staat. Deze eindrapportage geeft (a) een overzicht van de activiteiten die hebben plaatsgevonden in het kader van werkpakket 1; (b) de resultaten uit de andere werkpakketten in het licht van vier geselecteerde beleidskaders; en (c) een doorkijk geven naar toekomstige beleid.

  18. Sustainability pays. A reward system for sustainable producer and consumer behaviour; Duurzaam loont. Een beloningssysteem voor duurzaam consumentengedrag

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van Hilten, R. [QOIN, Amsterdam (Netherlands)

    2011-03-15

    local restaurants, local cultural offerings and visits to local farmers. Shops see an increase in their sales and profits in the 'sustainable' segment. In addition, specifically targeted advertising is possible because Sustainability Rewarded gives the retailer insight into the purchasing behaviour of consumers and particularly that of their own customers. The Municipality gets access to a cost-effective and tried-and-tested set of instruments to realize policy. Rewards are more effective and also more cost-effective than information campaigns. It stimulates the regional economy. An added bonus is that the municipality gets better information about the impact of their subsidy euro [Dutch] In DUURZAAM LOONT worden burgers beloond voor goed gedrag: minder energie gebruiken, afvalreductie, vaker op de fiets naar het werk, etc. Ook worden ze verleid vaker milieuvriendelijk, regionaal en duurzaam te kopen. Dit wordt bereikt door hen voor de juiste keuze te belonen met punten. Door punten in het vooruitzicht te stellen staan consumenten open voor nieuwe informatie die ze gebruiken om hun keuze aan te passen, om zo de beloning niet mis te lopen. Deze punten worden gespaard en later besteed aan andere regionale en/of duurzame producten (cadeautjes). Op deze wijze bindt het regionale bedrijfsleven koopkracht en kan zichzelf zo versterken. De overheid of winkelier betaalt altijd voor de uitgekeerde punten in euro's. Daarmee zijn alle punten in omloop altijd gedekt door een tegenwaarde in euro's. Deze kostenpost komt bij de overheid uit beleidsbudget, en bij de winkelier uit het marketingbudget. Het is mogelijk dat meerdere partijen uit de keten (bijvoorbeeld retailer en merkproducent) de kosten van de punten delen. Punten kunnen altijd door de burger worden verdiend en verzilverd voor zuinige producten, isolatiematerialen, klimaatneutrale producten, regionale producten, afvalpreventie en afvalscheiding, duurzame producten en diensten, gebruik van openbaar

  19. Effective policy for sustainable behavior. A thematic comparison [in the Netherlands]; Effectief beleid voor duurzaam gedrag. Een thematische vergelijking [in Nederland

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Brunsting, S.; Uyterlinde, M.; Tigchelaar, C.; Pol, M. [ECN Beleidsstudies, Petten (Netherlands); Breukers, S.; Mourik, R.; Backhaus, J.; Mathijsen, T. [DuneWorks, Eindhoven (Netherlands)

    2013-07-15

    behaviour; (e) allow for sufficient time to let behavioural change diffuse through society and support this process with consistent programmes and policies. In the wider context, programs and interventions would benefit from a more integrated policy approach to sustainable behaviours across domains. Furthermore, particularly at times when the government is withdrawing and investments in sustainable behavioural programmes are decreasing, it is vital to allow local governments, intermediary parties, stakeholders and end users as much freedom as possible to link and cooperate as they see fit. Finally, to foster the growth of such local initiatives, there is a need for platforms to facilitate the exchange of knowledge and expertise and to connect initiatives at different levels [Dutch] Als achtergrondstudie voor het advies Duurzame gedragspatronen zijn twee onderzoeken uitgevoerd naar effectief beleid voor duurzaam gedrag (1) in Nederland en (2) internationaal. De twee rapporten beschrijven een aantal beleidscases die vanuit gedragskundig perspectief geanalyseerd zijn. De bestudeerde thema's en de te analyseren beleidscases: Huishoudelijk energiegebruik: Blok voor blok/ Meer met Minder en energielabels voor woningen en huishoudelijke apparaten; Voedselconsumptie: smaaklessen en stadslandbouw; Persoonlijke mobiliteit: het nieuwe rijden en mobiliteitsmanagement (spitsmijden Noord-Brabant); Huishoudelijk afval: Plastic Heros en Diftar (gedifferentieerde afvaltarieven). Dit rapport is de thematische vergelijking voor Nederland.

  20. Perceptions and attitudes of car owners on innovative automobiles; Percepties en attitudes van autobezitters over innovatieve auto's

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Pol, M.; Brunsting, S. [ECN Beleidsstudies, Amsterdam (Netherlands)

    2012-01-15

    To abate the detrimental effects of transport a transition is foreseen from the conventional fossil cars to energy-sustainable cars. A successful transition requires a major behavioral change of car consumers who need to make choices about new options for transport with uncertain costs and benefits compared to their current car. This paper examines consumers' perceptions about innovative cars and considerations for buying or not buying innovative cars (hybrid, electric, plug-in electric, hydrogen, flexifuel). In this study an on-line questionnaire on attitudes, interests and social norms regarding innovative cars was conducted among 339 Dutch respondents who recently bought a new car. To obtain in-depth understanding of the answers, a follow-up study was conducted consisting of two focus groups with a sample of survey participants. These focus groups respectively concentrated on respondents' perceptions of innovative cars, and on the personality traits of the 'typical' innovative car driver. The results of the survey shows that the attitude towards innovative cars are strongly influenced by affective aspects (such as comfort and pleasant) and to a (much) smaller extent by environmental considerations. The results of the focus groups confirm these findings. According to the participants the price of the car is decisive whereby environmental concerns play no role. The design and image of the car are important. In addition, it appears that the familiarity with (and thus the knowledge about) the innovative cars is still very limited (with the exception of the hybrid car). This point of view stresses the importance of the way in which innovative cars are positioned thereby affecting the image (social norms) people will have regarding these cars. [Dutch] Om de nadelige effecten van vervoer (automobiliteit in het bijzonder) te beperken, wordt een transitie voorzien van conventionele auto's, rijdend op fossiele brandstoffen, naar duurzame

  1. More with thermal energy storage. Report 9. Effects on sanitation. Effects of thermal energy storage systems with regard to soil sanitation. Result of measurements at pilot locations and laboratory tests. Final report; Meer met bodemenergie. Rapport 9. Effecten op sanering. Effecten van bodemenergiesystemen bij inzet bodemsanering. Resultaat metingen op pilotlocaties en in labtesten. Eindrapport

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Dinkla, I.; Lieten, S.; De Vries, E. [Bioclear, Groningen (Netherlands); Hartog, N.; Hoekstra, N. [Deltares, Delft (Netherlands)

    2012-05-15

    ten aanzien van open systemen. De belangrijkste vragen waarop het onderzoeksprogramma MMB antwoord geeft zijn: (1) Welke effecten (hydrologisch, thermisch, microbiologisch en chemisch) treden op in het bodemsysteem bij toepassing van bodemenergie?; (2) Welke technische mogelijkheden zijn er voor het duurzaam inpassen van bodem-energie in de water- en energieketen?; (3) Is het mogelijk om meerdere doelstellingen tegelijk te verwezenlijken door slimme combinaties te maken? Het project is ingericht met verschillende werkpakketten. In werkpakket 2 worden de effecten van individuele en collectieve bodemenergiesystemen op de ondergrond en de omgeving onderzocht, in werkpakket 3 worden de kansen voor bodemenergie en bodemsanering onderzocht en in werkpakket 4 worden nieuwe duurzame combinaties van KWO met andere functies verkend. Werkpakket 1 is het overkoepelende deel waarin communicatie, beleid en participatie van deelnemers van MMB centraal staat. Dit rapport beschrijft de interpretatie van mogelijke effecten van warmte en koude opslagsystemen op in de bodem aanwezige verontreinigingen: (1) Welk effect heeft de temperatuur op biologische afbraak van verontreinigingen, redoxcondities, chemische evenwichten en adsorptie/desorptie van verontreinigingen?; (2) Wat is het effect van het rondpompen van water op de aanwezige verontreiniging?; (3) Wat is de invloed van de verontreiniging op de werking van de WKO?; (4) Wat is het risico op onbeheersbare verspreiding door toepassing van WKO van verontreinigingen en hoe kan die worden afgedekt?; (5) Leidt WKO tot een verhoogd risico op ophoping van toxische tussenproducten ten opzichte van natuurlijke afbraak zonder WKO?; (6) Welke positieve effecten op de saneringsduur heeft de optredende bovengrondse menging van verontreinigingen, brandstof en nutrienten op het saneringsrendement?.

  2. Biobased Economy. Sustainable and Transparent. Recommendation for solid biomass sustainability criteria; Biobased Economy. Duurzaam en Duidelijk. Advies over duurzaamheidscriteria vaste biomassa

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    NONE

    2009-11-15

    be recognised by the European Commission, so that the administrative burden on, for example, the Scandinavian countries will not increase. [Dutch] De Commissie Duurzaamheidsvraagstukken Biomassa (CDB) is gevraagd advies uit te brengen aan de Nederlandse regering over duurzaamheidscriteria voor vaste biomassa voor energievraagstukken. De CDB neemt in haar overwegingen mee dat in een 'biobased economy' het onderscheid tussen biomassastromen voor transportbrandstoffen en voor elektriciteit gaandeweg zal vervagen. In de toekomst zullen biomassastromen steeds meer voor verschillende toepassingen worden ingezet, waarbij door bioraffinage de hoogwaardige fracties kunnen worden ingezet voor hoogwaardige functies (bijvoorbeeld chemie) en restproducten voor laagwaardige functies (bijvoorbeeld elektriciteit of warmte). Hiermee vervaagt ook het onderscheid tussen vloeibare stromen of vaste stromen, of tussen primaire teeltgewassen en reststromen. Duurzaamheid betreft in de Europese richtlijn over hernieuwbare energie allereerst het landgebruik. Het gaat niet om de toepassing van biomassa, al valt er wel het een en ander te zeggen over efficient gebruik. Om duidelijkheid voor producenten en handelaren te creeren is een generiek set duurzaamheidscriteria nodig. Een veelheid van criteria die voor verschillende toepassingen en in elk land weer anders zijn, is zeker ongewenst. Met een eenduidige set criteria wordt ook een 'level playing field' gewaarborgd tussen de verschillende toepassingen (transport, elektriciteit, warmte of groen gas). De CDB merkt op dat een aantal landen (met name de Scandinavische) zich al heeft uitgesproken tegen duurzaamheidscriteria voor vaste biomassa. Reden hiervoor is dat de bestaande systemen in staat geacht worden om duurzame bosbouw te garanderen. De CDB wijst er echter op dat vaste biomassa een diverse herkomst heeft: het kan restproducten uit de bosbouw betreffen, maar ook agrarische reststromen, bijproducten en zelfs primaire

  3. ‘Soldiers for a Joint Cause’: A Relational Perspective on Local and International Educational Leagues and Associations in the 1860s

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Carmen Van Praet

    2015-03-01

    Full Text Available

    Between 1819 and 1830, the Dutch moral reform society Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen [Society for Public Welfare] failed to establish any long-lasting local branches in the Catholic southern part of the Netherlands. Thirty years later, an upsurge in the number of international social reform congresses rekindled the desire to establish southern sister organizations. In this article, Carmen Van Praet and Christophe Verbruggen argue that the congresses of the International Social Science Association (issa from 1862 to 1865 played a vital role in bringing together intermediaries from across Europe. These international congresses offered a transnational space where attendees not only exchanged information about social reform experiments, but also contributed to the dissemination of association structures. During the Amsterdam congress of the issa in 1864, the principal Belgian advocates of secular education were strongly influenced by contacts with the advocates  of Tot Nut. Shortly after this contact, the Belgian Ligue de l’Enseignement, an association aimed at improving education and establishing public libraries, was founded and was modelled on the associational structure of Tot Nut. The Ligue also maintained contacts with other single and multi-issue European organizations, resulting in an educational reform network of sibling associations.

     

    ‘Bondgenoten in de strijd’. Een relationele benadering van lokale en internationale onderwijsverenigingen in de jaren 1860
    De Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen slaagde er in de periode van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815-1830 niet in om duurzame afdelingen te vestigen in het katholieke Zuiden. Dertig jaar later flakkerde de wens opnieuw op om inhet ondertussen onafhankelijke België zusterverenigingen op te richten. Vooral de internationale contacten tijdens de congressen van de International Social Science Association (issa tussen 1862 en 1865 voedden

  4. Fact Finding Nuclear Energy; Fact Finding Kernenergie

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Scheepers, M.J.J.; Seebregts, A.J.; Lako, P. [ECN-Beleidsstudies, Petten (Netherlands); Blom, F.J.; Van Gemert, F. [Sociaal-Economische Raad SER, Den Haag (Netherlands)

    2007-09-15

    worden in Hoofdstuk 3 besproken. In hoofdstuk 4 wordt eerst uitgelegd hoe de elektriciteitsprijs in een geliberaliseerde elektriciteitsmarkt tot stand komt en wordt nagegaan of uitbreiding van het productievermogen met kernenergie daar invloed op zou kunnen hebben. Ook wordt de concurrentie met andere elektriciteitsproductietechnologieen besproken. Verder komen mededingingsaspecten aan de orde en inpassing in het Nederlandse elektriciteitssysteem. In Hoofdstuk 5 wordt een overzicht gegeven van kosteninformatie over kernenergie. Daarnaast wordt de economische rentabiliteit van kernenergie besproken, evenals externe kosten en baten. In Hoofdstuk 6 wordt eerst ingegaan op de vraag aan welke voorwaarden kernenergie moet voldoen om een rol te kunnen spelen in (een overgangsfase naar) een duurzame energievoorziening. Hierna wordt de rol van de overheid besproken bij het maken van keuzes over voorwaarden van kernenergie en het vertalen daarvan in wet- en regelgeving. Ook wordt een overzicht gegeven van het kernenergiebeleid in een aantal andere Europese landen. Hoofdstuk 7 gaat over maatschappelijke acceptatie en bespreekt hoe risicoperceptie van kernenergie wordt onderzocht. Daarnaast worden resultaten gepresenteerd van onderzoek naar opvattingen en meningen van de bevolking over kernenergie. In Hoofdstuk 8 wordt de Nederlandse kennisinfrastructuur op het gebied van kernenergie beschreven, alsmede de nucleaire kennis bij de overheid en de toekomstige kennisinfrastructuur. Hoofdstuk 9 geeft een overzicht van verschillende Nederlandse en Europese lange termijn toekomstscenario's voor de elektriciteitsvoorziening en de rol die kernenergie daarin kan spelen. Om een beeld te kunnen geven van mogelijke maatschappelijke gevolgen van uitbreiding van kernenergie in Nederland, is een maatschappelijke impact analyse uitgevoerd. Een dergelijke analyse beschrijft op systematische wijze de mogelijke economische en sociale effecten van een nieuwe kerncentrale en de effecten op het

  5. More with thermal energy storage. Report 11. Area-oriented groundwater control. Fitting of thermal energy storage in area-oriented groundwater control. Chances and points of attention. Final report; Meer met bodemenergie. Rapport 11. Gebiedsgericht grond-waterbeheer. Inpassing van bodemenergie in gebiedsgrondwaterbeheer. Kansen en aandachtspunten. Eindrapport

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Henssen, M. [Bioclear, Groningen (Netherlands); Hartog, N. [Deltares, Delft (Netherlands)

    2012-06-25

    - en energieketen?; (3) Is het mogelijk om meerdere doelstellingen tegelijk te verwezenlijken door slimme combinaties te maken? Het project is ingericht met verschillende werkpakketten. In werkpakket 2 worden de effecten van individuele en collectieve bodemenergiesystemen op de ondergrond en de omgeving onderzocht, in werkpakket 3 worden de kansen voor bodemenergie en bodemsanering onderzocht en in werkpakket 4 worden nieuwe duurzame combinaties van KWO met andere functies verkend. Werkpakket 1 is het overkoepelende deel waarin communicatie, beleid en participatie van deelnemers van MMB centraal staat. In dit rapport wordt in het kader van inpassing van WKO systemen in verontreinigde gebieden een afweging gemaakt aan de hand van de volgende twee vragen: (1) is het reeel om te verwachten dat WKO in grootschalig verontreinigd gebied substantieel kan bijdragen aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit?; en (2) biedt WKO een mogelijkheid om de verontreinigingslast te beheersen? Welke combinaties met ander onder- of bovengronds gebruik kunnen er via WKO worden gemaakt?.

  6. Book Reviews

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Redactie KITLV

    2002-01-01

    . Honolulu: University of Hawai'i Press, 2001, xiv + 266 pp. -Roy E. Jordaan, Marijke J. Klokke ,Fruits of inspiration; Studies in honour of Prof. J.G. de Casparis, retired Professor of the Early History and Archeology of South and Southeast Asia at the University of Leiden, the Netherlands on the occasion of his 85th birthday. Groningen: Egbert Forsten, 2001, xxiii + 566 pp. [Gonda Indological Studies 11.], Karel R. van Kooij (eds -Gerrit Knaap, Germen Boelens ,Natuur en samenleving van de Molukken, (met medewerking van Nanneke Wigard. Utrecht: Landelijk Steunpunt Educatie Molukkers, 2001, 375 pp., Chris van Fraassen, Hans Straver (eds -Henk Maier, Virginia Matheson Hooker, Writing a new society; Social change through the novel in Malay. Leiden: KITLV Press (in association with the Asian Studies Association of Australia, 2000, xix + 492 pp. -Niels Mulder, Penny van Esterik, Materializing Thailand. Oxford: Berg, 2000, xi + 274 pp. -Jean Robert Opgenort, Ger P. Reesink, Studies in Irian Languages; Part II. Jakarta: Badan Penyelenggara Seri NUSA, Universitas Katolik Indonesia Atma Jaya. [NUSA Linguistic Studies of Indonesian and Other Languages in Indonesia 47.] 2000, iv + 151 pp. -Gerard Termorshuizen, Kester Freriks, Geheim Indië; Het leven van Maria Dermoût, 1888-1962. Amsterdam: Querido, 2000 (herdurk 2001, 357 pp. -Donald Tuzin, Eric Kline Silverman, Masculinity, motherhood, and mockery; Psychoanalyzing culture and the naven rite in New Guinea. Ann Arbor: University of Michigan Press, 2001, vi + 243 pp. -Alexander Verpoorte, Jet Bakels, Het verbond met de tijger; Visies op mensenetende dieren in Kerinci, Sumatra. Leiden: Research School of Asian, African, and Amerindian Studies (CNWS, 2000, XV + 378 pp. [CNWS Publications 93.] -Sikko Visscher, Twang Peck Yang, The Chinese business elite in Indonesia and the transition to independence, 1940-1950. Kuala Lumpur: Oxford University Press, 1998, xix + 372 pp. -René Vos, Gerard Termorshuizen, Journalisten en heethoofden; Een

  7. E-Box. A residential gateway for cost saving and sustainability. Integration of Internet and ICT-networks for energy conservation services. Architecture and interface description of energy- and cost saving potential; E-Box. Een 'residential gateway' voor kostenbesparing en duurzaamheid. Integratie Internet en ICT-netwerken voor energiebesparingsdiensten. Architectuur en interface beschrijving Energie- en kostenbesparingspotentieel

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Kamphuis, I.G. [ECN Duurzame Energie in de Gebouwde Omgeving DEGO, Petten (Netherlands)

    2003-01-01

    blijkt het optimaal koppelen van een datacommunicatie infrastructuur in de woning voor het uitwisselen van boodschappen tussen energie gebruikende systemen, naast een 'first-mile'-connectie met de buitenwereld voor het aanleveren van stuurinformatie, via bijvoorbeeld Internet, een essentiele randvoorwaarde. Uitgaande van de vereistenspecificatie wordt een mogelijke hardware en software architectuur besproken. Een intelligente 'gateway', de E-box, een intermediair, die de externe koppeling van het apparatennetwerk verzorgt, en tevens de sturing van apparaten via het netwerk in de woning op zich neemt, vervult in deze architectuur een sleutelrol. Aan de E-box kan ook een rol worden toegekend voor het meten en actief feedback geven over verbruiken, als aanvulling op of als vervanger voor de stroom- en/of gasmeter in een intelligente meterkast. De E-Box architectuur is in een werkend simulatie programma geimplementeerd. Tevens zijn de tijdsafhankelijke energiekarakteristieken (vraag, aanbod, co-generatie) van systemen in woningen gekarakteriseerd. Aan de hand daarvan is een aantal veelbelovende mogelijkheden van bedrijf van de E-box in kaart gebracht voor bedrijfsscenario's in de zomer- en de wintersituatie. In deze scenario's wordt voor verschuifbare vraag (elektriciteit, warmte) het aanbod van locale duurzame bronnen maximaal gebruikt. Er zijn tevens scenario varianten berekend, waarin de effecten van meer real-time energieprijzen dan de nu gebruikelijke vaste of hoog/laag tarieven, zijn meegenomen. Afhankelijk van de mate waarin de energieprijzen meer op deze marktontwikkelingen zijn afgebeeld, blijkt de kostenbesparing tot ongeveer 15% te kunnen oplopen. Worden ook mogelijkheden voor buffering van elektriciteit of tariefscenario's meegenomen op dagen, waarop de APX grote schommelingen vertoonde, dan is een kostenbesparing met nog eens een dergelijk percentage haalbaar. Tot slot komt het businessmodel en eventuele vermarkting van een E

  8. Environmental impact of concrete use in the Dutch construction industry. Status quo and assessment of improvement options; Milieu-impact van betongebruik in de Nederlandse bouw. Status quo en toetsing van verbeteropties

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Bijleveld, M.; Bergsma, G.; Van Lieshout, M.

    2013-04-15

    the Netherlands, the much-used Ecoinvent database (available in LCA software) contains outdated information; (b) There are still no specific environmental data on CEM II, CEM IV, CEM V cements and a number of CEM III grades, even though their footprints differ substantially. Further refinement of these data would therefore enable more precise analysis; (c) There is currently no reporting on the particulate emissions associated with Dutch cement and concrete. To enable a full environmental analysis, such national data should be made available, so that researchers are no longer dependent on Ecoinvent [Dutch] Eind 2012 is de Green Deal 'Verduurzaming betonketen' gesloten tussen de overheid en het MVO Netwerk Beton, waarin 21 bedrijven en 6 brancheorganisaties in de betonketen deelnemen. Het doel van deze Green Deal is een 100% duurzame betonketen in 2050, plus het zetten van concrete stappen daartoe op korte termijn. Vanuit deze Green Deal hebben Rijkswaterstaat en het MVO Netwerk Beton aan CE Delft gevraagd een analyse te doen van de milieu-impact van betongebruik in de Nederlandse bouw inclusief een analyse van een aantal verbeteropties. In 2010 werd 14 miljoen m3 beton gebruikt in de Nederlandse bouw en ongeveer 550 kton aan wapeningsstaal. Dit betongebruik veroorzaakt in de hele keten een klimaatimpact van 3,5 Mton CO2 (= 1,7% van de Nederlandse nationale emissie). Er is ook gekeken naar de klimaatemissie van energiegebruik tijdens de gebruiksfase van woningen en kantoren in 2010. Als we alleen kijken naar energie voor verwarming van woningen die in 2010 zijn gebouwd, dan schatten we in dat met de huidige EPC-norm (0,8) de klimaatimpact van het betongebruik in een woning ongeveer gelijk staat aan de klimaatimpact van vijf jaar verwarmen van een woning. Over een levensduur van 50 jaar is het energiegebruik voor verwarming van een woning uit 2010 dus grof weg tien keer zoveel dan de energie benodigd voor het beton met wapening in de woning. Verbeteropties die

  9. On the road for 2020. Can solar energy cool and freeze in a sustainable way?; Op weg naar 2020. Kan zonne-energie duurzaam koelen en vriezen?

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Ezzahiria, S.M.; Infante Ferreira, C.A. [Afdeling Proces en Energie, Technische Universiteit Delft, Delft (Netherlands); Krieg, J. [Unilver Food Health Research Institute, Vlaardingen (Netherlands); Van Gerwen, R. [Unilever Engineering Excellence Team, Vlaardingen (Netherlands)

    2009-04-15

    , beoordeeld op de reductie van het energiegebruik, is het elektrisch aangedreven dampcompressiesysteem. Het hybride systeem leidt, afhankelijk van de locatie, tot besparingen van respectievelijk 8 en 16%. De uitsluitend elektrisch aangedreven dampcompressiesystemen leiden tot een kleinere besparing, van respectievelijk 4 en 10%, en gebruiken in alle gevallen meer primaire energie. De terugverdientijd van de investering in vacuum zonnecollectoren en fotovoltaische collectoren is helaas extreem lang. Voor de meeste fabrieken geldt dat elektrisch aangedreven dampcompressiesystemen zijn toegepast of worden overwogen. Een toename van het aandeel aan duurzame energie zal pas plaatsvinden indien de terugverdientijd van zonondersteunende installaties zal zijn teruggebracht tot waarden die voor de industrie acceptabel zijn, en dat is meestal minder dan 5 jaar.

  10. ECOFERM. The closed-cycle farm; ECOFERM. De kringloopboerderij

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van Liere, J. [Van Liere Management, Utrecht (Netherlands); Boosten, G. [Stichting DOTank, Bussum (Netherlands); Van Dijk, L. [Sustec Consulting Contracting, Wageningen (Netherlands); Hemke, G. [Hemke Nutriconsult, Best (Netherlands); Verschoor, A. [Ingrepro, Borculo (Netherlands); Van Kasteren, J. (ed.)

    2011-06-15

    . The pre-cultivation of the algae is carried out in a closed bioreactor, with the further growing process taking place in an open pond (hybrid cultivation). The algae serve as a partial substitute for soy pellets and fish oil in the animal feed, but can also be used as a source for medicines or food supplements. The health-promoting substances (such as omega 3 fatty acids) in the algae and the healthier stall climate improve the animals' overall condition and well-being - so that less antibiotics are necessary. The ECOFERM concept breaks with current pig farming practices in certain essential areas. It leads to better animal well-being and health while limiting the usage of antibiotics, providing a substitute for soy and fish oil, and reducing harmful emissions by closing cycles [Dutch] De Nederlandse varkenshouderij staat onder druk. De maatschappelijke weerstand groeit en uit zich onder meer in het verzet tegen de bio-industrie in zijn algemeenheid en 'megastallen' in het bijzonder. Individuele burgers en maatschappelijke organisaties - met in hun kielzog bestuurders en politici - maken zich sterk voor waardigere leefomstandigheden voor de dieren. De gezondheid van de dieren en het veelvuldig gebruik van antibiotica roepen vragen op, mede vanwege de effecten op antibioticaresistentie en de gevolgen voor de menselijke gezondheid. Ook de effecten van mest en broeikasgassen op milieu en klimaat staan hoog op de agenda. De omvangrijke importen van soja als veevoer leiden in de landen van productie tot vernietiging van natuur en biodiversiteit, terwijl hierdoor in Nederland een hardnekkig mestoverschot is ontstaan. Door de samenhang tussen deze problemen zijn op vele fronten fundamentele veranderingen nodig. InnovatieNetwerk heeft een idee ontwikkeld om de varkenshouderij duurzamer te maken en de kringlopen te sluiten: ECOFERM. Centraal in het concept ECOFERM staat het sluiten van kringlopen. De 'afval'-producten van de varkenshouderij (mest