WorldWideScience

Sample records for voor duurzame biomassa

  1. Een pleidooi voor duurzame diplomatie

    NARCIS (Netherlands)

    R.J.M. van Tulder (Rob); T. Dietz (Ton)

    2017-01-01

    textabstractIn een recent verschenen notitie van de Adviesraad Internationale Vraagstukken wordt een pleidooi gehouden voor 'diplomatie van duurzame ontwikkeling'. Het Nederlandse buitenlandse beleid heeft de laatste jaren sterk ingezet op zogenaamde 'economische diplomatie'. Daarmee lijkt een stap

  2. Een pleidooi voor duurzame diplomatie

    NARCIS (Netherlands)

    Tulder, van R.; Dietz, T.

    2017-01-01

    In een recent verschenen notitie van de Adviesraad Internationale Vraagstukken wordt een pleidooi gehouden voor ‘diplomatie van duurzame ontwikkeling’. Het Nederlandse buitenlandse beleid heeft de laatste jaren sterk ingezet op zogenaamde ‘economische diplomatie’. Daarmee lijkt een stap gezet te

  3. Energy Agreement for Sustainable Growth; Energieakkoord voor duurzame groei

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    NONE

    2013-09-01

    The SER (Social and Economic Council of the Netherlands) Energy Agreement for Sustainable Growth outlines the ambition to provide a long-term perspective for the Dutch energy economy with short and medium term agreements. Therefore, a large number of concrete measures and elaborations are agreed upon. Quantitative assessments are made of the effects for 2020-2023. Because there are almost no concrete measures for a longer period and the uncertainties are increasing for the longer term, calculations were not carried out for years after 2023. The extent to which the agreed steps contribute to the necessary building blocks for the energy transition in the long term is assessed qualitatively. Agreed targets in the agreement are: (1) A reduction in final energy consumption by an average of 1.5% per year; (2) 100 PJ energy conservation in final energy consumption in 2020; (3) 14% renewable energy by 2020 and 16% in 2023; (4) at least 15,000 jobs with an emphasis on the next few years [Dutch] Het SER-Energieakkoord voor duurzame groei schetst als ambitie het bieden van een langetermijnperspectief voor onze energiehuishouding met afspraken voor de korte en middellange termijn. Het is daartoe een groot aantal concrete maatregelen en nadere uitwerkingen overeengekomen. ECN/PBL hebben met het EIB een kwantitatieve doorrekening gemaakt van de effecten voor 2020/23. Omdat er vrijwel geen concrete maatregelen zijn afgesproken die gericht zijn op een verder liggende periode en de onzekerheden op langere termijn steeds meer toenemen, is geen doorrekening voor latere jaren gemaakt. De mate waarin de afgesproken stappen bijdragen aan de nodige bouwstenen voor de energietransitie op langere termijn is kwalitatief beoordeeld. Afgesproken doelen in het akkoord zijn: (1) Een besparing van het finale energieverbruik met gemiddeld 1,5% per jaar; (2) 100 PJ besparing in het finale energieverbruik in 2020; (3) 14% hernieuwbare energie in 2020 en 16% in 2023; (4) Tenminste 15.000 banen met

  4. Biomassa voor energie uit de Nederlandse natuur : een inventarisatie van hoeveelheden, potenties en knelpunten

    NARCIS (Netherlands)

    Spijker, J.H.; Elbersen, H.W.; Jong, de J.J.; Berg, van den C.A.; Niemeijer, C.M.

    2007-01-01

    In dit onderzoek is de potentiële hoeveelheid biomassa uit de natuur berekend op basis van de voor 2020 geplande arealen natuur per begroeiingstype. Voor de verschillende soorten biomassa is aangegeven welke huidige toepassingen er voor zijn en welk deel op basis daarvan met name in aanmerking komt

  5. Innovation. Chances for sustainable development; Innovatie. Kansen voor duurzame ontwikkeling

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Weterings, R. [TNO Milieu, Energie en Procesinnovatie TNO-MEP, Apeldoorn (Netherlands)

    2004-05-01

    Technological innovation can play an important part in the process of sustainable development, but only when innovation is more than developing new high-tech solutions. Applying new innovative technology must result in positive environmental effects. [Dutch] Technologische innovatie kan een sleutelrol spelen in het streven naar duurzame ontwikkeling. Maar dan moet innovatie wel meer zijn dan alleen ontwikkelen van nieuwe 'high tech' oplossingen. Juist in de toepassing van nieuwe technologie in de praktijk blijkt namelijk of innovatie al of geen milieusucces oplevert.

  6. Results of a survey on the sustainable import of biomass; Resultaat Enquete duurzame import van biomassa

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Bergsma, G.C.; Groot, M.I.

    2006-06-15

    of their own accord. Attention was drawn surprisingly often to the importance of small holdings, i.e. 'family farms', and maximisation of yields and CO2 reductions per hectare of farmland. It is recommended to take this latter issue on board, in part as a means of elaborating the aspect of 'preventing competition with food production' in practical terms. Based on the survey results, the report concludes with several concrete recommendations on sustainability criteria for biomass. The report published by the Cramer Commission in August 2006 is largely grounded in these survey results and the accompanying evaluation. [Dutch] In de strijd tegen klimaatverandering wordt steeds vaker biomassa ingezet als alternatief voor fossiele brandstoffen. Van belang is dat de winst aan duurzaamheid die Nederland hierdoor kan boeken, niet ten koste gaat van duurzaamheid in de productielanden. Een set aspecten (voedselvoorziening, natuur, welvaart en welzijn, arbeidsomstandigheden, milieuzorg, bodemkwaliteit en waterkwaliteit) is ontwikkeld aan de hand waarvan de duurzaamheid van biomassa aangetoond kan worden. Voor het toetsen van draagvlak hiervoor heeft CE een webenquete uitgezet onder stakeholders. Hierop hebben 104 respondenten gereageerd. In het rapport zijn alle resultaten en conclusies gespreid over NGO's, bedrijfsleven, overheid en algemeen gerapporteerd. Een aantal opvallende conclusies zijn: Het merendeel van de respondenten acht een duurzaamheidstoets voor biomassa mogelijk mits er adequate duurzaamheideisen gesteld worden (68%); Vrijwel alle respondenten vinden dat de duurzaamheidscriteria moeten gelden voor alle toepassingen van biomassa (90%); Of duurzaamheidscriteria afhankelijk moeten zijn van de productieregio wordt door de respondenten heel verschillend gezien (helft voor helft tegen); Veel NGO's vinden dat duurzaamheidscriteria specifiek zouden moeten zijn per biomassastroom (50%), in tegenstelling tot het bedrijfsleven dat pleit voor

  7. Transition management. Key to a sustainable society; Transitiemanagement. Sleutel voor een duurzame samenleving

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Rotmans, J. [International Centre for Integrative Studies ICIS, Universiteit Maastricht, Maastricht (Netherlands)

    2003-07-01

    Via transitions outdated societal systems need to be replaced by new societal and sustainable systems. In this book attention is paid to how the renewal process can be steered. The first part deals with the transition philosophy, while the second part is dedicated to a series of practical examples in the field of water, agriculture, energy, construction, mobility and biodiversity which must bring us to a new, sustainable society. [Dutch] Het creeren van een duurzame samenleving is van levensbelang voor de huidige en toekomstige generaties. Toch krijgt duurzaamheid van de politiek nog steeds niet de aandacht die zij verdient. Dit boek biedt daarom een vernieuwende en uitdagende kijk op deze grote maatschappelijke opgave. Onze tegenwoordige samenleving is verre van duurzaam; ondanks het veelgeroemde 'poldermodel' zijn we er tot nu toe niet in geslaagd de hardnekkige problemen in sectoren als de landbouw, de gezondheidszorg en de energievoorziening het hoofd te bieden. Meer en meer wordt duidelijk dat een duurzame samenleving een echte cultuuromslag vergt. Via transities - maatschappelijke overgangen die tijd, durf en energie vergen - zullen verouderde maatschappelijke systemen (deels) moeten worden afgebroken om vervolgens opnieuw te worden opgebouwd. Dit boek gaat in op de wijze waarop dit noodzakelijke vernieuwingsproces kan worden gestuurd. Het eerste deel behandelt het transitiedenken, inclusief de achterliggende filosofie. In het tweede deel staat het transitiehandelen centraal, aan de hand van een serie praktijkvoorbeelden op de terreinen water, landbouw, energie, de bouwsector, mobiliteit en biodiversiteit. Een inspirerend boek voor iedereen die een bijdrage wil leveren aan de totstandkoming van een nieuwe, duurzame samenleving.

  8. Energetic nature on and around Veluwe. Biomass as a resource for a green economy; Energieke natuur op en rond de Veluwe. Biomassa als grondstof voor een groene economie

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van Soest, J.P. [Advies voor Duurzaamheid, Klarenbeek (Netherlands); Blom, M. [CE, Delft (Netherlands)

    2006-10-15

    The possibility to produce more biomass from the nature reserve Veluwe in the mid-part of the Netherlands in combination with preserving the nature in this area has been elaborated. [Dutch] De mogelijkheid om meer biomassa voor energie op en rond de Veluwe te winnen zodanig dat de natuur er door wordt versterkt wordt is in dit rapport uitgewerkt. Daarmee kan biomassa een welkome bijdrage zijn aan behoud en ontwikkeling van de natuur. De actualiteit, bijvoorbeeld recente rapporten van de Rekenkamer en het Milieu- en Natuur Planbureau (MNP), wijst uit dat het natuurbeleid niet op schema ligt; nieuwe 'motoren' achter natuurontwikkeling zijn dringend gewenst. Ook uit oogpunt van transitie naar een duurzame energiehuishouding is 'Energieke natuur' van belang. In veel energiescenario's groeit het aandeel van biomassa, maar er zijn grote zorgen dat deze ontwikkeling ten koste gaat van natuur, biodiversiteit en voedselproductie. Het hier beschreven concept laat zien dat biomassa, mits goed georganiseerd, een positieve bijdrage kan leveren.

  9. Sustainable Energy for All. Inaugural speech; Een duurzame energievoorziening voor iedereen. Intreerede

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van Wijk, A.J.M.

    2011-12-07

    According to the author, there is no energy crisis; nor is there an energy shortage. Three observations illustrate this proposition: (1) We are wasting about 98% of our energy; (2) In one hour, the earth receives more energy from the sun than we consume worldwide in one year; and (3) sustainable energy is all around us. Next, the observations are elaborated and a plan is launched to set up a Green Campus: a living lab, an inspiring place where businesses and university can meet and a place where everyone can get an impression of the energy systems of the future. This way the author is hoping to take a next, important step in the realization of his dream, which is a sustainable energy system for all [Dutch] De auteur stelt dat er geen energiecrisis, geen energietekort is. Drie observaties illustreren deze stelling: (1) We verspillen ruwweg 98% van onze energie; (2) In een uur ontvangt de aarde meer energie van de zon, dan we wereldwijd in een jaar verbruiken; en (3) Duurzame energie is overal rond om ons heen. Vervolgens worden de observaties toegelicht en een plan gelanceerd om een Green Campus op te zetten: een living lab, een inspirerende plek waar bedrijven en universiteit elkaar ontmoeten en een plek waar een ieder een beeld kan krijgen op de energiesystemen van de toekomst. Daarmee hoopt de auteur een volgende en belangrijke stap te zetten in de realisatie van zijn droom, een duurzame energievoorziening voor iedereen.

  10. The Index for Sustainable Economic Welfare for Flanders, Belgium, 1990-2009; De Index voor Duurzame Economische Welvaart (ISEW) voor Vlaanderen, 1990-2009

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Bleys, B. [Geassocieerde Faculteit Handelswetenschappen en Bestuurskunde, Hogeschool Gent, Associatie Universiteit Gent, Gent (Belgium)

    2012-05-15

    In this report the Index of Sustainable Economic Welfare (ISEW) is compiled for Flanders for the period 1990-2009. The index is a measure of economic welfare in that it measures the contribution of a country's or region's economy to the overall level of well-being of its citizens. In this regard, the ISEW can be regarded as an indicator for the economic dimension of well-being [Dutch] In deze studie wordt de Index voor Duurzame Economische Welvaart (ISEW - Index of Sustainable Economic Welfare) berekend voor Vlaanderen voor de periode 1990-2009. Deze index is een maatstaf voor economische welvaart en meet de bijdrage van het economische systeem van een land of regio tot het algemene welzijn van haar bevolking. De ISEW kan dus gezien worden als een indicator voor de economische dimensie van welzijn.

  11. Clear road for sustainable fuels? Study on the willingness of consumers to switch to sustainable fuels; Weg vrij voor duurzame brandstoffen? Onderzoek naar bereidheid consument om over te schakelen op duurzame brandstoffen

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van Amelsfoort, A.; Zwier, R.

    2007-07-01

    In the Netherlands, there are currently hardly any filling stations where various types of sustainable fuels are available next to the regular fuels. Green Planet wants to start a filling station in the province of Drenthe. However, first Green Planet want to examine if consumers are prepared to switch to sustainable fuels. In addition, they want to know how these fuels should be properly introduced. The authors have sent questionnaires to more than 300 car drivers in the provinces of Groningen en Drenthe. Based on the results of the questionnaire a marketing strategy was developed recommending to start offering sustainable fuels, and especially B10/E10 and CNG. The consumer must be informed about the composition of sustainable fuels and possible consequences that driving on sustainable fuels may have for cars and the environment. [mk]. [Dutch] In Nederland zijn op dit moment praktisch geen tankstations waar, naast reguliere brandstoffen, verschillende soorten duurzame brandstoffen worden aangeboden. Green Planet wil hiervoor een tankstation beginnen in de provincie Drenthe. Green Planet wil echter eerst laten onderzoeken of consumenten bereid zijn om op duurzame brandstoffen te gaan rijden. Daarnaast wil zij graag weten op welke wijze deze brandstoffen moeten worden geintroduceerd. De auteurs hebben een enquete uitgezet onder ruim 300 autorijders in Groningen en Drenthe. Op basis van de enqueteresultaten is een marketingstrategie opgesteld waarin wordt aanbevolen om duurzame brandstoffen te gaan aanbieden, met nadruk op B10/E10 en CNG. Hierbij moet de consument vooral ingelicht worden over de samenstelling van duurzame brandstoffen en over eventuele consequenties van het rijden op duurzame brandstoffen voor auto en milieu.

  12. Naar een dashboard duurzame inzetbaarheid

    NARCIS (Netherlands)

    Blatter, B.; Dorenbosch, L.; Keijzer, L.

    2015-01-01

    Vlaanderen kent de Monitor Werkbaar Werk als informatiebron over de kwaliteit van werk voor de Vlaamse Regering, sociale partners, werkgevers en andere arbeidsmarktpartijen. Nederland kent sinds 2010 een soortgelijk instrument: het Dashboard Duurzame Inzetbaarheid. In deze bijdrage zetten we het

  13. Measures for sustainable energy in the livestock farming industry; Maatregelen duurzame energie veehouderijsector

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Schellekens, J. [DLV Bouw Milieu en Techniek, Uden (Netherlands)

    2010-07-15

    The sectors of pig farming, poultry farming and veal farming have been examined for sustainable energy deployment options in agricultural businesses. These are systems are ready for practice and to be used by individual businesses. Background information is provided on energy saving, deployment of photovoltaic energy, solar collectors, biomass incineration, heat pumps, air conditioning with ground water, and practical experiences in the deployment of sustainable energy systems. Moreover, an overview is given of subsidies and fiscal opportunities for sustainable energy deployment by agricultural businesses [Dutch] Voor de sectoren varkenshouderij, pluimveehouderij en vleeskalverhouderij is onderzocht wat de toepassingsmogelijkheden zijn van duurzame energie (DE) op agrarische bedrijven. Het betreft systemen welke praktijkrijp zijn en te gebruiken op individuele bedrijven. Er wordt achtergrondinformatie gegeven over energiebesparing, toepassen van photovoltaische energie, zonnecollectoren, verbranden van biomassa, warmtepompen, luchtconditionering met grondwater, praktijkervaringen in de toepassing van duurzame energiesystemen. Ook wordt een overzicht geven van subsidies en fiscale mogelijkheden voor toepassen van DE-systemen op agrarische bedrijven.

  14. The hydrothermal upgrading process (HTU) for biomass liquefaction; Het hydrothermal upgrading proces (HTU) voor biomassa liquefactie

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Naber, J.E. (ed.) [Biofuel, Heemskerk (Netherlands)

    2001-07-01

    afgebroken, met slechts enkele honderden uren operatie in een continue bench-scale installatie. Hoewel de meeste kritieke onderdelen van de HTU technologie wel in principe waren aangetoond, ontbraken toch diverse belangrijke gegevens voor het betrouwbaar ontwerpen van de eerste (semi-) commerciele toepassingen, alsmede een goed inzicht in de fundamentele achtergronden, de product eigenschappen en de mogelijkheden van schaalvergroting. Doel van dit project en het beoogde resultaat is daarom een gevalideerd proces op proefinstallatie schaal, waarmee het mogelijk wordt om met voldoende betrouwbaarheid te kunnen ontwerpen voor de eerste commerciele toepassingen en demonstratie. Naast fundamenteel onderzoek naar conversie mechanismen, procesdynamica en thermodynamica van het meerfasen systeem en de water zuivering speelt hierbij de bouw en operatie in continu dienst van de geintegreerde proefinstallatie een centrale rol. Als Go/No Go elementen zijn geidentificeerd het op druk brengen van de biomassa voeding en de geintegreerde operatie van de proefinstallatie. Met parallel onderzoek op het gebied van bv. reactor engineering en hoge druk pompen zal het HTU proces met voldoende vertrouwen opgeschaald kunnen worden naar installaties met een doorzet van 10.000+ ton biomassa/jaar (op droge basis). De proefinstallatie zal verder voldoende product produceren om gedegen onderzoek naar vele toepassingen mogelijk te maken en eventueel naar verdere veredeling door hydrodeoxygenering voor transport brandstoffen en/of 'premium' ethyleen kraker voeding. Het principe van deze verdere veredeling is eveneens op het Shell Laboratorium in Amsterdam aangetoond.

  15. Energy conservation for a sustainable energy supply; Energiebesparing voor een duurzame energievoorziening

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Rooijers, F.; Kampman, B.; Bennink, D.; Bles, M.; Van Lieshout, M.; Schepers, B.

    2013-05-15

    Options available for improving energy efficiency in the Netherlands are listed and discussed. As detailed in this report, there is still substantial scope for reducing energy consumption in the production and use of energy carriers, much of it not only attractive from the perspective of society as a whole but also profitable for the actors concerned. By exploiting these opportunities, sustainability targets can be cost-effectively met. The report examines why so much potential is still not being utilised and how this can be remedied. Following a description of the potential for energy conservation, a package of smart, effective policies is recommended to secure this potential [Dutch] De mogelijkheden van energiebesparing in Nederland zijn in kaart gebracht. In deze notitie wordt aangetoond dat bij energiebesparing bij het gebruik en bij de productie van energiedragers nog veel onbenut, maar maatschappelijk aantrekkelijk potentieel ligt, waarvan een groot deel rendabel is. Benutting daarvan leidt ertoe dat de duurzaamheidsdoelen op een kosteneffectieve manier behaald kunnen worden. We hebben onderzocht waarom veel potentieel nu niet benut wordt en hoe dat wel kan gebeuren. Deze analyse beschrijft het besparingspotentieel en biedt voorstellen voor een pakket aan slimme, effectieve beleidsinstrumenten om dit potentieel te realiseren: door inzet van verplichtingen en door energiebesparing aantrekkelijker te maken.

  16. Biotechnology for bulk production of organic chemicals. Use of biomass as an option for the future?; Biotechnologie voor bulkproductie van organische chemicalien. Inzet biomassa optie voor de toekomst?

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Patel, M.K.; Crank, M.; Dornburg, V.; Hermann, B.G. [Sectie Natuurwetenschap en Samenleving, Copernicus Instituut, Universiteit Utrecht, Utrecht (Netherlands); Van Overbeek, L. [Plant Research International, Wageningen (Netherlands)

    2007-07-01

    This article summarizes the BREW study (Biotechnological production of bulk chemicals from RenEWable resources), which was carried out for the European Commission by a consortium, coordinated by the Copernicus Institute of the Utrecht University in the Netherlands. The study investigates the medium and long-term opportunities and risks of the biotechnological production of organic chemicals. The objective is to gain better understanding of the techno-economic and the societal viability of White Biotechnology in the coming decades. The key research questions are which products could be made with White Biotechnology, whether these products can contribute to savings of energy use and greenhouse gas (GHG) emissions, under which conditions the products become economically viable, which risks may originate from the use of genetically modified organisms (GMO) in fermentation and what the public perception is. [Dutch] Tegenwoordig worden bijna alle organische chemische stoffen en plastics geproduceerd uit ruwe olie en aardgas. Moet dit zo blijven of zijn er andere, meer duurzame manieren om chemische stoffen te produceren? Het gebruik van biomassa als grondstof en het inzetten van biotechnologie zijn twee mogelijkheden. Maar wanneer we deze methoden gebruiken, Iopen we dan tegen nieuwe, onvoorziene risico's aan? Dit artikel geeft een samenvatting van de uitkomst van een gedetailleerde studie, gefinancierd door de Europese Unie, over deze en andere belangrijke vragen.

  17. New techniques no guarantee for sustainable use of energy; Nieuwe techniekebn zijn geen garantie voor meer duurzame energiebenutting

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Hogeling, J. [ISSO, Rotterdam (Netherlands)

    2011-12-15

    It is not certain that the application of new installation techniques, such as heat pumps, solar water heaters and PV panels actually achieves the intended savings. That guarantee can be assured if the installations are covered by ackowledged product or process certification systems. The Renewable Energy Directive of the EU enforces the Dutch government to certify renewable energy systems. But how, is not yet clear. [Dutch] Het is niet zeker dat de toepassing van nieuwe installatietechnieken zoals warmtepompen, zonneboilers en pv-panelen de beoogde energiebesparing daadwerkelijk realiseert. Deze waarborg heeft men wel wanneer de installaties onder erkende product- of procescertificatiesystemen tot stand komen. De Duurzame Energie Richtlijn van de EU verplicht onze overheid per 2013 te regelen dat deze duurzame energietoepassingen onder een certificatie worden gerealiseerd. Maar hoe, dat is nog niet duidelijk.

  18. The availability of biomass for energy in the agricultural industry; De beschikbaarheid van biomassa voor energie in de Agro-industrie

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Elbersen, W. [Wageningen UR Food and Biobased Research, Wageningen (Netherlands); Janssens, B. [Wageningen UR LEI, Wageningen (Netherlands); Koppejan, J. [Procede Biomass, Enschede (Netherlands)

    2010-01-15

    The Dutch Agricultural Covenant included a target for sustainable energy of 200 PJ. The agricultural industry is expected to contribute 75 to 125 PJ (bio-energy). The sector is wondering whether this target is realistic. The aim of this project was to map the quality and quantity of residual flows in the agricultural industry that exist and are available or are already deployed for bio-energy (in the Netherlands), both today and in 2020. [Dutch] In het Agroconvenant is een doelstelling opgenomen voor duurzame energie van 200 PJ. Van de agro-industrie wordt een bijdrage van 75 tot 125 PJ (bio-energie) verwacht. De sector vraagt zich af of deze doelstelling wel realistisch is. Het doel van dit project was het in kaart brengen van de kwaliteit en kwantiteit van reststromen uit de agro-industrie die aanwezig of beschikbaar zijn of reeds (in Nederland) ingezet worden voor bio-energie nu en in 2020.

  19. Helpt 'nudgen' bij een gezonde en duurzame keuze? : zes nudges en de keuze voor duurzaam of gezond voedsel

    NARCIS (Netherlands)

    Trijp, van J.C.M.

    2012-01-01

    Hoe werken 'bewezen' nudges voor duurzaam en gezond voedsel? En in hoeverre zijn deze nudges ethisch verantwoord? Dat zijn de kernvragen in dit onderzoek. De belangrijkste conclusie van dit onderzoek is dat nudges kunnen bijdragen aan een duurzamere en gezondere productkeuze van de consument.

  20. Potential for energy saving and renewable energy in Utrecht, Netherlands. Preliminary validation for the Utrecht municipality; Potentieel energiebesparing en duurzame energie Utrecht. Onderbouwingsnotitie voor de gemeente Utrecht

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Benner, J.H.B.; Warringa, G.E.A.

    2012-10-15

    Utrecht has stated its intention to achieve CO2 neutrality of the local energy supply by 2030. Having conducted its own exploratory study into the steps that would need to be taken to achieve this aim, City Hall asked CE Delft to pass judgment on the target and how it is hoped to be achieved. While characterized by both CE Delft and interviewed scientists as very substantial, Utrecht's ambitions are also regarded as a worthy aim to pursue. City Hall's estimates of the reduction potential of the envisaged measures 28% of total projected emission cuts in 2030 via energy efficiency measures and 35% via renewable energy - are deemed realistic by CE Delft. Although the potential reduction via all options was estimated on the basis of the maximum feasible potential, there still remains a substantial policy gap. The analysis makes clear that robust policy choices are required in order to come close to achieving the stated ambitions [Dutch] De gemeente Utrecht heeft zich tot doel gesteld om in 2030 de lokale energievoorziening CO2-neutraal te hebben. Binnen de gemeente is een ambtelijke verkenning uitgevoerd naar de maatregelen om invulling te geven aan deze ambitie. Utrecht heeft CE Delft gevraagd een oordeel te geven over de ambitie en de invulling daarvan. De ambitie van Utrecht wordt zowel door CE Delft als geïnterviewde wetenschappers getypeerd als fors, maar tegelijk als een goed punt aan de horizon om naar toe te werken. De inschattingen van Utrecht rond het reductiepotentieel van de maatregelen worden door CE Delft beoordeeld als realistisch. Dit houdt in dat 28% van de totaal verwachte uitstoot in 2030 wordt gereduceerd door besparingsmaatregelen en 35% met de inzet van duurzame energie. Hoewel bij de inschatting van de mogelijke reductie voor alle opties is gerekend met het maximaal haalbare potentieel resteert er een aanzienlijk beleidsgat. De analyse maakt duidelijk dat echte beleidskeuzen nodig zijn om realisatie van de ambitie te benaderen.

  1. A platform for sustainable energy. Planning a successful approach in your municipality; Draagvlak voor duurzame energie. Stappenplan voor een succesvolle aanpak in uw gemeente

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Feenstra, C.F.J. [FYnergy, Haarlem (Netherlands); Elsen, A.M.D. [Anne Elsen milieu-advies, Haarlem (Netherlands)

    2013-10-15

    Municipalities in the Netherlands need tips on how they can give proper support to initiators of energy projects in order to minimize resistance. On dealing with and reducing resistance to local energy projects much research has been done and literature published and experiences gained. Employees of municipalities can not study all this information and select what is useful for them. Therefore, this guide translates knowledge into a summary of action items and tips that they can implement immediately [Dutch] In de praktijk blijkt dat gemeenten behoefte hebben aan tips over hoe zij de juiste ondersteuning aan initiatiefnemers van energieprojecten kunnen geven om weerstand te beperken. Over de omgang met en het beperken van weerstand tegen lokale energieprojecten is veel onderzoek, literatuur en praktijkervaring beschikbaar. Medewerkers van gemeenten kunnen niet al deze informatie bestuderen en selecteren wat voor hen bruikbaar is. Daarom vertaalt deze wegwijzer de kennis in een beknopt overzicht van actiepunten en tips die zij direct kunnen uitvoeren.

  2. Dilemma's of sustainable consumption. A study of public support for making consumption more sustainable; Dilemma's rond duurzame consumptie. Een onderzoek naar het draagvlak voor verduurzaming van consumptie

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Vringer, K.; Vollebergh, H.; Dietz, F. [Planbureau voor de Leefomgeving PBL, Den Haag (Netherlands); Van Soest, D. [VU University, Amsterdam (Netherlands); Van der Heijden, E. [Tilburg University, Tilburg (Netherlands)

    2013-02-15

    Dutch consumers choose sustainable products only sparsely. But at the same time, Dutch consumers indicate that they find sustainability important and that the government should take measures. A frequently heard explanation is the social dilemma in which everyone is better off if all decide to consume more sustainable, whereas for every individual it is even better to not do this themselves. The question that rises is: do consumers truly want to become more sustainable? To answer this question, the social support for enhancing the sustainability of consumption and corresponding dilemmas have been examined by means of an economic behavioural experiment. The study confirms that a large group of consumers deem sustainability important, but do not always act on their beliefs. As people do not always match their behaviour with what they deem important, the currently limited market shares of more sustainable product variants are not reliable predictors of the social support for government policy. To encourage more sustainable consumption, it therefore seems useful if the Dutch government emphasizes the pleasure of individually contributing to sustainability, ensuring the consumer's awareness of other people also buying the more sustainable product variants. Consumers prefer soft persuasion through for example subsidies, even if this is more expensive for them than mandatory measures [Dutch] Consumenten kiezen maar mondjesmaat voor duurzame producten. Tegelijk geven zij aan verduurzaming belangrijk te vinden en ook dat de overheid maatregelen moet nemen. Een veel gehoorde verklaring is het sociaal dilemma waarin iedereen beter af is als allen duurzamer gaan consumeren, maar het voor elk individu nóg beter is om dat zelf niet te doen. De vraag is: Willen consumenten wel echt verduurzamen? Om deze vraag te kunnen beantwoorden, is het draagvlak voor de verduurzaming van consumptie en de bijbehorende dilemma's met behulp van een economisch gedragsexperiment nader

  3. Isoproturon in de graanteelt : alternatieven voor isoproturon voor schoner water

    NARCIS (Netherlands)

    Slabbekoorn, J.J.; Zeeland, van M.G.; Weide, van der R.Y.

    2006-01-01

    Binnen het praktijknetwerk Telen met toekomst testen en beoordelen agrarisch ondernemers nieuwe duurzame teeltmaatregelen in de praktijk. Eén daarvan is het zoeken van alternatieven voor isoproturon. Hiermee proberen zij een stap dichter bij de waterkwaliteitsdoelstellingen uit de kaderrichtlijn

  4. Learning from the energetic rural area. Local and regional coalitions for sustainable development of rural areas; Leren van het energieke platteland. Lokale en regionale coalities voor duurzame plattelands ontwikkeling

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Farjon, H.; Arnouts, R.

    2013-07-15

    Citizens and businesses start on a regular basis, and in cooperation with the Dutch government, initiatives to improve the living environment in rural areas. In this study, 32 examples are discussed to detect issues that can be improved. The examples concern more or less successful partnerships for sustainable rural development, in which the market, citizens and civil society play a prominent role. Four issues for improvement are identified: (1) Other accents are required in laws and regulations for the living environment; (2) The Dutch government must give smart directions by means of levies and incentives; (3) A vision of the governments is essential; and (4) Towards a proactive, facilitating government [Dutch] Burgers en bedrijven nemen regelmatig samen met overheden initiatieven om de leefomgeving op het platteland te verbeteren. In deze studie zijn 32 praktijkvoorbeelden onder de loep genomen om die verbeterpunten op te sporen. Het gaat om meer of minder succesvolle samenwerkingsverbanden voor duurzame plattelandsontwikkeling, waarin marktpartijen, burgers en het maatschappelijk middenveld een vooraanstaande rol spelen. Hierbij worden vier verbeterpunten gesignaleerd: (1) Andere accenten gewenst in wet- en regelgeving voor de leefomgeving; (2) Slimmer sturen met heffingen en vergoedingen door de overheid; (3) Visie van overheden is onontbeerlijk; en (4) Naar een proactieve, faciliterende overheid.

  5. New resources for chemicals. Elaboration of transition path 5. Innovative use of green materials and/in sustainable chemistry; Nieuwe bronnen voor chemie. Uitwerking van transitiepad 5. Innovatief gebruik groene grondstoffen en/in duurzame chemie

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Bruggink, A.

    2006-09-15

    In the Netherlands, the chemical industry is the largest industrial user of fossil feedstocks: approximately 20% of the total, of which 60% as feedstock for end products. The chemical industry can save on its current total consumption of fossil feedstocks of approximately 685 PJ up to 200 PJ by means of replacement, avoidance and saving. In the main sector, the organic chemical sector, the use of fossil feedstocks for end products can be reduced with 50% (140 PJ), half of which through replacement by renewable feedstocks from biomass and the other half by recycling of top 10 synthetics. The latter requires an international approach. [mk]. [Dutch] In Nederland is de chemie de grootste industriele gebruiker van fossiele grondstoffen: ruim 20% van het totaal waarvan 60% in de vorm van grondstof voor eindproducten. De chemie kan op haar huidig totaalverbruik aan fossiele grondstoffen van ca. 685 PJ tot 200 PJ besparen door vervanging, vermijding en besparing. In de belangrijkste sector, de organische chemie, kan het verbruik in de vorm van fossiele grondstof voor eindproduct met 50% (140 PJ) terug, waarvan de helft door vervanging door hernieuwbare grondstoffen uit biomassa en de helft door hergebruik van top-10 kunststoffen. Voor het laatste is een internationale aanpak nodig.

  6. Duurzaamheidinspiratie voor nieuwe gemeenteraadsverkiezingen 2018 in governance monitor

    NARCIS (Netherlands)

    Zoeteman, Bastiaan

    2017-01-01

    Begin dit jaar hebben Telos en VNG International voor het eerst een Governance monitor duurzame gemeenten gepubliceerd. Deze monitor is opgesteld in opdracht van de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu waarbij de Nationale monitor duurzame gemeenten van Telos - die de basis is voor de

  7. Brandstof en plastic uit dezelfde biomassa

    NARCIS (Netherlands)

    Ree, van R.

    2009-01-01

    De productie van tweede generatie biobrandstoffen is nog te duur om aan de grote vraag naar duurzame brandstof te kunnen voldoen. Een consortium van internationale organisaties werkt daarom aan een beter productieproces en wil meer uit biomassa gaan halen dan alleen ethanol

  8. Biomassa uit natuur en landschap

    NARCIS (Netherlands)

    Knaap, van der W.G.M.; Spijker, J.H.; Stobbelaar, D.J.

    2013-01-01

    De Nederlandse overheid kent forse ambities om biomassa uit natuur en landschap tot waarde te brengen. Het lectoraat richt haar onderzoek op een kosteneffectieve bestemming voor deze ‘groene biomassa’ waarbij vraagstukken omtrent oogst en logistiek worden bestudeerd. Samen met landschapsbeheerders,

  9. Investment in sustainable electricity production by Dutch banks. A case study for the Fair Bank Guide; Investeringen in duurzame elektriciteitsopwekking door Nederlandse banken. Een onderzoeksrapport voor de Eerlijke Bankwijzer

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van Gelder, J.W.; Kouwenhoven, D.

    2010-05-15

    This report contains the results of the second case study commissioned by the Fair Bank Guide on the financing practices of twelve investigated banks in the Netherlands. It has been examined which part of the investments in electricity generation by Dutch banks involves electricity generation from sustainable sources (sustainable electricity generation) [Dutch] Dit rapport bevat de resultaten van het tweede onderzoek in opdracht van de Eerlijke Bankwijzer naar de financieringspraktijk van twaalf onderzochte banken in Nederland. Hiermee is in kaart gebracht welk deel van de investeringen in elektriciteitsopwekking door de Nederlandse banken, betrekking heeft op elektriciteitsopwekking met behulp van duurzame energiebronnen ('duurzame elektriciteitsopwekking')

  10. Successful sustainable renovation; Succesvolle duurzame renovatie

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van Doorn, A.Q.C.M.; De Ruyter, G.M. [Yacht, Randstad, Diemen (Netherlands); Kaper, A.A. [Ballast Nedam, Nieuwegein (Netherlands)

    2011-04-15

    Building Brains has been set up by TNO as a cooperative and started September 21, 2009. The aim of the project was to answer the question how the energy consumption in the Netherlands can be reduced by 50% up to 2030 or how the built environment can be made energy-neutral. This issue of the magazine is dedicated to Building Brains project. It is often said that Smart defined ambitions and strict process management are important ingredients for successful realization of building projects. Sustainable real estate developments can be considered as highly ambitious projects. To find out how and why sustainable renovation projects actually became sustainable, a group of professionals systematically evaluated 21 leading Dutch real estate renovation projects. For each project they interviewed the client, consultant, architect and contractor. Based on the results it was concluded that a pre-defined (sustainability) ambition is not a necessity to realize a project that can be considered sustainable in practice. [Dutch] Building Brains is een door TNO opgezet samenwerkingsproject dat op 21 september 2009 van start ging. Het doel van het project is antwoord te geven op de vraag hoe tot 2030 het energiegebruik in Nederland kan worden gehalveerd of hoe de gebouwde omgeving energieneutraal kan worden gemaakt. Deze aflevering van het tijdschrift TVVL is vrijwel geheel gewijd aan het Building Brains project. Een jaar lang zijn de succes- en faalfactoren van duurzame renovatieprojecten onderzocht. Voor 21 projecten zijn in totaal 73 actoren geinterviewd. Er werd een vragenlijst gebruikt, die vanuit vijf invalshoeken was opgesteld: ambitiestelling, duurzame maatregelen, actoren, beleidsomgeving en proces. Per project zijn opdrachtgevers, architecten, aannemers, adviseurs en gebruikers geinterviewd. Alle data is verwerkt in een database. De projecten voldoen aan het selectiecriterium Trias Energetica. Het accent lag op woningbouw, waar de grootste uitdaging ligt voor duurzame

  11. Sustainable energy. Program of action for sustainable development. National actions; Duurzame Daadkracht. Actieprogramma Duurzame Ontwikkeling. Nationale deel

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    NONE

    2003-07-04

    In the title program it is described how the Netherlands will fulfil the agreements that were made at the Johannesburg summit on sustainable development. The program consists of an international and a national strategy. In this document the national strategy will be dealt with. [Dutch] In november 2002 stemde de ministerraad in met het Actieprogramma voor Duurzame Ontwikkeling, getiteld 'Duurzame Daadkracht'. Hierin beschrijft het kabinet hoe invulling wordt gegeven aan de afspraken die tijdens de Wereldtop over Duurzame Ontwikkeling in september in Johannesburg zijn gemaakt. Het actieprogramma bestaat uit een internationale en een nationale strategie. Beide strategieen kunnen en mogen niet los van elkaar worden gezien. Coherentie tussen binnenlands beleid en wat in internationaal verband te ondernemen is cruciaal. In de internationale strategie wordt uiteengezet op welke concrete doelen Nederland zich op het vlak van duurzame ontwikkeling in de nabije toekomst met voorrang zal richten. Daarbij wordt aangegeven met welke middelen Nederland aan het realiseren van die doelen zal bijdragen. De concrete maatregelen zijn gericht op de vijf thema's die door secretaris-generaal van de Verenigde Naties als prioriteiten zijn aangegeven: water, energie, gezondheid, landbouw en biodiversiteit. Het kabinet voegt daar het thema handel en investeringen aan toe, vanwege de bijdrage die zij kunnen leveren aan het bereiken van duurzame ontwikkeling, en meer in het bijzonder armoedebestrijding.

  12. Aerosol emissiereductie met een condenserende warmtewisselaar in biomassa gestookte verwarmingsinstallaties

    NARCIS (Netherlands)

    Kemenade, van H.P.

    2008-01-01

    Een warmtewisselaarconcept voor biomassa gestookte installaties is ontwikkeld om zoveel mogelijk fijnstof binnen te houden. Op deze wijze is het in kleinere verwarmingsketels mogelijk om de fijnstof norm te halen zonder installatie van additionele filters.

  13. Progress Report Sustainable Energy 2006; Voortgangsrapportage Duurzame Daadkracht 2006

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    NONE

    2007-02-15

    In the title program it is described how the Netherlands will fulfil the agreements that were made at the Johannesburg summit on sustainable development. The program consists of an international and a national strategy. In this document an overview is given of the results so far. The focus is on administration, energy and biological diversity. [Dutch] Het Actieprogramma Duurzame Ontwikkeling, getiteld 'Duurzame Daadkracht' (2003), is de Nederlandse uitwerking van de afspraken die in 2002 op de World Summit on Sustainable Development (WSSD) in Johannesburg zijn gemaakt. In de voorliggende voortgangsrapportage over 2006 worden de vorderingen in het bereiken van de ambities van het rijk, zowel voor het nationale als het internationale deel, verder uitgediept. Daarbij is dit jaar gekozen voor een meer thematische benadering dan in voorgaande rapportages, mede naar aanleiding van het Algemeen Overleg van 4 oktober 2006 over de rapportage 2005. De thema's zijn bestuur, energie en biodiversiteit. In hoofdstuk 2 wordt een beschouwing gegeven over de aansturing van duurzame ontwikkeling, een thema dat in 2006 vooral in internationale bijeenkomsten veel aandacht kreeg. Hoofdstuk 3 belicht het thema duurzame energiehuishouding. In hoofdstuk 4 wordt het thema natuurlijke hulpbronnen en biodiversiteit nader bezien. Hoofdstuk 5 geeft informatie over een aantal relevante instrumenten, waaronder de internationale partnerschappen, innovatieprojecten en de peer review van het Nederlandse duurzaamheidsbeleid. Hoofdstuk 6 presenteert de voortgang in duurzaam inkopen bij de Rijksoverheid en illustreert aan de hand van een aantal voorbeelden de wijze waarop vijf ministeries concreet invulling geven aan duurzame ontwikkeling binnen de eigen organisatie. De bijlage bevat een afkortingenregister.

  14. Sustainable Energy Business Visits 2009; Duurzame Energie bedrijfsbezoeken 2009

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Gielen, J.H. [C Point, DLV Plant, Horst (Netherlands)

    2010-03-15

    Because the Steering Committee for Long-term Agreements on Energy for Mushrooms found the sustainable energy business visits of 2008 very valuable, it was decided in 2009 to assign Cpoint the task of conducting sustainable energy advisory visits, enabling mushroom cultivators to sign up for a free of charge sustainable energy visit. This report summarizes the results of these business visits [Dutch] Omdat de Duurzame Energie (DE) bedrijfsbezoeken van 2008 door de Stuurgroep MJA-e Paddestoelen als erg waardevol zijn ervaren, is er ook voor het jaar 2009 aan Cpoint een opdracht voor het uitvoeren van DE adviesbezoeken verstrekt, waarbij champignontelers zich konden opgeven voor een gratis DE adviesbezoek. In dit rapport wordt verslag gedaan van de resultaten van de bedrijfsbezoeken.

  15. Compost duurzaam ingezet. De Compost Scorekaarten: een instrument voor het afwegen van de waarde van compost

    OpenAIRE

    Schrik, Yannick; Koopmans, Chris

    2015-01-01

    Het duurzame gebruik van een reststof zoals compost hangt sterk samen met de waarde die de compost heeft bij toepassing. Deze publicatie geeft via heldere Compost Score Kaarten inzicht in het vinden van de juiste compostsoort voor het gewenste doel. Of het nu gaat om organischestofvoorziening, verbetering van de bodemstructuur of de nutriëntenvoorziening van gewassen: een bewuste keuze voor de compostsoort en –kwaliteit draagt bij aan een duurzame inzet en duurzaam hergebruik van reststoffen.

  16. Isoproturon in de graanteelt : alternatieven voor isoproturon voor schoner water

    OpenAIRE

    Slabbekoorn, J.J.; Zeeland, van, M.G.; Weide, van der, R.Y.

    2006-01-01

    Binnen het praktijknetwerk Telen met toekomst testen en beoordelen agrarisch ondernemers nieuwe duurzame teeltmaatregelen in de praktijk. Eén daarvan is het zoeken van alternatieven voor isoproturon. Hiermee proberen zij een stap dichter bij de waterkwaliteitsdoelstellingen uit de kaderrichtlijn water (KRW) te komen. Isoproturon is een stof die vaak in hoge concentraties wordt aangetroffen in oppervlaktewateren. Door waterschappen wordt deze stof aangemerkt als 'probleemstof'. In deze brochur...

  17. Duurzame Landbouw in Beeld 2010 : resultaten van de Nederlandse land- en tuinbouw op het gebied van People, Planet en Profit

    NARCIS (Netherlands)

    Boone, J.A.; Dolman, M.A.

    2010-01-01

    Duurzame Landbouw in Beeld 2010 geeft de resultaten weer van de Nederlandse land- en tuinbouw op alle relevante duurzaamheidsaspecten. Zowel de meest recente cijfers als de langetermijnontwikkelingen worden gepresenteerd. Naast de resultaten voor de sector als geheel worden de sectoren akkerbouw,

  18. Sustainable newly built UPC office in Leeuwarden, Netherlands. Use of surface water for cooling call centre and office building; Duurzame nieuwbouw UPC Leeuwarden. Oppervlaktewater voor koeling callcenter en kantoor ingezet

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Groot-D' hondt, E. [Wolter en Dros, Amersfoort (Netherlands)

    2010-10-15

    The municipality of Leeuwarden, Netherlands, and the cable company UPC Netherlands signed contracts for the construction of the UPC headquarters in Leeuwarden, March 2010. The building of the 'greenest' Green Office of the Netherlands, started in June 2010 and is expected to be finalized the end of 2011. Use is made of surface water, rain, heat and cold storage in combination with a heat pump and low temperature systems, such as climate ceilings and floor heating, green roofs, natural insulation, and photovoltaic cells. [Dutch] De gemeente Leeuwarden en UPC Nederland ondertekenden 17 maart 2010 de contracten voor de nieuwbouw van het UPC-hoofdkantoor in Leeuwarden. De bouw van het 'groenste' Green Office van Nederland, startte in juni 2010 en wordt naar verwachting eind 2011 opgeleverd. Er wordt gebruik gemaakt van oppervlaktewater, regenwater, warmte- en koudeopslag in combinatie met een warmtepomp en lage temperatuursystemen, zoals klimaatplafonds en vloerverwarming, groene daken , natuurlijke isolatie, en photovoltaische cellen.

  19. CFD voor een gezonde en comfortabele stedelijke omgeving

    NARCIS (Netherlands)

    Blocken, B.J.E.

    2010-01-01

    Stedebouwfysica omvat de studie van fysische processen om te zorgen voor een gezonde, comfortabele en duurzame stedelijke omgeving. Dit artikel bespreekt kort de belangrijke rol die CFD-simulaties hierin kunnen spelen, op voorwaarde dat hun nauwkeurigheid en betrouwbaarheid gegarandeerd zijn. Het

  20. Biomass feeds vegetarian robot; Biomassa voedt vegetarische robot

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van den Brandt, M. [Office for Science and Technology, Embassy of the Kingdom of the Netherlands, Washington (United States)

    2009-09-15

    This brief article addresses the EATR robot (Energetically Autonomous Tactical Robot) that was developed by Cyclone Power and uses biomass as primary source of energy for propulsion. [Dutch] Een kort artikel over de door Cyclone Power ontwikkelde EATR-robot (Energetically Autonomous Tactical Robot) die voor de voortdrijving biomassa gebruikt als primaire energiebron.

  1. Ambition, policy and consistency. The ins and outs of 16% sustainable energy in 2020; Ambitie, beleid en consistentie. Het ABC van 16% Duurzame Energie in 2020

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Kaat, A.

    2013-01-15

    This memo outlines the options to realize the target of 16% sustainable energy for 2020 via production in the Netherlands [Dutch] De notitie verkent de oplossingen om via productie in Nederland de doelstelling voor duurzame energie te halen: 16% in 2020.

  2. Biomassa voor de energievoorziening van tuinbouwclusters

    NARCIS (Netherlands)

    Zwart, de H.F.; Ruijs, M.N.A.; Visser, H.J.M.

    2016-01-01

    Biomass combustion in combination with a cluster of greenhouses to provide heat, CO2 and electricity can provide a partly solution to the sustainability of the horticultural sector. A biomass gasification plant could also provide valuable biochar, the result of partial combustion of biocarbon. This

  3. Risico's 'groen' gas voor CO2 - dosering ingeschat : Interview met Tom Dueck en Chris van Dijk

    NARCIS (Netherlands)

    Visser, Peter; Dueck, T.A.; Dijk, van C.J.

    2009-01-01

    De overheid wil gebruik van duurzaam 'groen gas' ofwel 'biogas' stimuleren. De vraag is of dit gas een verhoogd risico oplevert bij het gebruik van rookgassen voor CO2-dosering in de tuinbouw. Biogas kan mee helpen aan het gebruik van duurzamer energie in de glastuinbouw

  4. Wrong effects of apparent sustainable solutions. The Dutch impact on global biodiversity; Averechtse effecten van schijnbaar duurzame oplossingen. De Nederlandse invloed op de mondiale biodiversiteit

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Rood, T.; Alkemade, R. [Milieu- en Natuur Planbureau MNP, Bilthoven (Netherlands)

    2005-09-01

    What is the value of sustainable development in a specific country if imported products have negative effects in the country from where those products were imported. Apparently sustainable solutions in one's own country might have negative effects somewhere else, sooner or later. A clear picture of the ecological claim of a country is one of the methods to find the right way towards a sustainable future. [Dutch] Wat is een duurzame ontwikkeling van een land waard als de producten die men importeert elders nadelig uitwerken? Schijnbaar duurzame oplossingen in eigen land kunnen elders of later tot het tegendeel leiden. Een helder beeld van de ecologische claim van een land is een van de methoden voor het vinden van de weg naar duurzame ontwikkeling.

  5. Potentiele praktijkcases biomassa in Flevoland : een verkenning van potentiele biomassaketens in Flevoland

    NARCIS (Netherlands)

    Voort, van der M.P.J.; Leeuwen, van M.A.E.

    2012-01-01

    Het biomassabank project wilde in het kader van dit onderzoek de hoofdlijnen voor het realiseren van benutting van biomassa reststromen in Flevoland verkennen. Op basis van de uitgevoerde inventarisatie zijn hieruit een drietal potentiele biomassastromen geselecteerd. Het niet vastliggen van de

  6. New feedstocks for biofuels. Alternative 1st generation of energy crops; Nieuwe Grondstoffen voor Biobrandstoffen. Alternatieve 1e Generatie Energiegewassen

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Elbersen, W. [Agrotechnology and Food Sciences Group, WUR-AFSG, Wageningen (Netherlands); Oyen, L. [Plant Resources of Tropical Africa, WUR-PROTA, Wageningen (Netherlands)

    2009-08-15

    A brief overview is provided of a number of alternative crops that can supply feedstocks for 1st generation biofuels and a brief analysis is conducted of the option for renewable biofuel production. [Dutch] Er wordt een kort overzicht gegeven van een aantal alternatieve gewassen die grondstoffen voor 1e generatie biobrandstoffen kunnen leveren en wordt er een korte analyse gegeven van de mogelijkheid voor duurzame biobrandstofproductie.

  7. Sustainable storage of data. Energy conservation by sustainable storage in colleges; Duurzame opslag van data. Energiebesparing door duurzame opslag binnen het hoger onderwijs

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    NONE

    2012-11-15

    SURFnet, the Dutch organization of for colleges and universities in the field of ICT, issued another innovation scheme in the field of sustainability and ICT for 2012. The aim of the innovation scheme is to encourage people to start sustainable projects by means of ICT. In this context the College of Arnhem and Nijmegen (HAN) executed a project in which the possibilities to save energy through sustainable storage of data in its educational facilities [Dutch] SURFnet, de samenwerkingsorganisatie van hogescholen en universiteiten op het gebied van ICT, heeft voor 2012 opnieuw een innovatieregeling op het gebied van duurzaamheid en ICT uitgeschreven. Doel van de innovatieregeling is om instellingen te stimuleren projecten te starten om door middel van of met ICT structureel bij te dragen aan verduurzaming. De Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) heeft in dit kader een project uitgevoerd waarin is onderzocht wat de mogelijkheden zijn om energie te besparen d.m.v. duurzame opslag van data in haar onderwijsinstelling.

  8. 'Gezonde en duurzame keus moet makkelijker worden'

    NARCIS (Netherlands)

    Duijzer, G.

    2011-01-01

    De Britse conservatieve premier David Cameron ziet het helemaal zitten, nudging. Als reclamemakers consumenten kunnen beïnvloeden bepaalde chips te kopen, dan kun je de niet-rationeel kiezende consument net zo goed een zetje geven in de richting van gezonde en duurzame aankopen. Wageningen UR

  9. Scenario's voor kennisomgevingen

    NARCIS (Netherlands)

    Drs O.G. Foks; H. Kokhuis; Drs H. Hofman

    2000-01-01

    pragmatische visie voor een gezonde kennisstructuur; verbindend schema AGIL wordt gebruikt voor analyse denkrichtingen van Jung tot Porter. Motieven voor samenwerking, ordeningsprincipes in economie en leren en strategievorming voor kennisonderneming.

  10. Options for shallow geothermal energy for horticulture; Kansen voor Ondiepe Geothermie voor de glastuinbouw

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Hellebrand, K. [IF-Technology, Arnhem (Netherlands); Post, R.J. [DLV glas en energie, Naaldwijk (Netherlands); In ' t Groen, B. [KEMA, Arnhem (Netherlands)

    2012-06-15

    Geothermal energy is too expensive to serve as energy supply for most horticultural entrepreneurs. Therefore, research has been carried out into options to use heat from more shallow layers (shallow geothermal energy). Unlike shallow geothermal energy deep geothermal energy can be applied on a smaller scale, possibly also for individual growers. It can be applied in combination with an existing heating system, but with a more sustainable outcome. Because drilling is done in shallow layers, drilling costs and financial risks are lower [Dutch] Geothermie is voor de meeste tuinbouwondernemers teduur om als energievoorziening te dienen. Daarom is onderzoek gedaan naar mogelijkheden om warmte te gebruiken uit ondiepere lagen (ondiepe geothermie). In tegenstelling tot diepe geothermie is ondiepe geothermie op kleinere schaal toepasbaar, mogelijk ook voor individuele kwekers. Het kan in combinatie met de bestaande verwarmingsinstallatie worden ingezet maar met een duurzamer resultaat. Omdat ondieper wordt geboord zijn de boorkosten en de financiele risico's lager.

  11. Where does sustainable growth end? Inaugural speech; Waar eindigt duurzame groei? Inaugurele rede

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Gerlagh, R.

    2010-11-15

    After a brief explanation about several characteristics of capitalism, a number of environmental issues are discussed, paying particular attention to the climate issue. In this context an answer is given to the question what sustainability means and how sustainability can be implemented. A price tag needs to be attached to the use of nature and the environment. Several examples are given in support of the value of scarce nature and how difficult it is to distribute this value evenly. Finally, insight is given in the conditions for sustainable growth as well as the main obstacles. [Dutch] Na een korte uiteenzetting van enkele kenmerken van het kapitalisme wordt een aantal milieuproblemen voor het voetlicht gebracht met speciale aandacht voor het klimaatprobleem. In deze context wordt de vraag beantwoord wat duurzaamheid betekent en hoe duurzaamheid kan worden geimplementeerd. Aan het gebruik van natuur en milieu moet een prijskaartje komen te hangen. Er worden voorbeelden gegeven waaruit blijkt hoe waardevol schaarse natuur is, en hoe moeilijk het is deze waarde eerlijk te verdelen. Tenslotte wordt inzicht gegeven in de voorwaarden voor duurzame groei, en de belangrijkste obstakels.

  12. Scarcity on the market for wood wastes; Krapte op de markt voor afvalhout

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    De Boer, A. (ed.)

    2004-05-01

    An overview is given of the market for wood wastes in the Netherlands and how this affects the targets to use biomass. Several types of biomass must be imported, not only wood wastes, but also e.g. olive stones and cacao shells. [Dutch] Er dreigt in Nederland een krapte te ontstaan op de markt voor afvalhout, want de vraag vanuit de buitenlandse vezelplaatindustrie blijft constant, terwijl er vanuit de energiesector een groeiende vraag is. Om de beleidsdoelstellingen voor biomassa te kunnen halen zal er biomassa geimporteerd moeten worden. Daarbij kan het gaan om resthout of afvalhout, maar ook om andere biomassastromen zoals olijfpitten en cacaodoppen.

  13. Scenario's voor duurzame energie in verkeer en vervoer; beoordeling op verschillende criteria voor duurzaamheid

    NARCIS (Netherlands)

    Brink RMM van den; RIM

    2003-01-01

    The study documented here deals with the technical potential of sustainable energy sources to reduce the use of fossil fuels in the long term (2050) by more than 80% compared to their use in 1990. Biomass alone was shown to have insufficient potential to reach this goal where CO2 emissions are

  14. Waterstof uit biomassa

    NARCIS (Netherlands)

    Claassen, P.A.M.

    2011-01-01

    De eerste voorzichtige tekenen van een waterstofeconomie zijn al zichtbaar. In België kun je waterstof tanken, Brabantse boeren overwegen hun windmolen in de daluren in te zetten voor de productie van de brandstof en vorig jaar lanceerde autofabrikant Honda een apparaat waar je thuis waterstof mee

  15. Towards a future-proof energy system for the Netherlands; Naar een toekomstbestendig energiesysteem voor Nederland

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Weterings, R.; Van Harmelen, T.; Gjaltema, J.; Jongeneel, S.; Manshanden, W.; Poliakov, E. [TNO Behavioural and Societal Sciences, Delft (Netherlands); Faaij, A.; Van den Broek, M.; Dengerink, J. [Copernicus Instituut, Universiteit Utrecht, Utrecht (Netherlands); Londo, M.; Schoots, K. [ECN Beleidsstudies, Amsterdam (Netherlands)

    2013-03-15

    The analysis performed has two goals: (1) mapping of the most important opportunities and threats of the transition to a sustainable energy supply for the economy and society of the Netherlands, and (2) identify where significant gaps are in the knowledge that is required for a transition to a future-proof energy system for Netherlands [Dutch] De uitgevoerde analyse heeft twee doelen: (1) In beeld brengen van de belangrijkste kansen en bedreigingen van de transitie naar een duurzame energievoorziening voor economie en samenleving van Nederland; en (2) Nagaan waar belangrijke lacunes liggen in de benodigde kennis voor een transitie naar een toekomstbestendig energiesysteem in Nederland.

  16. Towards a sustainable agriculture in 2030. An essay on transition; Naar een duurzame landbouw in 2030. Een essay over transitie

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Hees, E.M.; Van der Weijden, W.J.; Hin, C.J.A.

    2002-05-01

    Sustainable development of the agricultural sector in the Netherlands is high on the list of priorities in the environmental policy of the Netherlands. In this report special attention is paid to sustainability indicators which can be used in the transition of a Dutch National Environmental Balance towards a Dutch National Sustainability Balance. The report consists of three parts: (1) an essay in the form of an imaginary review from the year 2030 back to the transition process of the agricultural sector from the year 2000 onwards; (2) 14 texts on proposals for economical, socio-cultural and ecological indicators; and (3) four maps which present chances for offering 'green' services in Dutch agricultural areas. [Dutch] Een van de sectoren waar duurzame ontwikkeling hard nodig is, is de landbouw. Het 4e Nationaal Miliebeleidsplan (NMP4) noernt de landbouw naast de energiesector en biodiversiteit als een prioritaire sector. In dit rapport is een visie neergelegdeen met speciale aandacht voor duurzaamheidindicatoren. Die indicatoren zouden bouwstenen kunnen zijn voor de voorgenomen overgang van een Nationale Milieubalans naar een Nationale Duurzaamheidsbalans. Dit rapport bestaat uit drie uiteenlopende delen: een essay in de vorm van een denkbeeldige terugblik vanuit het jaar 2030 naar het transitieproces dat de landbouw vanaf 2000 heeft doorgemaakt; een 14-tal tekstuele bijIagen, met onder meer voorstellen voor te hanteren economische, sociaal-culturele en ecologische indicatoren; en een viertal kaart-bijlagen waarop staat aangegeven waar in het Nederlandse landbouwareaal kansen liggen voor groene diensten.

  17. Local energy. Decentralized sustainable electricity. Business case and societal cost benefit analysis; Lokaal energiek. Decentrale duurzame elektriciteit. Business case en maatschappelijke kosten-batenanalyse

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    NONE

    2013-01-15

    The Dutch government plans to facilitate production of electricity for own use and remove barriers. A good understanding of the effects of decentralized electricity production on the existing (energy) system is lacking. A study has been carried out on the social value of local sustainable energy production in the Netherlands: at the local level and for the Netherlands as a whole. The research focuses on groups of small-scale domestic consumers and households that produce sustainable electricity from renewable sources for their own use, mainly by means of wind turbines and solar panels. The central question is: what happens when 50% of the households in the Netherlands produce their own electricity, locally and sustainable? [Dutch] De Nederlandse overheid wil elektriciteitsopwekking voor eigen gebruik faciliteren en belemmeringen hiervoor wegnemen. Een goed inzicht in de effecten van decentrale electriciteitsproductie op het bestaande (energie)systeem ontbreekt. Er is onderzoek gedaan naar de maatschappelijke waarde van lokale duurzame energieproductie in Nederland: op lokaal niveau en voor Nederland als geheel. Het onderzoek richt zich op groepen kleinverbruikers/huishoudens die hernieuwbare, duurzame elektriciteit produceren voor eigen gebruik, voornamelijk met windmolens en zonnepanelen. De centrale vraag is: wat gebeurt er als 50% van de huishoudens in Nederland hun eigen elektriciteit decentraal duurzaam opwekt?.

  18. Balanced Scorecard voor inkoop

    NARCIS (Netherlands)

    van der Honing, R.; Schotanus, Fredo

    2003-01-01

    Een Balanced Scorecard kan ontwikkeld worden voor de hele organisatie, maar ook voor onderdelen daarvan. In dit artikel wordt ingegaan op de ontwikkeling van een Balanced Scorecard voor de inkoopafdeling

  19. CHP biomass gasifier for the Zwarts Gerbera Nursery. Technical and economic feasibility; Biomassavergasser-WKK voor Gerberakwekerij Zwarts. Technische inpassing en economische haalbaarheid

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Peeters, S.; Hart, A. [Energy Matters, Driebergen (Netherlands)

    2011-10-15

    ook relatieve vochtigheid en CO2. Een 'representatieve' tuinder of een tuinder met een 'gemiddelde' energiebehoefte is daarom moeilijk vast te stellen. Voor elke situatie geldt een eigen economische rentabiliteit. De uitkomsten van deze studie kunnen daarom niet zonder meer worden overgenomen voor andere projecten. Technisch is er veel mogelijk, zo blijkt uit de ingediende offertes. Van de zestien leveranciers bieden er drie een vergasser met warmtekrachtkoppeling (WKK) aan die, onder bepaalde randvoorwaarden, naast hout tevens laagwaardige reststromen aankan. Het voordeel van laagwaardige reststromen zoals bermgras, riet en miscanthus is een gunstigere prijs ten opzichte van hout. Een lage biomassaprijs heeft een positief effect op de exploitatiekosten, en daarmee op de economische rentabiliteit van de relatief kostbare installaties. De investering voor een complete vergasserWKK-installatie ligt 5 tot 10 keer hoger dan die voor een gangbare gasWKK-installatie. Ook het CO2 -gebruik heeft invloed op de economische rentabiliteit. De inkoop van CO2 is een kostbare aangelegenheid. Onderzocht is of er zowel technisch als economisch beschikbare CO2 -winning uit rookgas mogelijk is. Hiervoor zijn twee CO2 -winninginstallaties bekeken: die van Procede en Knook. Voor een vergasser-WKK-installatie met relatief klein vermogen (tot 800 kWe) is CO2-winning volgens zowel Procede als Knook economisch niet rendabel. CO2 -inkoop of -opwekking middels de bestaande aardgasgestookte ketel ligt daarom meer voor de hand. Uit de technisch-economische haalbaarheidsstudie blijkt dat door de relatief hoge investerings- en onderhoudskosten, investeren in een vergasserWKK-installatie niet rendabel is. CO2 -behoefte en de onzekerheid van de biomassaprijzen spelen daarbij parten. Maar met subsidie op duurzame energieproductie (SDE+) en subsidies op investering zoals MEI en EIA ontstaat een ander beeld. Uitgaande van de goedkopere 800 kWe installaties, een SDE+ vergoeding van 90

  20. Green Deal Sustainability of Solid Biomass. Report 1 - 2012; Green Deal Duurzaamheid Vaste Biomassa. Rapportage 1 - 2012

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    NONE

    2013-08-15

    In the title Green Deal, Dutch energy producers agreed late 2012 to report annually on the sustainability of the currently used solid biomass for energy production. This report provides insight over 2012 in the nature and origin of biomass, applied certification systems to demonstrate the sustainability, and the reduction of greenhouse gas emission [Dutch] In de titel Green Deal hebben Nederlandse energieproducenten eind 2012 afgesproken jaarlijks te rapporteren over de duurzaamheid van de gebuikte vaste biomassa voor de energieproductie. Deze rapportage over 2012 biedt inzicht in onder meer de aard en herkomst van de biomassa, gehanteerde certificeringssystemen om de duurzaamheid aan te tonen en de reductie in broeikasgasemissies.

  1. Waste or biomass? A legal basis; Afval of biomassa? Een juridische onderbouwing

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Kremers, G.J.; Van Esch, T.; Cuperus, J.G. [Tauw Juridisch en Financieel advies, Amsterdam (Netherlands)

    2005-01-01

    A manual has been drafted by means of which it must be possible to determine whether materials, to be processed in a bio-energy project, is waste or biomass. The manual is based on national and international legislation and jurisprudence. [Dutch] Een handreiking is opgesteld om duidelijkheid te verkrijgen over de vraag wat afval is en wat biomassa is. Het antwoord op die vraag is uitgewerkt aan de hand van wetgeving en jurisprudentie, zowel nationaal als internationaal. Met enkele voorbeelden voor biomassa wordt praktisch dit toegelicht. Eenduidigheid in het onderscheid afval/niet-afval is van groot belang voor ieder bio-energieproject. Dit onderscheid kan grote consequenties hebben voor de inpassing in de ruimtelijke plannen, maar ook voor de vraag wie het bevoegd gezag is die de milieuvergunning uiteindelijk moet verlenen. In veel gevallen zijn bij bio-energieprojecten met afvalstoffen extra milieumaatregelen nodig die extra kosten met zich meebrengen Daarnaast moet de initiatiefnemer rekening houden met langere en meer gecompliceerde vergunningprocedures.

  2. Biomass gasification for electric power generation. Biomassa vergassing voor elektriciteitsopwekking

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Croezen, H J

    1992-10-01

    Attention is paid to power generation by means of the use of synthesis gas, produced by biomass gasification, in internal combustion engines and gas turbines. Descriptions are given of the biomass gasification process and several types of gasifiers: cocurrent or downcraft gasifiers, countercurrent gasifiers, crosscurrent gasifiers and fluidized bed gasifiers. The first aim of this report is to assess which gasifier is the most appropriate gasifier to be used in combination with an internal combustion engine or a gas turbine. The second aim is to determine the quality of the biomass fuel, which must be gasified in a particular gasifier. In chapter two the notion biomass is discussed, and in chapter three attention is paid to the gasification process. An overview of the characteristics of available gasifiers is presented in chapter four (performance, quality of the synthesis gas and the biomass fuel, investment costs, and state of the art). In chapter five and six the internal combustion engine and the gas turbine are dealt with, as well as the experiences with and the consequences of the use of synthesis gas. Also the economic feasibility of the application of combined gasifier/engine systems and gasifier/gas turbine systems is discussed. 39 figs., 20 tabs., 43 refs.

  3. Sustainable comfort services. The impact of a combination of comfort and environment; Duurzame gemaksdiensten. Combinatie van gemak en milieu biedt kansen

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    De Keizer, I.; Van Swigchem, J.

    2002-03-01

    The aim of the study on the title subject is to determine the environmental impact of so-called sustainable and environment-friendly comfort services which are offered to individual consumers from a central point. The comfort services discussed in this report are a laundry service, delivery or messenger service, and a meal service or domestic caterer. [Dutch] Mensen die werk en prive(of zorg) combineren, leiden een druk bestaan, waardoor de behoefte bestaat om bijvoorbeeld huishoudelijke taken efficient in te richten. Verhoging van gemak en comfort gaat echter vaak gepaard met een toename van de milieudruk: meer apparatuur, dus hogere energieverbruik, en meer behoefte aan mobiliteit. Voor het Ministerie van VROM ligt de uitdaging in het zoeken naar kansen die zowel gemak opleveren als winst voor het milieu. en mogelijk concept hiervoor wordt gezien in zogenaamde 'duurzame gemaksdiensten', zoals een was-, boodschappen- en een maaltijdservice, die aangeboden worden op een centraal punt: het dienstenknooppunt. Elk van deze services blijkt kansen te bieden, varierend van reducties in energiegebruik (max. 36% per huishouden per jaar) tot een (forse) reductie van het aantal gereden autokilometers. oordat deze kansen echter optimaal benut kunnen worden, is een aantal aspecten van belang om verder te onderzoeken: de werkelijke vraag naar duurzame gemaksdiensten vanuit de consument, de locatie van het dienstenknooppunt en het vervoer op en rondom het knooppunt.

  4. Outline of sustainable energy technology for flower bulb businesses. An economic analysis of decentralized energy production options; Verkenning duurzame energietechnieken toepasbaar op bloembollenbedrijven. Een economische analyse van decentrale opwekkingsmogelijkheden

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van der Putten, K. [Praktijkonderzoek Plant en Omgeving PPO, Bloembollen, Boomkwekerij en Fruit, Lisse (Netherlands)

    2011-05-15

    An overview is offered of the available sustainable energy sources and techniques that are available for decentralized energy generation in the flower bulb sector. By comparing the expected increase of gas and electricity prices to the expected price decrease of new, sustainable technologies, an estimate was made regarding the year in which these techniques will become financially appealing for flower bulb businesses. This comparison takes into account the various growth scenarios and the allocation of subsidies [Dutch] Een overzicht wordt gegeven van beschikbare duurzame energiebronnen en technieken waarmee decentraal energie kan worden opgewekt in de bloembollensector. Door de verwachte stijging van de gas en elektriciteitsprijzen uit te zetten tegen de verwachte prijsdaling van de nieuwe, duurzame technologieen, is een schatting gemaakt van het jaar waarin deze technieken financieel aantrekkelijk worden voor bloembollenbedrijven. Hierbij is rekening gehouden met verschillende groeiscenario's en het wel of niet verkrijgen van subsidie.

  5. Spraaktechnologie voor inclusive design

    NARCIS (Netherlands)

    Mark Neerincx; Dr. Anita Cremers; Judith Kessens

    2012-01-01

    TNO gebruikt Informatie en Communicatie Technologie (ICT) om producten en diensten toegankelijk te maken voor iedereen, dus ook voor speciale doelgroepen zoals gebruikers met verminderde cognitieve vaardigheden. Hierbij zetten we vaak spraaktechnologie in. Een voorbeeld hiervan is de

  6. Sleutels voor personenvennootschapsrecht

    NARCIS (Netherlands)

    C.M. Stokkermans (Christiaan)

    2017-01-01

    markdownabstractHet proefschrift is bedoeld als bijdrage aan de ontwikkeling van nieuw Nederlands personenvennootschapsrecht. Er worden aanbevelingen gedaan voor de typen personenvennootschap die kunnen worden voorzien en voor de belangrijkste eigenschappen van elk type. Het proefschrift bevat ook

  7. Options for shallow geothermal energy for horticulture. Annexes; Kansen voor Ondiepe Geothermie voor de glastuinbouw. Bijlagen

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Hellebrand, K. [IF-Technology, Arnhem (Netherlands); Post, R.J. [DLV glas en energie, Naaldwijk (Netherlands); In ' t Groen, B. [KEMA, Arnhem (Netherlands)

    2012-06-15

    Geothermal energy is too expensive to serve as energy supply for most horticultural entrepreneurs. Therefore, research has been carried out into options to use heat from more shallow layers (shallow geothermal energy). Unlike shallow geothermal energy deep geothermal energy can be applied on a smaller scale, possibly also for individual growers. It can be applied in combination with an existing heating system, but with a more sustainable outcome. Because drilling is done in shallow layers, drilling costs and financial risks are lower. This report comprises the annexes (A) Geologic Framework, and (B) Maps of the Netherlands (depth, thickness of sand layers, temperature and shallow geothermal energy potential [Dutch] Geothermie is voor de meeste tuinbouwondernemers teduur om als energievoorziening te dienen. Daarom is onderzoek gedaan naar mogelijkheden om warmte te gebruiken uit ondiepere lagen (ondiepe geothermie). In tegenstelling tot diepe geothermie is ondiepe geothermie op kleinere schaal toepasbaar, mogelijk ook voor individuele kwekers. Het kan in combinatie met de bestaande verwarmingsinstallatie worden ingezet maar met een duurzamer resultaat. Omdat ondieper wordt geboord zijn de boorkosten en de financiele risico's lager. Dit rapport bevat de bijlagen: (A) Geologisch kader, en (B) B Kaarten Nederland (diepte, zandlaagdikte, temperatuur en ondiepe geothermie (OGT) potentie.

  8. Fit 4 Sustainable Employability : Sensortechnologie en duurzame inzetbaarheid

    NARCIS (Netherlands)

    Dr. Hugo Velthuijsen

    2014-01-01

    Self-tracking devices (sensortechnologie) als middel om het zelfinzicht en zelfmanagement van medewerkers op het gebied van gezond gedrag te vergroten. Doel: een hogere mate van duurzame inzetbaarheid, omdat werknemers bewuster en beter toegerust worden als het gaat om gezond gedrag.

  9. Consumer-oriented Sustainable Energy Concepts; Consumentgerichte Duurzame Energieconcepten

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Kuiper, H.J. [Universiteit Twente UT, Enschede (Netherlands)

    2009-10-15

    A study on the willingness of potential buyers of newly built houses to invest in energy efficient systems in order to realize a sustainable dwelling [Dutch] Een onder zoek naar de bereidheid van potentiele kopers van nieuwbouw woningen tot het investeren in energetische systemen om te komen tot een duurzame woning.

  10. Perspectieven voor omgekeerde osmose

    NARCIS (Netherlands)

    Gastel, van J.; Thelosen, J.

    1994-01-01

    Het Praktijkonderzoek Varkenshouderij onderzocht van januari 1992 tot augustus 1993 op het Varkensproefbedrijf te Sterksel de mogelijkheden voor het concentreren van bezonken zeugenmest door middel van omgekeerde osmose

  11. 81 options. Technology for sustainable development; 81 mogelijkheden. Technologie voor duurzame ontwikkeling

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Weterings, R.; Kuijper, J.; Smeets, E. [TNO Studiecentrum voor Technologie en Beleid TNO-STB, Apeldoorn (Netherlands); Annokee, G.J. [TNO Milieu, Energie en Procesinnovatie TNO-MEP, Apeldoorn (Netherlands); Minne, B. [Centraal Planbureau CPB, The Hague (Netherlands)

    1997-03-01

    An outline is given of the chances and threats of technological developments for the environment in the next 25 years. First, the most important technological supply-side developments were inventorized and assessed for their environmental relevance and in the light of three CPB-scenarios. From the results of the analysis it appears that their are many options to improve the environmental efficiency of products and processes. An important motive to develop environment-efficient technology is the price of energy. A higher price for energy will stimulate the development of energy efficient products and processes. Also the interest for dematerialization will increase while the processing of basic materials and the use of materials requires energy too. A second important motive is the demand for environment-efficient products. The market introduction of new environment-friendly products strongly depends on the quality consciousness (including the environmental quality) of the consumer. With respect to the environmental policy it can be concluded that technological innovation is important in the transfer of a decontamination-based policy to a prevention-based policy. 95 refs.

  12. Duurzame Ontwikkeling door Collectief Bewonersinitiatief. Leidraad voor professionals om bewonersgroepen aan de duurzaamheidsopgave te verbinden

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Fred Sanders

    2014-08-01

    Full Text Available ‘The joint residents’ initiative aimed at renewable energy optimization has been increasing in The Netherlands. This is evident from the survey carried out for this study during 2012 of ‘renewable energy residents initiative’ in The Netherlands, as well as the changing government policy. The engineering sector is contributing to this development by introducing new types of energy systems for housing complexes with multiple households. The underlying reasons for this change are the societal change towards less government involvement and the increase of civilian initiative in society. The underlying reason is the disappointing outcome of the current energy program, referring to the monitoring of the ‘Central Planning Bureau’ (CPB, 2009, and the ‘Energy Research Centre of The Netherlands’ ( ECN, 2010. The agreements with third parties, housing associations and developers did not result in the required and desired results (Ministry VROM & NEPROM, 2008 (Ministry VROM & Aedes, 2009. The task of the governmental program ‘Clean and Efficient ‘ for the ‘ urban environment’ is daunting (Ministry VROM, 2007a. Before 2020, CO2 emissions must (with 1990 as reference be reduced by 30 %. Renewable energy share will have to contribute 20% to this decrease (in the less stringent ‘Energy Agreement’ (Ministry EZ, 2013 this contribution of renewable energy has remained unchanged unless the new 14% target for 2020. This is in accordance with the restated agreements with the rental sector and project development entrepreneurs (Ministry BZK & Hire Partners, 2012 (Ministry BZK & Partners, 2012. This is further supported by recent government policies. In 2011, the government developed, the ‘Plan for energy saving within urban environment‘ (Ministry BiZa, 2011b, including the ‘Block for Block’ program (Ministry BiZa, 2011a which was aimed at reducing the energy consumption on the basis of clusters of homes. In addition, the program ‘Promoting Renewable Energy’ ( SDE emerged during this period and the subsequent ‘National Energy Agreement for Sustainable Growth’ (hereinafter called the ‘Energy Agreement’ (Ministry EZ, 2013 which are focusing on the achievement of the national goals for renewable energy emphasizing on citizen participation and initiative. However, in practice there is no breakthrough in this field: the inventory of ‘joint residents initiative’ for ‘renewable energy’ conducted in 2012 showed that only 0.2 % of Dutch households are involved. This result is consistent with the conceptual model of the ‘Transition Theory‘ ( Rotmans, 2003 (Rogers 2003. According to this model- based approach for the introduction of renewable energy innovations only 2 to 3% of the population of the ‘innovation type’ would like to participate in new developments. This could increase to 15% if the group described as ‘early adopters ‘ would participate as well. As such it will be necessary to further research the possibilities of stimulating sustainable development through ‘joint residents initiatives’. Sustainable development according to the approach of the UN Brundtland Commission (1987, includes both a physical as well a social and sustainable developments places in a durable context: ‘the developments that meet the needs of the present without compromising those of future generations.’ This would require a perfect and sustainable balance of ecological, economic and social interests. Within an urban environment, the restructuring activities (technical quality, the quality of living and quality of life in neighbourhoods and districts, social problem solving (how people interact in social cohesion and sustainability challenges (environmental, energy -related as well as the sustainability challenge (now and in the future are to be the most timely and urgent. The relationships, described by Brundtland between physical, social and sustainable, laid the groundwork to involve the knowledge and experience of ‘residents initiatives’ in the Dutch neighbourhood restructuring challenges, for investigating ‘the potential’ of residents initiating renewable energy in the home environment. As was reflected in the central research question: ‘Under which conditions do social cohesion and sustainable corporate residents initiative influence each other successfully, for the sake of renewable energy in the built environment for living?’ In order to be able to answer the central research question, two lines of research were followed; in addition to research on conditions for social cohesion (a social collective of residents, conditions for residents collectives to invest in renewable energy were investigated. The research methodology included a combination of literature review, case studies at various levels (group discussions, interviews and research among professionals (group discussions. This included (besides the literature search all qualitative research to get the motivations and reasons behind ‘residents decisions’ more clear. The above mentioned case studies included both neighbourhoods that are known for the present social cohesion and sustainability realized as a result of ‘residents initiative’. This included the districts IJburg Amsterdam and Hoograven Utrecht, some ecological neighbourhoods in The Netherlands, as well as the GWL site in Amsterdam and ‘City of the Sun’ in Heerhugowaard. The geographic scale on which ‘residents initiatives’ appear, has therewith a part of the research and a component in analyses. Finally, group discussions with professionals regarding the role of resident initiatives, both in urban development (real estate professionals and energy transition (renewable energy in the environment (energy professionals were conducted. This was included to establish the attitude and roles of professionals towards ‘residents initiative’. The conclusion is that three ‘Blocking dilemmas’ further prevent the development of ‘joint residents initiative’ for renewable energy. These ‘Blocking themes’ are: the limited motivation of residents to act sustainably, that social and sustainable ‘residents initiatives’ are not mutual acting together giving start conditions, and the fact that the professionals involved primarily act with a long term view and not short term as residents that generally do. The survey results also provide insight into new perspective for a more significant transition to renewable energy from joint initiative of resident groups. Three ‘Chance Full development opportunities’ may also contribute. These are: mainly the ‘Pull’ conditions motivate residents, residents are willing to follow ‘leaders’ (residents and/or professionals, and social cohesion provides durability on ‘joint residents initiatives’. Involvement and integration of renewable energy through ‘joint residents initiative’ cannot therefore be considered separately from the entire spectrum of sustainable development of energy sources. This because residents (individually and in groups derive their motivation to improve the quality of life in their home environment rather, both socially and physically, as that on the basis of the renewable energy aspects alone. For a far-reaching transition of ‘residents involvement’, beyond that of the ‘early adopters’, it is not only necessary that professionals and residents are aware of this, leaders (initiating residents or professionals are needed to start such initiatives. Only when this condition is fulfilled, projects on neighbourhood scale will be successful. The underlying reason is that residents and professionals due to their underlying interests rather act on the scale of the individual property (including the immediate environment and the scale of the neighbourhood, the city and the region, respectively. Both local and national government can make a substantial contributions by informing citizens on a less fragmented basis, and more so as a part of the viability statement. Furthermore, taken the above aspects in the contract and covenant formation with professional companies will also improve the situation. Above all, professionals will need to listen (and to act in accordance with to what motivates people in any situation. To obtain a full impression of the ‘Pull’ factors of residents is the first step to a successful transition towards a more significant integration of renewable energy sources in the urban environment in The Netherlands.

  13. Leerconcepten voor innovatief ondernemerschap

    NARCIS (Netherlands)

    Krikke, A.T.

    2007-01-01

    Voor succesvol ondernemerschap zijn specifieke competenties nodig. Die zijn op veel manieren en op veel plaatsen aan te leren. In de praktijk leren ondernemers veel door te doen en door contact te hebben met collega’s. Maar dit informele leren is niet voor iedere situatie toereikend. In projecten

  14. Towards a sustainable livestock sector. Developments between 2000 and 2010; Op weg naar een duurzame veehouderij. Ontwikkelingen tussen 2000 en 2010

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van Zeijts, H.; Van Eerdt, M.M.; Willems, W.J.; Rood, G.A.; Den Boer, A.C.; Nijdam, D.S.

    2010-06-15

    . De acties uit de Uitvoeringsagenda zijn nog niet zichtbaar in de cijfers, omdat deze nog niet of pas onlangs zijn ingezet. Dit onderzoek beperkt zich tot de veehouderij, concentreert zich op de periode tussen 2000 en 2010, en gaat slechts globaal in op de handelingsopties die de overheid en betrokken actoren hebben. In hoofdstuk 2 bespreken we de Toekomstvisie op de veehouderij en de Uitvoeringsagenda Duurzame Veehouderij. Deze beleidsstukken vormen de aanleiding voor deze studie. In de hoofdstukken 3 tot en met 8 beantwoorden we de onderzoeksvragen voor elk van de zes speerpunten die de overheid heeft geformuleerd: Systeeminnovaties (integraal duurzame stallen); Dierenwelzijn en diergezondheid; Maatschappelijke inpassing (transparante productie en landschappelijke inpassing); Energie, milieu en klimaat; Markt en ondernemerschap; Verantwoorde consumptie.

  15. Koper en zink voor landbouwhuisdieren

    NARCIS (Netherlands)

    Makking, C.; Jongbloed, A.W.

    2004-01-01

    De EU heeft de maximaal toegestande hoeveelheden koper en zink in voeders voor landbouwhuisdieren verlaagd. Uit onderzoek van ASG blijkt dat de nieuwe normen geen negatieve consequenties hoeven te hebben voor de dierlijke productie

  16. Heidebeheer moet anders voor reptielen

    NARCIS (Netherlands)

    Stumpel, T.

    2005-01-01

    Reptielen zijn in Nederland voor hun voortbestaan grotendeels afhankelijk van heide. Ze zijn bedreigd en hun leefgebied staat voortdurend onder druk. Voor de reptielen betekent dit: een ander heidebeheer. Deze bijdrage geeft aan welke overwegingen daarbij aan de orde zijn

  17. Sustainable development appreciated? The development of a monitor on sustainability consciousness and behaviour; Maatschappelijke waardering van duurzame ontwikkeling. Achtergrondrapport bij de Duurzaamheidsverkenning

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Beckers, T.A.M.; Harkink, E.W.F.P.M.; Van Ingen, E.J. [Telos, Universiteit van Tilburg, Tilburg (Netherlands); Lampert MA; Van der Lelij, B.; Van Ossenbruggen, R. [Motivaction, Motivaction (Netherlands)

    2004-07-01

    voor duurzame producten of diensten. Daarnaast laat recent onderzoek zien dat de belangstelling voor duurzame producten of diensten verschilt tussen consumenten. Hoe is dit te verklaren? Om deze vraag te kunnen beantwoorden deden Telos en Motivaction in opdracht van het MNP-RIVM onderzoek naar het duurzaamheidbewustzijn en -gedrag van de Nederlandse bevolking. Er werden drie duurzaamheidsegmenten gevonden, op grond van de waardenpatronen van mensen. Laag duurzamen: zijn sterk gericht op leven in het hier en nu, houden erg van gemak, stellen het eigen belang centraal, zijn hedonistisch en materialistisch ingesteld, zijn niet bezorgd over het milieu. Middelhoog duurzamen: zijn bezorgd over het milieu, willen milieubewust leven, zijn gehecht aan maatschappelijke verantwoordelijkheid van bedrijven, zijn betrokken bij de buurt, voelen zich verantwoordelijk voor de maatschappij. Hoog duurzamen: hebben dezelfde mentaliteit als middelhoog duurzamen en willen daarnaast ook bewust milieuvriendelijk consumeren, meer betalen voor milieuvriendelijke en natuurlijk gefabriceerde producten en zijn tevens betrokken bij de wereldgemeenschap. De duurzaamheidsegmenten zijn vergeleken met de door Motivaction ontwikkelde 'sociale milieus'. Traditionele burgers enerzijds en kosmopolieten/ postmaterialisten anderzijds bleken het meest duurzaam. Bij de eerste gaat het vooral om zorg en behoud van de eigen omgeving, bij de tweede vooral om mondiale betrokkenheid. Men kan met andere woorden vanuit een totaal verschillende waardenorientatie tot duurzaamheid komen. Opvallend was verder dat generaties sterk blijken te verschillen in de mate van duurzaamheid. Jongere generaties vinden duurzame ontwikkeling een stuk minder belangrijk dan ouderen. Dit kan waarschijnlijk deels worden toegeschreven aan de levensfase waarin men zich bevindt, maar er zijn ook aanwijzingen dat duurzaamheid minder goed aansluit bij het waardenpatroon van jongere generaties.

  18. Een solidaire loonpolitiek voor Nederland?

    NARCIS (Netherlands)

    de Beer, P.T.; Buitendam, A.; Dumas, D.A.G.; Glebbeek, A.C.

    1990-01-01

    Een solidaire loonpolitiek voor Nederland?, in: A. Buitendam, D.A.G. Dumas, A.C. Glebbeek (red.), Het Zweedse Model: geschikt voor import?, Van Gorcum, Assen/Maas-tricht 1990, pp.155-164.: Het Zweedse model : geschikt voor import? / red.: A. Buitendam, D.A.G. Dumas, A.C. Glebbeek Auteur: Arend

  19. Sociaal-economische aspecten van het Nederlandse gewasbeschermingsbeleid. Tussenevaluatie nota Duurzame Gewasbescherming, deelrapport Economie 1

    NARCIS (Netherlands)

    Lauwere, de C.C.; Bremmer, J.; Gaag, van der D.J.; Linden, van der T.; Meer, van der R.W.; Netjes, A.; Spruijt, J.; Wal, van der E.

    2006-01-01

    In het deelproject economie wordt de economische doelstelling van de nota Duurzame Gewasbescherming geëvalueerd. Op basis van de beschikbare gegevens kan niet worden aangetoond dat Nederlandse telers concurrentienadeel ondervinden van nationaal gewasbeschermingsbeleid. Telers staan redelijk positief

  20. Local sustainable energy companies. A few visions from the market; Lokale duurzame energiebedrijven. Een aantal visies uit de markt

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Faasen, E.; Van Ee, M.; Chatelin, M. (eds.)

    2009-10-15

    In local sustainable energy companies it is all about renewable energy initiatives I which the local authorities play an important steering role. In this publication a number of experts from the renewable energy sector have their say. [Dutch] Bij lokale duurzame energiebedrijven gaat het om duurzame energie-initiatieven waarbij de decentrale overheid een belangrijke regisserende rol speelt. In deze publikatie wordt een aantal experts uit de duurzame energiesector aan het woord gelaten.

  1. Sustainable energy with thermochemical storage; Duurzame energie met thermochemische opslag

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Bakker, M. [ECN Efficiency and Infrastructure, Petten (Netherlands)

    2010-03-15

    The Energy research Centre of the Netherlands ECN) foresees an important role for heat in sustainable construction of buildings. Using salt hydrates the surplus of heat can be stored in the summer which then can be used in the winter. By means of thermochemical storage natural gas for heating tap water or houses is no longer necessary. [Dutch] Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) ziet voor warmteopslag een belangrijke rol weggelegd in het duurzaam bouwen. Met behulp van zouthydraten kan de overtollige warmte in de zomer opgeslagen worden om deze in de winter weer vrij te maken. Met deze thermochemische opslag is in de nabije toekomst aardgas overbodig voor de verwarming van kraanwater of woonhuis.

  2. Eindrapportage: Bedrijven voor Bijen

    NARCIS (Netherlands)

    Cornelissen, B.; Alebeek, van F.A.N.; Berg, van den W.

    2015-01-01

    In het project “Bedrijven voor Bijen” (2012 – 2014) hebben verschillende partijen, waaronder De Gasunie en Wageningen UR, onderzocht hoe en met welke maatregelen populaties van bijen op bedrijventerreinen en in industriële infrastructuur versterkt kunnen worden. Het onderzoek bestaat uit drie

  3. Leenwoordtheorie voor Italianisten

    NARCIS (Netherlands)

    Boer, M.G. de

    2009-01-01

    SAMENVATTING Dit artikel is een inleiding voor de bestudering van leenwoorden, speciaal tussen Italiaans en Nederlands. Het behandelt de bestandopname, zoekstrategieën en taalkundige en sociale aspecten van de leenwoorden en geeft een aantal woordgeschiedenissen. RIASSUNTO Questo articolo è

  4. Facebook: Goudmijn voor sociologen?

    NARCIS (Netherlands)

    Sipma, T.

    2017-01-01

    Miljoenen gebruikers van sociale media laten hun gegevens achter op het web. Zijn deze gegevens interessant voor sociale wetenschappers? En welke vragen kunnen zij ermee beantwoorden. Promotie: Bart Hofstra (15 december 2017), Online social networks: Essays on membership, privacy, and structure.

  5. Kruiden voor kippen?

    NARCIS (Netherlands)

    Asseldonk, van T.; Puls, I.; Animal Sciences Group (ASG),

    2008-01-01

    In de biologische pluimveesector worden regelmatig kruidenmiddelen gebruikt, en ook in de reguliere pluimveehouderij worden steeds meer producten op basis van kruiden toegepast. Wat zijn dat voor middelen en wat kan hiervan worden verwacht? Welk product te kiezen uit het ruime aanbod? In dit

  6. Mobiele video voor bedrijfscommunicatie

    NARCIS (Netherlands)

    Niamut, O.A.; Weerdt, C.A. van der; Havekes, A.

    2009-01-01

    Het project Penta Mobilé liep van juni tot november 2009 en had als doel de mogelijkheden van mobiele video voor bedrijfscommunicatie toepassingen in kaart te brengen. Dit onderzoek werd uitgevoerd samen met vijf (‘Penta’) partijen: Business Tales, Condor Digital, European Communication Projects

  7. Tool voor verdeling rivierwater

    NARCIS (Netherlands)

    Hellegers, P.J.G.J.

    2011-01-01

    In het stroomgebied van de Inkomati-rivier in zuidelijk Afrika, maken partijen uit drie landen aanspraak op het rivierwater. LEI, Alterra en adviesbureau WaterWatch ontwikkelden met lokale partners een tool die betrokkenen laat zien wat ander landgebruik betekent voor de beschikbaarheid van dat

  8. Ondernemerschap voor architecten

    NARCIS (Netherlands)

    Van Doorn, A.J.

    2011-01-01

    Voor sommigen is ondernemen een ambitie op zich of een manier om autonoom te kunnen opereren. Anderen zien ondernemen als een alternatieve manier om geld te verdienen. Bij vrije beroepen zoals huisartsen, advocaten en artiesten is het ondernemerschap meestal een noodzakelijk kwaad. Architecten

  9. Opteren voor de Netherlands Commercial Court

    NARCIS (Netherlands)

    Hoeben, J.; Keirse, A.L.M.; Reijneveld, M.D.

    Internationale contracten leiden tot internationale handelsgeschillen. Deze kunnen onder meer worden beslecht bij een commercial court. In Nederland wordt momenteel een Netherlands Commercial Court (NCC) opgericht. Dit introduceert een keuze voor (contracts)partijen voor een nieuw forum voor

  10. Behavior practices in transition. The behavior practices method tested in two cases. Sustainable living and sustainable tourist's mobility; Gedragspraktijken in Transitie. De Gedragspraktijkenbenadering getoetst in twee gevallen. Duurzaam wonen en Duurzame toeristische mobiliteit

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Spaargaren, G.; Beckers, T.; Martens, S.; Bargeman, B.; Van Es, T.

    2002-07-01

    A cooperative of social-scientific researchers form the universities of Tilburg and Wageningen (both in the Netherlands) developed an analytical framework based on which environmental policy experts can develop favourable strategies and stimulate sustainable consumption. In chapter 1 an overview is given of existing models and results of previous studies. In chapter 2 the behavior practices method is explained, while in chapter 3 the research questions are formulated. In chapter 4 attention is paid to the results of the title case studies. [Dutch] In een samenwerkingsverband van Tilburgse en Wageningse sociaal-wetenschappelijke onderzoekers is sinds 1999 gewerkt aan de ontwikkeling van een analytisch, conceptueel kader, dat betrokkenen bij het milieubeleid in staat moet stellen kansrijke strategieen te ontwikkelen om duurzame consumptie te bevorderen. Na een kritische analyse van bestaande verklaringsmodellen werd gepleit voor een sociologisering van het wetenschappelijk en beleidsmatig benaderen van burger-consumenten, geinspireerd door het werk van Anthony Giddens en Ulrich Beck. In hoofdstuk 1 wordt een overzicht gegeven van de voornaamste resultaten van de eerdere studies en wordt de opzet van dit onderzoek uiteengezet. In hoofdstuk 2 wordt de Gedragspraktijkenbenadering nader toegelicht. Hoofdstuk 3 bevat de algemene onderzoeksvragen. Hoofdstuk 4 is een samenvatting van de resultaten van de casestudies 'Duurzame toeristische mobiliteit' en 'Duurzaam wonen'. In hoofdstuk 5 komen de conclusies ten behoeve van het milieubeleid aan bod.

  11. Cooling concept with energy storage for ICT; Koelconcept met energieopslag voor ICT

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van der Wilt, P. [Compertius, Amsterdam (Netherlands)

    2009-12-15

    Renewable energy concepts with energy storage in the soil are not only about technique. To ensure successful implementation of energy storage in the soil for various branches cooperation needs to be sought with parties who know specific branches very well. In addition to the technical aspects, it is at least as important that the needs and working methods of a market segment are thoroughly known to ensure optimal linkage of source systems to the systems and operational processes of the client. [Dutch] Bij ontwikkelde duurzame energieconcepten met inzet van energieopslag in de bodem gaat het niet alleen om techniek, Om energieopslag in de bodem voor verschillende branches met succes in te zetten, is samenwerking nodig met partijen die een specifieke branche goed kennen. Naast de techniek is het minstens zo belangrijk ook de behoeftes en werkwijzen van een marktsegment door en door te kennen, om bronsystemen zo optimaal te koppelen aan de systemen en bedrijfsprocessen van de klant.

  12. Pension fund investments in Dutch sustainable energy. A quick scan; Beleggingen van pensioenfondsen in Nederlandse duurzame energie. Een quick scan

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van Gelder, J.W.; De Wilde, J. [Profundo, Amsterdam (Netherlands)

    2013-05-15

    It was examined whether Dutch pension funds invest (part of) their private investments in sustainable energy in the Netherlands. If possible, investments in private renewable energy are specified as much as possible [Dutch] Er is onderzocht of Nederlandse pensioenfondsen (een deel van) hun private beleggingen in duurzame energie in Nederland beleggen. Indien mogelijk zijn de investeringen in private duurzame energie zoveel mogelijk gespecificeerd.

  13. Kustversterking Voorne: advies voor richtlijnen voor het milieueffectrapport

    NARCIS (Netherlands)

    Evers, F.W.R.; Gun, van der J.H.J.; Hoekstra, P.; Maas, F.M.; Slim, P.A.; Beerlage, B.F.M.

    2006-01-01

    De kust van Voorne is aangemerkt als een zwakke schakel in de Hollandse Kust. Uit berekeningen blijkt dat de veiligheid tegen overstromingen onvoldoende is. Het waterschap Hollandse Delta – als beheerder van de waterkering – stelt een verbeteringsplan op voor de kust van Voorne. Voor dit

  14. Naar nieuwe verdienmodellen voor vlees

    NARCIS (Netherlands)

    Poppe, K.J.

    2014-01-01

    De vraag is hoe vlees in de keten op een andere manier tot waarde kan worden gebracht en zodanig dat dit lonend is voor de partijen in de keten. Het project ‘Verdienmodellen’ richt zich op het ontwikkelen en beoordelen van alternatieve businessmodellen met een ander ‘waarde(n)perspectief’ voor de

  15. Dreaming with a sense of reality. Winner of the 2004 Royal Shell Award for biofuels research professor Wim van Swaaij; Dromen met realiteitszin. Prof. Wim van Swaaij wint Koninklijke/Shell prijs voor biobrandstoffen-research

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    De Wit, P. (ed.)

    2004-12-01

    According to the winner of the 2004 Royal Shell Award for Sustainable Development biofuels will play a very important role in the world energy supply. However, the cultivation of energy crops may not be at the expense of the cultivation of crops for food. [Dutch] Biobrandstoffen gaan een zeer belangrijke rol spelen in de wereldenergievoorziening, stelt prof. Wim van Swaaij. Deze winnaar van de Koninklijke/Shell Prijs voor duurzame ontwikkeling 2004 vindt wel dat de teelt van energiegewassen niet ten nadele mag gaan van de teelt van voedingsgewassen.

  16. Duurzame inzetbaarheid van ouderen: resultaten van de eerste twee metingen van STREAM

    NARCIS (Netherlands)

    Heuvel, S. van den; Ybema, J.F; Leijten, F.; Wind, A. de

    2013-01-01

    In deze notitie richten we ons op voorspellers van duurzame inzetbaarheid, waarbij we gebruik maken van de resultaten van de eerste twee metingen van STREAM en van een interviewstudie bij deelnemers aan STREAM. Meer specifiek gaan we na hoe personen met gezondheidsproblemen toch productief kunnen

  17. One central heating boiler for all combustible gases; Een CV-ketel voor alle brandbare gassen

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Gersen, S.; Darmeveil, H.; Hegge, R. [DNV KEMA Energy and Sustainability, Arnhem (Netherlands)

    2012-06-07

    There is increasing interest in the distribution of sustainable gases (H2, H2/CO, CH4/CO2) and imported gases, such as LNG. The composition of these 'new' gases can differ greatly from the traditional distributed gases. The combustion characteristics may cause undesired effects in household appliances. One of the solutions is to develop equipment that can accept a wide range of gases and mixtures thereof. To this end, within the EDGaR-program (Energy Delta Gas Research) the project 'new gas sensors' is started by the Energy Research Centre of the Netherlands (ECN), Delft University of Technology (TUD) and DNV-KEMA/Gasunie to develop a boiler in which the new gases can be used [Dutch] Er is toenemende interesse in de distributie van duurzame gassen (H2 , H2/CO, CH4/CO2 ) en geimporteerde gassen, zoals LNG. De samenstelling van deze 'nieuwe' gassen kan sterk verschillen van de traditioneel gedistribueerde gassen. De verbrandingseigenschappen kunnen ongewenste effecten veroorzaken in huishoudelijke apparatuur. Een van de oplossingen is het ontwikkelen van apparatuur die een breed scala aan gassamenstellingen kan accepteren. Hiertoe is binnen het EDGaR-programma (Energy Delta Gas Research) een project 'new gas sensors' gestart met ECN, TU Delft en DNV-KEMA/Gasunie voor het ontwikkelen van een CV-ketel die geschikt is voor de nieuwe gassen.

  18. Meditsiinidoktor Tiia Voor / Kaja Julge

    Index Scriptorium Estoniae

    Julge, Kaja, 1957-

    2006-01-01

    Tartu ÜlikooliKliinikumi lastekliiniku resident Tiia Voor kaitses 2. dets. 2005 Tartu Ülikooli arstiteaduskonna nõukogu ees doktoriväitekirja "Allergiahaiguste kujunemise sõltuvus Eesti ja Rootsi laste kokkupuutest mikroorganismidega varajases eas"

  19. PPS in de polder : De betekenis van publiekprivate samenwerking voor de borging van duurzame ruimtelijke kwaliteit op Vinex-locaties

    NARCIS (Netherlands)

    Hof, G.J.J. van den

    2006-01-01

    In the Fourth National Spatial Policy Plan Extra (1990) the development areas were pointed out (the so-called "Vinex-areas"). This encouraged project developers to buy large and strategic situated properties. The key question is how to assure that also next generations of inhabitants, politicians

  20. The options for biomass in the Netherlands. Nederland is rijp voor biomassa

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Daey Ouwens, C [Provincie Noord-Holland, Haarlem (Netherlands)

    1993-02-01

    The results of a few recent studies show that there is a number of likely options to use biomass in the Dutch energy supply. Gasification of organic wastes and wood and supplemental firing in coal-fired power plants by means of wood wastes appear to be the most attractive options. Taking into account the increased interest from energy utilities it is time to start a few demonstration projects in the Netherlands. 3 ills., 6 refs.

  1. Marketing research for energy from biomass in Europe; Marktverkenning voor energie uit biomassa in Europa

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Rijpkema, B. [TNO Milieu, Energie en Procesinnovatie TNO-MEP, Apeldoorn (Netherlands); Van den Berg, P.; Vanb Haren, P. [Biomass Technology Group BTG, Enschede (Netherlands)

    1997-07-01

    Insight is given into the European market for energy from biomass, including information on plant size, most promising technologies, etc. These potentials may offer opportunities for manufacturers of energy generating systems. A quick scan of 23 European countries has been carried out as phase 1 of this project, which resulted in data, presented in the following format: General introduction; Existing energy infrastructure and structure of the energy demand; Price of fossil fuels, electricity and heat; Available biomass quantities; Prices of biomass; Installed biomass plants; Policy and regulations. Based on that information an overall conclusion was drawn for each country`s biomass energy situation. In phase 2 a more detailed survey has been executed for Estonia, Germany, Poland and Spain. The results of both phases are presented in a separate English report. This report is the result of phase 3 in which the results of phase 1 and 2 are evaluated to assess the possibilities for Dutch manufacturers of biomass energy systems

  2. Naar een gereedschapskist voor constructieve ethiek

    NARCIS (Netherlands)

    Beekman, V.; Weele, van der C.N.

    2004-01-01

    Tot voor kort werd er, ondanks de activiteiten van vele ethische commissies, nauwelijks methodologisch nagedacht over de inbreng van ethici in kwesties rond landbouw en voedselproductie. Het begin 2001 opgerichte Centrum voor Methodische Ethiek & Technology Assessment (META) beschouwt dit als

  3. Biotechnologie bedreiging voor mens en natuur? Editorial.

    NARCIS (Netherlands)

    Asseldonk, van J.S.O.

    1988-01-01

    Bundeling van artikelen met aandacht voor het belang van biotechnologische projecten aan de Landbouwuniversiteit; gentransplantatie in de plantenveredeling en moleculaire veredeling; biotechnologisch onderzoek in de praktijk; voorwaarden bij biotechnologie in de veehouderij; de mogelijkheden voor

  4. Effective policy for sustainable behavior. An international comparison; Effectief beleid voor duurzaam gedrag. Een internationale vergelijking

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Brunsting, S.; Uyterlinde, M.; Pol, M. [ECN Beleidsstudies, Petten (Netherlands); Breukers, S.; Mourik, R.; Backhaus, J.; Mathijsen, T. [DuneWorks, Eindhoven (Netherlands)

    2013-07-15

    This international comparative case study (the Netherlands, Germany, Sweden, United Kingdom) compares policy themes (household energy, food, mobility, household waste) and cases of interventions aims at more sustainable behaviours. It investigates how national policy can contribute to sustainable behaviour in these four themes. The study focuses on policy contexts and concrete 'best practice examples' (both policy -initiated and society-driven initiatives), paying attention to the extent to which social scientific insights have been utilised to conduct and evaluate the interventions. The conceptual approach in this study regards individual behaviour not in isolation but as embedded in institutional, social and physical contexts. In line with this, the evaluation of best practice examples focuses on how the following dimensions have been addressed in order to enable, support and sustain behavioural changes: the policy environment and institutional environment, individual behaviour, social norms a nd the physical environment. In this discussion, the Netherlands is both the starting point and the point of return, enabling us to draw lessons for Dutch policy. We conclude that a more proactive, dynamic and supportive role would fit national policy if it aims at encouraging the spread of more sustainable behaviours in society. Dutch policy could learn from the experiences of other countries and attempt at (among others): showing explicit commitment, connecting initiatives at different levels, and facilitating platforms for exchange of knowledge, experience and expertise, across sectors and departments, in order to arrive at a more integrated approach towards encouraging sustainable behaviours [Dutch] Als achtergrondstudie voor het advies Duurzame gedragspatronen zijn twee onderzoeken uitgevoerd naar effectief beleid voor duurzaam gedrag (1) in Nederland en (2) internationaal. De twee rapporten beschrijven een aantal beleidscases die vanuit gedragskundig

  5. Effective policy for sustainable behavior. An international comparison; Effectief beleid voor duurzaam gedrag. Een internationale vergelijking

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Brunsting, S.; Uyterlinde, M.; Pol, M. [ECN Beleidsstudies, Petten (Netherlands); Breukers, S.; Mourik, R.; Backhaus, J.; Mathijsen, T. [DuneWorks, Eindhoven (Netherlands)

    2013-07-15

    This international comparative case study (the Netherlands, Germany, Sweden, United Kingdom) compares policy themes (household energy, food, mobility, household waste) and cases of interventions aims at more sustainable behaviours. It investigates how national policy can contribute to sustainable behaviour in these four themes. The study focuses on policy contexts and concrete 'best practice examples' (both policy -initiated and society-driven initiatives), paying attention to the extent to which social scientific insights have been utilised to conduct and evaluate the interventions. The conceptual approach in this study regards individual behaviour not in isolation but as embedded in institutional, social and physical contexts. In line with this, the evaluation of best practice examples focuses on how the following dimensions have been addressed in order to enable, support and sustain behavioural changes: the policy environment and institutional environment, individual behaviour, social norms a nd the physical environment. In this discussion, the Netherlands is both the starting point and the point of return, enabling us to draw lessons for Dutch policy. We conclude that a more proactive, dynamic and supportive role would fit national policy if it aims at encouraging the spread of more sustainable behaviours in society. Dutch policy could learn from the experiences of other countries and attempt at (among others): showing explicit commitment, connecting initiatives at different levels, and facilitating platforms for exchange of knowledge, experience and expertise, across sectors and departments, in order to arrive at a more integrated approach towards encouraging sustainable behaviours [Dutch] Als achtergrondstudie voor het advies Duurzame gedragspatronen zijn twee onderzoeken uitgevoerd naar effectief beleid voor duurzaam gedrag (1) in Nederland en (2) internationaal. De twee rapporten beschrijven een aantal beleidscases die vanuit gedragskundig perspectief

  6. Doorlatendheid van TRISOPLAST voor verschillende vloeistoffen

    NARCIS (Netherlands)

    Boels, D.; Veerman, G.J.

    1996-01-01

    TRISOPLAST is een mengsel van zand, bentoniet en een polymeer en wordt wegens zijn zeer lage doorlatendheid toegepast voor afdichtingen in bodembeschermende constructies. TRISOPLAST is ongevoelig voor aceton, ruwe olie, fenol en enigszins gevoelig voor diesel en zeewater na een blootstellingsduur

  7. Bromelia: Effect belichten voor meeste soorten positief

    NARCIS (Netherlands)

    Garcia Victoria, N.; Warmenhoven, M.G.

    2010-01-01

    Onderzoek leert dat voor een aantal soorten belichting in meerdere aspecten loont: meer groei, een kortere teelt, een grotere bloeiwijze met meer vertakkingen en een verbetering van de houdbaarheid. Voor een deel van de onderzochte Vriesea’s en voor de onderzochte Tillandsia blijft het voordeel van

  8. Jongerenwerk als werkplaats voor professionalisering

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Judith Metz

    2012-03-01

    met wetenschappelijke experimentele kennis als norm, is dat zij niet altijd goed aansluiten bij de complexiteit en flexibiliteit van de uitvoeringspraktijk. Vraag is: wat dan wel? In Amsterdam richten opleidingen en werkveld in 2008 Youth Spot op, het onderzoek- en praktijkcentrum voor jongerenwerk, met als doel om gezamenlijk te werken aan de profilering, professionalisering en praktijkontwikkeling van het jongerenwerk. Dit artikel belicht de aanleiding voor het ontstaan van Youth Spot, de structuur van de samenwerking, de ervaringen met de wijze van samen werken en de meerwaarde voor de professionalisering van het grootstedelijk jongerenwerk. Daarmee biedt dit artikel enerzijds een kijkje in de keuken van het (grootstedelijke jongerenwerk en anderzijds biedt zij inzicht in ervaringen met alternatieve professionalisering strategieën.

  9. Sustainable energy. Progress report 2004. National and international strategy; Duurzame Daadkracht. Voortgangsrapportage 2004. Nationale en internationale strategie

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    NONE

    2004-12-01

    In the title program it is described how the Netherlands will fulfil the agreements that were made at the Johannesburg summit on sustainable development. The program consists of an international and a national strategy. In this document an overview is given of the results so far. [Dutch] In deze voortgangsrapportage van Duurzame Daadkracht, het Actieprogramma duurzame ontwikkeling, wordt aangegeven hoe de stand van zaken is ten aanzien van de ambities en voorgenomen acties, die beschreven staan in zowel het nationale als het internationale deel van het actieprogramma. Duurzame Daadkracht is de Nederlandse uitwerking van de afspraken die op de World Summit on Sustainable Development (WSSD) in Johannesburg zijn gemaakt. De kern van het nationale deel is dat de Nederlandse overheid er naar streeft om zich bij al haar activiteiten (van beleidsontwikkeling tot bijvoorbeeld de eigen huisvesting) te richten op duurzame ontwikkeling. Dit is uitgewerkt aan de hand van te ontwikkelen instrumenten en ruim twintig beleidsprogramma's. Het internationale deel concentreert zich op de internationale inspanningen van de Nederlandse overheid op het gebied van de institutionele ontwikkeling, publiek-private partnerschappen als instrument, de prioritaire thema's water, energie, gezondheid, landbouw en biodiversiteit, op duurzame handel en investeringen.

  10. Faagtherapie is alternatief voor antibiotica

    NARCIS (Netherlands)

    Willemsen, P.T.J.

    2011-01-01

    De zoektocht naar alternatieven voor het gebruik van antibiotica in de veehouderij is nog steeds urgent. Bacteriofagen kunnen uitkomst bieden. De faagtherapie bleek o.a. succesvol in een proef met 120 kuikens, waarvan de helft besmet was. Na toediening was de ziekteverwekkende bacterie voldoende

  11. Planning voor Stad en Land

    NARCIS (Netherlands)

    Hidding, M.

    2006-01-01

    In dit boek wordt zowel de theorie als de praktijk van de ruimtelijke planning vanuit verschillende invalshoeken belicht. Diverse actuele thema's zoals de Nota Ruimte, het gebiedsgericht beleid en de zorg voor omgevingskwaliteit worden besproken. De auteur illustreert de aanpak van ruimtelijke

  12. Kapitaal- en liquiditeitseisen voor banken

    NARCIS (Netherlands)

    Joosen, E.P.M.; Groot, M.K.Z.

    2015-01-01

    In dit nieuwe deel van de Financieel Juridische Reeks gaan de auteurs in op de eigenvermogensvereisten voor banken die op grond van de Richtlijn Kapitaalvereisten (CRD IV) en de Verordening Kapitaalvereisten (CRR) in Europa en in Nederland zijn ingevoerd. Daarnaast worden de nieuwe kapitaalbuffers

  13. Zicht op ruimte voor leren

    NARCIS (Netherlands)

    Vrieling, Emmy; Vandyck, Inne; De Laat, Maarten

    2018-01-01

    In dit hoofdstuk bespreken we hoe de context waarin netwerken ontstaan, beter begrepen kan worden en welke dimensies van sociaal leren mede invloed hebben op de wijze waarop een groep aan het leren is. Begrip voor de situatie waarin netwerken ontstaan en de wijze waarop netwerken zich organiseren

  14. Ingredienten voor kwaliteitsborging van modelonderzoek

    NARCIS (Netherlands)

    Grinsven JJM van; Haan BJ de; Braat LC; MNV; LBG; CIM

    1995-01-01

    In dit rapport wordt een aanzet gepresenteerd tot harmonisatie van de kwaliteitsborging van modelonderzoek in het RIVM. Het rapport komt voort uit initiatieven van leden van het Intersectoraal Modellen Overleg. Het rapport is in eerste instantie bedoeld voor onderzoekers die modellen

  15. Veiligheidsrapport voor de PIV-goot in het Laboratorium voor Vloeistofmechanica

    NARCIS (Netherlands)

    Hofland, B.

    2002-01-01

    Bevat een veiligheidsvoorschrift voor de PIV (particle-image velocimetry) goot. Het rapport is vooral gericht op het gebruik van de krachtige Nd: YAG laser (veiligheidsklasse 4) die gebruikt wordt voor de PIV techniek.

  16. Biomassa e BiogÃs da Suinocultura

    OpenAIRE

    Dangela Maria Fernandes

    2012-01-01

    O desenvolvimento da suinocultura intensiva promoveu a produÃÃo de grandes quantidades de biomassa residual que, quando manejados inadequadamente, tornam-se uma das principais fontes de poluiÃÃo do meio. Por isso, o manejo de resÃduos deve ser visto como parte integrante do sistema produtivo de suÃnos, devendo estar incluÃdo no planejamento desta atividade. Nesse contexto, visando avaliar o manejo da biomassa residual gerada no sistema produtivo de suÃnos em terminaÃÃo, da Unidade Granja Colo...

  17. Pompoen rassendemo voor verwerking : verkenning naar producteisen en geschiktheid voor teelt in Nederland

    NARCIS (Netherlands)

    Wijk, van C.A.P.

    2012-01-01

    In 2011 is een demoteelt met pompoenrassen voor verwerking aangelegd en op basis daarvan met de ketenpartijen een discussie gevoerd over de afzet van verwerkt product. Eerst zijn daarbij de afzetniches voor verwerking benoemd en daar zijn de eisen voor verwerking aan gekoppeld. Tegen deze

  18. Plek voor ieder kind: inclusie als opdracht voor brede scholen en kindcentra

    OpenAIRE

    Doornenbal, Jeannette

    2017-01-01

    Inclusie is in Nederland ver te zoeken. Ondanks het erkende belang van inclusie voor een sterke pedagogische omgeving voor kinderen. Jeannette Doornenbal pleit voor een nationale doorbraak. In dit boekje formuleert zij vier stappen om deze opdracht te realiseren: waar kan wat gedaan worden, door wie en hoe.

  19. Plek voor ieder kind : inclusie als opdracht voor brede scholen en kindcentra

    NARCIS (Netherlands)

    Doornenbal, Jeannette

    Inclusie is in Nederland ver te zoeken. Ondanks het erkende belang van inclusie voor een sterke pedagogische omgeving voor kinderen. Jeannette Doornenbal pleit voor een nationale doorbraak. In dit boekje formuleert zij vier stappen om deze opdracht te realiseren: waar kan wat gedaan worden, door wie

  20. Opteren voor de Netherlands Commercial Court

    OpenAIRE

    Hoeben, J.; Keirse, A.L.M.; Reijneveld, M.D.

    2017-01-01

    Internationale contracten leiden tot internationale handelsgeschillen. Deze kunnen onder meer worden beslecht bij een commercial court. In Nederland wordt momenteel een Netherlands Commercial Court (NCC) opgericht. Dit introduceert een keuze voor (contracts)partijen voor een nieuw forum voor beslechting van internationale handelsgeschillen in de Engelse taal, waarbij de belangen van snelheid, efficiëntie en goede financierbaarheid centraal staan. Dit artikel verkent de positieve aspecten van ...

  1. Cocombustion of biomass in coal-fired power plants; Meestoken van biomassa in kolengestookte E-centrales

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Albrink, W.G.M. [Stork Thermeq, Hengelo (Netherlands)

    2001-12-01

    The aim of the desk study is to determine to what degree several types of biomass can be cofired with existing coal fired utility boilers in the Netherlands. All results with regard to boiler performances are obtained by making use of a computer model of a typical coal fired boiler which make part of a 600 MWe coal fired power plant. Because the existing coal fired units in the Netherlands do deviate more or less from the used model all outcomes and conclusions of this study are indicative. Slagging and corrosion which become more important when firing biogas in a coal fired boiler are considered superficially. More close investigations are necessary when carry out concrete projects. Furthermore all results are based on 100% boiler load and may not be used or extrapolated to part load conditions. The extent of firing biomass gas may depend on available space in the boiler house and correlated restrictions for necessary constructive adaptations. These aspects were leave out of consideration. For information the necessary size of piping for biomass gas from gasifier to the boiler has been determined for several amounts of biomass. [Dutch] Het doel van de studie is te onderzoeken hoeveel biomassa, in percentage van het thermisch vermogen, volgens verschillende concepten kan worden meegestookt in een kolengestookte elektriciteitscentrale. Dit wordt in deze studie behandeld aan de hand van een aantal aspecten: Rookgashoeveelheden door de ketel. Hierbij kornen de volgende zaken aan de orde: snelheden, drukval, belasting van DeNox, DeSox en E-filters, capaciteit van de ventilatoren; Rookgastemperaturen. Dit betreft temperaturen uitlaat vuurhaard, uitlaat ketel en uitlaat LUVO (luchtverhitter); Verslakking en corrosie van oververhitters; Water/stoomzijdige flows. Dit betreft aspecten als flows, temperaturen, flow door de turbine (slikvermogen) en uitlaatconditie stoomturbine (vochtgehalte). Voor de verwerking van biomassa worden alleen vergassing (in hoofdzaak) en, minder

  2. Uniform measurement standard for heat supply in housing and utility building construction. A protocol to compare alternatives for heat supply at building construction sites. Version 3.1; Uniforme Maatlat voor de warmtevoorziening in de woning- en utiliteitsbouw. Een protocol voor het vergelijken van alternatieven voor de warmtevoorziening op bouwlocaties. Versie 3.1

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Nuiten, P. [W/E adviseurs, Utrecht (Netherlands); Van der Ree, B. [Primum, Driebergen-Rijsenburg (Netherlands)

    2012-02-15

    The uniform measurement standard is one of the methods that the National Expertise Heat Centre develops to compare the energy efficiency of different techniques (such as heat pumps, heat and cold storage, collective systems, waste heat, combustion of woody biomass, etc.). The development of the uniform standard was started for the residential and utility building construction industry. In the future, the standard calculation method will also be made available for other sectors [Dutch] De uniforme maatlat is 1 van de methoden die het Nationaal Expertisecentrum Warmte ontwikkelt om de energieprestaties van verschillende technieken (zoals warmtepompen, warmte-koudeopslag, collectieve systemen, restwarmte, verbranding van houtachtige biomassa, etc.) goed vergelijkbaar te maken. De ontwikkeling van de uniforme maatlat is gestart voor de woning- en utiliteitsbouw. In de toekomst zal de uniforme maatlat ook voor andere sectoren beschikbaar komen. In deze versie van de uniforme maatlat is aansluiting gezocht bij de kengetallen van de Energieprestatienorm voor Maatregelen op Gebiedsniveau (EMG), zodat de resultaten van de uniforme maatlat in lijn zijn met die van de EMG.

  3. Aquatische biomassa, het verwaarden van waterige reststromen op lokaal niveau

    NARCIS (Netherlands)

    Huurman, Sander; Weide, van der R.Y.

    2015-01-01

    Het verwaarden van lokaal geproduceerde waterige reststromen door middel van aquatische biomassa is onderdeel van de PPS Kleinschalige bioraffinage (WP5). In dit deelrapport is een overzicht van een aantal in Nederland aanwezige waterige reststromen weergegeven. Een aantal van deze reststromen is

  4. Modelagem do crescimento e de biomassa individual de Pinus

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Ana Beatriz Schikowski

    2013-09-01

    Full Text Available Este estudo tem como objetivo testar modelos matemáticos para estimativas de biomassa de diferentes compartimentos de Pinus spp., a partir de variáveis de fácil mensuração. Os dados utilizados são provenientes de plantios localizados no centro sul do estado do Paraná. Foram utilizados dados de peso seco total e parcial de 35 árvores de Pinus spp., obtidos por meio do método destrutivo direto. De cada árvore amostrada foram medidos também o CAP (circunferência à altura do peito e a altura total. Os modelos para estimativa de biomassa de folhagem não apresentaram bom desempenho, verificado pelos indicadores de ajuste. Entretanto, para os compartimentos: galhos, raízes, casca, fuste e para biomassa total, os ajustes apresentaram elevados valores de R² e baixos valores de Syx%. O modelo de crescimento de Richards obteve melhor desempenho que os demais testados para a estimativa da biomassa total.

  5. Adsorpsi Pb2+ dan Zn2+ pada Biomassa Imperata cylindrica

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Noer Komari

    2017-03-01

    Full Text Available Metode alternatif untuk mengatasi pencemaran logam berat adalah biosorpsi menggunakan biomassa sebagai adsorben. Telah dilakukan penelitian kajian adsorpsi campuran Pb2+ dan Zn2+ pada biomassa Imperata cylindrica sebagai adsorben. Tujuan penelitian adalah mengetahui kemampuan biomassa mengadsorpsi Pb2+ dan Zn2+. Preparasi biomassa dilakukan dengan aktivasi menggunakan asam nitrat dan amonium hidroksida. Adsorpsi dilakukan dengan sistem batch. Parameter yang diukur adalah pH optimum, waktu kontak optimum, kapasitas adsorpsi dan recovery ion logam. Analisis kadar logam dilakukan dengan menggunakan Spektrofotometer Serapan Atom (AAS. Hasil penelitian menunjukkan pH optimum adsorpsi Pb2+ dan Zn2+ masing-masing pada pH 5 dan pH 6. Waktu kontak optimum adsorpsi Pb2+ dan Zn2+ masing masing pada 40 menit dan 30 pertama. Kapasitas adsorpsi Pb2+ dan Zn2+ pada konsentrasi awal 10 ppm masing-masing adalah 90,95% dan 43,60%. Recovery Pb2+ dan Zn2+ masing-masing 84,45% dan 57,13%.

  6. Inventarisatie van biomassa in Flevoland : een inventarisatie van potentieel beschikbare biomassa in Flevoland, met name niet vastgelegde stromen

    NARCIS (Netherlands)

    Voort, van der M.P.J.; Rooij, de M.

    2012-01-01

    In 2008 is door studenten van de Christelijke Agrarische Hogeschool (CAH) te Dronten een inventarisatie uitgevoerd van biomassa in Flevoland. Dit rapport geeft een goede eerste indruk van de beschikbare stromen. Het probleem is echter dat de stromen, waar we met het project Biomassabank Flevoland

  7. Strategisch beheer C2000 : kiezen voor slagkracht

    NARCIS (Netherlands)

    Verdonck, Klooster & Associates (VKA); Het Expertice Centrum (HEC); WODC

    2011-01-01

    De invoering van C2000 heeft ertoe geleid dat er één landelijk systeem wordt gebruikt voor (groeps)communicatie voor en door de hulpdiensten. Daarnaast kent C2000 nog vele andere gebruikers zoals Defensieonderdelen, Douane, Kustwacht etc. C2000 moet in zowel de normale dag/dagelijkse

  8. Campagne begonnen: Samen sterk voor preventie

    NARCIS (Netherlands)

    Crone, A.

    2012-01-01

    De Europese campagne 'Samen sterk voor preventie', een initiatief van het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA) in Bilbao, wordt in Nederland gecoördineerd door TNO/NL - Focal Point. Werkgevers- en werknemersorganisaties en de overheid werken hierin samen aan het

  9. Six Sigma: blauwdruk voor de kenniseconomie.

    NARCIS (Netherlands)

    Does, R.J.M.M.; de Mast, J.

    2005-01-01

    Abstract Six Sigma is zo langzamerhand een niet weg te denken programma voor kwaliteits- en efficiencyverbeteringen. Het heeft met name voor enorme successen gezorgd in productiebedrijven. Six Sigma ligt ook onder vuur: het zou een trend zijn die voorbij gaat. De auteurs van dit artikel zijn het van

  10. Six Sigma als blauwdruk voor de kenniseconomie.

    NARCIS (Netherlands)

    de Mast, J.; Does, R.J.M.M.

    2005-01-01

    Abstract Six Sigma is zo langzamerhand een niet weg te denken programma voor kwaliteits- en efficiencyverbeteringen. Het heeft met name voor enorme successen gezorgd in productiebedrijven. Six Sigma ligt ook onder vuur: het zou een trend zijn die voorbij gaat. De auteurs van dit artikel zijn het van

  11. 'Spelen' met scherm nodig voor gewenst klimaat

    NARCIS (Netherlands)

    Dieleman, J.A.; Esmeijer, M.H.; Kempkes, F.L.K.; Reijnders, C.E.; Ruijs, M.N.A.

    2006-01-01

    Schermen heeft directe invloed op de temperatuur, instraling en luchtvochtigheid in de kas. Dat heeft dus ook gevolgen voor de groei van het gewas. Ook voor het energieverbruik heeft schermen consequentieverlies. Wanneer moet het scherm dicht en wat is het effect van kieren?

  12. Plastic zonder olie : lesmodule voor nieuwe scheikunde

    NARCIS (Netherlands)

    Langejan, B.; Klein Douwel, C.; Horst, ter J.J.; Tijdink, K.; Marle, van N.; Klaasen, P.; Coolen, R.; Assenbergh, van P.; Sijbers, J.P.J.; Mast, A.

    2013-01-01

    Lesmodule voor nieuwe scheikunde voor leerlingen uit 5 en 6 vwo. Bioplastics worden gemaakt uit natuurlijke grondstoffen. Als ze de synthetische plastics vervangen kan de voorraad aardolie ontzien worden. Omdat veel bioplastics afbreekbaar zijn, kan ook de berg plastic afval krimpen. Maar zijn

  13. Meetstrategie bij kernongevallen voor Steuncentrum RIVM

    NARCIS (Netherlands)

    Pruppers MJM; Smetsers RCGM; LSO

    1994-01-01

    Het ongeval met de kerncentrale van Tsjernobyl in april 1986 en de gevolgen daarvan waren aanleiding voor de Nederlandse overheid om de voorzieningen voor de kernongevallen-bestrijding in Nederland te evalueren en te verbeteren. De resultaten van de evaluatie zijn verwerkt in het Nationaal Plan

  14. Alternatieve instrumenten voor het EU-landbouwbeleid?

    NARCIS (Netherlands)

    Silvis, H.J.; Rijswick, van C.W.J.; Bont, de C.J.A.M.

    2001-01-01

    Het EU-landbouwbeleid staat met de parallel lopende onderhandelingen over de uitbreiding en een nieuw WTO-akkoord voor verdere hervormingen. Dit rapport behandelt de vraag of er voor de instrumenten van dit beleid alternatieven kunnen worden aangereikt. Daarbij wordt de aandacht gericht op

  15. Ecotopenkaart voor het Eems-Dollard estuarium

    NARCIS (Netherlands)

    Ysebaert, T.; Wal, van der J.T.; Tangelder, M.; Groot, de A.V.; Baptist, M.J.

    2016-01-01

    Dit rapport geeft een eerste aanzet tot het maken van een actuele ecotopenkaart voor het Eems-Dollard estuarium (NL en D deel, excl. Unterems) volgens de ZES.1 methodiek. Dit is één van de instrumenten die kan worden gebruikt voor het evalueren van mogelijke maatregelen in het MIRT-onderzoek en de

  16. Certification of sustainability of import of green basic materials. On the necessity and possibilities; Certificering van duurzaamheid van import van groene grondstoffen. Over noodzaak en mogelijkheden

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Bergsma, G.C. [CE, Delft (Netherlands); Hamelynck, B.G. [Eostra, Sibrandabuorren (Netherlands)

    2005-03-15

    It is expected that in the Netherlands in the near future large quantities of biomass are required to produce electricity, automotive fuels and for the chemical industry. Import of biomass will be inevitable. A working group on this subject studied the criteria for the import of different types of biomass. [Dutch] Voor de toekomst wordt een grootschalige inzet van biomassa voorzien als bron voor elektriciteit, voertuigbrandstoffen en de chemie. De visie die is geformuleerd in de transitie biomassa spreekt zelfs over 30% biomassa in de nationale energie-voorziening in 2040. Import is daarbij onvermijdelijk. Maar hoe kan dit op een duurzame wijze? Inzet van biomassa als duurzame bron, terwijl in het land van herkomst de voedselproductie in het gedrang komt of de biodiversiteit wordt aangetast, is uiteraard niet wenselijk. De vraag is dan ook aan welke criteria de import van verschillende typen biomassa moet voldoen. Hierover is het afgelopen jaar in een werkgroep binnen de energietransitie nagedacht. Dat heeft een algemene lijst opgeleverd met relevante thema's.

  17. Voor het verval. Belemmeringen en voorwaarden voor vroegsignalering en bewonersparticipatie

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Vasco Lub

    2009-12-01

    Dit artikel onderzoekt de mogelijkheden van preventieve strategieën in het aanpakken van wijkverval en sociale onveiligheid. Gebaseerd op het vermoeden dat het broken windows-beleid doeltreffend kan zijn bij de aanpak van wijkverval, is een brochure met een lijst van 34 sociale en fysieke indicatoren ontwikkeld om bewoners en professionals te helpen bij het signaleren en aanpakken van tekens van verval. Door middel van een actieonderzoek in een aandachtswijk werd de bruikbaarheid van deze indicatoren onderzocht en werd in kaart gebracht welke factoren preventieve strategieën kunnen belemmeren, dan wel kunnen bevorderen. Het onderzoek toont aan dat verscheidene contextuele, bestuurlijke en bureaucratische factoren een belemmering vormen voor een effectieve preventieve aanpak. Daarbij kan onder andere gedacht worden aan: verschillen in verwachtingspatroon tussen bewoners en professionals; de manier waarop tekens van verval in de leefomgeving worden geïnterpreteerd door lokale actoren; de middelen waarmee frontliniewerkers in hun taakuitvoering worden toegerust; en het gebrek aan een verantwoordingswijze die gebaseerd is op het behalen van zichtbare resultaten. Voor het goed functioneren van een vroegtijdige aanpak van wijkverval, is het van groot belang dat lokale overheden een gemeenschappelijk perspectief ontwikkelen, de samenwerking tussen bewoners en professionals – en tussen professionals onderling – faciliteren, instanties aanspreken op resultaten en doelstellingen expliciteren om van overleg tot collectieve actie te komen.

  18. SmartGrids, Effectiveness for Everybody. State of the art and lessons learned from the past (Work package 1); Smart Grids. Rendement voor Iedereen. Stand van zaken en geleerde lessen uit het verleden (Werkpakket 1)

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van Melle, T.; Haaksma, V.; Van Breevoort, P.; Graveland, M.; Slingerland, E.; Winkel, T.; Hoen, V.; Noach, C. [Ecofys, Utrecht (Netherlands); Boerakker, Y.; Karatay, E.; Sanberg, T.; Faasen, C.; Mulder, W.; Huibers, M.; Maandag, M. [DNV KEMA, Arnhem (Netherlands); Milovanovic, M.; Bolderdijk, J.W.; Steg, L. [Rijksuniversiteit Groningen RUG, Groningen (Netherlands); Kapitein, A. [Cap Gemini Consulting, Utrecht (Netherlands); Bruning, F.; Berg, R. [LomboXnet, Utrecht (Netherlands); Boumans, F. [Hogeschool Utrecht, Utrecht (Netherlands)

    2012-09-15

    The aim of the title Smart Grids project is to improve accessibility of attractiveness of renewable energy for the Utrecht region for everyone. The project aims to develop, test and implement new business cases and service concepts for medium-sized smart grids in Utrecht and Amersfoort (both in the Netherlands). The project covers a total of two hundred houses and businesses. This report presents the results of Work Package 1: technical aspects of smart grids. Attention is also paid to consumer behavior with respect to smart grids and financial concepts for smart grids. Finally, an overview is given of the lessons learned from other similar pilots in the Netherlands and outside the Utrecht region [Dutch] Het Smart Grids project wil duurzame energie in de regio Utrecht bereikbaar en aantrekkelijk maken voor iedereen. Het project heeft tot doel nieuwe business cases en dienstverleningsconcepten te ontwikkelen, te testen en te realiseren voor middelgrote smart grids in Utrecht en Amersfoort. Het betreft in totaal tweehonderd woningen en bedrijven. In dit rapport worden de resultaten van Work Package 1 besproken: technische aspecten van smart grids. Daarnaast wordt aandacht besteed aan het consumentengedrag met betrekking tot smart grids, financieringsconstructies voor smart grids. Tenslotte wordt een overzicht gegeven van de lessen uit andere pilots in Nederland en daarbuiten op het gebied van smart grids.

  19. De ontwikkeling van een feedbacksysteem voor toetsvragenmakers

    NARCIS (Netherlands)

    Reinders, J J; Cohen-Schotanus, J; Molenaar, W M

    2005-01-01

    Door de Groningse Faculteit der Medische Wetenschappen is een feedbacksysteem voor toetsvragenmakers ontwikkeld. Het systeem is onder andere gebaseerd op een statistische analyse van de toetsresultaten. Uit een eerste peiling onder toetsvragenmakers blijken de respondenten overwegend positief te

  20. Athletic skills model. Voor een optimale talentontwikkeling

    NARCIS (Netherlands)

    Wormhoudt, R.; Teunissen, J.W.; Savelsbergh, G.J.P.

    2013-01-01

    Voor een optimale talentontwikkeling De huidige generatie kinderen is aantoonbaar minder fit dan die van dertig jaar geleden. Door technologische ontwikkelingen als mobiele telefoons, spelcomputers, digitale media et cetera groeien kinderen op met een andere beweegcultuur, waarin buitenspelen geen

  1. Kansen GPS en precisielandbouw voor loonwerker.

    NARCIS (Netherlands)

    Goense, D.

    1997-01-01

    De auteur beschrijft dat de technologische ontwikkeling een aanzet vormde voor de precisielandbouw. De grote fabrikanten van landbouwwerktuigen werken aan precisiewerktuigen en in verschillende landen worden deze technieken al toegepast

  2. Literatuuronderzoek HPLC-methoden voor vitamine E

    OpenAIRE

    Altena, A.; Hollman, P.C.H.

    1985-01-01

    Doel van dit onderzoek is: het inventariseren van HPLC-methoden voor vitamine E, eventueel in combinatie met vitamine A, in levensmiddelen. Een overzicht van de in de literatuur beschreven HPLC-methoden vanaf ca. 1977 wordt gegeven.

  3. Gezondheidseffectschatting voor Gezond Beleid : Teamsport op projectbasis

    NARCIS (Netherlands)

    M.P.M. Bekker (Marleen); J.L. Veerman (Lennert)

    2007-01-01

    textabstractGezondheidseffectschatting is teamsport. Spelers met gezondheidskundige en bestuurlijke functies en rollen leveren een gezamenlijke inspanning binnen een kader van spelregels, die door alle spelers worden erkend. De spelregels voor een GES bestaan uit gezondheidskundige regels, zoals

  4. Sustainable transition by HTU. An outline of the score of the HTU-process for sustainability aspects; Duurzame transitie met HTU. Een verkenning van de score van het HTU-proces op duurzaamheidsaspecten

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Croezen, H.J.; Kampman, B.E.

    2005-04-15

    Insight is given in the sustainable aspects of the HTU-process (hydrothermal upgrading) for the production of biofuels from wet biomass and organic residues. By means of the HTU-process a reduction of 2.5 - 4.5 Mton CO2 emission can be realized in 2020. For the year 2040 a reduction of 15-30 Mton can be expected. [Dutch] Biofuel BV werkt aan de ontwikkeling van het HTU-proces (hydrothermal upgrading), met als doel om in de toekomst een biobrandstof uit natte biomassa te produceren. In het HTU-proces wordt biomassa bij hoger temperatuur en druk omgezet in 'biocrude', waaruit vervolgens een transportbrandstof kan worden geproduceerd. CE heeft, in opdracht van Biofuel, een duurzaamheidsanalyse van dit proces uitgevoerd. Uitgangspunt daarvoor was het gebruik van natte organische reststromen als grondstof. Deze stromen kunnen met het HTU-proces worden verwerkt, terwijl ze in de huidige praktijk van weinig waarde zijn. De berekeningen laten zien dat met deze technologie ca. 2,5 - 4,5 Mton CO2-reductie per jaar kan worden bereikt in 2020, indien de verdere ontwikkeling van het proces en de marktintroductie verloopt zoals Biofuel op dit moment verwacht. In de jaren erna kan de productiecapaciteit vervolgens verder worden uitgebreid, zodat voor 2040 een CO2-reductie van 15-30 Mton per jaar wordt verwacht. Het proces maakt optimalisatie van afvalverwerking en reststoffen verwijdering mogelijk. Bij verwerking van reststromen zullen de ecologische aspecten beperkt zijn. Er vindt geen ruimtebeslag plaats, waardoor ook geen sprake is van invloed op biodiversiteit of van concurrentie met voedselgewassen. Wat betreft de sociaal economische invloeden biedt het HTU-proces in principe het voordeel dat het proces landen zonder eigen olievoorraden in staat stelt om voertuig brandstoffen uit reststromen - tegen relatief lage kosten - te maken.

  5. Plastic zonder olie : lesmodule voor nieuwe scheikunde

    OpenAIRE

    Langejan, B.; Klein Douwel, C.; Horst, ter, J.J.; Tijdink, K.; Marle, van, N.; Klaasen, P.; Coolen, R.; Assenbergh, van, P.; Sijbers, J.P.J.; Mast, A.

    2013-01-01

    Lesmodule voor nieuwe scheikunde voor leerlingen uit 5 en 6 vwo. Bioplastics worden gemaakt uit natuurlijke grondstoffen. Als ze de synthetische plastics vervangen kan de voorraad aardolie ontzien worden. Omdat veel bioplastics afbreekbaar zijn, kan ook de berg plastic afval krimpen. Maar zijn bioplastics in staat om ons de reguliere plastics te doen vergeten? Hoe maken we bioplastics met dezelfde veelzijdige eigenschappen als plastic? Waar komen de uiteenlopende eigenschappen van plastics ei...

  6. De duurzame controller neemt leiding in een traditie naar maatschappelijk verantwoord ondernemen

    NARCIS (Netherlands)

    Boersma-de Jong, Margreet F.

    2015-01-01

    Steeds meer dringt het besef door dat er geen andere weg meer is dan duurzaam ondernemen. Organisaties die dit inzien streven naar meer dan al- leen nanciële winstmaximalisatie: er moet ook winst worden gecreëerd voor de mens, samenleving en milieu. Als de MVO-ambities meer zijn dan window-dressing,

  7. With tactful policy towards sustainable mobility; Met beleid naar duurzame mobiliteit

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Wagter, H. [Platform Duurzame Mobiliteit, Ministerie van Verkeer en Waterstaat VenW, Den Haag (Netherlands); Weterings, R. [TNO, Delft (Netherlands)

    2009-11-12

    This report offers a view on policy measures that may be needed to realize the CO2 reduction targets for traffic and transport in 2020 and beyond. It provides a summary of the results of a dialogue supervised by TNO between key persons from trade and industry, the government, social organizations and knowledge institutes. Four thematic work sessions were dedicated to identifying the measures that hold the largest reduction potential, an exploration was done to find out how the measures can realize maximum impact and what is needed for these measures to realize maximum impact. The result will be used as input for the evaluation of 'Clean and Efficient' and for further policy development. [Dutch] Het voorliggende rapport biedt zicht op de beleidsmaatregelen die mogelijk nodig zijn om de CO2-reductiedoelen voor verkeer en vervoer in 2020 en verder te behalen. Het vormt een samenvatting van de resultaten van een door TNO begeleidde dialoog tussen sleutelpersonen uit bedrijfsleven, overheid, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen. In vier thematische werksessies zijn de maatregelen met het grootste reductiepotentieel geidentificeerd, is verkend hoe de haalbaarheid gemaximaliseerd kan worden en wat er voor nodig is om met deze maatregelen maximale impact te realiseren. Het resultaat vormt input voor de evaluatie van 'Schoon en Zuinig' en voor verdere beleidsontwikkeling.

  8. Risicogrenzen voor MTBE (Methyl tertiair-Butyl Ether) in bodem, sediment, grondwater, oppervlaktewater en voor drinkwaterbereiding

    NARCIS (Netherlands)

    Swartjes FA; Baars AJ; Fleuren RHLJ; Otte PF; LER

    2004-01-01

    Recentelijk is politieke commotie ontstaan ten gevolge van de mogelijke schadelijke gezondheidseffecten van Methyl tertiair-Butyl Ether (MTBE). Dit was reden voor het ministerie van VROM om het RIVM te verzoeken risicogrenzen voor MTBE in bodem, sediment, grondwater, oppervlaktewater, drinkwater en

  9. Model voor Excellent voor cognitief excellente leerlingen in de onderbouw PO

    NARCIS (Netherlands)

    Dijkstra, Elma; Mooij, Ton; Kirschner, Paul A.

    2012-01-01

    Dijkstra, E. M., Mooij, T., & Kirschner, P. A. (2012, June). Model voor Excellent Onderwijs voor cognitief excellent leerlingen in de onderbouw PO. [Model of Excellent Education for cognitively excellent pupils in kindergarten]. Paper presented at the Onderwijs Research Dagen [Educational Research

  10. Gasification of wet biomass waste flows for electric power generation. Vergassing van natte biomassa-afvalstromen voor elektriciteitsproduktie

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Faaij, A; Blok, K; Worrell, E

    1992-06-01

    Feasibility of gasification of biomass waste streams for electricity production is studied. An inventory of available wet biomass wastes and their features is made. A potential of at least 28 PJ/year is available in the Netherlands. On the basis of a technical survey two systems were selected. The first is a steam-injected gas turbine (STIG) of net 15 MWe, and the second system is a STIG of net 49 MWe. Both make use of the Atmospheric Circulating Fluidized Bed (ACFB) gasification technology, wet scrubber gas cleaning and of flue gas for drying the waste. Efficiencies of 27% and 30% were calculated for 160 kton and 500 kton biomass waste a year respectively. Waste treatment costs are expected to be DFl 31 and DFl 24 per ton respectively, which is significant lower than the alternatives, being compost and anaerobic digestion of biomass waste. Moreover, this technique represents a considerable potential for saving fossil fuels and reducing CO[sub 2] emissions. This indicates that gasification can become a strong competitor for anaerobic digestion, composting and incineration on biomass waste treatment. The main technical problems to be solved are optimization of pre-treatment of the waste, especially drying, the behavior of the ash and heavy metals and adaptation of gas turbines for low calorific gas, possibly combined with steam injection. Fundamental problems to prohibit further development of this option seem not to be present. It is expected that realization of the option discussed here is possible within 4-7 years. 3 figs., 6 tabs., 64 refs.

  11. Availability of waste and biomass for energy generation in the Netherlands; Beschikbaarheid van afval en biomassa voor energieopwekking in Nederland

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Weterings, R.A.P.M.; Koppejan, J. [TNO Milieu, Energie- en Processinnovatie TNO-MEP, Apeldoorn (Netherlands); Bergsma, G.C. [Centrum voor Energiebesparing en schone technologie CE, Delft (Netherlands); Meeusen-van Onna, M.J.G. [Landbouw Economisch Instituut LEI, Den Haag (Netherlands)

    1999-12-01

    The Netherlands agency for energy and the environment (Novem) commissioned a consortium to carry out the ABC (Dutch abbreviation for Waste and Biomass Conversion) project in three separate studies: (A) a scenario study of the availability of biomass and waste for energy generation in the Netherlands; (B) a 'three-level assessment' of biomass availability on national, European and global levels; and (C) a scenario study of the feasibility / profitability of energy crops in the Netherlands. The results of the ABC project are published in two separate reports. This present report gives the results of the combined scenario study of availability (A) and the three-level assessment (B). The results of the energy crops study (C) are presented elsewhere. The goal of the present project is to gain insight into the current availability of biomass and waste flows for energy generation, and of the driving forces and constraints that can affect their availability up to the year 2020. First, it is examined whether the availability of biomass and waste is or could become problematic. This is an important aspect for market parties that want to invest in energy from biomass and biomass. Second, it is examined what additional policy measures the Dutch government would need to take to achieve the set policy goal of savings of fossil fuels. The combined scenario study of waste availability (in the Netherlands) and biomass availability (in the Netherlands, the European Union, and worldwide) for energy generation started off with a Definition Phase. In this phase, the project's framework and key issues were formulated and relevant sources of information were outlined. On the basis of these sources, a Quick Scan was carried out to map the existing information as well as any gaps in knowledge and uncertainties about the availability of biomass and waste. In the subsequent In-depth Phase the results of the Quick Scan were submitted to a number of national experts for comment. The Scenario Phase started at the same time as the In-depth Phase. In the Scenario Phase three contrasting scenarios for future developments up to 2020 were formulated. The contrasts between these scenarios were analysed in the Analysis Phase, which led to an appraisal of future availability per waste or biomass flow, on the geographical scale levels concerned. During the Analysis Phase, an understanding of the nature and effect of major driving forces and constraints is gained. The results, in the form of a Review Paper, were submitted to an international panel of about 10 experts. The policy implications were discussed with 23 key persons from Dutch policy, research and industrial backgrounds at a workshop held on 29 September 1999. 49 refs.

  12. Ruimte in regels: 10 succesvolle voorbeelden op wet en regelgeving binnen ruimtelijke ordening voor multifunctionele landbouw voor en door gemeenten

    NARCIS (Netherlands)

    Schoorlemmer, H.B.; Waal, van der B.H.C.; Oppedijk van Veen, J.; Migchels, G.; Mul, M.F.

    2007-01-01

    Deze VNG brochure geeft een overzicht van 10 succesvolle voorbeelden op wet en regelgeving binnen ruimtelijke ordening voor multifunctionele landbouw voor en door gemeenten. Van traditionele bestemmingsplannen naar een nieuw, ontwikkelingsgericht beleid. De brochure is samengesteld door PPO

  13. Muhammad Ali: parel voor de sport en de mensheid

    NARCIS (Netherlands)

    Jan de Leeuw

    2016-01-01

    Begin juni 2016 overleed Muhammad Ali, volgens velen de grootste sportman allertijden. De betekenis van Ali voor de sport is groot geweest. Maar zijn betekenis voor de mensheid is nog groter. Ali stond voor de idealen van gelijkheid, rechtvaardigheid, vrijheid en vrede. Hij staat op een lijn met

  14. Hydrogen-powered road vehicles. Positive and negative health effects of new fuel; Waterstof in het wegverkeer. Voor- en nadelen voor de gezondheid van een nieuwe vorm van brandstof

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    NONE

    2008-09-15

    environmental factors and public health. [Dutch] De afhankelijkheid van fossiele brandstoffen - met zijn politieke, maatschappelijke en milieunadelen - zorgt ervoor dat alternatieve energiebronnen volop in de belangstelling staan. Het gebruik van waterstof wordt als een veelbelovende optie gezien, in het bijzonder voor het wegverkeer. Volgens een toekomstvisie van het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) zou in 2050 ruim de helft van de auto's in Nederland op waterstof kunnen rijden. Vooropgesteld dat de waterstof wordt geproduceerd uit duurzame energiebronnen, zou daarmee ook de emissie van kooldioxide aan banden worden gelegd. Zowel in de Verenigde Staten, Japan en Europa worden door overheden en het bedrijfsleven dan ook grote bedragen geinvesteerd in de ontwikkeling van de benodigde technologie, die over enkele decennia een op waterstof gebaseerde economie mogelijk moet maken. Overschakeling naar waterstof als energievoorziening voor het wegverkeer zou ingrijpende gevolgen hebben voor de samenleving. Zoals bij elke nieuwe technologie het geval is, biedt dat kansen, maar zijn er onvermijdelijk ook nadelen. In het geval van waterstof zijn sommige van die nadelen bekend, en tot op zekere hoogte beheersbaar. Andere zullen echter pas na introductie en toepassing aan het licht komen. Dit inzicht, gevoegd bij het maatschappelijke belang van een eventuele omschakeling op waterstof, was voor de Gezondheidsraad aanleiding om nu alvast in te gaan op de voor- en nadelen die waterstof als nieuwe energievorm kan hebben voor de volksgezondheid. Juist in deze fase is het van belang om een beeld te krijgen van de mogelijke gezondheidseffecten, te weten waar de lacunes in de kennis zitten, en aan te geven wat de beste manier is om daar mee om te gaan.

  15. KONVERSI ENERGI BIOMASSA KOTORAN SAPI MELALUI RANCANGAN BIODIGESTER UNTUK RUMAH TANGGA

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    I Gede Bawa Susana

    2017-11-01

    Full Text Available Biomassa kotoran sapi mengandung energi berupa gas metan yang dapat digunakan sebagai bahan bakar. Pengolahan biomassa kotoran sapi menjadi bahan bakar dilakukan melalui proses konversi energi dalam suatu biodigester. Biodigester dibuat untuk kebutuhan rumah tangga dengan kapasitas 0,5997 m3 untuk waktu penyimpanan 30 hari.  Masyarakat yang memelihara sapi 2-3 ekor dapat menggunakan biodigester tipe plastik dan fixed dome dengan kapasitas tong plastik 250 liter. Hasil pengujian menunjukkan bahwa konversi energi biomassa kotoran sapi dapat digunakan sebagai sumber energi pada kompor.

  16. Subsidies and sustainable development. Concepts, methodology and state of the art in literature; Subsidies en duurzame ontwikkeling. Concepten, methodologie en stand van zaken van de literatuur

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Bachus, K. [Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving HIVA, KU Leuven, Leuven (Belgium)

    2012-04-15

    This paper is the 1st research paper as part of the Centre for Sustainable Development project on the theme 'subsidies and sustainable development'. It gives a conceptual and methodological framework on the relation between subsidies and sustainable development. In the 2nd paper attention is given to an application of the methodology to map subsidies for two Flemish subsidies: (1) the Flemish Renovation Incentive and Surcharge Rights in the Flemish agricultural sector [Dutch] Dit paper is het 1e onderzoekspaper in het kader van het Steunpunt Duurzame Ontwikkeling over het thema 'subsidies en duurzame ontwikkeling'. Het geeft een conceptueel en methodologisch kader over het verband tussen subsidies en duurzame ontwikkeling. In het 1e paper werden de concepten en de methoden besproken. De methode werd toegepast op twee Vlaamse subsidies, namelijk de Vlaamse Renovatiepremie en de Toeslagrechten in de Vlaamse landbouw.

  17. Explanations of sustainable consumption. A search for new starting points for environmental policy; Verklaringen van duurzame consumptie. Een speurtocht naar nieuwe aanknopingspunten voor milieubeleid

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Beckers, T.; Ester, P.; Spaargaren, G. [eds.

    1999-07-01

    In two studies attention is paid to the impact of an immaterial consumption pattern on the desires, drives and preferences of human beings. In this study it was expected that a more immaterial interpretation of human needs would cause less burden of the environment. Based on the results of the title search the relation between drives and behavior can be explained. Also insight is given into conceptual models which can be a productive starting point for effective interventions aiming at stimulation of sustainable consumption. 61 refs.

  18. Technische universiteiten en duurzame ontwikkeling in Afrika : Een interfacultair studenten onderzoeksproject voor het 33e lustrumsymposium van de Technische Universiteit Delft

    NARCIS (Netherlands)

    Duijvestein, C.A.J.; de Vries, G.; Bos, M.; Cozijnse, K.; Findlater, J.W.; Fremouw, M.; Jonkman, J.; Oijevaar, K.; Peters, S.; van Rattinghe, K.; Sack-van Straaten, K.; De Vries, G.; Wessels, R.

    2007-01-01

    In 2007, Delft University of Technology celebrates its 165th birthday. This unique occasion is celebrated with several activities revolving around the subject "Sustainable Solutions, with a focus on Africa". For the interdisciplinary course "Technical Universities and Sustainable development of

  19. Snoezelen in de zorg: handboek voor de praktijk: deel 3 voor leidinggevenden en beleidsmakers: implementatie.

    NARCIS (Netherlands)

    Weert, J. van; Peter, J.; Janssen, B.; Vruggink, F.; Dulmen, S. van

    2005-01-01

    Naar aanleiding van het NIVEL-onderzoek naar de effecten van snoezelen (zintuigactivering) in de 24-uurszorg aan demente verpleeghuisbewoners is nu een handboek verschenen. Het handboek is bedoeld voor verzorgenden, verzorgenden in opleiding, leidinggevenden en beleidsmakers. Verzorgenden (in

  20. Snoezelen in de zorg: handboek voor de praktijk: deel 1 voor uitvoerende zorgverleners: zintuigactivering.

    NARCIS (Netherlands)

    Weert, J. van; Peter, J.; Janssen, B.; Vruggink, F.; Dulmen, S. van

    2005-01-01

    Naar aanleiding van het NIVEL-onderzoek naar de effecten van snoezelen (zintuigactivering) in de 24-uurszorg aan demente verpleeghuisbewoners is nu een handboek verschenen. Het handboek is bedoeld voor verzorgenden, verzorgenden in opleiding, leidinggevenden en beleidsmakers. Verzorgenden (in

  1. Snoezelen in de zorg: handboek voor de praktijk: deel 2 voor uitvoerende zorgverleners: bewonersgerichte omgangsvormen.

    NARCIS (Netherlands)

    Weert, J. van; Peter, J.; Janssen, B.; Vruggink, F.; Dulmen, S. van

    2005-01-01

    Naar aanleiding van het NIVEL-onderzoek naar de effecten van snoezelen (zintuigactivering) in de 24-uurszorg aan demente verpleeghuisbewoners is nu een handboek verschenen. Het handboek is bedoeld voor verzorgenden, verzorgenden in opleiding, leidinggevenden en beleidsmakers. Verzorgenden (in

  2. Green gas. Gas of natural gas quality from biomass. Update of the 2004 study; Groen Gas. Gas van aardgaskwaliteit uit biomassa. Update van de studie uit 2004

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Welink, Jan-Henk; Dumont, M.; Kwant, K. Datum januari 2007

    2007-01-15

    ) het verschaffen van inzicht in de economie van groen gas projecten en in de onrendabele top van de productie van groen gas; (b) inzicht en uitspraak over de meest efficiente inzet van biogas (omzetten in elektriciteit of direct invoer in het gasnet); en (c) randvoorwaarden die de markt nodig heeft om tot ontwikkeling te komen (omvang van de markt en tijdsspanne); (3) het toekomstige potentieel van groen gas. Op basis van de huidige ontwikkelingen van de boven beschreven punten worden de knelpunten aangegeven en adviezen verstrekt over de stimuleringswijze. Op basis van literatuur en gesprekken met leveranciers zijn beschrijvingen gegeven van verschillende systemen die biogas opwerken tot groen gas. Van de in het rapport van 2004 beschreven projecten die momenteel biogas opwerken tot groen gas, zijn de projectleiders geinterviewd. Om inzicht te krijgen in het afzetten van groen gas op het gasnet zijn initiatiefnemers en verschillende EDB's geinterviewd. Met behulp van gegevens die door leveranciers verstrekt zijn, heeft ECN - met dezelfde methode die is gehanteerd bij het bepalen van de MEP-tarieven - enkele cases voor groen gas doorgerekend. De onrendabele topberekeningen zijn verkennend van aard. De berekeningen kunnen op dit moment niet worden gebaseerd op werkelijke projecten, maar zijn afgeleid uit projecten voor de productie van elektriciteit (en warmte). Marktverkenningen zijn uitgevoerd, maar uitgebreide marktconsultaties hebben niet plaatsgevonden. Het betreft een indicatieve exercitie ten behoeve van de beleidsvorming. In deze rapportage wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op opwerkingssystemen voor biogas, technische aspecten bij het leveren van groen gas aan het aardgasnet en de bedrijfstechnische ervaringen die initiatiefnemers hebben in Nederland en Europa. In hoofdstuk 3 wordt de productie van groen gas vergeleken met andere duurzame energieopties. ECN heeft met de methodiek die ook voor de onderbouwing van de MEP-tarieven is gehanteerd de onrendabele top

  3. Clean energy from a reliable source. Feasibility study on the use of geothermal heat from mine water for the city park Oranje Nassau and Heerlerheide Centre, Netherlands; Schone energie uit vertrouwde bron. Onderzoek naar de haalbaarheid van het benutten van aardwarmte uit het mijnwater voor het Stadspark Oranje Nassau en Heerlerheide Centrum

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Gommans, L.J.J.H.M. [Milieukundig Onderzoeks- en Ontwerp Buro BOOM, Maastricht (Netherlands); Kempen, G.W.P.J. [ARPAS Energy Contracting, Sittard (Netherlands); Van Tongeren, P.C.H. [Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek VITO, Mol (Belgium)

    2003-03-26

    The aim of the study on the title subject is to gain insight into the feasibility to use water from mines as a source for renewable energy and/or energy storage in an overall energy plan for the city Heerlen in the Netherlands. [Dutch] Het doel van de voorliggende studie is om inzicht te geven in de haalbaarheid om (aard)warmte middels het gebruik van mijnwater in te zetten als bron van duurzame energie en/of energieopslag binnen het plan 'centrum noord' voor Heerlen. Er wordt van uitgegaan dat er door de voormalige mijnbouwactiviteiten ondergronds een relatief grillig, door mensen gevormd kunstmatig reservoir is ontstaan, dat gevuld is met relatief warm water. Voor een goed inzicht in het type reservoir (opbouw) en het - vermoedelijke - reservoirgedrag, wordt in deze studie een analyse gegeven van de belangrijkste onderdelen van het reservoir, alsmede van die factoren die het reservoirgedrag (mede) sterk (kunnen) beinvloeden. Zaken als verwachte porositeiten, permeabiliteiten en reservoirvolume komen hierbij aan de orde. Eveneens wordt de gevonden informatie over watertemperatuur, chemische samenstelling, e.d, behandeld. Een beperkt deel van de voormalige mijninfrastructuur is gedigitaliseerd en de digitale gegevens zijn ondergebracht in een Geografisch Informatie Systeem (GIS). Tevens zijn in de rapportage enkele conceptuele mogelijkheden voor warmtewinning en/of opslag m.b.t. de lokale ondergrond aangegeven en worden bij een aantal aspecten de mogelijke risico's aangegeven.

  4. Sustainability pays. A reward system for sustainable producer and consumer behaviour; Duurzaam loont. Een beloningssysteem voor duurzaam consumentengedrag

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van Hilten, R. [QOIN, Amsterdam (Netherlands)

    2011-03-15

    local restaurants, local cultural offerings and visits to local farmers. Shops see an increase in their sales and profits in the 'sustainable' segment. In addition, specifically targeted advertising is possible because Sustainability Rewarded gives the retailer insight into the purchasing behaviour of consumers and particularly that of their own customers. The Municipality gets access to a cost-effective and tried-and-tested set of instruments to realize policy. Rewards are more effective and also more cost-effective than information campaigns. It stimulates the regional economy. An added bonus is that the municipality gets better information about the impact of their subsidy euro [Dutch] In DUURZAAM LOONT worden burgers beloond voor goed gedrag: minder energie gebruiken, afvalreductie, vaker op de fiets naar het werk, etc. Ook worden ze verleid vaker milieuvriendelijk, regionaal en duurzaam te kopen. Dit wordt bereikt door hen voor de juiste keuze te belonen met punten. Door punten in het vooruitzicht te stellen staan consumenten open voor nieuwe informatie die ze gebruiken om hun keuze aan te passen, om zo de beloning niet mis te lopen. Deze punten worden gespaard en later besteed aan andere regionale en/of duurzame producten (cadeautjes). Op deze wijze bindt het regionale bedrijfsleven koopkracht en kan zichzelf zo versterken. De overheid of winkelier betaalt altijd voor de uitgekeerde punten in euro's. Daarmee zijn alle punten in omloop altijd gedekt door een tegenwaarde in euro's. Deze kostenpost komt bij de overheid uit beleidsbudget, en bij de winkelier uit het marketingbudget. Het is mogelijk dat meerdere partijen uit de keten (bijvoorbeeld retailer en merkproducent) de kosten van de punten delen. Punten kunnen altijd door de burger worden verdiend en verzilverd voor zuinige producten, isolatiematerialen, klimaatneutrale producten, regionale producten, afvalpreventie en afvalscheiding, duurzame producten en diensten, gebruik van openbaar

  5. KONVERSI ENERGI BIOMASSA KOTORAN SAPI MELALUI RANCANGAN BIODIGESTER UNTUK RUMAH TANGGA

    OpenAIRE

    I Gede Bawa Susana; I Made Suartika

    2017-01-01

    Biomassa kotoran sapi mengandung energi berupa gas metan yang dapat digunakan sebagai bahan bakar. Pengolahan biomassa kotoran sapi menjadi bahan bakar dilakukan melalui proses konversi energi dalam suatu biodigester. Biodigester dibuat untuk kebutuhan rumah tangga dengan kapasitas 0,5997 m3 untuk waktu penyimpanan 30 hari.  Masyarakat yang memelihara sapi 2-3 ekor dapat menggunakan biodigester tipe plastik dan fixed dome dengan kapasitas tong plastik 250 liter. Hasil pengujian menunjukkan ba...

  6. Biomimicry. De natuur als inspiratiebron voor innovaties

    NARCIS (Netherlands)

    Segeren, A.; Vogelzang, T.A.

    2015-01-01

    LEI Wageningen UR heeft van het ministerie van Economische Zaken de opdracht gekregen om onderzoek te doen naar de stand van zaken en de mogelijkheden voor de verdere toepassing van biomimicry in Nederland. Deze brochure biedt een analyse van drie actuele praktijkvoorbeelden, inzicht in de impact op

  7. Assortiment-kanaalmatch voor biologische fair tradeproducten

    NARCIS (Netherlands)

    LEI,

    2008-01-01

    Stichting FairBites ontwikkelt middels een innovatief organisatiemodel biologische en fair trade voedingsproducten voor de out-of-home (OOH) markt. Deze producten zijn zeer beperkt beschikbaar in dit marktsegment dat ± 35% van de voedingsmarkt vertegenwoordigd. FairBites richt zich op jong

  8. Lean leiderschap voor (nog) betere teamprestaties

    NARCIS (Netherlands)

    van Dun, Desirée Hermina; Wilderom, Celeste P.M.

    2016-01-01

    Veel managers en teams hebben moeite om continu te blijven verbeteren. Recent onderzoek van de Universiteit Twente laat zien dat er bij het toepassen van lean meer aandacht nodig is voor gedragsontwikkeling van zowel medewerkers als leidinggevenden. Managers met bepaalde gedragskenmerken creëren een

  9. Byproducts for biofuels; Bijproducten voor biobrandstoffen

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Bondt, N.; Meeusen, M.J.G.

    2008-02-15

    This report examines the market for residues from the Dutch food and beverage industry, and the appeal of these residues for the production of bio-ethanol and biodiesel. The firstgeneration technology is readily suited to the conversion of no more than 29% of the 7.5 million tonnes of residues into biofuels. Moreover, when non-technological criteria are also taken into account virtually none of the residues are of interest for conversion into bioethanol, although vegetable and animal fats can be used to produce biodiesel. The economic consequences for sectors such as the animal-feed sector are limited. [Dutch] Dit rapport beschrijft de markt van reststromen uit de Nederlandse voedings- en genotmiddelenindustrie, en de aantrekkelijkheid van deze reststromen voor de productie van bioethanol en biodiesel. De eerstegeneratietechnologie kan slechts 29% van de 7,5 miljoen ton reststromen goed omzetten in biobrandstoffen. Als bovendien rekening wordt gehouden met niet-technische criteria blijken er voor bio-ethanol niet of nauwelijks reststromen interessant te zijn. Voor biodiesel kan wel gebruik worden gemaakt van de plantaardige en dierlijke vetten. De economische gevolgen voor onder meer de diervoedersector zijn beperkt.

  10. Verslag kennisbijeenkomst ‘crowdfunding voor eventmanagers’

    NARCIS (Netherlands)

    Slender, Hans

    2014-01-01

    Woensdag 22 oktober organiseerden Mieke Zijl (namens KennisCentrum Events Drenthe) en Hans Slender (namens Sportplein Groningen) gezamenlijk een kennisbijeenkomst over crowdfunding voor sportevenementen. Het programma vond plaats bij het TT Circuit in Assen en werd verzorgt door crowdfuncing expert

  11. Overheidsaansprakelijkheid voor schade bij legitiem strafvorderlijk handelen

    NARCIS (Netherlands)

    Dane, Nicole Marlèn

    2009-01-01

    De wetgever creëerde in 1926 een schadevergoedingsregeling voor de gewezen verdachte (art. 89-93 Sv) waardoor schade door rechtmatig toegepaste vrijheidsbenemende dwangmiddelen o.g.v. billijkheid kan worden vergoed. Daarna zette de ontwikkeling op dit terrein zich voort via de rechtspraak, zowel

  12. De fiets als maat voor de stedenbouw

    NARCIS (Netherlands)

    te Brömmelstroet, M.

    2012-01-01

    Het aanleggen van extra fietspaden zou meer mensen aan het fietsen moeten krijgen. Werkt dat ook zo? Kan de ruimtelijke inrichting het gedrag van fietsend Nederland beïnvloeden? De polycentrische structuur van ons land past in ieder geval goed bij de maat van de fiets en is bepalend voor de manier

  13. Zonneboiler voor vloerverwarming voorlopig nog te duur

    NARCIS (Netherlands)

    Wagenberg, van V.

    2003-01-01

    Op Praktijkcentrum Sterksel deden we afgelopen jaar onderzoek aan een zonneboiler. Deze leverde warm water dat gebruikt werd voor de vloerverwarming in kraamafdelingen en biggenopfokafdelingen. Het blijkt dat de zonneboiler een bijdrage had van 12% van de warmtevraag; een besparing van circa 340,-

  14. Gevaar VoIP voor telecomsector overdreven

    NARCIS (Netherlands)

    Deventer, M.O. van; Wegberg, M. van

    2004-01-01

    Het is een hype Voice-over-IP (VoIP) voor te stellen als een ontwrichtende technologie die de telecomindustrie ingrijpend zal veranderen. Maar hoe ontwrichtend is VoIP eigenlijk? Oskar van Deventer en Marc van Wegberg analyseren drie vormen van VoIP en laten zien dat alleen ‘VoIP-chat’ potentieel

  15. Total Energy. Sustainable cooling and heating in supermarkets; Total Energy. Duurzame koeling en verwarming supermarkten

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    NONE

    2011-03-15

    In 8 articles attention is paid to different aspects of cooling and heating in supermarkets: new coolants in the food retail sector, the climate plan of the Dutch Food Retail Association (CBL), he Round Table discussion with between CBL and supermarket chains about research results, approach and targets, the use of CO2 refrigeration in supermarkets, leakage of coolants from refrigerators and freezers in Dutch supermarkets, the energy efficient and environment-friendly refrigerator and freezer equipment of the distribution centre of supermarket chain C1000 in Raalte, Netherlands, changes for cooling techniques in the EIA energy list (Energy investment deduction scheme) and finally education options for the refrigeration industry in the Netherlands. [Dutch] In 8 artikelen wordt aandacht geschonken aan verschillende aspecten m.b.t. koeling en verwarming in supermarkten: nieuwe koelmiddelen in de 'food retail sector, het klimaatplan van de brancheorganisatie Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL), het Rondetafel overleg met de CBL en supermarktketens over onderzoeksresultaten, aanpak en doelen, de toepassing van CO2 koeling in supermarkten, lekkage van koelmiddelen uit koel- en vriesinstallaties in Nederlandse supermarkten, de energiezuinige en milieuvriendelijke koel-vriesinstallatie van het distributiecentrum van de supermarktketen C1000 in Raalte, wijzigingen voor koeltechniek in de EIA energielijst (Energie Investeringsaftrek subsidieregeling), en tenslotte opleidingsmogelijkheden voor de koeltechnische sector in Nederland.

  16. Onderzoek naar leverbot deel 1: Instrument voor bedrijfsanalyse op risicofacturen leverbotbestrijding

    NARCIS (Netherlands)

    Verwer, Cynthia; Verkaik, Jan; Neijenhuis, Francesca

    2017-01-01

    risico’s & kansen Een in Nederland afgekeurde lever met vergrote galgangen met aanwijzingen voor ontsteking. Leverbotbestrijding Instrument voor bedrijfsanalyse op risicofactoren risico’s & kansen

  17. Indicatoren voor bewusteloosheid = Indicators for unconsciousness

    OpenAIRE

    Gerritzen, M.A.; Hindle, V.A.

    2009-01-01

    In het kader van de wettelijke verplichting om dieren te beschermen vooraf en tijdens het slachten heeft LNV onderzoek gevraagd naar de (on)mogelijkheden van het in-line bepalen van de effectiviteit van verdovingsmethoden onder commerciële omstandigheden, met andere woorden beschikken we over voldoende betrouwbare indicatoren voor het vaststellen van bewusteloosheid in het slachtproces. In dit rapport zijn het resultaat van een literatuuronderzoek en van een enquête onder internationale exper...

  18. Regenwater opvangen voor het vee loont op Lagekostenbedrijf

    NARCIS (Netherlands)

    Blanken, K.

    2005-01-01

    Het Lagekostenbedrijf in Lelystad heeft ongeveer een jaar een proefopstelling gebruikt om regenwater op te vangen en als drinkwater voor het vee te gebruiken. De kosten voor het aanleggen van de watervoorziening zijn berekend en in een tabel weergegeven, evenals de besparing op de hoeveelheid

  19. Metriocnemus carmencitabertarum, een nieuwe dansmug voor Nederland (Diptera: Chironomidae)

    NARCIS (Netherlands)

    Kuper, J.T.; Moller Pillot, H.K.M.

    2012-01-01

    In augustus 2011 werd een larve van een dansmug gevonden in een emmer onder een dakgoot in Appingedam. Na uitkweken bleek het te gaan om Metriocnemus carmencitabertarum, een nieuwe soort voor Nederland. In het buitenland komt deze soort voor in met water gevulde natuurlijke kommen in rotsen en

  20. Workshop ALOUD 'Onderzoek voor, door en met de OU'

    NARCIS (Netherlands)

    Gijselaers, Jérôme; De Groot, Renate

    2015-01-01

    Vraagt u zich wel eens af wat de doorsnee kenmerken zijn van de OU-student? Hoeveel studenten daadwerkelijk starten met de studeren? Wie van deze groep succesvol zijn? En welke verschillen er zitten tussen de faculteiten? En wilt u meedenken over wat voor details we van studenten willen weten voor

  1. Een punt voor gym!? : beoordelen in de lichamelijke opvoeding

    NARCIS (Netherlands)

    Gertjan van Dokkum; dr. Lars B. Borghouts; drs Menno Slingerland

    2013-01-01

    Het is logisch dat je een cijfer krijgt voor wiskunde, Engels, Nederlands, scheikunde. Maar hoe zit het eigenlijk met het vak Lichamelijke Opvoeding? Leerlingen, ouders, de school, iedereen verwacht een 'punt voor gym' op het rapport. Maar het zal niet gauw voorkomen dat een leerling die op de

  2. Consument en cybersecurity : Een agenda voor Europese harmonisatie van zorgplichten

    NARCIS (Netherlands)

    Verbruggen, Paul; Wolters, P.T.J.

    Cybersecurity – de beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van ICT-toepassingen – is van groot belang voor onze maatschappij. In deze bijdrage wordt onderzocht of en in hoeverre Europese harmonisatie van civielrechtelijke zorgplichten voor cybersecurity van ICT-toepassingen aangeboden aan

  3. Hebben de COSO-modellen toegevoegde waarde voor de Rijksoverheid?

    NARCIS (Netherlands)

    Droogsma, J.

    2007-01-01

    In dit artikel wordt ingegaan op de toegevoegde waarde van de COSO-modellen voor de interne beheersing bij de Rijksoverheid. De aanleiding voor dit artikel is de rapportage van de Algemene Rekenkamer bij het jaarverslag van het Rijk over 2005. In deze rapportage geeft de Algemene Rekenkamer een

  4. 20 Jaar Interuniversitair Centrum voor Onderwijsonderzoek: een retrospectief

    NARCIS (Netherlands)

    van Merrienboer, J.J.G.; van Merrienboer, Jeroen; Wopereis, Iwan; Bosker, Roel; Creemers, Bert; de Jong, Anthonius J.M.; Scheerens, Jaap; Simons, P. Robert-Jan

    2009-01-01

    Het Interuniversitair Centrum voor Onderwijsonderzoek (ICO) bestaat meer dan 20 jaar. Dit artikel blikt terug op de ontwikkeling van de school en onderzoekt of de doelstellingen bereikt zijn: (1) het bevorderen van de kwaliteit van het wetenschappelijk onderwijs voor promovendi; (2) het bevorderen

  5. Kwaliteit biogas-CO2 voor toepassing in de glastuinbouw

    NARCIS (Netherlands)

    Dijk, van C.J.; Meinen, E.; Dueck, T.A.

    2014-01-01

    Een lijst van specificaties voor vloeibaar CO2 uit biogas moet voorkomen dat fytotoxische componenten vanuit het biogas meekomen met de CO2 stroom en een risico vormen voor de gewassen in glastuinbouw. Op basis van eerder uitgevoerde metingen in afgassen van vergistingsinstallaties is een lijst

  6. Overzicht kwaliteitsindicatoren regionale laboratoria voor Down syndroom screening - 2015 RIVM

    NARCIS (Netherlands)

    Bom E; Rodenburg W; PNB; I&V

    2017-01-01

    Het screeningslaboratorium van het RIVM is een van de zeven laboratoria in Nederland die de zogeheten combinatietest uitvoert voor zwangere vrouwen op de syndromen van Down, Edwards en Patau. Dit rapport beschrijft de kwaliteitsindicatoren van de analyses die het laboratorium uitvoert voor de

  7. Nieuwe ontwikkelingen in de bouw bieden marktkansen voor boomkwekerij

    NARCIS (Netherlands)

    Hop, M.E.C.M.

    2011-01-01

    Het beplanten van daken en gevels staat in de bouwwereld flink in de belangstelling. De beplanting biedt veel voordelen en diverse gemeenten in Nederland geven er al subsidie voor. Het is dan ook steeds interessanter om gebouwen te begroenen. Dat opent een markt voor kwekers.

  8. Randvoorwaarden ontwerp happy games voor ouderen met dementie

    NARCIS (Netherlands)

    Dr. A.L. Cordia

    2014-01-01

    Deze publicatie is in twee fasen tot stand gekomen tijdens het In Touch onderzoek. De eerste fase had als doel de randvoorwaarden te bepalen voor het ontwerpen van drie nieuwe iPad spellen voor ouderen met dementie en betrof een beperkt literatuuronderzoek op gerelateerde onderwerpen, daar

  9. Het belang van groot dood beukenhout voor paddestoelen

    NARCIS (Netherlands)

    Veerkamp, M.T.

    2003-01-01

    Derde artikel in een serie van drie over de rol van dood beukenhout voor de biodiversiteit. In Nederlandse beukenbossen op zowel zand- als kleigrond is onderzoek gedaan naar de paddestoelenflora op dode beukenstammen. Belangrijke factoren voor de soortensamenstelling blijken het verteringsstadium en

  10. TeSLA presentatie voor medewerkers van AMN

    NARCIS (Netherlands)

    Janssen, José

    2017-01-01

    Presentatie over Online toetsen voor medewerkers van AMN (www.amn.nl). Topics: assessment onderzoek Welten-instituut en meer in het bijzonder het TeSLA project waarin instrumenten voor authenticatie en auteurschap verificatie worden gecombineerd om betrouwbaar toetsen op afstand mogelijk te maken.

  11. Natuur en landschap voor mensen : achtergronddocument bij Natuurbalans 2007

    NARCIS (Netherlands)

    Vreke, J.; Donders, J.L.M.; Elands, B.H.M.; Goossen, C.M.; Langers, F.; Niet, de R.; Vries, de S.

    2007-01-01

    Dit WOT rapport analyseert twee aspecten. 1. ‘Mensen-voor-natuurbeleid’ dat erop is gericht om de houding en het gedrag van mensen ten opzichte van natuur te beïnvloeden, zodanig dat het draagvlak voor natuur en natuurbeleid toeneemt (zoals NME Natuur- en MilieuEducatie); 2.

  12. Working together. Best practices in sustainable utility building; Samen aan de slag. Best practices in duurzame utiliteitsbouw

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Franzen, E.; Verstraete, E.; Mathlener, R.; Wenting, R. [PricewaterhouseCoopers PwC, s.l. (Netherlands); De Waal, L.; Kuijpers, S.; Veendrick, P.; Scheelbeek, J. [Rabobank International, Utrecht (Netherlands); Fraanje, P. [Bouwend Nederland, Zoetermeer (Netherlands)

    2011-10-15

    Rabobank and PwC have taken the initiative to work with players in the construction and real estate sector to find success factors of sustainable construction of utility buildings. With the cooperation of industry leaders is a selection is made of case studies, quotes and findings. They are illustrative and should inspire to seek a personal interpretation of sustainability. [Dutch] Rabobank en PwC hebben het initiatief genomen om samen met spelers in de bouw- en vastgoedsector te zoeken naar succesfactoren van duurzame utiliteitsbouw. Met medewerking van toonaangevende bedrijven is een selectie gemaakt uit praktijkvoorbeelden, quotes en bevindingen. Ze zijn illustratief en moeten inspireren om op zoek te gaan naar een eigen invulling van duurzaamheid.

  13. Keurmerk voor sociaal aannamebeleid. Prestatieladder Socialer Ondernemer ook bruikbaar voor SW

    NARCIS (Netherlands)

    Smit, A.

    2012-01-01

    De Prestatieladder Socialer Ondernemen (PSO) geeft bedrijven die meer dan gemiddeld bijdragen aan werkgelegenheid voor personen met een afstand tot de arbeidsmarkt een erkenning. De PSO is 14 juni gelanceerd door TNO en ontwikkeld in samenwerking met onder andere zeven SW-bedrijven.ln dit artikeì de

  14. Wij kiezen bij arbeidsomstandigheden voor de grote A : personeelsbeleid is als hamburger voor McDonald's

    NARCIS (Netherlands)

    Bennink, T.; Vergouw, E.

    1998-01-01

    Leuk werken is - volgens Manager Human Resources Lydia van Dongen - een belangrijk aandachtspunt bij de hamburgergigant McDonald's. Daarvoor haalt het bedrijf alles voor uit de kast. Investeren in arbozorg loont. In dit artikel wordt verslag gedaan van een interview met Lydia van Dongen. Hierbij

  15. Zwangerschapsgym voor koeien : stimuleren van lichaamsbeweging in de droogstand zorgt voor een betere start van de lactatie

    NARCIS (Netherlands)

    Goselink, R.M.A.; Gosselink, J.M.J.; Ouweltjes, W.

    2010-01-01

    Is zwangerschapsgym goed voor koeien? Wageningen UR Livestock Research liet droge koeien rondstappen in een tredmolen om die vraag te beantwoorden. Uit de eerste resultaten van het onderzoek blijkt dat extra beweging in de droogstand zorgt voor actievere en gezondere verse koeien.

  16. Onderstam M.8 als alternatief voor M.9 : vraag naar minder gevoelige onderstam voor bacterievuur neemt toe

    NARCIS (Netherlands)

    Steeg, van der P.A.H.; Maas, F.M.

    2012-01-01

    Bacterievuur is in toenemende mate een bedreiging voor de appelteelt in Europa. Nederlandse boomkwekers produceren veel onderstammen en bomen bestemd voor export naar vrijwel alle landen in Europa. Door het toenemende handelsverkeer van plantmateriaal in de EU neemt de kans op verspreiding van en

  17. Kajian Kualitas Briket Biomassa dari Sekam Padi dan Tempurung Kelapa

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Idzni Qistina

    2016-12-01

    Full Text Available Abstrak Biomassa seperti sekam padi dan tempurung kelapa dapat menjadi sumber bahan baku briket sebagai salah satu energi alternatif pengganti bahan bakar fosil (minyak bumi.Penelitian ini bertujuan untuk mengkaji kualitas briket sekam padi dan tempurung kelapa melalui proses semi-karbonisasi pada temperatur antara 50-125 0C dengan durasi waktu proses 50-120 menit. Proses pembuatan briket meliputiproses semi-karbonisasi, pencampuran biomassa dengan perekat, pencetakan, pengeringan, dan uji kualitas briket. Pengujian kualitas briket meliputi analisis briket yaitu nilai kalor, kadar air, fixed carbon, volatile matter, abu, dan analisis ultimat. Disamping itu juga dilakukan uji kuat tekan, pengukuran emisi gas, dan uji termal briket yang dihasilkan.Hasilnya menunjukkan penurunan kadar air bahan baku briket sekam padi dan tempurung kelapa membutuhkan energi masing-masing 8.54% dan 4.97% dari proses karbonisasi murni yang menghasilkan semi arang. Nilai kalor briket sekam padi maupun tempurung kelapa mengalami penurunan masing-masing 9.72% dan 7.21% jika dibandingkan dengan bahan bakunya.Gas emisi dari briket sekam padi dan tempurung kelapa yaitu gas NOx, SOx, CO, dan hidrokarbon (HC masih di bawah baku mutu yang dipersyaratkan. Hasil uji termal briket menunjukkan efisiensi termal briket sekam lebih baik dibandingkan briket tempurung kelapa dengan nilai efisiensi masing-masing sebesar 31.13% dan 22.28%. Kata kunci: Briket sekam padi, briket tempurung kelapa, semi karbonisasi, emisi gas, efisiensi termal. Abstract   Biomass energy, among others, rice husk and coconut shell can be an alternative energy source to replace fossil fuels (petroleum. This study aims to assess the quality briquettes rice husk and coconut shell with raw materials through semi-carbonization process at a temperature between 50-125 0C with a duration of 50-120 minutes of processing time. Briquetting process meliputu semi-carbonization, refining raw materials and sieving made

  18. Subsidies and sustainable development. Case studies in the Flemish agricultural and housing policies; Subsidies en duurzame ontwikkeling. Casestudies in het Vlaamse landbouw- en woonbeleid

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Bachus, K. [Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving HIVA, KU Leuven, Leuven (Belgium)

    2012-04-15

    This paper is the 2nd research paper as part of the Centre for Sustainable Development project on the theme 'subsidies and sustainable development'. Attention is given to an application of the methodology to map subsidies. In the 1st paper the concept and method are discussed. The method was used for two Flemish subsidies: (1) the Flemish Renovation Incentive and Surcharge Rights in the Flemish agricultural sector [Dutch] Dit paper is het 2e onderzoekspaper in het kader van het Steunpunt Duurzame Ontwikkeling over het thema 'subsidies en duurzame ontwikkeling'. Aandacht wordt besteed aan een toepassing van de methodologie om subsidies in kaart te brengen. In het 1e paper werden de concepten en de methoden besproken. De methode werd toegepast op twee Vlaamse subsidies, namelijk de Vlaamse Renovatiepremie en de Toeslagrechten in de Vlaamse landbouw.

  19. Sustainable eye-catcher. Greenhouse complex Anthura in Bleiswijk, Netherlands; Duurzame blikvanger. Kassencomplex Anthura in Bleiswijk

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Overeijnder, F. [Overeijnder Van den Dool, Capelle aan den IJssel (Netherlands); Snellens, N.C. [Priva, De Lier (Netherlands)

    2011-06-15

    The architecture is impressive and a true eye catcher. Anthura's greenhouse building complex seems futuristic, but also stems from the design of the impressive greenhouses of the Royal Botanic Gardens of Kew, in London and the distinguished orangeries of castles and palaces. At the same time, the complex is a beautiful and modern example of sustainable and innovative entrepreneurship in glasshouse horticulture. The new 'Hortus Anthura' offers a pleasant and healthy climate for both crops and employees, is a great addition to the surrounding area, saves the environment and the climate and provides higher quality products. [Dutch] De indrukwekkende architectuur is een regegrechte blikvanger. Het kassencomplex van Anthura in Bleiswijk doet futuristisch aan, maar grijpt ook terug op de vormgeving van indrukwekkende greenhouses in de Royal Botanic Gardens van Kew in Londen en de deftige oranjerieen van kastelen en paleizen. Tegelijk is het complex een fraai en actueel voorbeeld van duurzaam en innovatief ondernemen in de glastuinbouw. De nieuwe 'Hortus Anthura' biedt zowel de planten als de medewerkers een goed leefklimaat, is een aanwinst voor de omgeving, spaart milieu en klimaat en levert een kwalitatief beter product.

  20. DEUGD. Sustainable energy from concentrated flows in Deventer, Netherlands; DEUGD. Duurzame Energie Uit Geconcentreerde stromen Deventer

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Telkamp, P.; Flameling, A.G. [Tauw, Deventer (Netherlands); Wempe, J.F.D.B.; De Wit, J.B. [Saxion Hogeschool, Deventer (Netherlands)

    2011-12-15

    The Dutch DEUGD project looks at options for expanding the energy produced at the sewage water treatment plant in Deventer (biogas) with concentrated toilet water (blackwater)and organic kitchen waste from new dwellings in the north of Deventer. The research focuses on the feasibility of using the energy content of waste water and organic kitchen waste in the north of Deventer for heating housing projects. Starting point is to first use the existing infrastructure of the sewage water treatment plant (existing sludge digestion and CHP) and subsequently (medium-term) expansion of this infrastructure or of the delivery of biogas. This report presents the results of this feasibility study [Dutch] In het project DEUGD wordt vastgesteld of het mogelijk is om de energie die op de rwzi (rioolwaterzuiveringsinstallatie) Deventer wordt geproduceerd in de vorm van biogas te vergroten met geconcentreerd toiletwater (zwartwater) en organisch keukenafval (GF) uit nieuwe woningen in het noorden van Deventer. Het onderzoek richt zich op de haalbaarheid om de energie-inhoud van het afvalwater en het organisch keukenafval te gebruiken in het noorden van Deventer voor de verwarming van woningbouwprojecten. Uitgangspunt is in eerste instantie het gebruiken van de bestaande infrastructuur op de rwzi (bestaande slibgisting en Warmte-Kracht Koppeling (WKK)) en in tweede instantie (middellange termijn) een uitbreiding van deze infrastructuur of het leveren van biogas. In deze rapportage wordt verslag gedaan van de uitkomsten van dit haalbaarheidsonderzoek.

  1. Biomassa sustentável de juvenis de pirarucu em tanques-rede de pequeno volume

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Cavero Bruno Adan Sagratzki

    2003-01-01

    Full Text Available O objetivo deste trabalho foi estimar a biomassa sustentável de juvenis de pirarucu Arapaima gigas (Cuvier, 1829 mantidos em tanquesrede de pequeno volume. Durante 200 dias os peixes foram estocados em quatro tanques-rede de 1 m³, cada um com biomassa inicial total de 0,84±0,14 kg (21 peixes/tanque-rede. Os tanquesrede foram colocados em um viveiro de 50 m² com renovação constante de água. Os índices do fator de condição, da conversão alimentar, do crescimento específico e do ganho de biomassa revelaram que a biomassa sustentável de juvenis de pirarucu para a criação intensiva em tanques-rede de 1 m³ foi de aproximadamente 29 kg. O comprimento alcançado pelo peixe, no espaço reduzido do tanque-rede, é um fator limitante para manter bons índices zootécnicos.

  2. Biomassa de mudas de pepinos híbridos conduzidos sob ambientes protegidos

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Edilson Costa

    2010-01-01

    Full Text Available O estudo de oleráceas no Estado de Mato Grosso do Sul, especialmente na região do Pantanal, é fundamental para o desenvolvimento do comércio local e sustentabilidade dos pequenos produtores que circunvizinham as áreas urbanas. Neste contexto, foi desenvolvido experimento com produção de mudas de pepino, estudando o acúmulo de biomassa aérea e radicular dos híbridos Aladdin F1, Nikkey, Safira e Nobre F1, em diferentes ambientes de cultivo e substratos. O experimento foi realizado em 2007, utilizando três ambientes de cultivo: (A1 estufa plástica; (A2 viveiro telado com sombrite® e (A3 viveiro telado com aluminet®. Foram utilizadas três composições de substratos S1 (solo + fibra de coco; S2 (solo + pó-de-serra e S3 (solo + composto orgânico. A resposta dos híbridos de pepinos em termos de biomassa seca das mudas dependeu do substrato e do ambiente de cultivo. O substrato "solo e fibra de coco" promoveu maior acúmulo de biomassa na estufa e no viveiro com tela de monofilamento. O substrato "solo e composto orgânico" proporcionou maior biomassa aérea no viveiro com aluminet®. O híbrido 'Safira' acumulou maior biomassa radicular nos telados e no substrato "solo e fibra de coco". O híbrido 'Nikkey' acumulou maior biomassa radicular no viveiro com aluminet® e no substrato "solo e fibra de coco", sem diferir de "solo e pó-de-serra". Os híbridos 'Aladdin F1' e 'Nobre F1' acumularam biomassa radicular similar nos ambientes; 'Aladdin F1' teve maior acúmulo com os substratos "solo e composto orgânico" e "solo e fibra de coco", e 'Nobre F1', maior acúmulo com "solo e fibra de coco", sem diferir de "solo e pó-de-serra".

  3. Enquête naar het gewasbeschermingsgedrag van telers en hun houding tegenover het gewasbeschermingsbeleid. Tussenevaluatie nota Duurzame Gewasbescherming, deelrapport Economie 2

    NARCIS (Netherlands)

    Lauwere, de C.C.; Bremmer, J.; Gaag, van der D.J.; Linden, van der T.; Meer, van der R.W.; Netjes, A.; Spruijt, J.; Wal, van der E.

    2006-01-01

    Een belangrijk onderdeel van het deelproject economie is een enquête die is gehouden onder 410 telers uit acht sectoren. De geïnterviewde telers staan positief tegenover het gewasbeschermingsbeleid (goed voor het milieu en goed voor het imago), maar zijn ook ongerust over vermeend

  4. Fósforo da biomassa microbiana em solos sob diferentes sistemas de manejo

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    D. S. Rheinheimer

    2000-09-01

    Full Text Available A biomassa microbiana assume papel importante na reciclagem do fósforo em solos tropicais e subtropicais. Este trabalho teve por objetivo quantificar o teor de fósforo armazenado na biomassa microbiana em solos submetidos a diferentes métodos de preparo e sucessões de culturas. Para tal, foram utilizados quatro experimentos, instalados em diferentes locais no Rio Grande do Sul a partir de 1979, envolvendo métodos de preparo do solo e sucessões de culturas. Em 1997, coletaram-se amostras de solos nos sistemas plantio direto e cultivo convencional, com várias sucessões de culturas, em três camadas de solo. O fósforo acumulado na biomassa microbiana foi determinado por fumigação-extração. O fósforo na biomassa não diferiu entre os métodos de preparo do solo no Latossolo Vermelho Distroférrico típico, mas foi maior no sistema plantio direto em comparação ao cultivo convencional no Latossolo Vermelho Distrófico típico e Argissolo Vermelho Distrófico típico. O cultivo de diferentes plantas anuais não afetou os teores de fósforo microbiano. O fluxo anual de P através da biomassa microbiana variou de 8 a 22 mg dm-3 ano-1 e, no Argissolo Vermelho Distrófico típico, foi maior no sistema plantio direto do que no cultivo convencional.

  5. Towards a broader weighing and regulating framework for investments in interconnectors. The societal cost benefit analysis; Naar een breder afwegings- en reguleringskader voor investeringen in interconnectoren. De Maatschappelijke Kosten-Baten Analyse (MKBA)

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Sijm, J.P.M.; Welle, A.J. van der [ECN Policy Studies, Petten (Netherlands); Tieben, B.; Hof, B.; Kocsis, V. [SEO Economisch Onderzoek, Amsterdam (Netherlands)

    2013-04-15

    Interconnectors that link national grids are important for further integration of the European electricity grid. Against this background, the main question of this study is as follows: What does a broadened assessment and regulatory framework for investments in interconnectors look like which secures optimal contribution of these investments to the social welfare of the involved countries? To answer this question, the broadened assessment framework is developed first, i.e. the Social Cost-Benefit Analysis (SCBA). Next, the implications for the regulatory framework are analysed with regard to the following three aspects: (1) cost allocation, (2) network planning, and (3) efficiency versus investment incentives. Finally, a case study is conducted of a 'fictitious but realistic' investment project in interconnection to illustrate how certain social effects from the developed SCBA framework can be practically and concretely established [Dutch] Interconnectoren voor de verbinding tussen nationale netwerken zijn belangrijk voor de verdere integratie van het Europese elektriciteitsnetwerk. In het huidige afwegingskader worden investeringsbeslissingen ten aanzien van interconnectoren in Nederland genomen door de nationale netwerkbeheerder, TenneT, na goedkeuring door het Ministerie van Economische Zaken (EZ), gebaseerd op een advies van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa). Binnen dit kader baseert TenneT zijn investeringsbeslissingen in het bijzonder op de kosten en handelseffecten van de interconnector. Een belangrijke beperking van dit kader is dat er relatief weinig aandacht wordt besteed aan andere overwegingen en (externe) effecten, zowel positief als negatief, zoals de effecten op meer marktintegratie en concurrentie, de voorzienings- en leveringszekerheid van elektriciteit, de inpassing van duurzame elektriciteit in het net, milieueffecten, de effecten op netwerkcongestie en op investeringen in nieuwe productiecapaciteit. De vraag is nu hoe zowel

  6. Effective policy for sustainable behavior. A thematic comparison [in the Netherlands]; Effectief beleid voor duurzaam gedrag. Een thematische vergelijking [in Nederland

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Brunsting, S.; Uyterlinde, M.; Tigchelaar, C.; Pol, M. [ECN Beleidsstudies, Petten (Netherlands); Breukers, S.; Mourik, R.; Backhaus, J.; Mathijsen, T. [DuneWorks, Eindhoven (Netherlands)

    2013-07-15

    behaviour; (e) allow for sufficient time to let behavioural change diffuse through society and support this process with consistent programmes and policies. In the wider context, programs and interventions would benefit from a more integrated policy approach to sustainable behaviours across domains. Furthermore, particularly at times when the government is withdrawing and investments in sustainable behavioural programmes are decreasing, it is vital to allow local governments, intermediary parties, stakeholders and end users as much freedom as possible to link and cooperate as they see fit. Finally, to foster the growth of such local initiatives, there is a need for platforms to facilitate the exchange of knowledge and expertise and to connect initiatives at different levels [Dutch] Als achtergrondstudie voor het advies Duurzame gedragspatronen zijn twee onderzoeken uitgevoerd naar effectief beleid voor duurzaam gedrag (1) in Nederland en (2) internationaal. De twee rapporten beschrijven een aantal beleidscases die vanuit gedragskundig perspectief geanalyseerd zijn. De bestudeerde thema's en de te analyseren beleidscases: Huishoudelijk energiegebruik: Blok voor blok/ Meer met Minder en energielabels voor woningen en huishoudelijke apparaten; Voedselconsumptie: smaaklessen en stadslandbouw; Persoonlijke mobiliteit: het nieuwe rijden en mobiliteitsmanagement (spitsmijden Noord-Brabant); Huishoudelijk afval: Plastic Heros en Diftar (gedifferentieerde afvaltarieven). Dit rapport is de thematische vergelijking voor Nederland.

  7. Effective policy for sustainable behavior. A thematic comparison [in the Netherlands]; Effectief beleid voor duurzaam gedrag. Een thematische vergelijking [in Nederland

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Brunsting, S.; Uyterlinde, M.; Tigchelaar, C.; Pol, M. [ECN Beleidsstudies, Petten (Netherlands); Breukers, S.; Mourik, R.; Backhaus, J.; Mathijsen, T. [DuneWorks, Eindhoven (Netherlands)

    2013-07-15

    behavioural change diffuse through society and support this process with consistent programmes and policies. In the wider context, programs and interventions would benefit from a more integrated policy approach to sustainable behaviours across domains. Furthermore, particularly at times when the government is withdrawing and investments in sustainable behavioural programmes are decreasing, it is vital to allow local governments, intermediary parties, stakeholders and end users as much freedom as possible to link and cooperate as they see fit. Finally, to foster the growth of such local initiatives, there is a need for platforms to facilitate the exchange of knowledge and expertise and to connect initiatives at different levels [Dutch] Als achtergrondstudie voor het advies Duurzame gedragspatronen zijn twee onderzoeken uitgevoerd naar effectief beleid voor duurzaam gedrag (1) in Nederland en (2) internationaal. De twee rapporten beschrijven een aantal beleidscases die vanuit gedragskundig perspectief geanalyseerd zijn. De bestudeerde thema's en de te analyseren beleidscases: Huishoudelijk energiegebruik: Blok voor blok/ Meer met Minder en energielabels voor woningen en huishoudelijke apparaten; Voedselconsumptie: smaaklessen en stadslandbouw; Persoonlijke mobiliteit: het nieuwe rijden en mobiliteitsmanagement (spitsmijden Noord-Brabant); Huishoudelijk afval: Plastic Heros en Diftar (gedifferentieerde afvaltarieven). Dit rapport is de thematische vergelijking voor Nederland.

  8. Concurrentie uit onverwachte hoek voor aanbieders live sportcontent

    NARCIS (Netherlands)

    Rene Foolen

    2016-01-01

    We bevinden ons in een snel veranderend medialandschap. Technologische ontwikkelingen zorgen voor veranderingen in het mediagedrag van de consument. On demand kijken is volledig ingeburgerd en zeker Millennials kijken nauwelijks nog op een lineaire manier televisie. Live sport lijkt een

  9. Haze-factor maakt plaats voor F-scatter

    NARCIS (Netherlands)

    Swinkels, G.L.A.M.

    2014-01-01

    Uitgelicht licht & scherming - Wageningen UR Glastuinbouw deed vorig jaar onderzoek naar een methode om de lichtspreiding onder diffuus glas te karakteriseren. dit resulteerde in een nieuwe waarde, de zogenaamde F-scatter voor voorwaartse lichtspreiding. Leveranciers van glas en

  10. Living Lab voor Informatiemanagement in Agri-Food

    NARCIS (Netherlands)

    Wolfert, J.

    2010-01-01

    Het Living Lab is een specifieke open innovatie aanpak waarbij in feite het laboratorium naar de praktijk wordt gebracht. het Agri-Food Living lab is een informatiemanagementsysteem specifiek voor de agri-food sector.

  11. Risico's van imidacloprid in oppervlaktewater voor de mens

    NARCIS (Netherlands)

    Smit CE; Bodar CWM; te Biesebeek JD; Wolterink G; SEC; SIR; mev; vgc

    2011-01-01

    Het RIVM heeft de risico's voor de mens beoordeeld als gevolg van de aanwezigheid van imidacloprid in oppervlaktewater. Imidacloprid is een insecticide dat in Nederlands oppervlaktewater is aangetroffen in concentraties die hoger zijn dan de geldende waterkwaliteitsnormen. Mensen kunnen met

  12. Tussen de oren, voor paard en pony in praktijk

    NARCIS (Netherlands)

    Bruin, G.; Knaap, J.; Smolders, E.A.A.; Spek, van der M.C.

    1997-01-01

    Dit boek is echter voor tussen de oren van de eigenaar, verzorger, ruiter of amazone. Het bevat praktische adviezen op het gebied van voeding, opfok, gezondheid, africhting, vruchtbaarheid, beweiding en bodems

  13. Voore Farm Teenused : nagu Agritechnica näitus

    Index Scriptorium Estoniae

    2016-01-01

    Voore Farm Teenuste tehnikapargis on kokku üle 80 erineva masina. Efektiivne tehnikapark võimaldab pakkuda mõistliku hinna eest teenust ka teistele põllumajandusettevõtetele. Vestlusest ettevõtte juhatuse liikme Henrik Klammeriga

  14. Snoezelen in de zorg: handboek voor de praktijk: deel 4 voor leidinggevenden en beleidsmakers: achtergrond en onderzoeksresultaten.

    NARCIS (Netherlands)

    Weert, J. van; Peter, J.; Janssen, B.; Vruggink, F.; Dulmen, S. van

    2005-01-01

    Naar aanleiding van het NIVEL-onderzoek naar de effecten van snoezelen (zintuigactivering) in de 24-uurszorg aan demente verpleeghuisbewoners is nu een handboek verschenen. Het handboek is bedoeld voor verzorgenden, verzorgenden in opleiding, leidinggevenden en beleidsmakers. Verzorgenden (in

  15. Acta Neuropsychiatrica; Tijdschrift voor een hedendaagse neuropsychiatrie.

    Science.gov (United States)

    Verhey, F H

    1989-09-01

    Samenvatting De psychiatrie benist op een evenwichtige combinatie van gedragswetenschappelijke (ontwikkelingspsychologische en sociale) en natuurwetenschappelijke (neuropsychiatri-sche) dementen. Ofschoon klinici werkzaam in de gezondheidszorg er vaak in slaagden dit evenwicht rede-lijk te handhaven, werd de officiële psychiatrie tot voor kort meestal nogal modieus gedomineerd door een van deze deelgebieden. Uitgroei tot volwassenheid van de psychiatrie vraagt in deze fase om een aanvulling van de in de laatste decennien sterk tot de verbeelding sprekende psychologische en sociale dementen met de verworvenhe-den van een nieuwe neuropsychiatrie. Geschetst wordt waar uit deze verworvenheden bestaan en hoe deze effectief in de psychiatrische gezondheidszorg onderwijs en onderzoek ingebouwd kunnen worden. Het binnen de psychiatrie tot ontwikkeling brengen van een toegepaste klinische psychofysiologie van essentieel belang.

  16. Estimativas de biomassa para plantas de bambu do gênero Guadua

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Francelo Mognon

    2014-12-01

    Full Text Available Este trabalho objetivou ajustar equações para estimar a biomassa total de plantas de bambu, do gênero Guadua, bem como comparar o ajuste de equações por regressão linear com a técnica de mineração de dados. Foram utilizados 38 colmos de bambu, nos quais foram mensuradas as variáveis diâmetro à altura do peito (dap, diâmetro do colo do colmo e altura do colmo, seguido da determinação de massa total por método destrutivo. A biomassa determinada em 25 colmos foi utilizada para ajuste de equações pelo método dos mínimos quadrados e 13 colmos serviram para a validação da melhor equação. As frações de biomassa por compartimento diferem significativamente (p < 0,05 entre si. A maior fração da biomassa corresponde ao colmo, representando 69,2% do total, seguida pela dos rizomas, dos galhos e da folhagem, com 15,7; 10,8 e 4,2%, respectivamente. A melhor equação ajustada para estimar a biomassa total apresentou coeficiente de determinação de 0,93 e erro padrão da estimativa de 15%. Já a técnica de mineração de dados apresentou coeficiente de determinação de 0,81, com erro padrão de 23,8%. Pode-se estimar acuradamente a biomassa de Guadua por regressão linear e por mineração dos dados. Neste trabalho, o método de regressão apresentou melhor desempenho. A limitação de dados pode ser o fator determinante para o pior desempenho da técnica de mineração de dados, pois requer uma massa de dados mais ampla para funcionar satisfatoriamente.

  17. STUDI EKSPERIMEN PEMILIHAN BIOMASSA UNTUK MEMPRODUKSI GAS ASAP CAIR ( LIQUID SMOKE GASES SEBAGAI BAHAN PENGAWET

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Sugeng Slamet

    2015-04-01

    Full Text Available ABSTRAK Pengertian umum asap cair merupakan suatu hasil destilasi atau pengembunan dari uap hasil pembakaran tidak langsung maupun langsung dari bahan yang banyak mengandung karbon dan senyawa- senyawa lain. Bahan baku yang banyak digunakan untuk membuat asap cair adalah kayu, bongkol kelapa sawit, ampas hasil penggergajian kayu, dan lain-lain. Pembuatan asap cair menggunakan metode pirolisis yaitu peruraian dengan bantuan panas tanpa adanya oksigen atau dengan jumlah oksigen yang terbatas. Biasanya terdapat tiga produk dalam proses pirolisis yakni: gas, pyrolisis oil, dan arang, yang mana proporsinya tergantung dari metode pirolisis, karakteristik biomassa dan parameter reaksi. Metode yang dilakukan diawali dengan melakukan rancang bangun unit pirolisator lengkap dengan perangkat kondensor dengan pipa tembaga tipe spiral untuk memproduksi gas asap cair dari bahan biomassa yang dipilih yaitu tempurung kelapa dan sampah organik. Metode Pirolisis yang merupakan proses reaksi penguraian senyawa-senyawa penyusun kayu keras menjadi beberapa senyawa organik melalui reaksi pembakaran kering pembakaran tanpa oksigen. Reaksi ini berlangsung pada reaktor pirolisator dengan variasi temperatur 150oC, 250oC dan 300oC selama 8 jam pembakaran. Asap hasil pembakaran dikondensasi dengan kondensor yang berupa pipa tembaga melingkar. Hasil dari proses pirolisis diperoleh tiga produk yaitu asap cair, tar, dan arang. Kondensasi dilakukan dengan pipa atau koil melingkar yang dipasang dalam bak pendingin. Air pendingin dapat berasal dari air hujan yang ditampung dalam bak penampungan. Hasil yang diperoleh dari penelitian ini adalah biomassa tempurung kelapa menghasilkan jumlah senyawa fenol lebih besar 30-33%. Hal ini menunjukkan bahwa pada jenis biomassa ini lebih unggul dalam fungsi sebagai antioksidan, karena kaya akan kandungan senyawa fenol, sehingga lebih optimal dalam hal menghambat kerusakan pangan dengan cara mendonorkan hidrogen. Sedangkan biomassa cangkang

  18. Pemanfaatan Limbah Biomassa Cangkang Kakao Dan Kemiri Sebagai Bahan Bakar Briket (Utilization of Biomass Wastes From Cocoa and Candlenut Shells as Fuel Briquette)

    OpenAIRE

    Saptoadi, Harwin; Syamsiro, Moch; Tambunan, Bisrul Hapis

    2007-01-01

    ABSTRAK  Biomassa adalah sumber energi utama jutaan manusia di dunia, akan tetapi penggunaannya menurun ketika batubara, minyak dan gas tersedia cukup melirnpah. Namun akhir-akhir ini perhatian muncul kembali karena terjadinya krisis energi dan isu-isu lingkungan. Pemanfaatan biomassa untuk menggantikan bahan bakar fosil dapat menurunkan persoalan emisi CO2 global. Penelitian ini bertujuan untuk mengkaji alternatif sumber energi terbarukan dengan pemanfaatan limbah biomassa cangkang kakao...

  19. Focusing on sustainable energy ambitions in the area development process. 2. ed.; Centraal stellen van duurzame energieambities in het gebiedsontwikkelingsproces

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    NONE

    2011-03-15

    Many local authorities have established firm energy ambitions. Making the built environment more sustainable, both by means of energy saving measures and by making the remaining energy use sustainable, are important focus points. The question rises how sustainable energy ambitions can be embedded in the area development process. Area developments related to new buildings or demolition/new building projects often involve lengthy and complex projects. Projects in which many parties and interests play a role, in which many instruments can be used and energy concepts can be applied. This report provides an overview of the area development process and the corresponding instruments and concepts. [Dutch] Veel gemeenten hebben stevige energieambities vastgesteld. Verduurzaming van de gebouwde omgeving, zowel door energiebesparingsmaatregelen als door het duurzaam invullen van het resterende energieverbruik, zijn daarbij belangrijke aangrijpingspunten. De vraag is hoe duurzame energieambities goed verankerd kunnen worden in het gebiedsontwikkelingsproces. Bij gebiedsontwikkeling van nieuwbouw of sloop/nieuwbouw projecten gaat het vaak om langdurige complexe projecten. Projecten waarbij vele partijen en belangen een rol spelen, diverse instrumenten kunnen worden gebruikt en energieconcepten kunnen worden toegepast. Dit rapport geeft een overzicht van het gebiedsontwikkelingsproces en de bijbehorende instrumenten en concepten.

  20. Transition pathway for climate-neutral mushroom cultivation. The agenda for a climate-neutral and economic effective mushroom cultivation in 2020; Transitiepad klimaatneutrale paddenstoelenteelt. De agenda voor een klimaatneutrale en economisch rendabele paddenstoelenteelt in 2020

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Suurmeijer, J.M. [Grontmij, Amersfoort (Netherlands); Hilkens, J. [AdVisie, Herkenbosch (Netherlands)

    2011-11-15

    To realize the ambition of climate-neutral and economically viable mushroom cultivation in new businesses as of 2020, a vision and a transition pathway need to be developed. The energy saving options discussed in the report 'Onderzoek naar het energiezuinig paddenstoelenbedrijf anno 2010' ('Study of an energy efficient mushroom cultivation business in 2010') serve as starting point. Three transition pathways have been developed. Each transition pathway contributes to a future-proof mushroom cultivation sector, to increasing energy efficiency or to deployment of sustainable energy in the mushroom cultivation sector [Dutch] Voor het realiseren van de ambitie om vanaf 2020 in nieuwe bedrijven klimaatneutraal en economisch rendabel paddenstoelen te kunnen telen, dient een visie en een transitiepad te worden opgesteld. De energiebesparingsopties uit het rapport 'Onderzoek naar het energiezuinig paddenstoelenbedrijf anno 2010' dienen hierbij als uitgangspunt. Er zijn drie transitiepaden ontwikkeld. Elk transitiepad geeft zijn bijdrage aan een toekomstbestendige paddenstoelensector, aan het verhogen van de energie-efficiency of aan de toepassing van duurzame energie in de paddenstoelensector.

  1. Energy efficiency ground-source energy system, Environmental Protection Law, article 'Heat and cold storage, value for money'; Energierendement bodemenergiesysteem, Wet milieubeheer, artikel 'WKO, waar voor je geld'

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Lambregts, E.G.M.; Teunissen, P.O.M.; Beukenhorst, E.

    2013-01-15

    Upscaling of ground-source energy systems can contribute to heat and cold storage systems and thus reduce CO2 emission for the Amsterdam municipality. Based on the results of the project 'Heat and cold storage; Value for money' a proposal was made to the Dutch Ministry of Infrastructure and Environment to include a regulation 'energy efficiency heat and cold storage' in the Environmental Protection Law [Dutch] In het kader van de CO2 doelstelling van Amsterdam om 40% CO2 te reduceren in 2025 t.o.v. van 1990 wordt de verdere opschaling van de techniek bodemenergiesysteem gezien als een techniek die in belangrijke mate kan bijdragen aan de pijler 'transitie duurzame warmte en koude'. Op landelijk en gemeentelijk niveau werd gesignaleerd dat (open) bodemenergiesystemen in de exploitatiefase veelal onvoldoende functioneerden. In dit rapport wordt op basis van de resultaten van het project 'WKO, waar voor je geld' een voorstel aan het Ministerie van I en M gedaan om een voorschrift 'energierendement wko' op te nemen in het Activiteitenbesluit Wet milieubeheer.

  2. Groen voor lucht : van theorie naar groene praktijk, toepassingen om lucht te zuiveren

    NARCIS (Netherlands)

    Kuypers, V.H.M.; Vries, de E.A.

    2007-01-01

    Afgelopen periode zijn grote bouwprojecten stilgelegd vanwege het overschrijden van Europese luchtkwaliteitsnormen. De zoektocht naar allerlei mogelijke oplossingen voor dit probleem is versneld in gang gezet. In een eerdere Alterra publicatie (Brochure Groen voor Lucht) wordt beschreven op welke

  3. Evaluatie van het evenwichtspartitieconcept voor zware metalen in bodems en sedimenten

    NARCIS (Netherlands)

    Janssen RPT; Swartjes FA; van den Hoop MAGT; Peijnenburg WJGM; ECO

    1996-01-01

    Een evaluatie is uitgevoerd van de toepasbaarheid van het evenwichtspartitieconcept (EP) voor zware metalen en de daarbij gehanteerde partitiecoefficienten bij de afleiding van integraal afgestemde milieukwaliteitsdoelstellingen voor bodem en sediment. Een partitiecoefficient (Kp) geeft de

  4. Produção de biomassa florestal para energia em sistemas agroflorestais

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Gabriel Browne de Deus Ribeiro

    2017-12-01

    Full Text Available O objetivo dessa revisão foi avaliar o potencial da produção de biomassa florestal com fins energéticos em Sistemas Agroflorestais (SAFs. O uso da madeira e de resíduos florestais para energia tem sido bastante estimulado no Brasil e no mundo nas últimas décadas, em razão de questões ambientais e da sua viabilidade técnica e econômica. No entanto, seu desenvolvimento em SAFs ainda necessita de mais estudos. Foram analisadas as principais características técnicas e econômicas para a produção de madeira para energia em SAFs, destacando espécies arbóreas, qualidade de sítio, características socioeconômicas e práticas agrossilviculturais. Os principais estudos encontrados são oriundos da Europa, Estados Unidos, Ásia e África, enquanto que no Brasil ainda existe escassez de trabalhos nesse tema, embora o país seja grande consumidor de biomassa florestal para energia. Todos os trabalhos encontrados indicaram que existe potencial técnico e econômico para a geração de energia de biomassa em SAFs, tanto para o abastecimento do produtor rural, quanto para a comercialização da madeira com qualidade para uso energético. Contudo, essa relação depende fundamentalmente de: maior estruturação do mercado para biomassa florestal, características socioeconômicas regionais e condições ambientais.

  5. Toekomstvaste fysieke toegangsystemen : Public Key Infrastructure als oplossing voor fysiek toegangbeheer

    NARCIS (Netherlands)

    Kleinhuis, G.; Olk, J.G.E.

    2011-01-01

    Voor fysieke toegangssystemen wordt veelal gebruik gemaakt van toegangspassen met een contactlose chip. Soms zijn deze passen ook nog voorzien van een PKI (Public Key Infrastructure) contactchip voor toegang tot ICT en/of het plaatsen van een digitale handtekening. Ook voor fysieke toegang bied PKI

  6. Allemaal digitaal : Een overzicht van digitale spelvormen voor mensen met een licht verstandelijke beperking

    NARCIS (Netherlands)

    Alyssa de Kruif; Carly Kuijper; Josje Louisse

    Voor u ligt een overzicht van vrij toegankelijke digitale spelvormen ter bevordering van de zelfredzaamheid van mensen met een licht verstandelijke beperking. In dit overzicht vindt u digitale spelvormen die beschikbaar zijn als website en/of als applicatie voor op de smartphone of tablet. Voor de

  7. Citizen science projecten effectief opzetten en uitvoeren voor ecologische studies in Nederland

    NARCIS (Netherlands)

    Bosch, T.; Fijen, T.P.M.; Laat, de H.H.A.; Nieuwpoort, van D.; Reinders, M.; Scheen, M.; Scheepens, S.; Alebeek, van F.A.N.

    2014-01-01

    Citizen science (CS) is een term die wordt gebruikt voor het inzetten van burgers voor het verzamelen, en soms zelfs verwerken, van gegevens voor wetenschappelijk onderzoek. Over het algemeen hebben ecologische studies namelijk veel gegevens nodig die gedurende een lange tjd zijn verzameld en

  8. BIOMASSA VERDE DE PLANTAS COMO ADUBO DE COBERTURA EM CULTIVO ORGÂNICO DE REPOLHO

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Luiz Fernando Favarato

    2017-10-01

    Full Text Available O objetivo deste trabalho foi avaliar o potencial da biomassa de leucena e mamona como adubação de cobertura, sobre o desenvolvimento do repolho e os atributos do solo em sistema orgânico de produção. Foram implantados dois experimentos no ano de 2011, com leucena e mamona, avaliando-se cinco espessuras de biomassa (0, 1, 2, 3 e 4 cm como cobertura no entorno das plantas de repolho, aplicadas aos 15 dias após o plantio. Os resultados comprovaram efeitos significativos destas formas de adubação sobre o desenvolvimento inicial das plantas de repolho e sobre os atributos do solo, comprovando eficiência no fornecimento de nitrogênio para esta cultura. Não foram verificados ajustes significativos para os modelos de regressão sobre os atributos do solo para as diferentes espessuras de aplicação das biomassas, à exceção do teor de potássio, que foi favorecido com o aumento das quantidades aplicadas.

  9. BENEFÍCIOS DA BIOMASSA DE BANANA VERDE Á SAÚDE HUMANA

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Vânia Thais Silva Gomes

    2017-03-01

    Full Text Available Este estudo tem por objetivo contextualizar os benefícios da biomassa de banana verde na saúde humana. A pergunta norteadora para a construção desta revisão integrativa foi: qual os benefícios da biomassa de banana verde para a saúde humana? Para a seleção dos estudos, utilizou-se as seguintes bases de dados eletrônicas: SCIELO (Scientific Eletronic Library Online, IBECS (Indice Bibliográfico Español de Ciencias de la Salud, LILACS (Literatura LatinoAmericana e do Caribe em Ciências da Saúde e MEDLINE (Medical Literature Analysis and Retrieval System Online. Concluiu-se que a biomassa da banana verde apresenta uma boa quantidade de nutrientes, vitaminas, fibras, o preparo é rápido e fácil, e o custo é acessível. É considerado um alimento funcional, pois apresenta prebióticos, amido resistente em sua composição, portanto considerada uma ótima fonte de nutrientes.

  10. Water as a sustainable energy source. Recommendations and energy payback periods of eight technologies; Water als duurzame energiebron. Aanbevelingen en energieterugverdientijden van acht technologieen

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van de Berg, M.; Geurts, F.; Stolk, N. [Ecofys, Utrecht (Netherlands)

    2010-02-15

    The spatial effects of six energy technologies based on water are described: thermal energy storage, tidal energy, tidal energy based on height of fall, wave energy, aquatic biomass and osmosis energy (blue energy) [Dutch] De omgevingseffecten van zes energietechnologieen met water worden beschreven: warmte-koude opslag, getijdenstroming, getijdenenergie op verval, golfenergie, aquatische biomassa en osmose-energie (blue energy)

  11. Water as a source of renewable energy. Environmental impacts of six energy techniques; Water als bron van duurzame energie. Omgevingseffecten van zes energietechnologieen

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van den Berg, M.; De Bie, Y.; Geurts, F.; Van Iersel, S.; Ritzen, A.; Stolk, N.

    2010-03-15

    This report describes the environmental impact of six energy technologies using water: thermal energy storage, tidal current, tidal energy with height of fall, wave energy, aquatic biomass and osmosis energy (blue energy) [Dutch] In dit rapport zijn de omgevingseffecten van zes energietechnologieen met water beschreven: warmte koude opslag, getijdenstroming, getijdenenergie op verval, golfenergie, aquatische biomassa en osmose-energie (blue energy)

  12. Water as a source of renewable energy. Recommendations and energy payback periods of eight techniques; Water als bron van duurzame energie. Aanbevelingen en energieterugverdientijden van acht technologieen

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van de Berg, M.; Geurts, F.; Stolk, N.

    2010-02-15

    This report describes the environmental impact of six energy technologies using water: thermal energy storage, tidal current, tidal energy with height of fall, wave energy, aquatic biomass and osmosis energy (blue energy) [Dutch] In dit rapport zijn de omgevingseffecten van zes energietechnologieen met water beschreven: warmte koude opslag, getijdenstroming, getijdenenergie op verval, golfenergie, aquatische biomassa en osmose-energie (blue energy)

  13. E-Box. A residential gateway for cost saving and sustainability. Integration of Internet and ICT-networks for energy conservation services. Architecture and interface description of energy- and cost saving potential; E-Box. Een 'residential gateway' voor kostenbesparing en duurzaamheid. Integratie Internet en ICT-netwerken voor energiebesparingsdiensten. Architectuur en interface beschrijving Energie- en kostenbesparingspotentieel

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Kamphuis, I.G. [ECN Duurzame Energie in de Gebouwde Omgeving DEGO, Petten (Netherlands)

    2003-01-01

    blijkt het optimaal koppelen van een datacommunicatie infrastructuur in de woning voor het uitwisselen van boodschappen tussen energie gebruikende systemen, naast een 'first-mile'-connectie met de buitenwereld voor het aanleveren van stuurinformatie, via bijvoorbeeld Internet, een essentiele randvoorwaarde. Uitgaande van de vereistenspecificatie wordt een mogelijke hardware en software architectuur besproken. Een intelligente 'gateway', de E-box, een intermediair, die de externe koppeling van het apparatennetwerk verzorgt, en tevens de sturing van apparaten via het netwerk in de woning op zich neemt, vervult in deze architectuur een sleutelrol. Aan de E-box kan ook een rol worden toegekend voor het meten en actief feedback geven over verbruiken, als aanvulling op of als vervanger voor de stroom- en/of gasmeter in een intelligente meterkast. De E-Box architectuur is in een werkend simulatie programma geimplementeerd. Tevens zijn de tijdsafhankelijke energiekarakteristieken (vraag, aanbod, co-generatie) van systemen in woningen gekarakteriseerd. Aan de hand daarvan is een aantal veelbelovende mogelijkheden van bedrijf van de E-box in kaart gebracht voor bedrijfsscenario's in de zomer- en de wintersituatie. In deze scenario's wordt voor verschuifbare vraag (elektriciteit, warmte) het aanbod van locale duurzame bronnen maximaal gebruikt. Er zijn tevens scenario varianten berekend, waarin de effecten van meer real-time energieprijzen dan de nu gebruikelijke vaste of hoog/laag tarieven, zijn meegenomen. Afhankelijk van de mate waarin de energieprijzen meer op deze marktontwikkelingen zijn afgebeeld, blijkt de kostenbesparing tot ongeveer 15% te kunnen oplopen. Worden ook mogelijkheden voor buffering van elektriciteit of tariefscenario's meegenomen op dagen, waarop de APX grote schommelingen vertoonde, dan is een kostenbesparing met nog eens een dergelijk percentage haalbaar. Tot slot komt het businessmodel en eventuele vermarkting van een E

  14. Feasibility of biomass as a fuel for electric power generation in the Netherlands. Haalbaarheid van biomassa als brandstof voor elektriciteitsproduktie in Nederland

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Bestebroer, S I [KEMA Milieu Services, Arnhem (Netherlands)

    1993-01-01

    Based on data from a study of the Netherlands Agency for Energy and the Environment (NOVEM) on the feasibility of biomass for the Dutch energy economy and on data from a literature study, a sensitivity analysis was carried out to determine the dependency of the energetic efficiency and the cost price on the starting points of the NOVEM study.Conclusions are drawn regarding the maximal capacity on the basis of biomass. Also attention is paid to the height of the carbon levy on the use of fossil fuels, by which the price of bio-electricity can be made competitive. It appears that electric power generation from biomass by means of an integrated biomass gasification combined cycle (IBGCC) is energetic efficient for the considered energy crops. However, the carbon levy on the use of fossil fuels must be 100% to make bio-energy competitive. It also must be taken into consideration that, next to the favourable characteristic of renewability, bio-energy bears a number of potential environmental loads

  15. Activation or stalling on dark days. Outline of the options to save energy and the consequences for crops; Activeren' of 'stilzetten' op donkere dagen. Verkenning van de mogelijkheden voor energiebesparing en de gevolgen voor het gewas

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Dieleman, J.A.; Kempkes, F.; Dueck, T.A. [Plant Research International, Wageningen (Netherlands)

    2006-11-15

    In the framework of the Greenhouse Horticulture and Environment Covenant (GLAMI) the government and the greenhouse horticulture sector have made agreements about social preconditions, with 2010 as horizon: 65% decrease in energy use compared to 1980 and 4% sustainable energy. Moreover, the government demands that greenhouse horticulture reduces CO2 emissions. Set against this background, a study was conducted in 2006 examining the effects of activating crops on the carious processes in the crops and the consequences for energy use. In the first phase an inventory was made of the knowledge and the number of experts in the area of crops, greenhouse climate and energy use. In the final phase of the project the results were discussed with a number of cultivation advisors and a study group high wire cucumber growers.(mk) [Dutch] In het kader van het convenant Glastuinbouw en Milieu (GLAMI) hebben de overheid en de glastuinbouwsector afspraken gemaakt over de maatschappelijke randvoorwaarden, met als horizon 2010: 65% vermindering van het energiegebruik ten opzichte van 1980 en 4% duurzame energie. Ook wil de overheid dat de glastuinbouw de uitstoot van CO2 terugdringen. Tegen deze achtergrond is in 2006 onderzoek gedaan naar de effecten van het activeren van het gewas op de verschillende processen in het gewas en op de gevolgen voor het energiegebruik. De eerste fase van dit onderzoek bestond uit het inventariseren van de kennis van een aantal experts op het gebied van gewas, kasklimaat en energiegebruik. In de laatste fase van dit project zijn de resultaten besproken met een aantal teeltadviseurs en een studiegroep hoge draad komkommertelers.

  16. A clean slate. For a future of possibilities; Schonelei. Voor een toekomst van mogelijkheden

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Luttik, P.; Boosten, G. [Stichting DoTank, Bussum (Netherlands); Smit, H.; Tersteeg, J. [WING Proces Consultancy, Wageningen UR, Wageningen (Netherlands)

    2006-12-15

    a situation must be created that is aimed at renewal and innovation. A stimulating environment with guarantees for result driven investments, instead of a system of subsidies that is incomprehensible. We also have to look for new co-operation partners, not based on contracts and demands for specific results, but based on transparency, trust and shared ambitions. Everything has to be directed at the creation of new values. At this moment in time a number of results of the Clean Slate project are being elaborated. [Dutch] De landbouw staat in Nederland onder druk. Ondanks de inspanningen van velen om de agrarische sector in Nederland te laten floreren, is het niet ondenkbaar dat op een termijn van 30-50 jaar (delen van de) landbouw uit (delen van) Nederland zijn verdwenen. Het nadenken over de consequenties van deze ontwikkeling is zeker in agrarische kringen nog taboe. Dit belemmert niet alleen het zicht op nieuwe kansen die door het verdwijnen van landbouw ontstaan, het blokkeert ook de bewustwording ten aanzien van het kostbare dat dan verloren gaat. Het project 'Schonelei' concentreert zich op de kansenkant. Uitgangspunt is een viertal extreme scenario's voor het verdwijnen van de grondgebonden landbouw uit ons land. Die scenario's dienden als inspiratie voor de ontwikkeling van nieuwe concepten of aanzetten daartoe. Dat heeft een rijke oogst opgeleverd. Een negental concepten wordt in het rapport verder uitgewerkt, namelijk: Zeelandbouw (landbouw in zee); Bioport (Nederland niet meer als draaischijf voor fossiele energie, maar voor biomassa); Vraaggestuurde microketens (in tegenstelling tot aanbodgerichte bulkketens); Lokale autonomie (in plaats van centrale voorzieningen); Overbruggend eten (eten als manier om mensen nader tot elkaar te brengen); Nature at your fingertips (natuur aantrekkelijker maken door haar deels te virtualiseren); Waardevol sterven (over een nieuwe beleving van de laatste levensfase); Waardegedreven financiele

  17. The importance of solar cells and biomass for a cheap energy supply in developing countries. Het belang van zonnecellen en biomassa voor een goedkope energievoorziening in ontwikkelingslanden; Consequenties voor het Nederlandse energiebeleid

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Beurskens, H J.M. [Unit ECN Renewable Energy, Netherlands Energy Research Foundation ECN, Petten (Netherlands); Daey Ouwens, C [Dienst Welzijn, Economie en Bestuur, Provincie Noord-Holland, Haarlem (Netherlands); Lysen, E [NOVEM, Utrecht (Netherlands)

    1993-03-01

    In order to realize the expectations concerning the use of biomass and solar cells in developing countries it is necessary to develop a more powerful program in the field of R+D, demonstration, industrial development and market introduction. It is indicated what and how the parties involved can contribute to such a program, based on two scenarios: a reference scenario, presented during the World Energy Conference 1992 in Madrid, Spain, and the scenario of The United Solar Energy Group for Environment and Development, which was prepared for the 1992 UNCED conference in Rio de Janeiro, Brasil. 3 tabs., 4 refs.

  18. Hoe maak je gebruik van tablets voor leren?

    NARCIS (Netherlands)

    Kalz, Marco; Kluijfhout, Eric; Börner, Dirk; Tabuenca, Bernardo; Kester, Liesbeth; Wolff, Charlotte; Bahreini, Kiavash; Gijselaers, Jérôme; Andeweg, Cisca; De Vries, Fred; Berkhout, Jeroen; Storm, Jeroen

    2012-01-01

    Kalz, M., Kluijfhout, E., Börner, D., Tabuenca, B., Kester, L., Wolff, C., Bahreini, K., Gijselaers. J., De Vries, F., Andeweg, C., Berkhout, J., & Storm, J. (2012, 28 September). Hoe maak je gebruik van tablets voor leren? Masterclass in de OpenU community. Open Universiteit, Heerlen, Nederland.

  19. Beheersstrategiën Amstelveenlijn voor integratie tram en metro

    NARCIS (Netherlands)

    Muller, T.H.J.; Hakkesteegt, P.

    1987-01-01

    Rapport in opdracht van GVB Amsterdam. In deze studie is nagegaan of het mogelijk is de diensten op de Amstelveenlijn in de richting CS, die deels voeren over het metrotrajekt, zo uit te voeren, dat invoegen op de halte Spaklerweg mogelijk is zonder hinder voor de metro-exploitatie. De centrale

  20. Wat betekent ‘Seamless learning’ (voor u)?

    NARCIS (Netherlands)

    Rusman, Ellen

    2017-01-01

    Wat betekent Seamless Learning (voor u)? ‘Seamless learning’ richt zich op het doormiddel van technologie draadloos en naadloos verbinden van (leer)ervaringen in verschillende contexten en het hierdoor ondersteunen, verbeteren en versterken van leerprocessen. ‘Seamless’ leerscenario’s bieden

  1. Kansen voor het e-book in het onderwijs

    NARCIS (Netherlands)

    Mofers, Frans

    2009-01-01

    Deze presentatie gaat over E-book-thema media en ICT. De vragen die aan de orde komen zijn: waarom zijn e-books interessant voor een onderwijsinstelling? -innovatie: vervangen papieren materiaal: boeken, readers etc. Transformatie nieuwe (onverwachte) gebruiksmogelijkheden. Conclusies: - e-book

  2. Hello, Goodbye? Brexit en mogelijke gevolgen voor de Europese energiemarkt

    NARCIS (Netherlands)

    Marhold, Anna

    2017-01-01

    Het valt niet te ontkennen dat 2016 een bewogen jaar was op het gebied van geopolitieke ontwikkelingen. Voor de Europese Unie (hierna: EU) en haar lidstaten was de uitkomst van het Britse Brexit referendum in juni wellicht de meest onvoorziene gebeurtenis, één die de nodige onzekerheid met zich

  3. De late Foucault : vrijheid als zorg voor jezelf

    NARCIS (Netherlands)

    Coeckelbergh, Mark

    2008-01-01

    Michel Foucault (1926-1984) was een van de meest populaire filosofen in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. En ook nu nog inspireert hij velen. Waarom eigenlijk? Zijn het zijn boeken over waanzin en ziekte, gevangenis en seks? Is het zijn voor een academicus opmerkelijk spannende leven

  4. De goudwesp Chrysis equestris nieuw voor Nederland (Hymenoptera: Chrysididae)

    NARCIS (Netherlands)

    Soon, V.; Stipdonk, van A.

    2105-01-01

    Goudwespen zijn fraaie insecten, met felle metaalkleuren in de tinten rood, groen en blauw. Ze parasiteren vaak bij bijen en angeldragende wespen. In dit artikel wordt de eerste vondst van Chrysis equestris voor Nederland beschreven, waarmee het aantal in Nederland gevonden soorten nu op 57 komt.

  5. Orienterend onderzoek naar bestrijdingsmiddelen in oppervlaktewater bestemd voor de drinkwatervoorziening

    NARCIS (Netherlands)

    Hrubec J; Baumann RA; LWD

    1996-01-01

    In de jaren 1991-1994 werd een orienterend onderzoek uitgevoerd naar de omvang van de verontreiniging van twee innamepunten van Rijn- en Maaswater voor de drinkwatervoorziening door bestrijdingsmiddelen. Van de 35 geselecteerde bestrijdingsmiddelen en hun metabolieten werd alleen Diuron in het

  6. De steenvlieg Protonemura risi nieuw voor Nederland (Plecoptera: Nemouridae)

    NARCIS (Netherlands)

    Hoek, van den T.H.

    2006-01-01

    Steenvliegen komen vooral voor in stromende wateren: van bronnen tot grote rivieren. De onvolwassen stadia (nimfen) leven in het water, de volwassen dieren op het land. Door watervervuiling en afbraak van hun leefmilieu zijn de steenvliegen sterk achteruit gegaan. De soorten van de grote rivieren

  7. Innovo et Emergo : Procesaanbeveling voor een multifunctionele kustzone in Zeeland

    NARCIS (Netherlands)

    Verhagen, H.J.; Roose, R.

    2006-01-01

    De Zeeuwse kust staat onder druk. Naar verwachting zal de zeespiegel deze eeuw ongeveer 60 centimeter stijgen door klimaatverandering. Niet alleen de zee, maar ook de rivieren zorgen naar alle waarschijnlijkheid voor een stijging. De deltawateren zijn nu weliswaar afgesloten van Rijn, Maas en

  8. Lintwormen bij schapen niet gauw gevaarlijk voor de mens

    NARCIS (Netherlands)

    Borgsteede, F.H.M.

    1997-01-01

    Schapen kunnen fungeren als tussengastheer van 4 lintwormsoorten die alle de hond als eindgastheer hebben. Een van deze 4 is ook gevaarlijk voor de mens, namelijk Echinococcus granulosus. het gevaar komt dan niet van het schaap, maar van de eindgastheer, de hond

  9. WINDLIDAR: een remote sensing meettechniek voor het bepalen van windvelden

    NARCIS (Netherlands)

    van Vliet REC; van der Meulen A; Swart DPJ

    1986-01-01

    Windlidar is een remote sensing techniek voor het bepalen van wind- velden. Het systeem is gebaseerd op het herkennen van aerosol struc- turen in de atmosfeer met behulp van correlatie technieken. Afmetingen en levensduur vormen de belangrijkste parameters in deze techniek. Het verticale

  10. Betekenis van Legionella-soorten voor preventiebeleid van leidingwaterinstallaties

    NARCIS (Netherlands)

    Versteegh JFM; Brandsema PS; Lodder WJ; de Roda Husman AM; Schalk JAC; van der Aa NGFM; IMG; LZO; EPI

    2009-01-01

    Het RIVM adviseert om de huidige normstelling voor het preventiebeleid van Legionella te handhaven en niet uitsluitend op Legionella pneumophila te richten. Als andere Legionella-soorten worden aangetroffen kan er ook groei van Legionella pneumophila optreden. Als er dan geen maatregelen worden

  11. Sensor city mobility. Innovaties in mobiliteit kansrijk voor stedelijke regio's

    NARCIS (Netherlands)

    Burgmeijer, J.W.

    2014-01-01

    Slimmer omgaan met informatie uit sensoren loont. Dat is de uitkomst van het innovatieproject Sensor City Mobility. Van 2010 tot 2014 was 'sensor city' Assen een living lab voor dit project. Het project beoogde een innovatieslag in reisinformatie- en verkeersmanagementdiensten. Het project is

  12. Groter geluk voor een groter aantal. Kan dat in Nederland?

    NARCIS (Netherlands)

    R. Veenhoven (Ruut)

    2007-01-01

    textabstractWat is de taak van de overheid? Volgens Jeremy Bentham (1789) uiteindelijk om groter geluk voor een groter aantal burgers te bewerkstelligen. Hij vatte geluk daarbij op als individuele levensvoldoening: in zijn woorden als "the sum of pleasures and pains". In zijn tijd kon geluk nog niet

  13. Kengetallenoverzichten en PDCA-aanpak voor verlenging levensduur melkvee

    NARCIS (Netherlands)

    Zijlstra, J.; Vlemminx, R.; Dellevoet, M.

    2014-01-01

    Het project ‘Verlenging Levensduur Melkvee, fase 2’ is een vervolg op de eerste fase waarin een routekaart voor het verlengen van levensduur van melkvee binnen de Nederlandse melkveehouderijsector is gemaakt. Het doel van ‘Verlenging Levensduur Melkvee, fase 2’ is tweeledig: 1) Het aanpassen van

  14. Embedded systemen en Y2K: vijf voor twaalf

    NARCIS (Netherlands)

    Luiijf, H.A.M.

    1998-01-01

    Met de regelmaat van de klok is Jan D. Timmer te zien op TV. Als voorzitter van het Millennium platform vraagt hij aandacht voor het feit dat computers, apparatuur en embedded systemen bij de overgang naar het jaar-2OOO dienst kunnen weigeren of op een andere wijze problemen kunnen veroorzaken. Dit

  15. Gedoseerde vochtafvoer, een alternatief voor een vochtklier: mechanisch vocht afvoeren

    NARCIS (Netherlands)

    Campen, J.B.

    2006-01-01

    Mechanisch vocht afvoeren is een alternatief voor de vochtkier. Met een ventilator wordt koude droge lucht onder het gewas ingeblazen. Horizontale temperatuurverschillen die soms optreden bij kieren blijven bij deze methode uit. De ventilatie kan precies worden afgestemd op de vochtproductie wat

  16. Groene bouwstenen voor biobased plastics : biobased routes en marktontwikkeling

    NARCIS (Netherlands)

    Harmsen, P.F.H.; Hackmann, M.M.

    2012-01-01

    Chemisch gezien kunnen vrijwel alle bouwstenen voor plastics uit hernieuwbare grondstoffen worden gemaakt, maar niet elke route is commercieel haalbaar. Processen zijn vaak (nog) niet efficiënt genoeg, producten hebben een te lage zuiverheid of de grondstoffen zijn te duur. Deze uitgave geeft meer

  17. Intibo als alternatief voor amgb's bij gespeende biggen

    NARCIS (Netherlands)

    Krimpen, van M.M.; Binnendijk, G.P.; Plagge, J.G.; Prado, del C.

    2002-01-01

    Het gebruik van antimicrobiële groeibevorderaars (AMGB's) staat ter discussie en wordt in de toekomst mogelijk verboden. Met het vooruitzicht hierop is de mengvoersector bezig met het ontwikkelen van voerconcepten die een alternatief moeten zijn voor AMGB's. :Op verzoek van Speerstra Feed

  18. Vers bloed voor spinazie (interview met C. Kik)

    NARCIS (Netherlands)

    Nijland, R.; Kik, C.

    2011-01-01

    Chris Kik van het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN) keerde afgelopen weekend terug van een eenmansexpeditie door Azerbeidzjan, Georgië en Armenië. Resultaat van de reis: een koffer volgepropt met 53 witte linnen zakjes zaad van wilde en lokaal geteelde spinazie. Dat materiaal gaat

  19. Caissons voor het dichten van dijken in Zeeland 1953

    NARCIS (Netherlands)

    Verhagen, H.J.

    1953-01-01

    Foto's van caissons voor het dichten van dijken in Zeeland in 1953. Geleverd werden 493 caissons en 203 manchetten door een combinatie van: • N.V. Amsterdamsche Ballast maatschappij, Amsterdam • Christiani en Nielsen N.V., ’s Gravenhage • N.V. van Hattum en Blankevoort, Beverwijk • Hollandsche Beton

  20. Verlaagd ruw eiwit als alternatief voor AMGB's bij gespeende biggen

    NARCIS (Netherlands)

    Krimpen, van M.M.; Lierop, van A.H.A.A.M.; Binnendijk, G.P.

    2003-01-01

    In de veehouderij maakt men op dit moment veelvuldig gebruik gemaakt van antimicrobiële groeibevorderaars (AMGB's) in voeders voor landbouwhuisdieren. Het gebruik van AMGB's wordt vanaf 2006 wellicht volledig verboden, omdat het gebruik van antibiotica resistentie van bacteriepopulaties tot gevolg

  1. Een bepalingsmethode voor thallium in regenwater met behulp van voltammetrie

    NARCIS (Netherlands)

    Struijs; J.; Wolfs; P.M.; Esseveld; F.G.van

    1985-01-01

    In dit rapport wordt een bepalingmethode beschreven voor thallium in het nanogram/liter-gebied, waarbij gebruik wordt gemaakt van differentiele pulse-anodic stripping voltammetry (DPASV) aan de dunne kwikfilm. Met deze techniek blijkt het mogelijk om de concentratie van dit element rechtstreeks

  2. Subtiele verleiders inzetten voor studiesucces : Nudging the student

    NARCIS (Netherlands)

    J.M. Kreeft; I. van den Donker; dr. A.F. de Wild; D. van der Waal

    2013-01-01

    Subtiele prikkels in de omgeving van mensen zijn in staat om hun gedrag voorspelbaar te veranderen. Dit gegeven, bekend vanuit de psychologie en sociologie, biedt kansen voor het hoger onderwijs. Subtiele interventies (nudges) in het onderwijsproces leiden studenten namelijk onbewust tot

  3. Afspraken voor het uitwisselen en hergebruik van onderwijsmateriaal

    NARCIS (Netherlands)

    Manderveld, Jocelyn

    2005-01-01

    Manderveld, J. (2004) Afspraken voor het uitwisselen en hergebruik van onderwijsmateriaal. In: Gorissen, P., Manderveld, J., Benneker, F. & Cordewener, B. Leertechnologie in de Lage Landen (pp. 17-19). Utrecht, Stichting Surf. Ook beschikbaar in dspace: http://hdl.handle.net/1820/270

  4. eHealth voor Zorgprocesinnovatie : e-book

    NARCIS (Netherlands)

    Dr. A.L. Cordia

    2015-01-01

    Het E-book 'eHealth voor Zorgprocesinnovatie' van ir. Anneloes Cordia, expert bij Kenniscentrum Zorginnovatie, heeft als doel eHealth en ICT-systemen in de zorg in verband te brengen met de belangrijke kwaliteitsdoelstellingen zoals doelmatigheid en transparantie. Daarnaast biedt het E-book

  5. Geo-DBMS als standaard bouwsteen voor Rijkswaterstaat

    NARCIS (Netherlands)

    Tijssen, T.P.M.; Quak, C.W.; Van Oosterom, P.J.M.

    2012-01-01

    Oracle Spatial fungeert binnen Rijkswaterstaat als standaard bouwsteen voor ruimtelijke toepassingen. Doel van dit onderzoek is vast te stellen of andere DBMS'en op een zodanig niveau zijn dat deze ook als standaard bouwsteen zouden kunnen fungeren. De ontwikkeling van open source software biedt

  6. Comfortabel zitten op een kantoorstoel : een nieuwe uitdaging voor ontwerpers

    NARCIS (Netherlands)

    Vink, P.

    2005-01-01

    Het ontwerpen van de juiste kantoorstoel is niet eenvoudig. Nog niet zo lang geleden werd gesteld dat een nieuwe stoel ontworpen wordt om rugklachten te voorkomen. Inmiddels tonen diverse epidemiologische studies aan dat zitten alleen geen risicofactor is voor de rug. Zelfs “het zitten rechtop als

  7. De optimale sportafstand voor de ladder van de glazenwasser

    NARCIS (Netherlands)

    Reijneveld, C.N.; Looze, M.P. de; Hoozemans, M.J.M.; Grinten, M.P. van der; Korte, E.M. de; Kingma, I.

    2002-01-01

    Voor de glazenwasser die werkt met staande ladder, is een goede ladder zeer belangrijk. Hij loopt en werkt op en verplaatst de ladder veelvuldig. Er is veel discussie over ladders en de optimale sportafstand bij staande ladders. De meeste glazenwassers geven de voorkeur aan een sportafstand van 35

  8. Goffman als basis voor frame-analyse en framingonderzoek

    NARCIS (Netherlands)

    Wester, F.P.J.

    2017-01-01

    Het woord framing komt al een vijftiental jaren in het Nederlands voor in politiek en media. Het wordt meestal gebruikt om een communicatiestrategie aan te duiden. Door een onderwerp via woord en/of beeld in een bepaald kader te plaatsen, krijgt het een lading met positieve of juist negatieve

  9. Tritium besmetting in Petten en mogelijke risico's voor de omgeving

    NARCIS (Netherlands)

    Slaper H; Twenhöfel C; van der Knaap Y; VLH; M&V

    2017-01-01

    In 2012 is bij de Hoge Flux Reactor (HFR) in Petten een lekkage ontdekt van de radioactieve stof tritium in de bodem. De beheerder, NRG, heeft inmiddels maatregelen genomen om de lekkage te stoppen. RIVM heeft onderzocht wat de gevolgen voor omwonenden kunnen zijn. Uit dit onderzoek komt dat ook bij

  10. Tax accounting - IFRS IAS 12 : Voor accountants, controllers en fiscalisten

    NARCIS (Netherlands)

    Naarding, E.; Langendijk, H.P.A.J.

    2010-01-01

    Deel 7 van de reeks 'Tax Assurance in beeld' is een werkboek dat vraagstukken bevat om de technische aspecten van IAS 12 Income Taxes van de International Accounting Standards Board (IASB) te oefenen. Het boek is bedoeld voor accountants, controllers en fiscalisten die zich willen bekwamen in de

  11. Tax accounting - IFRS IAS 12: Voor accountants, controllers en fiscalisten

    NARCIS (Netherlands)

    Naarding, E.W.J.; Langendijk, H.P.A.J.

    2010-01-01

    Deel 7 van de reeks 'Tax Assurance in beeld' is een werkboek dat vraagstukken bevat om de technische aspecten van IAS 12 Income Taxes van de International Accounting Standards Board (IASB) te oefenen. Het boek is bedoeld voor accountants, controllers en fiscalisten die zich willen bekwamen in de

  12. APORTE DE NUTRIENTES E BIOMASSA VIA SERRAPILHEIRA EM SISTEMAS AGROFLORESTAIS EM PARATY (RJ)

    OpenAIRE

    Nina Duarte Silveira; Marcos Gervasio Pereira; José Carlos Polidoro; Sílvio Roberto de Lucena Tavares; Rodrigo Barcelar Mello

    2007-01-01

    O objetivo deste trabalho foi avaliar a sustentabilidade ambiental de Sistemas Agroflorestais Regenerativos e Análogos (Safra), utilizando-se como indicadores de sustentabilidade ambiental o aporte de biomassa e nutrientes via serrapilheira de espécies arbóreas plantadas. Este trabalho faz parte das ações do PRODETAB – projeto 039 e foi desenvolvido na Fazenda Goura Vrindávna, Paraty, RJ. Foram plantadas 28 espécies arbóreas de múltiplos usos em três tratamentos agroflorestais, Safra Mínimo (...

  13. Modelagem da biomassa total e da lenha por unidade de área para bracatingais nativos

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Ronan Felipe de Souza

    2014-02-01

    Full Text Available A bracatinga (Mimosa scabrella Benth. é uma espécie pioneira nativa da Floresta Ombrófila Mista de rápido crescimento e cultivada, predominantemente, na forma de povoamentos puros ou consorciada com culturas agrícolas pelos pequenos e médios produtores da região metropolitana de Curitiba. O objetivo deste estudo foi selecionar equações estimativas da biomassa total e da lenha de bracatingais por unidade de área nas diferentes idades, disponibilizando, assim, uma ferramenta simples e de fácil aplicação durante o processo de comercialização dos povoamentos. Os dados são provenientes de 272 parcelas temporárias com idades variando de 3 a 18 anos. Foram testados 21 modelos tradicionais: 10 aritméticos e semilogarítmicos e 11 logarítmicos. Foram também desenvolvidas equações pelo processo Stepwise a partir de uma matriz de correlação. As equações ajustadas foram comparadas pelo Coeficiente de determinação ajustado (R²aj, Erro-padrão da estimativa percentual (Syx%, teste F e Distribuição gráfica de resíduos. Duas equações para cada caso foram selecionadas, sendo uma tradicional e a outra desenvolvida por Stepwise. Para a biomassa total, foram selecionadas a equação de Clutter e a equação aritmética desenvolvida por Stepwise; e para a biomassa da lenha, a equação da variável combinada, proposta por Spurr, e a equação aritmética de Stepwise. Por fim, realizou-se teste Qui-quadrado (x² a partir de uma amostra de 17 parcelas extraídas da base de dados, em que as quatro equações selecionadas foram consideradas válidas para a estimativa da biomassa total e da lenha dos bracatingais da região metropolitana de Curitiba.

  14. Emissões de compostos carbonosos pela queima doméstica de biomassa

    OpenAIRE

    Duarte, Márcio Alexandre Correia

    2011-01-01

    Foram realizados um conjunto de ensaios de queima de combustíveis sólidos (madeira) de três espécies típicas portuguesas pinheiro, eucalipto e sobreiro. Estes ensaios de queima foram realizados em dois equipamentos típicos em Portugal, um fogão com recuperador e uma lareira. Com isso pretendeu-se obter perfis de emissão de gases e PM10 de forma a contribuir para uma melhor caracterização da contribuição das emissões provenientes da queima de biomassa em Portugal. Alem disso, foram ainda deter...

  15. Een nieuwe toetsdiepte voor nitraat in grondwater? Eindrapport van het onderzoek naar de mogelijkheden voor een toetsdieptemeetnet

    NARCIS (Netherlands)

    Fraters, B.; Boumans, L.J.M.; Elzakker, van B.G.; Gast, F.L.F.; Griffioen, J.; Klaver, G.T.; Nelemans, J.A.; Velthof, G.L.; Veld, H.

    2006-01-01

    Het verlagen van de toetsdiepte voor nitraat in het grondwater in zandgebieden van de bovenste meter van het grondwater naar de bovenste vijf meter, blijkt niet opportuun. Het verlagen van de toetsdiepte wordt gezien als mogelijkheid om aan de doelstellingen van de Nitraatrichtlijn en de

  16. Hoe te communiceren over gezond en duurzaam eten: ‘Goed voor jezelf, goed voor de wereld’

    NARCIS (Netherlands)

    Sijtsema, S.J.; Verain, M.C.D.

    2012-01-01

    De Nederlandse consument vindt gezondheid een belangrijker motief bij de aankoop en keuze voor eten dan duurzaamheid. Dit blijkt uit het recent gepubliceerde LEI-rapport 'Samenspel Duurzaam en Gezond?' Negen op de tien consumenten ervaart samenhang tussen gezond en duurzaam eten. Maar de perceptie

  17. Multifunctional camping building full of sustainable technology. All installations controlled through the internet; Multifunctioneel kampeergebouw vol duurzame techniek. Alle installaties zijn via internet te beheren

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Schoemaker, E.

    2011-06-15

    A fully integrated, computerized control system is not just suitable for large companies; it can also be realized by smaller organizations as part of their sustainability policy. Eventually, the investment can result in a significant saving. This article discussed the example of scouting and camping site St. Walrick in Overasselt (the Netherlands) [Dutch] Een volledig geintegreerd, computergestuurd beheersysteem is niet alleen geschikt voor grote bedrijven. Het is ook bereikbaar voor kleinere organisaties en past vaak heel goed in hun duurzaamheidbeleid. Uiteindelijk kan de investering een behoorlijke besparing opleveren. In dit artikel wordt het voorbeeld van scouting- en kampeerterrein St. Walrick in Overasselt (Gelderland) besproken.

  18. Produção de biomassa de microalgas cultivadas em esgoto sanitário biodigerido visando a produção de biodiesel

    OpenAIRE

    Silva, Débora Andreatta da

    2014-01-01

    Resumo: As microalgas apresentam potencial como agente biorremediador de efluentes e com a possibilidade de geração de energia pelo aproveitamento de sua biomassa e óleo. O custo de produção das microalgas está principalmente relacionado ao meio de cultivo e aproveitamento da biomassa. Desta forma, o objetivo desse estudo foi utilizar esgoto sanitário como meio de cultivo para a produção de biomassa de microalga visando o tratamento desse efluente. O esgoto possui alto teor de material orgâni...

  19. Kinerja Pengeringan Gabah Menggunakan Alat Pengering Tipe Rak dengan Energi Surya, Biomassa, dan Kombinasi

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Tamaria Panggabean

    2017-09-01

    Full Text Available Paddy drying was performed using a hybrid drier utilizing solar energy, biomass and combined solar-biomass energy as energy sources. This research objective was to evaluate performance of the hybrid paddy drier using solar energy and paddy straw and coconut coir biomass. The experimental and descriptive method was used. The result showed that the drier with solar system was capable to generate temperature of drying chamber to 40.42 °C in average, while the average relative humidity was 41.45%. The paddys final moisture was 14.88%w.b after 7 hours of drying with drying rate of 0.64% d.b/h and energy consumption of 32,595.32 kJ. Paddy drying with biomass energy system was capable to obtain drying chambers temperature of 33.8 °C in average, the average relative humidity of 57%, the final moisture of 15.57%, the drying rate of 0.50 %d.b/h and energy consumption of 160,662.15 kJ with the same drying times. The solar-biomass drying system was capable to achieve temperature of 39.98 °C, the average relative humidity of 45.85 %, the final moisture of 15.33%w.b with drying rate of 0.55 %d.b/h and energy consumption of 136,457.76 kJ. Therefore, the best performance for drying paddys was with the solar drying system.   ABSTRAK Pengeringan gabah dapat dilakukan menggunakan alat pengering energi surya, energi biomassa dan energi kombinasi surya dan biomassa.  Penelitian ini bertujuan untuk menguji kinerja alat pengering gabah hybrid energi surya dan biomassa jerami padi dan sabut kelapa.  Metode yang digunakan dalam penelitian ini adalah metode eksperimental dan deskritif. Hasil penelitian menunjukkan bahwa pengeringan gabah dengan energi surya menghasilkan suhu ruang pengering rata-rata 40,42 °C, kelembaban relatif ruang pengering rata-rata 41,45 %, waktu pengeringan 7 jam, kadar air akhir rata-rata 14,88 %bb, laju pengeringan rata-rata 0,64 %bk/jam, dan energi pengering 32.595,32 kJ.  Pengeringan gabah dengan energi biomassa menghasilkan suhu ruang

  20. Pleidooi voor een handelingsgerichte benadering van burgerschap

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Vincent de Waal

    2015-06-01

    also extends to all areas of life. He states that democracy is, above all, a way of living together that finds expression in involvement in social practices. Children learn particularly through meaningful practices, and this pedagogic principle is also applicable to the practices of citizens. Dewey’s conception of democracy is direct participation. It is open in nature, a way of life in which people become involved in all kind of experiences. In his transactional epistemology, Dewey seeks to transcend the difference or dualism between mind (the subjective individual and world (the objective reality. According to him, there is no objective reality except for our actions, but we learn to understand reality better in and through our actions and reality subsequently reveals itself in a more meaningful and differentiated way. Dewey’s philosophy puts transactions which have taken place in the world at the centre. It is obvious that gaining experience, experimental learning and situations of trial and error are at the heart of his philosophy. Gaining and developing knowledge is closely linked with actions. Not actions in themselves but actions in constant interaction with reflection.The literature in this article shows that stimulating active citizenship is closely linked with the values at stake. Active citizenship cannot be borne out of an imposed morality but must be embedded in the daily routines and the involvement of citizens whereby “learning by doing” coincides with the development of meaningful practices. In this field, social professionals need to be able to support and facilitate these kinds of practices.Pleidooi voor een handelingsgerichte benadering van burgerschap. Over waardenontwikkeling en betekenisvolle communicatie in burgerschapspraktijkenIn dit artikel wordt de literatuur verkend op het terrein van een meer sociaalparticipatieve benadering van actief burgerschap. In deze literatuur wordt de ontwikkeling van burgerschap verbonden met de noodzaak

  1. Sustainable innovation in the building sector. An analysis of chances and constraints; Duurzame innovatie in de bouwsector. Een analyse van kansen en belemmeringen

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Suurs, R. [TNO, Delft (Netherlands); Van Niekerk, E.; Van Barreveld, C. [3D BluePrint, Amsterdam (Netherlands); Urlings, M. [LSWA architecten, Oirschot (Netherlands)

    2011-04-15

    Building Brains has been set up by TNO as a cooperative and started September 21, 2009. The aim of the project was to answer the question how the energy consumption in the Netherlands can be reduced by 50% up to 2030 or how the built environment can be made energy-neutral. This issue of the magazine is dedicated to Building Brains project. The building construction sector is in need for sustainable innovation. This transition process calls for new organisational forms, new regulations, shifting markets, etc. To establish this, firms and governments should join forces to set up a network that stimulates and fosters sustainable innovation, an Innovation System. This is the only way to successfully support sustainable innovations in the construction sector. An Innovation System Analysis of the development of 'Building Information Systems' provides insights in the actual opportunities and threats offered by innovation in current building practice. [Dutch] Building Brains is een door TNO opgezet samenwerkingsproject dat op 21 september 2009 van start ging. Het doel van het project is antwoord te geven op de vraag hoe tot 2030 het energiegebruik in Nederland kan worden gehalveerd of hoe de gebouwde omgeving energieneutraal kan worden gemaakt. Deze aflevering van het tijdschrift TVVL is vrijwel geheel gewijd aan het Building Brains project. Onder druk van een veranderende wereld en forse economische terugval, neemt de roep om duurzame innovatie in de bouwsector toe. Dit vraagt om nieuwe organisatiestructuren, aangepaste regelgeving, opkomende markten, etc. Bedrijven en overheden zullen samen een netwerk moeten opbouwen dat duurzame innovatie faciliteert en versnelt. Alleen zo krijgen opkomende innovaties de kans om de bouwsector ingrijpend te veranderen. Een 'lnnovatie Systeem Analyse' (lSA) van de Nederlandse ontwikkelingen op het gebied van Bouw Informatie Modellen (BIM) geeft inzicht in de kansen en belemmeringen.

  2. Sustainable energy supply for mushroom cultivation. Application of underground energy storage. Application of a heat pump for heat production. Feasibility study; Duurzame energievoorziening paddestoelen kwekerij. toepassing van energieopslag in de bodem. Toepassing van warmtepomp voor warmteopwekking. Een haalbaarheidsstudie

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Koel, J.J. [EBS-Adviseurs, Veenendaal (Netherlands)

    2001-02-26

    The results of a feasibility study on the use of heat and cold storage and the use of an electric heat pump for the energy supply of a mushroom cultivation business (Verbruggen paddestoelen in Erp, Netherlands) are presented.

  3. Knowledge for a sustainable economy. Knowledge questions around the Dutch Memorandum on Environment and Economy ('Nota Milieu en Economie'); Kennis voor een duurzame economie. Kennisvragen rond de Nota Milieu en Economie

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Dieleman, J.P.C.; Hafkamp, W.A. [Erasmus Studiecentrum voor Milieukunde, Erasmus Universiteit Rotterdam, Rotterdam (Netherlands)

    1999-05-19

    June 18, 1997, the Dutch government presented the Memorandum Environment and Economy with the aim to contribute to integration of environment and economy and to stimulation the realization of a sustainable economy. Next to a vast overview of actions, ideas, perspectives, staring points, challenges and dilemmas to take into account when forming a sustainable economy, it is indicated in that Memorandum that there is a need for research and knowledge to compile relevant data and insight to support decision making processes. The aim of this report is to develop a framework in which knowledge questions can be generated. The questions that fall outside the framework of the Memorandum concern needs, values and images and are formulated in four groups: (1) what is the role of materialism and stress in processes of conventional economic growth?; (2) What is the importance of reduction of consumption ('consuminderen') and slowing down ('onthaasting' or dehasting) to realize a process of sustainable economic development; (3) which images form the basis of the present process of economic development, where do they come from and how do they change over time; and (4) which images of progression give direction to a sustainable economic development and how do they exist? The questions that follow the Memorandum concern decoupling (of environment and economy), sustainable consumption, knowledge economy, institutions and a process of change. Central in the framework of knowledge questions are questions, related to perspectives and actions, as formulated in the Memorandum for different sectors in the Dutch society: industry and services; agriculture and rural areas; and traffic, transport and infrastructure.

  4. Rapportage voor de co-innovatieprogramma´s Professionalisering Biologische Afzetketen en Duurzame Agro Foodketen : Bijlage 6: Advies m.b.t. de ontwikkeling van een 'Task-force Marktontwikkeling Streekproducten'

    NARCIS (Netherlands)

    Oostindië, H.A.

    2005-01-01

    Deze notitie is een advies aan SPN en LTO-Nederland om als vervolg op het Koepelproject Kennisontwikkeling Streekgebonden Productie en Vermarkting (kortweg: Koepelproject Streekproducten) te werken aan de ontwikkeling van een 'Task Force Marktontwikkeling Streekproducten'. In het Koepelproject

  5. Bedrijfseconomisch advies : achtergrondinformatie en -documentatie bij de spreadsheettoepassingen voor de akkerbouw en de groenteteelt in de vollegrond

    NARCIS (Netherlands)

    Janssens, S.R.M.; Krikke, A.T.; Bosch, H.K.J.

    1989-01-01

    Het opstellen van bedrijfseconomische adviezen voor individuele agrarische ondernemers vindt sinds de zestiger jaren plaats. In het kader van de automatisering werd op basis van een spreadsheet (Lotus 123) een aantal toepassingen ontwikkeld voor de bedrijfseconomische advisering van akkerbouw- en

  6. [Disclosure of conflicts of interest in the Tijdschrift voor Psychiatrie].

    Science.gov (United States)

    Bergoets, M; Pieters, G

    2009-01-01

    Between March 2000 and December 2008 authors disclosed conflicts of interest in 9% of articles in the Tijdschrift voor Psychiatrie. For the same period, in the articles dealing with pharmaceuticals, the percentage of articles containing disclosures of conflict of interest was considerably higher, namely 24%. The policy of the journal with regard to the disclosure of conflicts of interest has helped to promote transparency. Further efforts are needed to encourage authors to disclose conflicts of interest.

  7. Estimativa do Índice de Área Foliar (IAF) e Biomassa em pastagem no estado de Rondônia, Brasil

    NARCIS (Netherlands)

    Zanchi, F.B.; Waterloo, M.J.; Randow, von C.; Kruijt, B.; Cardoso, F.L.; Manzi, A.O.

    2009-01-01

    Medidas mensais da altura da pastagem, biomassa total, variações de biomassa viva e morta, a área específica foliar (SLA) e o Índice de Área de Folha (IAF) de fevereiro de 1999 a janeiro de 2005 na Fazenda Nossa Senhora (FNS) e em Rolim de Moura (RDM) entre Fevereiro a Março de 1999, Rondônia,

  8. Actuele en opkomende VGW-problemen in de gezondheidszorg, waaronder thuis- en gemeenschapszorg : Europese waarnemingspost voor risico's

    NARCIS (Netherlands)

    Jong, T. de; Bos, E.; Pawlowska-Cyprysiak, K.; Hildt-Ciupińska, K.; Malińska, M.; Nicolescu, G.; Trifu, A.

    2014-01-01

    Deze samenvatting biedt een overzicht van de actuele en opkomende problemen qua veiligheid en gezondheid op het werk (VGW) voor werknemers in de gezondheids- en maatschappelijke zorg en laat zien wat de gevolgen hiervan zijn voor hun veiligheid en gezondheid op het werk en voor de kwaliteit van de

  9. Alternatieven voor Portland Cement in ontwikkelingslanden onderzocht : continue-kalkoven maakt toepassing van kalk pozzolaan cement mogelijk

    NARCIS (Netherlands)

    Egmond - de Wilde De Ligny, van E.L.C.; Jongsma, Ivo

    1995-01-01

    In de discussie over bouwmaterialen in ontwikkelingslanden wordt vaak gepleit voor alternatieven voor Portland Cement. De productie van Portland Cement is kapitaal- en energie-intensief en draagt weinig bij aan de ontwikkeling van deze landen. De klein schaliger productie van alternatieven voor

  10. Economische consequenties invoering CTT-norm zoute baggerspecie voor Nederlandse havens: evaluatie CTT norm 2004-2005

    NARCIS (Netherlands)

    Linderhof, V.G.M.; Hess, S.; Kruseman, G.; Hattum, van B.; Bruinsma, F.; Jonkeren, O.; Ubbels, E.

    2006-01-01

    In juni 2004 werd een nieuw toetsingskader, de Chemie-Toxiciteit-Toets (CTT), voor zoute baggerspecie geïntroduceerd. De CTT vervangt de Uniforme Gehalte Toets (UGT). De belangrijkste wijzigingen zijn de expliciete norm voor Tributyltin (TBT) en signaleringswaarden voor een drietal bio-assays. Op

  11. Meetstrategie TIG: opzet en nadere aanbevelingen. Metingen in het kader van het Nationaal Plan voor de Kernongevallenbestrijding

    NARCIS (Netherlands)

    Sonderen JF van; LSO

    1996-01-01

    De door de overheid vastgestelde interventieniveaus voor het nemen van maatregelen vormen het uitgangspunt voor het beschrijven van de noodzakelijke metingen in lucht, water, bodem, voedingsmiddelen en aan personen. Om alle meetinspanningen te coordineren is binnen het Nationaal Plan voor de

  12. Vergelijking van verschillende benzodiazepinen met betrekking tot de potentie voor sedatie en spierverslapping en de werkingsduur in de rat

    NARCIS (Netherlands)

    Jansen van ' t Land C; van der Laan JW

    1989-01-01

    In dit onderzoek werden de benzodiazepinen (BZD) onderling vergeleken met betrekking tot de potentie voor sedatie en spierverslapping en de werkingsduur. Voor de Crl:(WI)BR rat van Charles River zijn voor de volgende benzodiazepinen de ED50 waarden m.b.t. sedatie en spierverslapping bepaald: .

  13. Draft of the EU regulation for the infrastructure for alternate fuels. Impact assessment for the Netherlands; Concept EU Richtlijn Uitrol Infrastructuur voor Alternatieve Brandstoffen. Impact Assessment voor NL

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Weeda, M. [ECN Beleidsstudies, Petten (Netherlands)

    2013-08-15

    On 24 January 2013, the European Commission approved a proposal for a directive on the rollout of infrastructure for alternative fuels for transport. The directive mostly covers the charging infrastructure for electric vehicles; CNG, LNG and hydrogen refuelling stations for road traffic, and LNG bunker facilities for shipping. On assignment of the Dutch Ministry of Infrastructure and the Environment, ECN conducted an impact assessment of the proposal for the directive for the Dutch situation. The overall conclusion is that the estimates for the Netherlands in the framework of the directive with regard to the required infrastructure for alternative fuels and the investment amount reasonably concur with the government's objectives and the expectations of market parties. Given all uncertainties about numbers and exact costs, the conclusion is drawn that, until the end of 2020, an amount of about Meuro 400 will be needed for investments in the infrastructure for alternative fuels. However, this covers only a part of the investments related to the directive. To realise the objectives, applications for alternative fuels will need to be stimulated and the financial gap in exploiting infrastructures also needs to be financed. As it is difficult to determine beforehand which costs are involved, it is important to maintain flexibility in objectives for volume and realisation pace of the infrastructure for alternative fuels. In this respect, a result obligation to realise a certain volume of infrastructure before a set date, as envisaged by the directive, is not beneficial [Dutch] Op 24 januari 2013 heeft de Europese Commissie een voorstel voor een richtlijn goedgekeurd betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen voor transport. De richtlijn heeft vooral betrekking op oplaadinfrastructuur voor elektrische auto's; CNG, LNG en waterstoftankstations voor wegverkeer, en LNG bunkerfaciliteiten voor de scheepvaart. ECN heeft in opdracht van het

  14. Modelagem da produção de biomassa da Haematococcus pluvialis.

    OpenAIRE

    Galvão, Rosana Machado

    2011-01-01

    O uso de microalgas como matéria-prima para produção de biocombustíveis tem sido apontado, por muitos pesquisadores, como essencial para reduzir as emissões dos gases que provocam o efeito estufa, visto que o cultivo de microalgas pode atuar no processo de sequestro de CO2 e a biomassa formada pode ser utilizada na substituição de combustíveis fósseis. Dessa forma, o interesse pela otimização do cultivo de microalga não está somente na fonte de produtos de alto valor agregado, mas na formação...

  15. Influência da ingestão de biomassas de spirulina (Arthrospira sp. sobre o peso corporal e consumo de ração em ratos

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Araújo Kátia Gomes de Lima

    2003-01-01

    Full Text Available Neste trabalho verificou-se a influência do consumo de biomassas provenientes de três diferentes origens sobre o peso corporal e consumo de ração em ratos Wistar, machos e adultos. Grupos que consumiram 5% ou 10% (p/p da biomassa foram comparados com um controle. A biomassa I não promoveu diferença significativa no consumo de ração ou peso corporal dos três grupos. A biomassa II não causou diferença significativa no peso corporal, mas sim no consumo de ração. A biomassa III não causou diferença significativa no consumo de ração, nem no peso corporal, mas houve tendência de maior ganho de peso para o grupo que consumiu a ração contendo 10% de spirulina. Os resultados obtidos indicam que diferentes biomassas podem apresentar diferentes propriedades, mas não confirmam a alegação de que a spirulina pode levar a diminuição de peso ou de consumo de alimento.

  16. Duurzame landbouw in beeld

    OpenAIRE

    Brouwer, F.M.; Bont, de, C.J.A.M.; Leneman, H.; Meulen, van der, H.A.B.

    2005-01-01

    Sustainable agriculture in the picture provides a systematic overview of the available data that are relevant for debate on transitions towards sustainable agriculture. Review for the agocomplex, greenhouse horticulture, dairy farming and pig farming. Indicators on economy, environment, nature, animal welfare, human and animal health. Results achieved in practice for the three dimensions of sustainable agriculture, namely economics ('profit'), ecology ('planet') and socio-cultural ('people').

  17. Duurzame landbouw in beeld

    NARCIS (Netherlands)

    Brouwer, F.M.; Bont, de C.J.A.M.; Leneman, H.; Meulen, van der H.A.B.

    2005-01-01

    Sustainable agriculture in the picture provides a systematic overview of the available data that are relevant for debate on transitions towards sustainable agriculture. Review for the agocomplex, greenhouse horticulture, dairy farming and pig farming. Indicators on economy, environment, nature,

  18. (Koop)starters voor en tijdens de crisis op de Nederlandse woningmarkt

    NARCIS (Netherlands)

    Dol, C.P.; Boumeester, H.J.F.M.

    2016-01-01

    In de discussies rond 'starters op de woningmarkt' lijkt het er wel op alsof starters op de woningmarkt altijd het kind van de rekening zijn; zowel voor als tijdens de meest recente crisis (2008-2013). Lange wachtlijsten voor betaalbare (sociale) huurwoningen, (te) hoge prijzen in de particuliere

  19. De DASS: een vragenlijst voor het meten van depressie, angst en stress

    NARCIS (Netherlands)

    Beurs, E. de; Dyck, R. van; Marquenie, L.A.; Lange, A.; Blonk, R.W.B.

    2001-01-01

    Dit artikel behandelt de psychometrische eigenschappen van de Nederlandse versie van de Depression Anxiety Stress Scale (DASS). Een van de doelstellingen voor het nieuwe instrument was te komen tot een vragenlijst met subschalen met een maximaal onderscheidend vermogen voor angst en depressie. De

  20. Objectgeorienteerde domeinanalyse : Een systematische aanpak voor het ontwerp van UML-klassendiagrammen

    NARCIS (Netherlands)

    F.A.I. Peeters; drs. ir. J.F. Vonken

    2001-01-01

    Dit boek is bedoeld voor analisten van objectgeoriënteerde systemen en degenen die hiervoor in opleiding zijn. Maar het boek kan ook interessant zijn voor wie zich bezig houdt met informatiemodellering in het algemeen. Dit boek beschrijft de EXPO-methode (expression based object modeling) waarmee op

  1. Reparatie Hydrologie voor STONE 2.1. : beschrijving reparatie-acties, analyse resultaten en beoordeling plausibiliteit

    NARCIS (Netherlands)

    Bakel, van P.J.T.; Kroon, T.; Kroes, J.G.; Hoogewoud, J.; Pastoors, R.; Massop, H.T.L.; Walvoort, D.J.J.

    2007-01-01

    Voor de berekeningen met het STONE-instrumentarium voor de Evaluatie Mestbeleid is de hydrologie van de 6405 plots op een aantal punten aangepast ten opzichte van STONE 2.0. De effecten van deze veranderingen zijn geanalyseerd en beoordeeld. De belangrijkste conclusie is dat de veranderingen leiden

  2. Een stuifmeelvervangingsmiddel van, voor en door de imker : PPO-Bijen

    NARCIS (Netherlands)

    Steen, van der J.J.M.

    2005-01-01

    Bijen hebben een eiwit nodig en halen dit uit stuifmeel. Eiwitgebrek heeft negatieve consequenties voor de individuele bij en voor het bijenvolk. In kassen en tijdens bepaalde perioden in agrarische gebieden treedt vaak eiwitgebrek op. Dit is te zien aan een kleiner broednest vanwege verminderde

  3. Kaderrichtlijn water: strengere spuinormen staan voor de deur (interview met Ellen Beerling)

    NARCIS (Netherlands)

    Kierkels, T.; Beerling, E.A.M.

    2012-01-01

    Geen teler loost voor de lol. Spui kost geld aan water en meststoffen. Maar het gebeurt wel zeer regelmatig, om problemen op te lossen of voor de zekerheid. Gevolg: veel meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen in de wateren rond kassengebieden. In 2027 moet dat afgelopen zijn, op grond van de

  4. Le Grand Départ Utrecht 2015; van grote waarde voor Utrecht

    NARCIS (Netherlands)

    Hans Slender; Froukje Smits; Bake Dijk; Paul Hover

    2016-01-01

    Full text via link. Le Grand Départ was één groot feest van, voor en door de stad Utrecht. De vele bezoekers gaven de start van de Tour de France in Utrecht in juli 2015 een hoge waardering. Het activatieprogramma vanaf honderd dagen voor de start was een succes. En: de Tour heeft een aanzienlijke

  5. Evaluatie van individuele happy games op de iPad voor mensen met dementie

    NARCIS (Netherlands)

    Dr. J.H. Groenewoud; Dr. J. de Lange

    2014-01-01

    Er is veel belangstelling voor de kwaliteit van zorg voor mensen met dementie. Ook hun kwaliteit van leven krijgt steeds meer aandacht. Een zinvolle en plezierige dagbesteding hoort daarbij. Zorgprofessionals willen mensen met dementie graag ondersteunen bij het doen van activiteiten. Het huidige

  6. Adolf Mayer (1843-1942) en zijn betekenis voor de Virologie als wetenschap

    NARCIS (Netherlands)

    Vlak, J.M.

    2007-01-01

    In 2007 is het 125 jaar geleden dat Adolf Mayer voor het eerst zijn baanbrekend werk over het besmettelijk karakter van mozaiekziekte van tabak publiceerde (Mayer, 1882). Deze publicatie, in het Nederlands, in het Groningse Tijdschrift voor Landbouwkunde, markeert het begin van de virologie als

  7. Prijspolitiek voor melk in het Verenigd Koninkrijk, België, West-Duitsland, Frankrijk en Zwitserland

    NARCIS (Netherlands)

    Greidanus, G.

    1957-01-01

    Studie van het in enkele landen gevoerde markt- en prijsbeleid voor melk en zuivel. De studie werd begonnen met vijf Europese landen, welke als afzetgebied voor de Nederlandse melk- en zuivelprodukten in meerdere of mindere mate van belang zijn: het Verenigd Koninkrijk, België, West-Duitsland,

  8. Inventarisatie van bosbouwkundig uitgangsmateriaal in België en Duitsland; uitbreiding van de rassenlijst voor bomen

    NARCIS (Netherlands)

    Buiteveld, J.; Vries, de S.M.G.

    2002-01-01

    Van een negental bosboomsoorten is in ons land in onvoldoende mate uitgangsmateriaal beschikbaar van een bosbouwkundig gezien goede kwaliteit. Voor deze soorten is geïnventariseerd of buitenlandse herkomsten ook geschikt zijn voor gebruik in Nederland. De inventarisatie heeft zich beperkt tot de

  9. ICI Holland hanteert ISO 9001 ook voor arbozorg: audit is ons toverwoord

    NARCIS (Netherlands)

    Torenvliet, S.; Pennekamp, E.

    1994-01-01

    In verschillende fabrieken van ICI Holland worden grondstoffen voor polyrethaan, acrylaat, polyesterfilm en grondstoffen voor PET-flessen gemaakt. Werknemers in deze fabrieken krijgen training over de specifieke gevaren. Ook moeten examens afgelegd worden over die gevaren. Dit artikel beschrijft hoe

  10. MVO in ketens; Een MVO-ketensamenwerkingsmodel en een voorstel voor ontwikkeling van een GRI-sector supplement voor de foodsector

    NARCIS (Netherlands)

    Goddijn, S.T.; Vlieger, de J.J.

    2004-01-01

    In dit rapport wordt ingegaan op de ketensamenwerking. Er wordt een conceptueel ketensamenwerkingsmodel ontwikkeld. Tevens is een eerste aanzet voor de operationalisering ervan beschreven. Daarnaast wordt ingegaan op de ontwikkelingen ten aanzien van de bedrijfsverslaggeving over MVO-activiteiten.

  11. Switching slips. Building blocks for a robust environmental policy for the 21st century; Wissels omzetten. Bouwstenen voor een robuust milieubeleid voor de 21e eeuw

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Hoogervorst, N.; Hajer, M.; Dietz, F.; Timmerhuis, J.; Kruitwagen, S.

    2013-06-15

    With this 'signal report', PBL (Netherlands Environmental Assessment Agency) offers building blocks for a robust environmental policy for the twentyfirst century, such as changes in consumer behavior, new coalitions of interests and stakeholders, and the establishment of an investment fund for eco-innovation. Which track does the Netherlands want to follow? With this essay, PBL is calling for a broad public debate on this issue [Dutch] In dit signalenrapport reikt het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) bouwstenen aan voor een robuust milieubeleid voor de eenentwintigste eeuw, zoals gedragsverandering van consumenten, nieuwe coalities van belangen en betrokkenen, en de oprichting van een investeringsfonds voor eco-innovatie. Welk spoor wil Nederland bewandelen? Met dit essay roept het PBL op tot een breed maatschappelijk debat over deze vraag.

  12. Switching slips. Building blocks for a robust environmental policy for the 21st century; Wissels omzetten. Bouwstenen voor een robuust milieubeleid voor de 21e eeuw

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Hoogervorst, N.; Hajer, M.; Dietz, F.; Timmerhuis, J.; Kruitwagen, S.

    2013-06-15

    With this 'signal report', PBL (Netherlands Environmental Assessment Agency) offers building blocks for a robust environmental policy for the twentyfirst century, such as changes in consumer behavior, new coalitions of interests and stakeholders, and the establishment of an investment fund for eco-innovation. Which track does the Netherlands want to follow? With this essay, PBL is calling for a broad public debate on this issue [Dutch] In dit signalenrapport reikt het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) bouwstenen aan voor een robuust milieubeleid voor de eenentwintigste eeuw, zoals gedragsverandering van consumenten, nieuwe coalities van belangen en betrokkenen, en de oprichting van een investeringsfonds voor eco-innovatie. Welk spoor wil Nederland bewandelen? Met dit essay roept het PBL op tot een breed maatschappelijk debat over deze vraag.

  13. Potential of sustainable energy with regard to engineering structures. WINN Energy from Water; Potentie duurzame energie bij kunstwerken. WINN Energie uit water

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    De Jong, R.J. [Deltares, Delft (Netherlands); Slootjes, N. [HKV Lijn in Water, Lelystad (Netherlands); Van den Noortgaete, T. [Royal Haskoning, Amersfoort (Netherlands)

    2009-11-15

    This exploratory study focuses on the options of generating electrical energy from flowing water of constructions. Machines that could be suitable for other locations are also indicated. Remarks on deployment of hydropower in future constructions are also included [Dutch] Deze verkennende studie richt zich op de mogelijkheden bij bestaande kunstwerken elektrische energie uit stromend water op te wekken. Mogelijke machines voor andere locaties worden ook aangegeven. Opmerkingen over toepassing van waterkracht bij toekomstige werken zijn ook opgenomen.

  14. Offshore wind options for 2013; Offshore wind kansen voor 2013

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van der Meij-Kranendonk, J.

    2012-11-15

    In the USA researchers and companies are busy to the make knowledge and experiences gained elsewhere in the world suitable for the American market and to increase new knowledge in their own country. A brief overview is given of the activities in the US with regard to offshore wind energy [Dutch] Amerikaanse onderzoekers en bedrijven zijn druk bezig om de kennis en ervaring die opgedaan is elders in de wereld geschikt te maken voor de Amerikaanse markt en om nieuwe kennis op te doen in eigen land.

  15. Advertenties voor hypnotica en sedativa in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 1900-1940: historische veranderingen in de vorm en inhoud van een informatiebron voor artsen

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Arjo Roersch van der Hoogte

    2010-12-01

    Full Text Available Drug advertising as communication between the pharmaceutical industry and the physician: Advertisements for psychotropic drugs in the Dutch medical journal, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 1900-1940   In this article we explore the historical development of drug advertisements for psychotropic drugs in the leading Dutch medical journal from 1900 to 1940. The advertisements for hypnotics and sedatives, in the Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (Dutch medical journal reflected the changes in the vocabulary and image promoted by the pharmaceutical companies. In the first two decades, the advertisements were sober and to the point, and included the trademark, company name, molecular formula and therapeutic properties of the medication. The emphasis was on creating a scientific image of reliable symptom control for the therapeutic drug. In doing so, the ethical drug companies tried (successfully to distinguish themselves from the producers of patent medicines. Once scientific credibility was established, the form and content of the advertisements changed significantly. In the late 1920s and 1930s drug companies embraced modern advertising techniques, developing a figurative language to address the changing beliefs and practices of Dutch physicians. Instead of promoting therapeutic drugs as safe and scientific, the emphasis was on their effectiveness in comparison to similar drugs. In the process, scientific information was reduced to an indispensable standardized minimum, whereby therapeutic drugs were advertised according to the latest pharmacological taxonomy rather than molecular formulas. The image-making of ‘ethical marketing’ began during the interwar years when marketers applied modern advertising techniques and infotainment strategies. The scanty black and white informational bulletins transitioned into colourful advertisements. The pharmaceutical companies employed the same medical language as used by physicians, so that

  16. Development of cassava doughnuts enriched with Spirulina platensis biomass Desenvolvimento de 'sonho de mandioca' enriquecido com biomassa de Spirulina platensis

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Samantha Ferreira Rabelo

    2013-03-01

    Full Text Available The cyanobacteria Spirulina platensis has been cultivated in a fed batch process with urea as the nitrogen source, in order to obtain dehydrated biomass for incorporation into food, aiming at nutritional enrichment and the production of a functional character, due to the amount of proteins, vitamins and several bioactive compounds found in this cyanobacterium. In this study, response surface methodology was used to analyze the substitution of wheat flour by cassava in the development of doughnuts with added Spirulina platensis biomass and inverted sugar, in order to increase the rate of the Maillard's reaction and mask the green colour of the biomass. The formulations were evaluated in relation to their proximate, sensory and technological compositions, which, when compared to the standard formulation, without the addition of S. platensis biomass and inverted sugar, showed the feasibility of adding the biomass to bestow nutritional enrichment without significantly affecting the sensory acceptance of the product or its typical characteristics.Cultivos da cianobactéria Spirulina platensis vêm sendo conduzidos utilizando-se ureia como fonte de nitrogênio, em processo descontínuo alimentado, para obtenção de biomassa desidratada para ser incorporada em alimentos visando enriquecimento nutricional e conferir caráter funcional em virtude da composição rica em proteínas, vitaminas e diversos componentes bioativos. Neste trabalho, foi estudada a substituição da farinha de trigo pela mandioca, além da adição de biomassa de Spirulina platensis e açúcar invertido, para desenvolver um 'sonho' com elevada taxa da Reação de Maillard para mascarar a coloração verde da biomassa, por meio da metodologia de superfície de resposta. As formulações foram avaliadas em relação aos aspectos de composição centesimal, sensoriais e tecnológicos que, quando comparados com o padrão, sem adição de biomassa de S. platensis e açúcar invertido

  17. Biomassa de Rubrivivax gelatinosus na criação de frangos de corte: desempenho animal e cor dos produtos

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    S.V. Avanço

    2014-12-01

    Full Text Available A bactéria Rubrivivax gelatinosus tem sido utilizada experimentalmente no tratamento despoluente de efluentes industriais de abatedouros de aves e peixes, originando uma biomassa contendo pigmentos carotenoides, substâncias que possuem a capacidade de conferir cor aos alimentos e proteger contra reações oxidativas. Este trabalho teve por objetivo verificar o efeito da biomassa de R. gelatinosus adicionada à alimentação de frangos de corte sobre o desempenho animal e a cor de carne e pele. Duzentos pintos machos Cobb 500 foram distribuídos aleatoriamente em 20 boxes para receber, do 36º ao 45º dia de criação, quatro tratamentos com diferentes quantidades de biomassa na ração (T1 [controle] - 0g/kg; T2 - 1g/kg; T3 - 2g/kg; T4 - 3g/kg, em cinco repetições. As pesagens de aves e rações para a análise de desempenho foram feitas no início da criação e ao fim de cada período de crescimento. Ao final do experimento (45 dias, 20 aves de cada tratamento foram abatidas para a determinação da cor objetiva (L - luminosidade, C - saturação, h - tom em pele e carne de peito e coxa. Os resultados obtidos foram submetidos à ANOVA, teste t para a comparação múltipla de médias e análise de regressão com nível de significância de 5%. O ganho de peso e o consumo das aves não diferiram estatisticamente entre si (P>0,05, enquanto o índice de conversão alimentar foi superior para o T1. A luminosidade da carne e da pele aumentou significativamente nos tratamentos que receberam a biomassa. O tom da cor em carne e pele aumentou em direção ao amarelo até a concentração de 2g de biomassa por kg de ração, ao passo que, na concentração de 3g/kg, o aumento foi em direção à tonalidade vermelha. Somente na carne da coxa a saturação da cor sofreu influência da presença da biomassa na dieta. Concluiu-se que, até a proporção de 3g/kg, a biomassa não prejudicou o desempenho e foi eficiente em pigmentar a pele e a carne de

  18. Smart grid for comfort; Smart grid voor comfort

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Zeiler, W.; Van der Velden, J.A.J. [Kropman, Rijswijk (Netherlands); Vissers, D.R.; Maaijen, H.N. [Faculteit Bouwkunde, Technische Universiteit Eindhoven TUE, Eindhoven (Netherlands); Kling, W.L. [Faculteit Electrical Engineering, Technische Universiteit Eindhoven TUE, Eindhoven (Netherlands); Larsen, J.P. [Sense Observation Systems, Rotterdam (Netherlands)

    2012-04-15

    A new control strategy was developed based on the application of wireless sensor network with the connection to a smart grid to investigate if it is possible to save energy on the level of the user under the condition of maintaining the same or even improved level of individual comfort. By using different scenarios, for individual comfort and energy consumption, agents provide the steering of the process control This forms the basis of a new approach to optimize the energy consumption, after which the effect of it can be used on the level of residential building to optimize the interaction with the electrical infrastructure, the smart grid. [Dutch] Er vindt onderzoek plaats naar een nieuwe regelstrategie gebaseerd op de toepassing van een draadloos sensor netwerk dat is gekoppeld aan het smart grid. Doel van deze regelstrategie is om op gebruikersniveau energie te kunnen besparen met behoud of zelfs verbetering van het individueel comfort. Er zijn verschillende scenario's voor individueel comfort en energiegebruik van apparatuur met behulp van agents die voor de aansturing kunnen zorgen. Zo wordt de kern van de energievraag geoptimaliseerd. De doorwerking hiervan tot op het niveau van woninggebouw en de koppeling met het externe elektriciteitsnet kan vervolgens worden geoptimaliseerd.

  19. Pengaruh macam limbah organik dan pengenceran terhadap produksi biogas dari bahan biomassa limbah peternakan ayam

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    SUNARTO

    2012-05-01

    Full Text Available Pamungkas GS, Sutarno, Mahajoeno E. 2012. Pengaruh macam limbah organik dan pengenceran terhadap produksi biogas dari bahan biomassa limbah peternakan ayam. Bioteknologi 9: 18-25. Kelangkaan bahan bakar merupakan masalah penting saat ini, sehingga diperlukan berbagai alternative sumbernya. Dengan sistem biodigester anaerob, limbah peternakan ayam dengan penambahan limbah organik lain dapat menghasilkan biogas, sebagai sumber energi terbarukan (renewable energy. Tujuan penelitian ini adalah (i menguji produksi biogas dari pencerna anaerob limbah peternakan ayam dengan perlakuan pengenceran, dan penambahan berbagai substrat sampah organik skala laboratorium, (ii mengetahui produksi biogas dari pencerna anaerob sistem curah limbah peternakan ayam dengan frekuensi agitasi berbeda pada skala semi pilot. Penelitian dilakukan dua tahap yaitu penelitian skala laboratorium dan skala semi pilot. Rancangan percobaan menggunakan pola Rancangan Acak Lengkap (RAL yang terdiri dari 2 faktor yaitu, rasio pengenceran, dan penambahan substrat. Hasil dari produksi biogas terbaik direkomendasikan pada penelitian skala semi pilot sistem curah. Perlakuan dalam tahapan semi pilot dengan interval waktu pengadukan, yaitu 4 jam/hari dan 8 jam/hari. Produksi biogas tertinggi diperoleh dari penyampuran kotoran ayam dengan eceng gondok pengenceran 1:1 sebesar 0,60 L dalam 6 minggu dan efisiensi perombakan COD, TSS, VS adalah 63,80%; 14,79%; 75,14%. Pada sekala semi pilot sistem curah dengan frekuensi pengadukan 8 jam/hari, diperoleh hasil biogas tertinggi sebesar 624,99 L dalam 6 minggu.

  20. Purmerend wants to heat city of the Netherlands. Efficient distribution of sustainable heat; Purmerend wil warmtestad van Nederland worden. Efficiente distributie van duurzame warmte

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Stollmeyer, A. [Stadsverwarming Purmerend, Purmerend (Netherlands)

    2010-09-15

    Stadsverwarming Purmerend (District heating) is working on realizing the most sustainable heating company in the Netherlands. This is to be realized by means of an energy transition: the transition from grey waste heat to green energy sources such as biomass and deep geothermal energy. Moreover, the SlimNet program is used to efficiently distribute heat generated from sustainable sources. The system will enter into operation in 2014. [Dutch] Stadsverwarming Purmerend werkt aan het duurzaamste warmtebedrijf van Nederland. Een en ander wordt gerealiseerd via een energietransitie: de overstap van grijze restwarmte naar groene energiebronnen als biomassa en diepe geothermie. Ook wordt het programma SlimNet ingezet om de duurzaam geproduceerde warmte efficient te distribueren. Het systeem wordt in 2014 operationeel.

  1. What's in a nudge? : Tien aanbevelingen voor nudge-experimenten in de openbare gezondheidszorg

    NARCIS (Netherlands)

    de Ridder, D.T.D.; Gillebaart, M.

    2016-01-01

    Nudging, kortweg gedefinieerd als het gemakkelijker maken van de gewenste (gezonde) keuze zonder de ongewenste keuze te verbieden, wint aan populariteit als alternatief voor gebruikelijke (veelal educatieve) interventies in de openbare gezondheidszorg. Duidelijke aanknopingspunten om te gaan

  2. Ammoniakemissie-arme huisvestingssystemen voor vleeskuikens en het effect van vloerverwarming op emissie en technische resultaten

    NARCIS (Netherlands)

    Middelkoop, van J.H.; Harn, van J.

    1995-01-01

    Het Praktijkonderzoek Pluimveehouderij heeft onderzoek gedaan naar het gebruik van emissiearme stalsystemen voor vleeskuikens en het effect van het gebruik van vloerverwarming op de technische resultaten, strooiselkwaliteit en ammoniakemissie.

  3. Advies voor de toepassing van ground-penetrating radar bij de inventarisatie van de grondwaterdynamiek

    NARCIS (Netherlands)

    Knotters, M.

    2001-01-01

    Ground-penetrating radar (GPR) biedt mogelijk een nauwkeurig alternatief voor arbeidsintensieve metingen van de grondwaterstand in boorgaten. De GPR-metingen kunnen als hulpinformatie dienen bij geostatistische interpolatie van grondwaterstanden. Op basis van literatuurstudie en verkenning van het

  4. Onderzoek naar de stabiliteit van reconstitutie van RIVM-humaan juistheidscontroleserum voor enzymactiviteitsmetingen

    NARCIS (Netherlands)

    Steentjes; G.M.; Laar; E.A.van; Buitenhuis; S.G.; Koedam; J.C.

    1984-01-01

    Van het RIVM humaan juistheidscontroleserum voor enzymactiviteitsmethingen is de stabiliteit na reconsitutie gedurende een week bij diverse bewaaromstandigheden onderzocht. Bij normale gebruiksomstandigheden werden na 24 uur geen afwijkingen geconstateerd. Door bacteriele besmetting

  5. Technieken voor biometrische identificatie: hoge eisen maken multi-modale biometrie noodzakelijk

    NARCIS (Netherlands)

    Bazen, A.M.

    2005-01-01

    Een biometrisch systeem vergelijkt twee metingen van persoonskenmerken. Hierbij worden opgeslagen kenmerken gematcht met een live meting. Voor verificatie, identificatie en vergelijking met een zwarte lijst wordt biometrie ingezet bij beveiliging, verhoogde effici

  6. Vervanging dierlijke eiwitten bittere noodzaak : Profetas ontwikkelt technieken en kennis voor vleesvervangers

    NARCIS (Netherlands)

    Vereijken, J.M.

    2003-01-01

    Het onderzoeksprogramma Profetas dat staat voor Protein Foods, Environment, Technology and Society, bestudeert de mogelijkheden om de consumptie van dierlijke eiwitten of vleeseiwitten terug te dringen door milieuvriendelijke plantaardige eiwitten

  7. Plaatsing als strategie voor een efficiëntere fosfaatbemesting 1. literatuur en modelonderzoek

    NARCIS (Netherlands)

    Smit, A.L.; Willigen, de P.; Pronk, A.A.

    2009-01-01

    Plaatsing als strategie voor een efficiëntere fosfaatbemesting. Fosfaat is een bemestingsstrategie waarbij relatief kleine hoeveelheden fosfaat lokaal aangeboden worden in de nabijheid van plantenwortels. In het kader van strengere regelgeving is model matig onderzocht in hoeverre fosfaatplaatsing

  8. Een planningsmethode voor reductie van de fluctuaties in de belasting van verpleegafdelingen

    NARCIS (Netherlands)

    Vanberkel, P.T.; Boucherie, Richardus J.; Hans, Elias W.; Hurink, Johann L.; van Lent, W.A.M.; van Harten, Willem H.

    2012-01-01

    Zorgvuldige afstemming tussen het schema van de operatiekamers en de verpleegafdeling balanceert de belasting van de verpleegafdeling en vermindert het aantal afgezegde operaties. In samenwerking tussen het Center for Healthcare Operations Improvement & Research (CHOIR, kenniscentrum voor

  9. Beschrijving van een verdampings-condensatie aerosol generator voor de produktie van submicron aerosol

    NARCIS (Netherlands)

    Feijt; A.*; Meulen; A.van der

    1985-01-01

    Dit rapport is een handleiding voor een bedrijfszeker, routinematig gebruik van een zgn. Evaporation-Condensation aerosol Conditioner. Met deze aerosol generatie apparatuur kunnen op stabiele, reproduceerbare manier zeer hoge concentraties (tot 1 miljoen deeltjes per cc) monodispers submicron

  10. Factsheet Cosmetica. Ten behoeve van de schatting van de risico's voor de consument

    NARCIS (Netherlands)

    Bremmer HJ; Prud' homme de Lodder LCH; Veen MP van; SIR

    2003-01-01

    Om de bloostelling aan stoffen uit consumentenproducten en de opname daarvan door de mens te kunnen schatten en beoordelen zijn wiskundige modellen beschikbaar. Het grote aantal consumentenproducten verhindert dat voor elk afzonderlijk product bloostellingsmodellen en parameterwaarden

  11. Constructie en validering van de Groninger Intelligentietest voor Voortgezet Onderwijs (GIVO)

    NARCIS (Netherlands)

    Dijk, Hendrik van

    1995-01-01

    In de voorafgaande negen hoofdstukken werd de constructie en de validering van de Groninger lntelligentietest voor Voortgezet Onderwijs (de GIVO) beschreven. Waar mogelijk zijn aan het einde van de hoofdstukken conclusies geformuleerd. Hier zullen bepaalde conclusies worden samengevat en van

  12. Kies voor eenvoud! ; PSO Matrix is hulpmiddel bij keuzes in veranderingsprojecten

    NARCIS (Netherlands)

    Dick Markvoort

    2009-01-01

    In elke organisatie zijn er krachten en invloeden werkzaam, waardoor de organisatie neigt naar aannemen van grote en complexe projecten. Door bewust te kiezen voor eenvoud is veel geld te besparen. Do as much nothing as possible, stelt Dick Markvoort.

  13. Behandeling van lucht uit een traditionele stal voor vleeskuikens met een chemische wasser

    NARCIS (Netherlands)

    Hol, J.M.G.; Wever, A.C.; Groot Koerkamp, P.W.G.

    1999-01-01

    In dit onderzoek werd de reductie van de ammoniakemissie gemeten door toepassing van een chemische wasser. Deze wasser behandelde de lucht die afkomstig was uit een traditionele stal voor vleeskuikens.

  14. Meetprocedure voor de bepaling van Acid Volatile Sulfide en Simultaneously Extracted Metals in sediment en bodem

    NARCIS (Netherlands)

    den Hollander HA; van den Hoop MAGT; ECO

    1994-01-01

    Ter ondersteuning bij Integrale Normstelling (INS) wordt in het project ECOROUTING onderzoek uitgevoerd naar de toepasbaarheid van het evenwichtspartitieconcept bij de harmonisatie van milieukwaliteitsdoelstellingen voor de compartimenten bodem en sediment. Het onderzoek beperkt zich tot de

  15. En wie zorgt er voor de mantelzorger? Ondersteuning van mantelzorgers na opname van hun naaste

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Ingrid Nordt

    2012-12-01

    De mantelzorger speelt een belangrijke rol in de zorg voor naasten. Het overheidsbeleid is erop gericht de mantelzorger zoveel mogelijk te ondersteunen bij het kunnen blijven vervullen van deze rol. Maar wat als de zorg te zwaar wordt en opname in een zorginstelling onvermijdelijk is? Dit artikel focust zich op de ondersteuning die mantelzorgers nodig hebben nadat hun naaste is opgenomen in een zorginstelling. Voor de mantelzorgers is dit een moeilijke periode waarin zij een nieuwe rol moeten zoeken in een nieuwe situatie.

  16. Schatgraven in 'de mijnen van het Oosten'. Europa's eerste tijdschrift voor oriëntaalse studies

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Peter Rietbergen

    1999-06-01

    Full Text Available Tussen 1809 en 1818 verscheen Fundgruben des Orients. Dit eerste Europese tijdschrift voor oriëntaalse studies was een spreekbuis voor liefhebbers van de cultuur van het Oosten. De redactie wilde de nadruk leggen op het Nabije Oosten. De groeiende koloniale invloed van Engeland in Azië, met name in India, weerspiegelde zich echter ook in de kolommen van het tijdschrift. Een politiek gevoelig artikel maakte waarschijnlijk een einde aan het blad.

  17. Talent voor taal: gecontextualiseerd en opleidingsspecifiek taalondersteuningsmateriaal als voorbeeld van taalontwikkelend lesgeven

    OpenAIRE

    Peters, Elke; Van Houtven, Tine

    2010-01-01

    Het OOF-project “Taalvaardig in het hoger onderwijs: doorstroom en taalbeleid" ontwikkelde opleidingsspecifiek taalondersteuningsmateriaal voor vier opleidingsonderdelen. Het materiaal wordt ‘inclusief’ ingezet en beoogt aldus de verbetering van taalvaardigheid van álle studenten Het materiaal wordt dus niet beperkt tot remediërende sessies voor taalzwakkere studenten. We lichten de gehanteerde methode, het materiaal en de effecten van deze aanpak toe.

  18. Nutrientes minerais na biomassa da parte aérea em culturas de cobertura de solo

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Borkert Clóvis Manuel

    2003-01-01

    Full Text Available O objetivo deste trabalho foi estimar as quantidades de nutrientes reciclados por cinco espécies vegetais utilizadas como culturas de cobertura do solo e que podem retornar ao solo pela mineralização da biomassa. Foram coletadas de vários experimentos amostras da matéria verde de aveia-preta (Avena strigosa Schreb, mucu-napreta (Stizolobium aterrimum Piper & Tracy, guandu (Cajanus cajan (L. Millsp, tremoço (Lupinus albus L. e L. angustifolius L. e ervilhaca (Vicia sativa L.. Foi estimado o rendimento de matéria seca e determinados os teores de N, P, K, Ca, Mg, Mn, Zn, Cu, e, a partir dessas concentrações, foram calculadas a média observada, a média estimada e o intervalo de confiança a 95% para cada nutriente dentro de cada classe de rendimento de matéria seca, em cada espécie vegetal. Os dados foram tabulados dentro de intervalos de classe de rendimento de matéria seca e apresentadas as quantidades estimadas de nutrientes minerais. Foram ajustadas equações para estimar as quantidades desses nutrientes. A aveia-preta e a ervilhaca reciclam grande quantidade de K, e a ervilhaca, a mucu-napreta, o tremoço e o guandu reciclam grande quantidade de N. Todas as espécies reciclam quantidades apreciáveis de Ca, Mg e micronutrientes, porém baixas quantidades de P. A rotação de culturas é um meio de implementar com sucesso o aumento das áreas de lavoura em semeadura direta.

  19. The Netherlands in a sustainable world. Poverty, climate and biodiversity. Second Sustainability Outlook; Nederland en een duurzame wereld. Armoede, klimaat en biodiversiteit. Tweede Duurzaamheidsverkenning

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Hanemaaijer, A.; De Ridder, W.; Aalbers, T.; Eickhout, B.; Hilderink, H.; Hitman, L.; Manders, T.; Nagelhout, D.; Petersen, A. (eds.)

    2007-11-15

    Poverty reduction, climate change and biodiversity loss to be tackled as an integrated global problem. The world is too small to simultaneously produce enough food (including meat) for everyone and to deliver biofuels on a large enough scale to slow down climate change and maintain biodiversity. In this report sufficient options for fighting poverty, tackling climate change and limiting the loss of biodiversity are presented and discussed. The costs of these options can be limited to a few percent of GDP in 2040. However this will only be possible with coordinated international policies. [Dutch] In de Tweede Duurzaamheidsverkening staan drie duurzaamheidsvraagstukken centraal: het ontwikkelingsvraagstuk, de klimaatverandering en het biodiversiteitsverlies. Deze verkenning beschrijft de trends en de beleidsopties om de internationaal afgesproken doelen voor deze vraagstukken dichterbij te brengen. Er is voor gekozen om te werken met een Trendscenario van de OESO dat loopt tot 2040. In een Trendscenario wordt geen aanvullend beleid verondersteld, zoals het recent afgesproken EU-klimaatbeleid. Vervolgens zijn additionele beleidsopties geinventariseerd, gericht op het dichterbij brengen van de doelen. Vanuit verschillende visies op de wereld (wereldbeelden) zijn daarna de geidentificeerde beleidsopties geanalyseerd.

  20. Onderzoek naar de mogelijkheden om de bewaaradvisering voor appels te baseren op de bepaling van de minerale samenstelling van het perssap

    NARCIS (Netherlands)

    Driessen, J.J.M.; Jong, de J.

    1989-01-01

    In samenwerking met het Proefstation voor de Fruitteelt te Wilhelminadorp (PFW) en het Bedrijfslaboratorium voor Grond- en Gewasonderzoek te Oosterbeek (BLGG) is onderzoek verricht met appels van de rassen "Schone van Boskoop" en "Cox's Orange Pippin", Nagegaan is of de methode voor de vruchtanalyse

  1. Nieuwe technieken voor het meten van de verteerbaarheid van grondstoffen en mengvoeders voor varkens : in vitro methoden, de in vitro automaat = New techniques to measure the digestibility of feedstuffs and diets for pigs : in vitro methods, the in vitro automate

    NARCIS (Netherlands)

    Meer, van der J.M.; Schraa, R.

    1989-01-01

    Voor de waardering van varkensvoeders, grondstoffen en mengvoeders is een in-vitro-methode ontwikkeld, die de in vivo schijnbare organische stofverteerbaarheid voorspelt. De methode is gebaseerd op een aantal opeenvolgende incubaties bij 40 graden Celsius met "handels" verteringsenzymen. Voor deze

  2. Empowerment onderzoek: een kritische vriend voor sociaal werkers

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Tine Van Regenmortel

    2016-09-01

    same time, processes of change start at different levels of the organization. Professionals are involved in critical reflection, management learns to take account of the perspective of other stakeholders in its decisions, and users learn that their reflections and ideas, too, are used to improve practice. At the same time, it is necessary to continue to systematically map the critical factors and necessary conditions for empowerment research and the way in which its scientific validity can be made visible. It is important that science and practice are willing to view one another as partners and that this innovative method of collaboration between science, practice/policy and users is supported and encouraged by science policy. SAMENVATTING Empowerment onderzoek: een kritische vriend voor sociaal werkers Het empowermentparadigma heeft niet alleen gevolgen voor praktijk en beleid, maar ook voor de wijze van onderzoeken. In dit artikel worden in een eerste deel de theoretische grondslagen van empowerment onderzoek belicht. Naast de wetenschapsfilosofische basis beschrijven we de kernaspecten van empowerment onderzoek met extra aandacht voor methodologische consequenties. Drie inspiratiebronnen hiervoor zijn: de empowerment theorie van Rappaport en Zimmerman, responsieve evaluatie van Stake en Abma en empowerment evaluatie van Fetterman en Wandersman. We belichten als kern het drieledig perspectief: krachtgericht, multistakeholders en multilevel, de focus op verbetering en sociale rechtvaardigheid, het streven naar eigenaarschap, een continue participatie en dialoog, erkenning van drie gelijkwaardige kennisvormen en capaciteitsopbouw, lerende organisatie en gedeelde verantwoordelijkheid. We sluiten af met de rol van de onderzoeker als “kritische vriend”. In een tweede deel beschrijven we de praktijk van empowerment onderzoek. Na de toelichting van het concept van “Empowerende Academische Werkplaats” als doorgedreven invulling van empowerment onderzoek, beschrijven

  3. More with thermal energy storage. Report 10. Options for a combination of heat and cold storage with soil sanitation. Overview of techniques and new options. Final report; Meer met bodemenergie. Rapport 10. Mogelijkheden voor combinatie van KWO met bodem-sanering. Overzicht van technieken en nieuwe mogelijkheden. Eindrapport

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    De Vries, E. [Bioclear, Groningen (Netherlands); Hoekstra, N. [Deltares, Delft (Netherlands)

    2012-06-01

    werkpakketten. In werkpakket 2 worden de effecten van individuele en collectieve bodemenergiesystemen op de ondergrond en de omgeving onderzocht, in werkpakket 3 worden de kansen voor bodemenergie en bodemsanering onderzocht en in werkpakket 4 worden nieuwe duurzame combinaties van KWO met andere functies verkend. Werkpakket 1 is het overkoepelende deel waarin communicatie, beleid en participatie van deelnemers van MMB centraal staat. In dit onderzoek is een overzicht gemaakt van beschikbare saneringsmethoden en bodemenergiesystemen. Vervolgens zijn potentiele combinatieconcepten getoetst aan de volgende criteria: behoud van energierendement; halen van de saneringsdoelstelling; kostenefficientie; lange levensduur (het uitblijven van putverstopping)

  4. Database marketing for energy conservation. Practice-oriented study; Databasemarketing voor energiebesparing. Praktijk gericht onderzoek

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Burghouts, H. [Energie Netwerk EN, Bilthoven (Netherlands); De Kleijn, B.; Van Leerdam, W. [Tangram Advies en Onderzoek, Zeist (Netherlands)

    2013-06-15

    In the 'Block by Block' project 13 local energy saving projects are supported in the development of concepts to realize large-scale energetic improvements of existing houses. In these projects the consortia develop strategies which are applied in the market. In addition, a number of projects is awarded with a so-called 'Green Deal' (agreements between governmental, public and private parties in the Netherlands). Part of the support is a knowledge and learning process. As part of the learning process a practice-oriented research has been carried out into the possibilities of database marketing (DBM) for energy conservation. The research focuses on the opportunities for DBM for energy savings and promising product-market combinations. The question is: can DBM contribute to improving the effectiveness of the 'Block by Block' projects? [Dutch] In het project 'Blok voor Blok' worden 13 lokale energiebesparingsprojecten gesteund bij de ontwikkeling van concepten ten behoeve van de grootschalige energetische verbetering van bestaande woningen. In deze projecten worden door de gevormde consortia strategieen ontwikkeld en uitgevoerd in de markt. Daarnaast is een aantal projecten gehonoreerd met een 'Green deal'. Onderdeel van de ondersteuning is een kennis- en leertraject. In het kader van het leertraject is een praktijk gericht onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van databasemarketing (DBM) voor energiebesparing. Het onderzoek richt zich op de kansen voor DBM voor energiebesparing en kansrijke productmarktcombinaties. De vraag is: kan DBM bijdragen aan verbetering van de effectiviteit van projecten 'Blok voor Blok'?.

  5. Per maand of per kWh?: beoordeling van de effecten van een ander tariefsysteem voor kleinverbruikers electriciteit

    NARCIS (Netherlands)

    Aalbers, R.F.A.; de Nooij, M.

    2006-01-01

    Dit rapport bepaalt de effecten van de invoering van een capaciteitstarief voor de kosten van het transport van elektriciteit voor kleinverbruikers. Centraal kenmerk van een capaciteitstarief is dat kleinverbruikers niet langer per afgenomen kWh, maar een vast bedrag per aansluiting betalen. In het

  6. 3D pilot. Eindrapport werkgroep technische specificaties voor de opbouw van de 3D IMGeo-CityGML

    NARCIS (Netherlands)

    Blaauboer, J.; Goos, J.; Ledoux, H.; Penninga, F.; Reuvers, M.; Stoter, J.E.; Vosselman, M.G.

    2012-01-01

    Deze notitie is de eindrapportage van Activiteit 3 van de zes 3D Pilot NL Fase II activiteiten: Technische specificaties bestekteksten voor de opbouw van IMGeo-CityGML. De 3D Pilot is een initiatief van het Kadaster, Geonovum, de Nederlandse Commissie voor Geodesie en het Ministerie van

  7. Verbeelding en principes: Enkele implicaties van Dewey’s moraalfilosofie voor een vernieuwing van de hedendaagse ethiek

    NARCIS (Netherlands)

    Coeckelbergh, Mark

    2007-01-01

    In deze presentatie onderzoek ik hoe Dewey’s moraalfilosofie kan bijdragen aan een vernieuwing van de hedendaagse ethiek door te kijken naar de rol die Dewey ziet voor verbeelding en principes in moreel redeneren. Ik toon dat zijn werk kan gebruikt worden om te argumenteren voor een omwenteling in

  8. Chronische Aspecifieke Respiratoire Aandoeningen (CARA) in Nederland. Ontwikkelingen in de kennis van de epidemiologie en etiologie en mogelijkheden voor preventie

    NARCIS (Netherlands)

    Maas IAM; VTV

    1994-01-01

    In dit rapport wordt een overzicht gegeven van de actuele stand van de kennis omtrent etiologie, determinanten en mogelijkheden voor preventie voor chronische aspecifieke luchtwegaandoeningen (CARA). De nadruk ligt in dit rapport op de rol van leefstijlfactoren (roken, voeding en lichamelijke

  9. Alternatieven voor de septic tank in het buitengebied : brongerichte aanpak sanitatie in niet-kwetsbare gebieden [thema riolering

    NARCIS (Netherlands)

    Mels, A.; Kujawa, K.; Zeeman, G.

    2004-01-01

    Voor 1 januari 2005 dienen op alle ongerioleerde percelen in het buitengebied adequate lozingsvoorzieningen te zijn getroffen. In niet-kwetsbaar buitengebied schrijft artikel 1 van het lozingenbesluit Wvo huishoudelijk afvalwater voor om bij lozingen tot vijf inwonerequivalenten een septic tank van

  10. BoKS 1.0. : Een voorstel voor een body of knowlegde & skills van de communicatieve competentie

    NARCIS (Netherlands)

    Els van der Pool; Monique van Wijk; Cecilia van Dongen

    2010-01-01

    Sinds 2008 bestaat er een landelijke Body of Knowledge & Skills voor vijf domeinen binnen het hoger onderwijs, te weten Business Administration, Commerce, Communications, Economics en Laws (Hbo-raad 2008). De term Body of Knowledge & Skills (BoKS) staat voor het geheel van kennis, vaardigheden en

  11. Optimalisatie van een nursery systeem voor de kweek van mosselbroed en een algenkweek systeem t.b.v. deze nursery

    NARCIS (Netherlands)

    Peene, F.

    2006-01-01

    Stage rapport van een leerling van Hogeschool Zeeland, opleiding Aquatische Ecotechnologie. De studie die tijdens deze stage uitgevoerd is, is een literatuurstudie naar systemen voor de nursery van mosselen en systemen voor grootschalige algenkweek ten behoeve van deze nursery. Ook zijn experimenten

  12. APORTE DE NUTRIENTES E BIOMASSA VIA SERRAPILHEIRA EM SISTEMAS AGROFLORESTAIS EM PARATY (RJ

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Nina Duarte Silveira

    2007-06-01

    Full Text Available O objetivo deste trabalho foi avaliar a sustentabilidade ambiental de Sistemas Agroflorestais Regenerativos e Análogos (Safra, utilizando-se como indicadores de sustentabilidade ambiental o aporte de biomassa e nutrientes via serrapilheira de espécies arbóreas plantadas. Este trabalho faz parte das ações do PRODETAB – projeto 039 e foi desenvolvido na Fazenda Goura Vrindávna, Paraty, RJ. Foram plantadas 28 espécies arbóreas de múltiplos usos em três tratamentos agroflorestais, Safra Mínimo (sistema simplificado de enriquecimento de bananal, Safra Absoluto (sistema adensado e diversificado e Safra Modificado (mesma composição do anterior e com adubação do solo. Para a avaliação do aporte de nutrientes via serrapilheira; foram coletadas amostras nos três tratamentos Safras e em dois tratamentos testemunhas (Bananal e Capoeira por meio de coletores de 625 cm2, 15 meses após o plantio. Nas amostras, foram feitas as determinações dos teores e conteúdos de micro e macronutrientes. O Safra Mínimo foi o sistema que depositou maior peso de serrapilheira (32,4 Mg ha-1 e aportou maiores conteúdos de micro e macronutrientes. Com exceção do C e H, o N foi o que apresentou os maiores conteúdos nos cinco tratamentos, e em relação aos micronutrientes, o Fe foi o elemento de maior aporte. A poda da vegetação nos Safras favoreceu a ciclagem de nutrientes e contribuiu para elevação dos conteúdos destes na serrapilheira. Os Safras, sob o aspecto do aporte de nutrientes via serrapilheira, foram os sistemas mais promissores na recomposição dessas funções ecológicas, quando comparados à Capoeira e monocultura de banana.

  13. [Survey among readers of the Tijdschrift voor Psychiatrie].

    Science.gov (United States)

    Brandt-Dominicus, J C; van Harten, P N

    2006-01-01

    The editorial board has defined the objectives of this journal as follows: to provide its readers with refreshing information, to report the results of scientific research and to build bridges between research and everyday practice. To find out what readers want and whether they support the board's objectives, and to use this information in planning the contents of future issues of the journal. All readers were invited to complete a questionnaire either on paper or via the website. Questionnaires were completed by 255 readers (response rate 5.7%). The average rating on a 5-point Likert scale was 3.8. Thematic issues and issues devoted to book reviews were given a high rating. There seems to be a demandfor evidence-based medicine, the inclusion of scientific results reported in other journals and practice-based articles. No significant differences were found between the views expressed by readers who had previously submitted an article for publication and those who had not, nor between Flemish readers and Dutch readers. The website was not visited very often. The Tijdschrift voor Psychiatrie is greatly appreciated by its readers. They are largely in agreement with the objectives formulated by the editorial board. Thematic issues are highly rated and many subjects are mentioned by the readers for future issues. The low response to the survey can affect its representativity. The editorial board will take readers' wishes into consideration when selecting material for future issues of the journal.

  14. Signs of Transition; Tekens van Transitie

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van Leenders, C.; Baidenmann, J.

    2010-05-15

    This book contains 14 inspiring experiences with making the energy system more sustainable that make clear that the energy transition is progressing. Two examples are provided for each of the seven themes: (1) Sustainable electricity (Agriport A7, Wind park Prinses Amalia); (2) Energy in the built environment (passive houses, conceptual building); (3) Chain efficiency (searching for CO2, process intensification); (4) New gas (biogas from manure, High efficiency boiler); (5) Sustainable mobility (electric driving, bus on biogas); (6) greenhouse as source of energy (closing the greenhouses, tomatoes on geothermal heat); and (7) green resources (biorefinery of grass, pyrolisis of biomass) [Dutch] Dit boek bevat veertien inspirerende ervaringen met verduurzaming van de energiehuishouding die duidelijk maken dat er voortgang zit in energietransitie. Er worden twee voorbeelden gegeven voor elk van de zeven thema's: (1) Duurzame Elektriciteit (Agriport A7, Windpark Prinses Amalia); (2) Energie in de Gebouwde Omgeving (Passiefhuizen, Conceptueel Bouwen); (3) Keten-Efficiency (Op zoek naar CO2, Procesintensificatie); (4) Nieuw Gas (Biogas uit mest, HR-e ketel); (5) Duurzame Mobiliteit (Elektrisch rijden, Bus op biogas); (6) Kas als Energiebron (De kassen sluiten, Tomaten op aardwarmte); en (7) Groene Grondstoffen (Bioraffinage van gras, Pyrolyse van biomassa)

  15. Queima de biomassa e efeitos sobre a saúde Biomass burning and its effects on health

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Marcos Abdo Arbex

    2004-04-01

    Full Text Available A primeira idéia que se forma na mente das pessoas e do pesquisador é associar a poluição do ar aos grandes centros urbanos, com a imagem de poluentes sendo eliminados por veículos automotores ou pela chaminé de suas fábricas. Entretanto, uma parcela considerável da população do planeta convive com uma outra fonte de poluição, que atinge preferencialmente os países em desenvolvimento: a queima de biomassa. Este artigo tem como objetivo chamar a atenção do pneumologista, da comunidade e das autoridades para os riscos à saúde da população exposta a essa fonte geradora de poluentes, seja em ambientes internos, seja em ambientes abertos. O presente trabalho caracteriza as principais condições que levam à combustão de biomassa, como a literatura tem registrado os seus efeitos sobre a saúde humana, discutindo os mecanismos fisiopatológicos envolvidos, e finaliza com a apresentação de dois estudos recentes que enfatizam a importância da queima de um tipo específico de biomassa, a palha da cana-de-açúcar, prática comum no interior do Brasil, e sua interferência no perfil de morbidade respiratória da população exposta.The first thought that comes to mind concerning air pollution is related to urban centers where automotive exhausts and the industrial chimneys are the most important sources of atmospheric pollutants. However a significant portion of the earth’s population is exposed to still another source of air pollution, the burning of biomass that primarily affects developing countries. This review article calls the attention of lung specialists, public authorities and the community in general to the health risks entailed in the burning of biomass, be it indoors or outdoors to which the population is exposed. This review describes the main conditions that lead to the burning of biomass and how the literature has recorded its effects on human health discussing the psychopathological mechanisms. Finally two recent

  16. Explanatory factors for evolution in air quality; Verklarende factoren voor evoluties in luchtkwaliteit

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Deutsch, F.; Vankerkom, J.; Veldeman, N.; Peelaerts, W. [Unit Ruimtelijke Milieuaspecten, VITO, Mol (Belgium); Fierens, F.; Vanpoucke, C.; Trimpeneers, E. [Intergewestelijke Cel voor het Leefmilieu IRCEL, Vlaamse Milieumaatschappij Milieurapportering VMM, Brussels (Belgium); Vancraeynest, L.; Bossuyt, M. [Vlaamse Milieumaatschappij Milieurapportering MIRA, Mechelen (Belgium)

    2010-12-15

    A method was formulated to map the Flemish sector contributions and foreign contributions to PM10, PM2.5 and ozone concentrations in Flanders. Flemish emissions scenarios from MIRA and the corresponding European emissions scenarios from IIASA were used for this. The content and production of these emissions scenarios were described in the Environment Outlook 2030 Flanders (REF and EUR scenarios) and in the MIRA study 'Particulate matter and photochemical air pollution. Visionary Scenario of the Environment outlook 2030 Flanders. In the context of this study, which emissions and atmospheric chemical processes play an important role in explaining the particulate matter and ozone concentrations in Flanders for the current situation (base year 2007) and for the three emissions prognoses for 2020 were analysed: (1) for an emissions scenario according to current European legislation; (2) for an emissions scenario with a number of additional European emissions reduction measures; (3) for an emissions scenario with further reaching emissions reductions. In general the emissions and the concentrations decrease in the three scenarios for 2020. The changes to emissions are related to sector and place, which has an impact on the relative sector contributions for Flanders. [Dutch] Er werd een methodologie opgesteld om de Vlaamse sectorbijdragen en de buitenlandse bijdragen aan de PM10-, PM2,5- en ozonconcentraties in Vlaanderen in kaart te brengen. Hiervoor werden Vlaamse emissiescenario's van MIRA en bijhorende Europese emissiescenario's van IIASA gebruikt. In het kader van deze studie werd nagegaan welke emissies en atmosferische, scheikundige processen een belangrijke rol spelen in de verklaring van de zwevend stof en ozonconcentraties in Vlaanderen voor de huidige situatie (basisjaar 2007) en voor drie verschillende emissieprognoses voor het jaar 2020: (1) voor een emissiescenario volgens de huidige Europese wetgeving; (2) voor een emissiescenario met een

  17. Hydrogen in Ecomare. Options for uses; Waterstof bij Ecomare. Opties voor inzet

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Kraaij, G.J. [ECN Waterstof en Schoon Fossiel, Petten (Netherlands)

    2009-02-15

    Hydrogen is a clean fuel with very low emissions. In fuel cells the hydrogen can be converted to electricity with a high efficiency that can be used in electric transport and stationary applications. In order to promote and demonstrate this aspect ECN has investigated which applications Ecomare can use and demonstrate. Ecomare is the centre for Wadden and North Sea on Texel. The following options are investigated: Bicycles with fuel cells on hydrogen; Small utility vehicles with fuel cells on hydrogen; Back-up systems with fuel cells on hydrogen; Combined heat and power system with fuel cells on natural gas. The availability of transport systems with fuel cells is still small; from the bicycle market the cargobike from Masterflex is the best option. The cargobike will become available by mid 2009. The small utility vehicle that is potentially available is the VEM vehicle as developed in the Hychain project. For both vehicles the hydrogen logistic requires special attention since nonstandard hydrogen storage cylinders are used. For the stationary applications the demonstration aspect is less compared to the transport applications. The back-up systems are no necessity for Ecomare and the heat requirement in summertime is to small to for possible combined heat and power systems using fuel cells. Special attention is required for permits from the local authorities and fire department, and the transport of hydrogen by the ferry to Texel. [Dutch] Waterstof is bij gebruik een schone brandstof; er komen nauwelijks emissies bij vrij. Met behulp van brandstofcellen kan waterstof met een hoog rendement omgezet worden in elektriciteit, eventueel te gebruiken voor elektrisch vervoer. Om deze aspecten te promoten en tijdens het gebruik te laten zien wil Ecomare door ECN laten onderzoeken welke waterstoftoepassingen bij Ecomare ingezet kunnen worden. De volgende 4 opties zijn verder onderzocht: Fietsen met brandstofcellen op waterstof; Klein bedrijfsvoertuig met brandstofcellen

  18. Sustainable packaging. Packaging for a circular economy; Duurzaam verpakken. Verpakken voor de circulaire economie

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Haffmans, S. [Partners for Innovation, Amsterdam (Netherlands); Standhardt, G. [Nederlands Verpaskkingscentrum NVC, Gouda (Netherlands); Hamer, A. [Agentschap NL, Utrecht (Netherlands)

    2013-10-15

    What is Sustainable Packaging? And what is the most sustainable packaging for a product? The publication is intended for anyone who wants to take into account the environment in the design of a product and packaging. It offers concrete suggestions and inspiring examples to bring sustainable packaging into practice [Dutch] Wat is Duurzaam Verpakken? En wat is de duurzaamste verpakking voor mijn product? De publicatie is bestemd voor iedereen die rekening wil houden met het milieu bij het ontwerp van een product-verpakkingscombinatie. Ze biedt concrete aanknopingspunten en inspirerende voorbeelden om hier praktisch mee aan de slag te gaan.

  19. Desenvolvimento de um sensor por software para avaliação de biomassa em reatores anaeróbios

    OpenAIRE

    Rodríguez, Jaime Eduardo Navarrete

    2003-01-01

    Dissertação (mestrado) - Universidade Federal de Santa Catarina, Centro Tecnológico. Programa de Pós-Graduação em Engenharia Química. Um sensor por software para a determinação da concentração de biomassa em reatores anaeróbicos, em regime acetoclástico é apresentado. O sensor por software é baseado em medições de pressão do sistema experimental e um observador de estados não linear. O projeto do observador de estados é realizado a partir dos balanços de massa das espécies químicas e bioló...

  20. Variabilidade espacial da biomassa da forragem e taxa de lotação animal em pastagem de capim Marandu

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Sabino Pereira da Silva Neto

    2015-07-01

    Full Text Available O objetivo deste estudo foi realizar a modelagem variográfica da disponibilidade de matéria seca da Urochloa brizantha cv. Marandu e a simulação da taxa de lotação animal por meio do ajuste dos modelos esférico, exponencial e gaussiano ao semivariograma experimental, bem como a robustez das predições. A biomassa da gramínea foi coletada em 50 pontos em uma área de 36,22 ha. A simulação da taxa de lotação foi realizada com base na disponibilidade de folhas verdes em cada ponto amostrado, consumo diário de matéria seca por cada unidade animal (UA e o tempo de pastejo. Os dados referentes às variáveis foram submetidos à análise descritiva, estudo geoestatístico e interpolação por krigagem ordinária. A modelagem variográfica da disponibilidade de matéria seca do capim marandu e a taxa de lotação foram caracterizadas pelos modelos esférico, exponencial e gaussiano. Entretanto, apesar da aparente precisão dos ajustes, o modelo esférico apresentou melhor inferência, segundo o critério de informação de Akaike e soma dos erros ao quadrado. Assim, a adoção de modelos com ajustes de critérios somente visuais levam a estimativas da disponibilidade de biomassa de forragem e da taxa de lotação animal que não refletem a realidade da área. Palavras–chave: Estrutura do pasto. Carga animal. Distribuição espacial. Pecuária de precisão. Produção animal. Semivariograma.

  1. Partição de biomassa seca e nutriente em minicepas de eucalipto influenciada pela adubação NPK

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    José Pereira Carvalho Neto

    2012-09-01

    Full Text Available http://dx.doi.org/10.5902/198050986615O estado nutricional da planta-matriz é de grande importância para a manutenção do seu vigor vegetativo, o que determina a produção de brotos e também os índices de enraizamento e velocidade de formação das raízes, uma vez que os macronutrientes e os micronutrientes estão envolvidos nos processos bioquímicos e fisiológicos vitais à planta. Nesse sentido, o objetivo deste trabalho foi avaliar a influência da adubação NPK sobre a partição de biomassa seca e nutriente em minicepa de eucalipto em solução nutritiva. O trabalho foi realizado de novembro de 2008 a janeiro de 2009, em casa de vegetação. Foi utilizado delineamento inteiramente casualizado em esquema fatorial fracionado (4x4x41/2, perfazendo 32 tratamentos com três repetições. Os tratamentos se constituíram de quatro doses dos nutrientes de N (50; 100; 200 e 400 mg L-1 na forma de ureia, P (7,5; 15; 30 e 60 mg L-1 na forma de ácido fosfórico e K (50; 100; 200 e 400 mg L-1 na forma de cloreto de potássio em solução nutritiva. Houve efeito significativo apenas para as doses de N isoladamente, para a biomassa seca das miniestacas e biomassa seca da parte aérea e raiz das minicepas com efeito linear decrescente, com o aumento das doses de N. A dose de 50 mg L-1 de N proporcionou maior acúmulo de biomassa seca das miniestacas e minicepas. A distribuição percentual da biomassa seca e dos nutrientes na biomassa seca das miniestacas, parte aérea e raízes das minicepas variou em relação às doses de N. A extração de macronutrientes pelas miniestacas de 6 cm na dose de 50 mg L-1 de N seguiu a seguinte ordem decrescente de N > S > P > K > Ca > Mg e micronutrientes de Cu > B > Mn > Fe > Zn.

  2. Oude graslanden, bron van genetische diversiteit

    NARCIS (Netherlands)

    Treuren, van R.; Soest, van L.J.M.

    2002-01-01

    Het Centrum voor Genetische Bronnen onderzoekt, aan de hand van Engels raaigras en witte klaver, de genetische diversiteit in oude, extensief beheerde graslanden in Nederland. De aanwezige diversiteit kan dienen als basis voor de ontwikkeling van nieuwe rassen voor duurzame landbouw. De eerste

  3. Twijfels over tekort aan of overaanbod van aangepaste voorzieningen voor gehandicapten.

    NARCIS (Netherlands)

    Lengkeek, J.

    1989-01-01

    Er is onderzoek nodig naar het huidige aanbod van aangepaste recreatievoorzieningen voor gehandicapten. De bestaande cijfers spreken elkaar tegen: houdt men de minimumvraag tegen het maximumaanbod dan is er sprake van een overaanbod; vergelijkt men echter de maximumvraag met het minimumaanbod, dan

  4. Liefde voor de Hollandse bouwkunst : architectuur en toegepaste kunst bij Uitgeversmaatschappij Kosmos 1923-1960

    NARCIS (Netherlands)

    Oldewarris, J.A.

    2016-01-01

    Liefde voor de Hollandse bouwkunst (A love of Dutch architecture) studies and discusses the publications produced by the Amsterdam publishing house Kosmos on architecture and applied art in the period between 1923, when the firm was founded, and 1960. The man responsible throughout this period was

  5. Kwaliteit van Expertsystemen: Algoritmen voor Integriteits-Controle (Quality of Expert Systems: Algorithms for Integrity Control)

    Science.gov (United States)

    1990-03-01

    gelegd kan worden tussen de gebanteerde ontwikkelmetbode en algoritmen voor integriteitscontrole. In concreto komt dit neer op: * Evaluatie van...feiten) te bepalen am de beperkingsregels te kunnen lacaliseren die getvalueeiti moeten warden. In concreto moeten twee feitenverzamelingen warden...gebanteerd worden. Consistentie bij Suwa komt in concreto neer op bet detecteren van drie soorten ’potentible fouten’ in de kennisbank: tegenstrijdigbeid

  6. DLO-programma 406 : Wettelijke Onderzoekstaken voor LNV, visserijonderzoek : voortgangsrapportage over 2006

    NARCIS (Netherlands)

    Beek, van F.A.

    2007-01-01

    In het WOT-programma 406 worden Wettelijke Onderzoeks Taken uitgevoerd die betrekking hebben op het beheer van de visserij en aquacultuur in Nederland. Het programma wordt uitgevoerd voor het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Dit rapport bevat de rapportage en verantwoording

  7. Onderzoekers sluiten jaar af met nieuwe inzichten; teelt de grond uit ook waardevol voor vollegrond

    NARCIS (Netherlands)

    Maas, van der M.P.; Elk, van P.J.H.; Voogt, W.; Dijk, van P.; Douven, F.

    2013-01-01

    Geslaagde groeiregulatie; vertraagde opbouw schadelijke aaltjes bij appel; goede resultaten met nieuwe substraten bij blauwe bes. Dat zijn de belangrijkste nieuwe inzichten van 2012 in het onderzoek naar Teelt de grond uit. De bevinding met aaltjes is ook relevant voor de teelt in de vollegrond. Het

  8. Unieke coöperatieve samenwerkingsvorm leidt tot Kadaster voor boominformatie

    NARCIS (Netherlands)

    Pol, van de P.; Janssen, H.; Rip, F.I.

    2016-01-01

    Een jaar geleden is de coöperatie
    Boomregister gestart met het
    leveren van landsdekkende
    boominformatie verkregen
    uit AHN, Satellietdata, slimme
    algoritmen en verschillende open
    basisregisters. Een jaar verder
    blijkt dat de boominformatie
    waardevol is voor heel

  9. De dansmug Psectrocladius schlienzi nieuw voor Nederland, met een beschrijving van de larve (Diptera: Chironomidae)

    NARCIS (Netherlands)

    Beauvesère-Storm, de A.; Tempelman, D.

    2009-01-01

    De meeste soorten Chironomidae (dans- of vedermuggen) zijn dieren met een aquatische larve. Ze zijn een belangrijk onderdeel van de macrofaunagemeenschap van het zoete water, waarbij ze goede indicatoren zijn voor de milieukwaliteit. Veel soorten zijn met enige moeite goed tot soort of soortgroep te

  10. Technologische revoluties en Defensie : De gevolgen van nieuwe technologische ontwikkelingen voor de krijgsmacht

    NARCIS (Netherlands)

    Geveke, H.G.

    2016-01-01

    Boodschappen vergeten? We printen straks ons eten thuis. Ziek? Sensoren in en op ons lichaam stellen de diagnose. De technologische ontwikkelingen gaan hard. Internet of Things, 3D-printing, robotics en big data: de mogelijkheden lijken eindeloos, ook voor militaire toepassingen. Maar er is ook een

  11. Teelt de grond uit voor appel en blauwe bes : appel op zandgrond in gevaar?

    NARCIS (Netherlands)

    Maas, van der M.P.

    2010-01-01

    Met het verdwijnen van chemische grondontsmetting komt de appelteelt op zandgronden in gevaar. Een van de oplossingen kan de substraatteelt van appel zijn. Mogelijk kan dit meer voordelen bieden. In de teelt van blauwe bes was al een consortium gevormd voor de stichtingsperiode te verkorten. Het

  12. Strategisch meerjarenplan 2014-2020 Nederlands focal point voor veiligheid en gezondheid op het werk

    NARCIS (Netherlands)

    Schrama, H.; Lange, J. de

    2014-01-01

    Dit strategisch meerjarenprogramma van het Nederlands Focal Point is afgeleid van de nieuwe meerjarenstrategie 2014-2020 van het Europees Agentschap voor Veiligheid en Gezondheid op het Werk Het Europees Agentschap (EU-OSHA) wil bijdragen de Europese werknemers gezond en veilig aan het werk te

  13. Ontwikkelingen in Foodservice : online en beleving creëren nieuwe kansen voor toeleveranciers van agf

    NARCIS (Netherlands)

    Splinter, G.M.; Haaster-de Winter, van M.A.

    2015-01-01

    Het voedsellandschap is in beweging. Een ontwikkeling met grote gevolgen voor “vers” en haar toeleveranciers. Voedsel is op steeds meer (verschillende) plaatsen te koop en wordt aangeboden door verschillende aanbieders. GroentenFruit Huis wil de groenten- en fruitsector versterken en de positie van

  14. Consumentengedrag online legale en illegale kansspelen: conjunctanalyse van de keuze voor online kansspelaanbod

    NARCIS (Netherlands)

    Hof, B.; Rosenboom, N.; van der Werff, S.

    2015-01-01

    Dit rapport onderzoekt de factoren die van invloed zijn op de beslissing van consumenten om voor online kansspelen te kiezen. Het gaat daarbij specifiek om kenmerken die kunnen samenhangen met legaal aanbod versus illegaal aanbod. Legaal aanbod betekent het hebben van een vergunning in Nederland,

  15. Kansen voor beschermde tuinbouw in Saoedi-Arabie en de Verenigde Arabische Emiraten

    NARCIS (Netherlands)

    Wijnands, J.H.M.; Maaswinkel, R.H.M.

    2007-01-01

    Beschermde tuinbouw heeft potentie in de Golfstaten. De overheden streven naar diversificatie van de economie om in de toekomst minder afhankelijk van olie-inkomsten te zijn. De huidige situatie van de keten van beschermde teelten wordt geanalyseerd met Porters diamant. Ontwikkelingsstrategieën voor

  16. Winter-APK voor bijen : Helpt u deze winter mee bij het praktijkonderzoek?

    NARCIS (Netherlands)

    Som de Cerff, B.; Cornelissen, B.; Moens, F.

    2013-01-01

    Om de risico’s van een aanrijding bij sneeuw en gladheid te verminderen, laten steeds meer automobilisten bij het monteren van winterbanden ook een wintercontrole uitvoeren. Zou een dergelijke controle voor de winter ook schade aan onze volken in de vorm van wintersterfte kunnen verminderen? Dat zou

  17. 'Media-aandacht is cruciaal': Arnold van Vliet : wetenschapper voor het publiek

    NARCIS (Netherlands)

    Kleis, R.; Vliet, van A.J.H.

    2014-01-01

    Van Vliet ontdekte de kracht van citizen science al in zijn studententijd in Wageningen. ‘Voor een afstudeervak bij het IBN, nu Alterra, kwam ik in contact met de archieven van het Nederlands Fenologisch Waarnemingsnetwerk. Stapels ordners met waarnemingen van mensen sinds 1868. Bij analyse van die

  18. Van fixaties naar domotica? Op weg naar ‘goede’ vrijheidsbeperking voor mensen met dementie.

    NARCIS (Netherlands)

    Depla, M.; Zwijsen, S.; Boekhorst, S. te; Francke, A.; Hertogh, C.

    2010-01-01

    Ouderen in verpleeghuizen worden nogal eens vastgebonden om onveilige situaties te voorkomen. Verpleeghuizen zoeken oplossingen voor dit probleem. Onderzoekers van het EMGO+ en het NIVEL onderzochten of zogenoemde ‘domotica’ – slimme technologie zoals camera’s, GPS of infraroodsensoren – een

  19. Bomen over ruimte: een studie naar de toekomstige ruimtebehoefte voor de boomteelt in de regio Boskoop

    NARCIS (Netherlands)

    Knijff, van der A.; Westerman, E.; Bremmer, J.

    2002-01-01

    In het kader van de streekplanherziening Zuid-Holland Oost is een schatting gemaakt van de toekomstige ruimtebehoefte voor de boomteelt in de regio Boskoop tot 2015. Op basis van toekomstige ontwikkelingen in de vraag naar boomteeltproducten, de (inter)nationale concurrentiepositie van de boomteelt

  20. Motorisch leren in de praktijk : implicaties voor preventie en revalidatie voorste-kruisbandletsel

    NARCIS (Netherlands)

    Benjaminse, Anne; Gokeler, Alli

    Een reconstructie van de voorste kruisband (VKB) brengt hoge me- dische en maatschappelijke kosten met zich mee. De auteurs van dit artikel vatten de resultaten van wetenschappelijk onderzoek naar preventieprogramma’s voor VKB- blessures samen. Zij vullen deze aan met nieuwe inzichten over mo-

  1. De R&D functie in het onderwijs: Drie modellen voor kennisbenutting en –productie

    NARCIS (Netherlands)

    Voogt, Joke; McKenney, Susan; Pareja Roblin, Natalie; Ormel, Bart; Pieters, Jules

    2012-01-01

    Voogt, J., McKenney, S., Pareja Roblin, N., Ormel, B., & Pieters, J. (2012). De R&D functie in het onderwijs: Drie modellen voor kennisbenutting en –productie. Pedagogische Studiën, 89(6), 335-337.

  2. Een nieuw voersysteem voor versgras : Netwerk: Vers en veilig in de pens

    NARCIS (Netherlands)

    Philipsen, A.P.; Duinkerken, van G.

    2006-01-01

    De melkveehouders binnen het netwerk 'Vers en veilig in de pens' staan voor het voeren van vers gras, willen dat graag blijven doen, maar willen liever niet twee maal per dag hoeven te voeren. Daarvoor moet het gras wel langer vers blijven. Nu kan het met een halve dag al warm worden door broei. Het

  3. Slagkracht is nodig om Nederland te beschermen en economische kansen voor cybersecurity te verzilveren

    NARCIS (Netherlands)

    Zielstra, A.

    2017-01-01

    Digitale bedrijvigheid zorgde de afgelopen 25 jaar voor ruim een derde van alle economische groei. Meer dan 5 procent van ons bnp verdienen we met ICT. Nederland heeft een toppositie in de wereld als het gaat om de digitale economie. Maar het is niet vanzelfsprekend dat we die behouden. Volgens

  4. Normbeelden als alternatief voor politiecultuur: de integere, neutrale en loyale supercop

    NARCIS (Netherlands)

    Cankaya, S.

    2016-01-01

    In dit artikel wordt gepleit voor het gebruik van de notie normbeelden om daarmee meer recht te doen aan de weerbarstigheid van het politiewerk. De notie politiecultuur wordt bekritiseerd vanwege haar homogeniserende tendensen, monolithische connotaties en een stereotype en negatieve waardering van

  5. Maak het Verschil met Je Merk : Het Identiteitsmanagementdashboard (IDM) voor Zorggroep Sint Maarten

    NARCIS (Netherlands)

    Bouten, L.M. (Lisanne); Morel, K.P.N. (Kaj)

    2012-01-01

    Om medewerkers en cliënten van Zorggroep Sint Maarten (ZSM) te helpen bijdragen aan goede zorg en deel je leven, wil ZSM inzichtelijk maken hoe goed zij presteert op beide aspecten. Het lectoraat Identiteitsmarketing heeft hiertoe een identiteitsmanagementdashboard voor ZSM ontwikkeld dat niet

  6. Oneerlijke bedingen onder het voorstel voor een gemeenschappelijk Europees kooprecht: de positie van KMO's

    NARCIS (Netherlands)

    Klijnsma, J.G.

    2013-01-01

    In dit artikel wordt de regeling van oneerlijke bedingen in algemene voorwaarden onder het voorstel voor een gemeenschappelijk Europees kooprecht (GEKR) onder de loep genomen. Daarbij zal de positie van kleine en middelgrote ondernemingen (KMO’s) met die van de consument worden vergeleken. Eerst zal

  7. Kwaliteit verbeteren met de Kwaliteit Productie Index. Extra aandacht voor peen en aardappelen

    NARCIS (Netherlands)

    Kloen, H.; Visser, R.

    1999-01-01

    De KPI is ontwikkeld in het Innovatieproject Ecologische Akkerbouw en Groenteteelt in Flevoland en combineert twee effecten van productkwaliteit, namelijk de vermarktbare opbrengst en de gerealiseerde prijs. Voor een aantal gewassen op tien innovatiebedrijven is de KPI berekend en nagegaan welke

  8. die ontstaan van vrouelugverenigings in suid-afrika voor die tweede

    African Journals Online (AJOL)

    aangestel. Ander eenhede het later gevolg. Drle van die Vrouehulplugmag se lelersflgure staan voor die VHLM se kleure wat gewy Is In Durban op 18 Mei 1940. Die vroue Is vlnr mal (meil E. Percival-Hart, It-kol (mev) D. Dunning en mal (mel) M. Egerton-Bird. 24. Scientia Militaria, South African Journal of Military Studies, ...

  9. Technologieverkenning Nationale Veiligheid : Een verkenning van kansen en dreigingen van technologische ontwikkelingen voor de nationale veiligheid

    NARCIS (Netherlands)

    Vliet, P.J. van; Mennen, M.G.

    2014-01-01

    In opdracht van de NCTV als voorzitter van de Stuurgroep Nationale Veiligheid heeft TNO, partner in het Analistennetwerk Nationale Veiligheid, een verkenning uitgevoerd naar de kansen en dreigingen van technologische ontwikkelingen voor de nationale veiligheid in de komende vijf jaar. Deze studie is

  10. Effect van klimaatmaatregelen te tonen. Softsensor goed hulpmiddel voor meten verdamping en fotosynthese

    NARCIS (Netherlands)

    Arkesteijn, Marleen; Bontsema, J.

    2007-01-01

    Jan Bontsema, onderzoeker bij WUR Glastuinbouw, ontwikkelde samen met collega's een monitor voor transpiratie en fotosynthese. Met één extra lijntje op het scherm van de klimaatcomputer is in één oogopslag het effect van ingrepen in de kas te zien. Dit is de optimale manier om te zien of energie

  11. Ervaringen met een solid phase enzyme immunoassay voor het aantonen van gonorroe bij promiscue vrouwen

    NARCIS (Netherlands)

    Ulsen; J.van*; Michel; M.F.*; Strik; R.van*; Joost; T.H.van*; Stolz; E.*; Eijk; R.V.W.van

    1985-01-01

    De Gonozyme test (Abbott Laboratories), een nieuwe enzyme immunoassay (EIA) voor het aantonen van Neisseria gonorrhoeae werd geevalueerd in een grote groep promiscue vrouwen. Als de EIA werd uitgevoerd met materiaal afkomstig van de cervix, bedroeg de prevalentie van gonorroe 8,2%. Vergeleken

  12. Overeenkomsten tussen richtlijnen voor farmaco-econonomisch onderzoek en eerder gepubliceerde gezondheidseconomische evaluaties

    NARCIS (Netherlands)

    Postma, Maarten; Kwik, J J; Rutten, W J M J; de Jong-van den Berg, L T W; Brouwers, J R B J

    2002-01-01

    OBJECTIVE: To investigate whether the health-economics research published in Dutch journals is in agreement with the guidelines for pharmaco-economic research as published in 1999 by the Dutch 'College voor zorgverzekeringen' [Healthcare Insurance Board]. DESIGN: Descriptive. METHOD: A literature

  13. Naar een oplossing voor onbekend wortelrot in lelie : projectverslag fase 3

    NARCIS (Netherlands)

    Graven, P.; Rouwelte, H.; Kok, B.J.; Vink, P.; Conijn, C.G.M.; Aanholt, van J.T.M.

    2005-01-01

    In lelies kennen we verschillende vormen van wortelrot. Naast Pythium, wortelverbranding en het wortellesieaaltje (Pratylenchus penetrans) komt er ook een vorm van wortelrot voor, waarbij de veroorzaker niet bekend is. Door bepaalde pathogenen uit te sluiten is uit het vorige project "Onbekend

  14. Vergelijking van HPLC-methoden voor de bepaling van pentachloorfenol in houtmonsters

    NARCIS (Netherlands)

    Goewie; C.E.; Berkhoff; C.J.

    1986-01-01

    Een vergelijkend onderzoek is verricht naar de bruikbaarheid van verschillende detectiemethoden in combinatie met HPLC voor de analyse van pentachloorfenol in hout. In het onderzoek wordt RP-HPLC met UK en amperometrische detectie beschreven, evenals NP-HPLC met elektroneninvangdetectie. In

  15. Hergebruik van thermoharde composieten : onderzoek naar verwerking van vlokken als grondstof voor VVK-OSB

    NARCIS (Netherlands)

    J. Bouwmeester

    Het onderhavige rapport geeft de inhoudelijke eindrapportage van de uitgevoerde werkzaamheden binnen het KIEM-VANG project met de titel ‘Hergebruik van thermoharde composieten. Onderzoek naar verwerking tot vlokken als grondstof voor VVK-OSB.’ Het project is bij het Nationaal Regieorgaan

  16. Robots niet langer Science Fiction: scenario's voor de samenwerking met robots

    NARCIS (Netherlands)

    Popma, J.

    2015-01-01

    Hoewel industriële robots al jaren bestaan, lijkt hun opmars nu toch echt begonnen. Diverse scenario's buitelen over elkaar: hoeveel banen gaat dit kosten? Maar zeker zo interessant is wat de robotisering betekent voor de werknemers die wél hun baan houden. Hoe gaan die samenwerken met robots? En

  17. Intelligent Design-theorieën zijn geen wetenschappelijke alternatieven voor de neodarwinistische evolutietheorie

    NARCIS (Netherlands)

    H. Dooremale

    2005-01-01

    textabstractDe minister van onderwijs – Maria van der Hoeven – meent dat Intelligent Design (ID) serieus als alternatief voor de neodarwiniaanse evolutietheorie moet worden bekeken. De discussie richt zich voornamelijk op de verdediging van de evolutietheorie tegen de aantijgingen van de

  18. Ontwikkeling van een protocol voor de transformatie van iris; introductie van resistentie tegen irismozaik viris (IMMV)

    NARCIS (Netherlands)

    Langeveld, S.A.; Klerk, de G.J.M.

    2004-01-01

    Twee iris cultivars, Blue Magic en Blue Sail, werden in weefselkweek gebracht en callus werd geïnduceerd. Dit callus werd genetisch gemodificeerd met virusresistentie via de particle gun procedure die eerder voor lelie was ontwikkeld. Van een van de cultivars, Blue Magic, werden getransformeerde

  19. Wettelijke kaders voor langdurig of levenslang toezicht bij delinquenten in Engeland/Wales, Canada en Duitsland

    NARCIS (Netherlands)

    Schönberger, H.J.M.; Kogel, C.H. de

    2011-01-01

    Dit onderzoek, dat zich in de eerste plaats richt op wettelijke kaders, vormt het eerste deel van een omvangrijker WODC-onderzoek naar de invulling van langdurig of levenslang toezicht bij tbs-gestelden met een zedendelict. Enerzijds worden de juridische modaliteiten voor langdurig toezicht

  20. Tekenradar.nl: een webplatform voor wetenschappelijk onderzoek naar tekenbeten en de ziekte van Lyme

    NARCIS (Netherlands)

    Wijngaard, van den C.C.; Vliet, van A.J.H.; Vrijmoeth, H.D.; Ursinus, J.; Harms, Margriet

    2016-01-01

    Tekenradar.nl is een webplatform voor onderzoek naar teken en tekenoverdraagbare aandoeningen zoals de ziekte van Lyme. Het RIVM en Wageningen University hebben de website in 2012 gezamenlijk opgericht. De website geeft informatie over tekenbeten en de ziekte van Lyme en een voorspelling van de

  1. Lust voor het oog. Over de schoonheid en goedheid van pornografie

    NARCIS (Netherlands)

    P.J.J. Delaere (Patrick)

    2012-01-01

    textabstractAbstract: Voor het idée reçue dat pornografische kunst een contradictie in de termen is wordt doorgaans het volgende argument in stelling gebracht: porno en kunst sluiten elkaar uit omdat ze met een verschillend doel worden vervaardigd en met een al even verschillend oogmerk worden

  2. Het groene hart van burgers : het maatschappelijk draagvlak voor natuur en natuurbeleid.

    NARCIS (Netherlands)

    Bakker, de H.C.M.; Koppen, van C.S.A.; Vader, J.

    2007-01-01

    In deze longitudinale studie wordt op basis van een publieksenquête een beeld gegeven van het maatschappelijk draagvlak voor natuur en natuurbeleid en de trends die hierbij zijn waar te nemen. Het draagvlak wordt aan de hand van drie invalshoeken in kaart gebracht: beelden en waarderingen van

  3. Availability of waste and biomass for energy generation in the Netherlands. Summary of the report GAVE-9911 and EWAB-9926; Beschikbaarheid van afval en biomassa voor energieopwekking in Nederland. Samenvatting GAVE-9911 -- EWAB-9926

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Weterings, R.A.P.M.; Koppejan, J. [TNO Milieu, Energie- en Processinnovatie TNO-MEP, Apeldoorn (Netherlands); Bergsma, G.C. [Centrum voor Energiebesparing en schone technologie CE, Delft (Netherlands); Meeusen-van Onna, M.J.G. [Landbouw Economisch Instituut LEI, Den Haag (Netherlands)

    1999-12-01

    The Netherlands agency for energy and the environment (Novem) commissioned a consortium to carry out the ABC (Dutch abbreviation for Waste and Biomass Conversion) project in three separate studies: (A) a scenario study of the availability of biomass and waste for energy generation in the Netherlands; (B) a 'three-level assessment' of biomass availability on national, European and global levels; and (C) a scenario study of the feasibility / profitability of energy crops in the Netherlands. The results of the ABC project are published in two separate reports. This present report gives the results of the combined scenario study of availability (A) and the three-level assessment (B). The results of the energy crops study (C) are presented elsewhere. The goal of the present project is to gain insight into the current availability of biomass and waste flows for energy generation, and of the driving forces and constraints that can affect their availability up to the year 2020. First, it is examined whether the availability of biomass and waste is or could become problematic. This is an important aspect for market parties that want to invest in energy from biomass and biomass. Second, it is examined what additional policy measures the Dutch government would need to take to achieve the set policy goal of savings of fossil fuels. The combined scenario study of waste availability (in the Netherlands) and biomass availability (in the Netherlands, the European Union, and worldwide) for energy generation started off with a Definition Phase. In this phase, the project's framework and key issues were formulated and relevant sources of information were outlined. On the basis of these sources, a Quick Scan was carried out to map the existing information as well as any gaps in knowledge and uncertainties about the availability of biomass and waste. In the subsequent In-depth Phase the results of the Quick Scan were submitted to a number of national experts for comment. The Scenario Phase started at the same time as the In-depth Phase. In the Scenario Phase three contrasting scenarios for future developments up to 2020 were formulated. The contrasts between these scenarios were analysed in the Analysis Phase, which led to an appraisal of future availability per waste or biomass flow, on the geographical scale levels concerned. During the Analysis Phase, an understanding of the nature and effect of major driving forces and constraints is gained. The results, in the form of a Review Paper, were submitted to an international panel of about 10 experts. The policy implications were discussed with 23 key persons from Dutch policy, research and industrial backgrounds at a workshop held on 29 September 1999.

  4. DETERMINAÇÃO INDIRETA DO ESTOQUE DE BIOMASSA E CARBONO EM POVOAMENTOS DE ACÁCIA-NEGRA (Acacia mearnsii De Wild.

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Paulo Sérgio Pigatto Schneider

    2005-12-01

    Full Text Available Este trabalho foi realizado com o objetivo de estimar o estoque de carbono em povoamentos equiâneos de Acacia mearnsii De Wild., na região da Encosta Inferior do Sudeste, no Rio Grande do Sul, com o método de derivação do volume em biomassa e carbono. As quantificações dos componentes da biomassa e do carbono foram feitas em povoamentos com idade entre 4 e 8 anos. O método de derivação do volume em biomassa e carbono mostrou-se eficiente na determinação do estoque de carbono, pois a diferença relativa média foi de apenas 4,4%, quando considerada toda a amostragem e independência da idade dos povoamentos. A densidade básica média da madeira foi de 0,6, independente da idade dos povoamentos. A proporção de biomassa média entre o volume com casca pelo volume de folhas, ramos, serrapilheira e raízes foram de 0,59, independente da idade dos povoamentos. A concentração média de carbono, independente da idade dos povoamentos, foi igual a 0,40. O estoque de carbono estimado pelo método de derivação de volume e carbono, em povoamentos de 7 anos de idade, foi de 99,46 t ha-1 no índice de sítio 20, 82,98 t ha-1 no índice de sítio 16, e 46,13 t ha-1 no índice de sítio 12.

  5. Preliminary results of the evaluation of biomass use as energy sources; Resultados preliminares da avaliacao do uso de biomassas como fontes de energia

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Rocha Ferreira, Leo da; Tourinho, Octavio A.F. [Instituto de Planejamento Economico e Social (IPES), Rio de Janeiro, RJ (Brazil). Inst. de Pesquisas

    1985-12-31

    This article discusses the preliminary results of the BIOMASSA model of IPEA with emphasis on three aspects: temporal and spatial crop mix patterns along the analysis horizon; evaluation of the social cost of alcohol fuel ; and the impact of alcohol production on the balance of payments. It concludes that the PROALCOOL increases domestic costs, but the impact on the balance of payments is positive and substantial. (author). 8 tabs

  6. Produção de biomassa e acúmulo de nutrientes em plantas de cobertura sob diferentes sistemas de preparo do solo

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Fabio Kempim Pittelkow

    2012-07-01

    Full Text Available O objetivo deste trabalho foi avaliar a produção de biomassa seca e o acúmulo de nutrientes de plantas de cobertura em diferentes sistemas de preparo do solo. O experimento foi instalado após a colheita da soja precoce sobre um Latossolo Vermelho em Sorriso, MT. O delineamento experimental adotado foi em blocos casualizados, no esquema de parcelas subdivididas, com três repetições. As parcelas foram constituídas pelas plantas de cobertura (milheto, crotalária, braquiária, sorgo e amaranto e as subparcelas pelos sistemas de preparo do solo (sistema de plantio direto, sistema de cultivo mínimo e sistema de preparo convencional. No final do ciclo de cada planta de cobertura realizou-se uma amostragem, para estimar a produção de biomassa e de produção de grãos, através de um quadro amostral de 50 cm de lado, disposto de forma aleatória dentro de cada subparcela. Foram avaliadas as concentrações de macro e micronutrientes nas plantas de cobertura e os acúmulos foram determinados por meio da multiplicação da produção de biomassa seca pelo teor do nutriente. A produção de biomassa seca pelas plantas de cobertura não foi influenciada pelos sistemas de preparo do solo. A braquiária apresentou os maiores acúmulos de macro e micronutrientes e a menor relação C/N. O acúmulo de cálcio é influenciado pelos sistemas de preparo do solo.

  7. Database marketing for energy conservation. Practice-oriented study; Databasemarketing voor energiebesparing. Praktijk gericht onderzoek

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Burghouts, H. [Energie Netwerk EN, Bilthoven (Netherlands); De Kleijn, B.; Van Leerdam, W. [Tangram Advies en Onderzoek, Zeist (Netherlands)

    2013-06-15

    In the 'Block by Block' project 13 local energy saving projects are supported in the development of concepts to realize large-scale energetic improvements of existing houses. In these projects the consortia develop strategies which are applied in the market. In addition, a number of projects is awarded with a so-called 'Green Deal' (agreements between governmental, public and private parties in the Netherlands). Part of the support is a knowledge and learning process. As part of the learning process a practice-oriented research has been carried out into the possibilities of database marketing (DBM) for energy conservation. The research focuses on the opportunities for DBM for energy savings and promising product-market combinations. The question is: can DBM contribute to improving the effectiveness of the 'Block by Block' projects? [Dutch] In het project 'Blok voor Blok' worden 13 lokale energiebesparingsprojecten gesteund bij de ontwikkeling van concepten ten behoeve van de grootschalige energetische verbetering van bestaande woningen. In deze projecten worden door de gevormde consortia strategieen ontwikkeld en uitgevoerd in de markt. Daarnaast is een aantal projecten gehonoreerd met een 'Green deal'. Onderdeel van de ondersteuning is een kennis- en leertraject. In het kader van het leertraject is een praktijk gericht onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van databasemarketing (DBM) voor energiebesparing. Het onderzoek richt zich op de kansen voor DBM voor energiebesparing en kansrijke productmarktcombinaties. De vraag is: kan DBM bijdragen aan verbetering van de effectiviteit van projecten 'Blok voor Blok'?.

  8. ESTIMATIVA DA BIOMASSA E DO CONTEÚDO DE NUTRIENTES DE UM POVOAMENTO DE Eucalyptus globulus (Labillardière SUB-ESPÉCIE maidenii

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Mauro Valdir Schumacher

    2000-12-01

    Full Text Available O presente trabalho teve por objetivo estimar a produção de biomassa acima do solo e determinar o conteúdo de nutrientes nos diferentes componentes das árvores de um povoamento de Eucalyptus globulus subespécie maidenii. Os dados foram coletados em um talhão de 4 anos de idade, plantado em solo argiloso, no município de Butiá, Rio Grande do Sul. Para determinar a quantidade de biomassa, foi utilizada uma equação de regressão (lnY = a + b * lnX cujos coeficientes foram calculados com base em nove árvores amostradas em diferentes classes diamétricas. A biomassa total acima do solo foi de 83,2 Mg ha-1, em que 13; 10; 9 e 68 % encontravam-se distribuídos nas folhas, ramos, casca e madeira, respectivamente. Do total dos elementos na árvore, na madeira do tronco foram encontrados 29; 29; 40; 12,5 e 34% de N, P, K, Ca e Mg respectivamente. Já na copa das árvores, esses mesmos elementos representaram 64; 56; 48,5; 32 e 39%. A casca foi o componente que acumulou as maiores quantidades de cálcio, (55,3% do total.

  9. Opportunities for farmers: 'Safe' vegetables for Hanoi

    NARCIS (Netherlands)

    Wijk, van M.S.; Huu Cuong, T.; Nguyen Anh Tru,; Pham Van Hoi,

    2005-01-01

    Vietnamese boeren gebruiken voor de intensieve groententeelt veel verschillende pesticiden, waaronder zeer gevaarlijke. Nieuwe, winstgevende markten zijn een stimulans om over te gaan op meer duurzame productie. Het huidige marketing systeem maakt het moeilijk een 100 procent waterdichte "veilige"

  10. Living Lab rapport CityServiceBike : onderzoek naar de inzet van lichte elektrische vrachtvoertuigen (LEVV’s) voor stadslogistiek.

    NARCIS (Netherlands)

    Balm, S.H.; Boerema, M.J.; Morse, I.; van Genderen, Elza

    Het LEVV-LOGIC project is een tweejarig onderzoek naar de inzet van lichte elektrische vrachtvoertuigen (LEVVs) voor stadslogistiek. In het project ontwikkelen drie hogescholen samen met ondernemers, publieke instellingen en netwerkorganisaties nieuwe kennis over logistieke concepten en business

  11. Tussen uitspraak en detentie : Een verklaring voor het verschil tussen twee methoden om de behoefte aan sanctiecapaciteit te meten

    NARCIS (Netherlands)

    Moolenaar, D.E.G.

    2001-01-01

    Het WODC maakt regelmatig prognoses van de behoefte aan sanctiecapaciteit. Bij de strafrechtelijke sanctiecapaciteit van het gevangeniswezen voor meerderjarigen laten verschillende bronnen echter een uiteenlopend beeld zien. Het gaat hiet om verschillende modellen gehanteerd door het WODC en de

  12. Bestrijdingsmiddelen en teelten; een verkenning van de risico's van het gebruik van bestrijdingsmiddelen voor waterorganismen binnen enkele landbouwkundige teelten

    NARCIS (Netherlands)

    Deneer, J.W.

    2003-01-01

    Voor de vijftien landbouwkundige gewassen met het grootste areaal in Nederland is geonventarisseerd tot welke toxische belasting de driftbelasting met bestrijdingsmiddelen zal leiden. Slechts bij twee van de vijftien onderzochte teelten bleeft de belasting van algen, kreeftachtigen en vissen beneden

  13. Achtergronden bij de berekening van vermesting van bodem en grondwater voor de 5e Milieuverkenning met het model STONE

    NARCIS (Netherlands)

    Overbeek GBJ; Grinsven JJM; Roelsma J; Groenendijk P; Egmond PM van; Beusen AHW; LBG; LAE; CIM

    2001-01-01

    Ten behoeve van de vijfde milieuverkenning is de voorgenomen Integrale Aanpak van de Mestproblematiek van de Nederlandse regering doorgerekend met het model STONE naar landsdekkende milieueffecten op bodem, bovenste grondwater en belasting van het regionale oppervlaktewater voor de periode

  14. Effecten van het verzuringsbeleid in de provincie Limburg; evaluatie en prognose voor de realisatie van de gewenste natuurkwaliteit

    NARCIS (Netherlands)

    Smits, N.A.C.; Bleeker, A.; Huiskes, H.P.J.

    2004-01-01

    Effecten van verzurende depositie op de natuur. Alterra en MEP TNO hebben gekeken naar huidige en toekomstige effecten, zowel op provinciaal niveau als voor een 16 tal natuurgebieden. Vervolgens is het verzuringsbeleid geëvalueerd

  15. Duurzame vernieuwing in naoorlogse wijken

    NARCIS (Netherlands)

    Bus, André Gerardus

    2001-01-01

    The majority of human activities, including consumption, take place in urban areas. These activities are possible through the input and output of streams like energy, water, materials, goods and waste. Due to human activities citizens are often confronted with local environmental problems like air

  16. Validation of the CAR II model for Flanders, Belgium; Validatie van het model CAR II voor Vlaanderen

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Marien, S.; Celis, D.; Roekens, E.

    2013-04-15

    In Flanders, Belgium, the CAR model (Calculation of Air pollution from Road traffic) for air quality along urban roads was recently extensively validated for NO2. More clarity has been gained about the quality and accuracy of this model [Dutch] In Vlaanderen is het CAR-model (Calculation of Air pollution from Road traffic) voor de luchtkwaliteit langs binnenstedelijke wegen onlangs uitvoerig gevalideerd voor NO2. Er is nu meer duidelijkheid over de kwaliteit en nauwkeurigheid van dit model.

  17. Biomassa seca acumulada, partições e rendimento industrial da cana-de-açúcar irrigada no Semiárido brasileiro

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Thieres George Freire da Silva

    2014-10-01

    Full Text Available Objetivou-se, com este trabalho, determinar parâmetros de crescimento e de rendimento da cana-de-açúcar cv. RB92579, sob regime de irrigação, no Semiárido brasileiro, visando a avaliar o desempenho desta cultura nas condições edafoclimáticas locais. Foram avaliados o acúmulo de biomassa seca e as suas respectivas partições, durante dois ciclos consecutivos de cana-de-açúcar (soca e ressoca, além dos indicadores de rendimento e de qualidade da cultura ao final do período experimental. Em ambos os ciclos, foram realizadas dez coletas de amostras para se determinar a biomassa seca de seis componentes estruturais dos perfilhos (folhas verdes, bainhas, parte emergente, pseudocolmos, folhas e bainhas mortas e colmo. A cana-de-açúcar apresentou elevado acúmulo de biomassa seca da parte aérea da planta, com valor médio de 6.493 g m-2 para os dois ciclos de cultivo. No início do seu crescimento, os fotoassimilados foram destinados prioritariamente às folhas verdes, bainhas, parte emergente e pseudocolmos. Em fase posterior de crescimento, os fotoassimilados passaram a ser utilizados na formação dos colmos. Os resultados obtidos foram muito semelhantes para os ciclos de soca e ressoca. Os modelos ajustados para descrever a evolução da biomassa seca e de suas respectivas partições apresentaram ajustes satisfatórios, em função dos dias após o corte. O elevado rendimento industrial (133,88 ± 40,84 t ha-1 e a alta concentração de sacarose por biomassa seca (0,34 ± 0,10 g g-1 proporcionaram valores elevados de produção de açúcar (17,75 ± 4,44 t ha-1 e de álcool (12,73 ± 3,23 t ha-1, indicando alto desempenho produtivo da RB92579 para a região.

  18. PROJETO DE ENERGIA ELÉTRICA ATRÁVES DA BIOMASSA: para o auditório da escola Osvaldo Cruz

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Jhon Leo de Souza Dorn

    2011-07-01

    Full Text Available A geração de eletricidade através da biomassa tem sido umas das alternativas de fontes renováveis no século XXI, tendo em vista que o Brasil é uma grande potência no uso da biomassa como fonte de energia elétrica, com destaques para algumas regiões, dentro dela o estado do MT, onde na Escola Osvaldo Cruz, localizado na Av. dos Ingás, nº 2222, Jardim Imperial em Sinop–MT, está sendo realizado este projeto de pesquisa sobre o uso da biomassa como fonte de eletricidade para um auditório. Tendo como objetivo gerar eletricidade através da biomassa para um local específico (auditório na escola Osvaldo Cruz, onde também serão avaliadas, melhorias das instalações elétricas para melhor aproveitamento da energia, fatores econômicos, quais os resíduos usados para gerar a eletricidade e por último a viabilidade do projeto. Este projeto abrangera a todos os alunos, pais, docentes da escola onde o projeto foi realizado e sociedade local de Sinop, onde todos poderão ser beneficiados direto ou indiretamente com o uso desta fonte de energia elétrica. Segundo o entrevistado Thomas Lovejoy do documentário Zugzwang (2009: “Pelo uso de combustíveis fósseis e também pela destruição de florestas tropicais estamos transformando o clima da Terra em algo hostil a vida na Terra e à vida humana. É essencial que criemos uma nova matriz energética.” Devido a este fator ambiental, será usada a biomassa neste projeto por ser uma fonte de energia renovável, onde terá como beneficiário a escola acima citada, onde a energia elétrica será produzida através da combustão de um resíduo orgânico agrícola (casca de arroz.

  19. Bedrijven en kennisinstellingen actief met Biomimicry

    OpenAIRE

    Overbeek, G.; Vogelzang, T.A.

    2014-01-01

    Biomimicry is innovatie geïnspireerd door de natuur en gaat over wat je kunt leren van de natuur i.p.v. wat je eruit kunt gebruiken. De lessen kunnen leiden tot duurzame ontwerpprincipes voor tal van productieprocessen. Daarmee biedt biomimicry een oplossingsgerichte manier van denken voor de groene of de circulaire economie, omdat de natuur bij haar duurzame ontwerpprincipes minder energie en materialen gebruikt en daarmee CO2 uitstoot en grondstoffen bespaart. De vraag is nu hoe biomimicry ...

  20. Estoque e crescimento em volume, biomassa, carbono e dióxido de carbono em Floresta Estacional Semidecidual

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Agostinho Lopes de Souza

    2011-12-01

    Full Text Available O objetivo deste trabalho foi estimar o estoque e o crescimento em volume (V, biomassa (B, carbono (C e dióxido de carbono (CO2 em Floresta Estacional Semidecidual no Vale do Rio Doce, em Minas Gerais. Foram utilizados dados de inventários do estrato arbóreo (DAP > 5,0 cm, cujas parcelas permanentes foram medidas em 2002 e 2007, em estágios médio (Mata 1 e avançado (Mata 2 de regeneração da vegetação secundária. Com base no inventário de 2002, foram selecionadas espécies que apresentavam maiores percentuais em volume e no mínimo cinco indivíduos para determinar as densidades básicas da madeira e da casca. A média da densidade básica da madeira foi de 0,65 g.cm-3 e da casca, igual a 0,49 g.cm-3. Os estoques e os crescimentos em V, B, C e CO2 foram estimados nos dois estágios, Mata 1 e Mata 2. Pelo fato de as matas se encontrarem em estágios médio e avançado de regeneração, respectivamente, elas apresentavam estruturas, estoques e crescimentos distintos.

  1. Big changes in prevention of legionellae. New Drinking Water legislation; Grote veranderingen voor Legionellapreventie. Nieuwe Drinkwaterwetgeving

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van der Blom, E. [Uneto-VNI, Zoetermeer (Netherlands)

    2011-09-15

    In the Netherlands, July 1st 2011, the new potable water legislation came into force. This resulted in major changes in Legionella prevention at priority installations. But this is not the only impact on the installation sector and building owners and users. For materials, more stringent requirements came into force, also for the use of grey water. Potable water companies have a legal obligation to deliver a certain amount of water under a certain pressure. [Dutch] Per I juli 2011 is de nieuwe Drinkwaterwetgeving in werking getreden. Dit heeft grote veranderingen meegebracht voor de Legionellapreventie bij prioritaire installaties. Maar dit is niet het enige dat impact heeft op de installatiesector en gebouweigenaren en gebruikers. Er gelden strengere eisen voor materiaalgebruik, net als bij de toepassing van huishoudwater. Drinkwaterbedrijven krijgen een wettelijke verplichting om altijd een bepaalde hoeveelheid water te leveren onder een bepaalde druk.

  2. Electric driving in 2050. Consequences for the environment; Elektrisch rijden in 2050. Gevolgen voor de leefomgeving

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Nijland, H.; Hoen, A.; Snellen, D.; Zondag, B.

    2012-11-15

    The potential impacts of a transition towards electric passenger mobility are discussed. What changes can be expected in the mobility sector and the (spatial integration in the) environment as electric driving is introduced on a large scale? And what are the consequences of the changing cost ratios of passenger mobility on the government and motorists? It is assumed that in 2050 road transport and urban distribution will be all-electric, according to the ambitions of the European Commission [Dutch] In dit rapport beschrijven we de mogelijke gevolgen van een overstap op elektrische personenautomobiliteit. Welke veranderingen zullen zich naar verwachting voordoen in de mobiliteitssector en de (ruimtelijke inpassing in de) leefomgeving als elektrisch rijden grootschalig wordt geintroduceerd? En wat hebben de veranderende kostenverhoudingen van de personenautomobiliteit voor gevolgen voor de overheid en de autogebruikers? We gaan er daarbij van uit dat in 2050 het personenwegverkeer en de stadsdistributie volledig elektrisch plaatsvinden, conform de ambities van de Europese Commissie.

  3. Active Sound Quality Control: Design Tools and Automotive Applications (Ontwerptools voor actieve controle van geluidskwaliteit)

    OpenAIRE

    Pisanelli Rodrigues de Oliveira, Leopoldo

    2009-01-01

    Actieve controle is een potentiele oplossing om het hoofd te bieden aan de gestaag toenemende eisen voor ruisonderdrukking in de voertuigindustrie. Holte ruisonderdrukking, zoals die in vliegtuigcabines en voertuiginterieurs voorkomen, is een typisch voorbeeld. Niet alleen ruisonderdrukking wordt nagestreefd, echter ook een verbetering van de appreciatie van de geluidshinder door de inzittenden. De eerste eis is daarom de beoordeling van de controle-efficiëntie die de menselijke perceptie in ...

  4. Pleidooi voor een handelingsgerichte benadering van burgerschap.Over waardenontwikkeling en betekenisvolle communicatie in burgerschapspraktijken

    OpenAIRE

    Waal, de, Vincent

    2015-01-01

    In dit artikel wordt de literatuur verkend op het terrein van een meer sociaalparticipatieve benadering van actief burgerschap. In deze literatuur wordt de ontwikkeling van burgerschap verbonden met de noodzaak zicht te ontwikkelen op handelingscontexten die voor zowel burgers als sociale professionals van belang zijn. We verkennen relevante literatuur van onder andere De Tocqueville, Dewey, Putnam, Lichterman en Biesta. Door aandacht te besteden aan burgerschap als praktijk beogen we dichter...

  5. Monitoring of transition. New support for new policy; Transitiemonitoring. Nieuwe ondersteuning voor nieuw beleid

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Molendijk, K.G.P.; Draaijers, G.P.J.; Weterings, R.A.P.M. [TNO Milieu Energie en Procesinnovatie TNO-MEP, Apeldoorn (Netherlands); Van Grootveld, G. [VROM-Inspectie, Den Haag (Netherlands); Diepenmaat, H. [Actors Procesmanagement, Zeist (Netherlands); Nooteboom, S. [DHV Management Consultants, Amersfoort (Netherlands); Opdenkamp, A.; Groen, W.; Alkemade, G. [Opdenkamp Adviesgroep, Den Haag (Netherlands)

    2002-09-01

    A theoretical framework of a system for the monitoring of the transition process and policy in the Netherlands towards a sustainable society has been developed. In this article the most important results of a study on this subject and a first set of indicators are discussed. [Dutch] Er is een theoretisch kader ontwikkeld voor een systeem van transitiemonitoring, alsmede een eerste set van indicatoren. De belangrijkste resultaten en een eerste set van indicatoren waarmee transities in de praktijk kunnen worden gevolgd worden besproken.

  6. A sustainable swimming pool, an example for society; Een duurzaam zwembad, een voorbeeld voor de samenleving

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Klok, T. [DWA installatie- en energieadvies, Bodegraven (Netherlands)

    2009-11-15

    Swimming pools are public buildings. Generally, the local authorities are responsible for their housing. New constructions or renovations are usually based on high ambitions for environmental conservation, partly because no other building uses as much energy as a swimming pool. [Dutch] Een zwembad is een publiek gebouw. Meestal is de gemeentelijke overheid verantwoordelijk voor de huisvesting. Bij nieuwbouw of renovatie zijn de ambities met betrekking tot milieubesparing vaak hoog, mede omdat bijna geen enkel gebouw is zo energie-intensief als een zwembad.

  7. De steile opmars van drones en de uitdagingen voor de politie

    OpenAIRE

    Van Gulijk, Coen; Hardijns, Wim

    2015-01-01

    Terwijl defensie en politie in Nederland en België op relatief kleine schaal met drones experimenteren, rijst intussen een andere problematiek: de steile opmars van civiele drones. Drones waren in eerste instantie ontwikkeld voor militaire doeleinden, maar evolueerden al snel tot een breed inzetbare technologie waaruit een miljardenindustrie is ontstaan. Via een beknopte en beschrijvende analyse willen we met dit artikel inzicht bieden in de technologische ontwikkelingen en de betekenis daarv...

  8. Uso de biomassa seca de aguapé (Eichornia crassipes visando à remoção de metais pesados de soluções contaminadas - DOI: 10.4025/actascitechnol.v31i1.3166

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Affonso Celso Gonçalves Júnior

    2009-04-01

    Full Text Available O presente trabalho avaliou a eficiência da biomassa seca de aguapé (Eichornia crassipes na remoção dos metais pesados cádmio (Cd, chumbo (Pb, cromo (Cr, cobre (Cu, zinco (Zn e níquel (Ni de soluções preparadas com estes metais. O delineamento utilizado foi inteiramente casualizado, com cinco tratamentos (soluções com diferentes concentrações dos metais pesados e quatro repetições. A biomassa seca permaneceu nas soluções dos tratamentos por um período de 48h, e nos intervalos de 1; 2; 3; 6; 12; 24; 36 e 48h após a instalação do experimento, coletaram-se alíquotas de cada tratamento, determinando-se a maior remoção de cada metal pesado pela biomassa seca do aguapé. Foi realizada digestão nitroperclórica na biomassa seca e determinação dos teores dos metais na biomassa e nas alíquotas por espectrometria de absorção atômica, modalidade chama. Para os metais Cd, Pb, Cr, Cu e Zn ocorreu remoção significativa pela massa seca do aguapé nos diferentes tratamentos, enquanto para o Ni não foi encontrada diferença significativa. Dessa forma, conclui-se que a biomassa seca produzida, a partir do aguapé Eichornia crassipes, é um excelente material para a remoção, tanto em pequena como em grande escala, de corpos hídricos contaminados com metais pesados.

  9. Quantificação e caracterização físico-química do material particulado fino (MP2,5): queima de biomassa em fornos de pizzaria na cidade de São Paulo

    OpenAIRE

    Francisco Daniel Mota Lima

    2015-01-01

    A queima de biomassa em fornos de pizzaria se constitui como importante fonte de poluição do ar. Entre outros tipos de poluentes emitidos, o material particulado finoMP2,5 se destaca como o mais agressivo à saúde humana, além de poder interferir no balanço radiativo global. Objetiva-se, desta forma, através de estudo de caso em três pizzarias na cidade de São Paulo, quantificar e caracterizar o MP2,5 emitido pela queima da biomassa na área interna (indoor) e externa (junto á chaminé). Dentre ...

  10. Biomassa radicular e reservas orgânicas em coastcross consorciada ou não com Arachis pintoi, com e sem nitrogênio, sob pastejo

    OpenAIRE

    Ribeiro, Ossival Lolato; Cecato, Ulysses; Rodrigues, Augusto Manoel; Faveri, Juliana Cantos; Jobim, Clóves Cabreira; Lugão, Simony Marta Bernardo

    2011-01-01

    p. 318-328 Objetivou-se neste trabalho avaliar a concentração de carboidrato não-estrutural e biomassa radicular em pastagens de grama Coastcross + Arachis pintoi; Coastcross + Arachis pintoi com 100kg/ha de nitrogênio (N); Coastcross + Arachis pintoi com 200kg/ha de N; e Coastcross com 200kg/ha de N, nos períodos de verão, outono e inverno. Utilizou-se delineamento experimental em blocos ao acaso com os tratamentos em esquema de parcelas subdivididas, com dua...

  11. Reflection on the role of the Dutch government in sustainable supply chains. New phase in the transition of sustainable products; Reflectie op rol overheid bij verduurzaming productketens. Nieuwe fase in transitie naar duurzame producten

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Vermeulen, W. [Copernicus Instituut voor Duurzame Ontwikkeling en Innovatie, Universiteit Utrecht, Utrecht (Netherlands); Kok, M.; Van Oorschot, M. [Planbureau voor de Leefomgeving PBL, Den Haag (Netherlands)

    2011-03-15

    This article is based on an exploratory study which analyses some of the earliest multi-actor sustainable supply chain governance systems in order to answer the key research questions: Which strategies and instruments do governments - national and supranational - apply in advancing sustainable production and consumption in global supply chains; and What is known about the effectiveness of these strategies and instruments? The study focuses on two supply chains with the longest history of addressing imports from developing countries (tropical timber and coffee). These two supply chains are compared with two supply chains that are gaining increasing attention: - cocoa and tea. The study shows that the two most 'mature' global sustainable supply chains are market led in issuing voluntary certification and that buying certified products is starting to become mainstream and increasingly effective. The sustainable supply chains for tea and cocoa are more recent developments but may develop faster because of the lessons learnt in sustainable supply chains developed earlier. [Dutch] Het marktaandeei van meerdere duurzame producten is inmiddels het nichestadium ontstegen. Die verduurzaming wordt door de overheid primair gezien als een verantwoordelijkheid van de maatschappelijke partners (bedrijfsleven, burgers en belangenorganisaties). Hierbij speelt de overheid slechts een begeleidende rol vanuit de zijlijn. Naarmate de marktaandelen verder toenemen is vanwege tekortkomingen in de markt reflectie op die rol nodig. Als illustratie wordt in dit artikel ingegaan op ontwikkelingen in twee productketens: koffie en hout.

  12. Nauwkeurige gasanalyse-systemen voor kwaliteitsbewaking tijdens fruitopslag : Effecten van ethyleen en ethanol tijdens bewaring van appelen en peren189953 / RAPPORT

    NARCIS (Netherlands)

    Schaik, van A.C.R.; Reuler, van H.

    2015-01-01

    Met een consortium van bedrijven en kennisinstellingen is onderzoek uitgevoerd naar grenswaarden voor de gasvormige componenten ethyleen en ethanol welke geproduceerd worden voor en tijdens de opslag van hardfruit. De ethyleen productie na de oogst kan mogelijk gebruikt worden als een

  13. Relatie tussen ITS, weerstand tegen vervorming en de mengsels samenstelling : Gebruik van de MEPDG relaties voor Nederlandse mengsels uit NL-LAB

    NARCIS (Netherlands)

    Erkens, Sandra; Kasbergen, C.; Villani, M.M.; Scarpas, Athanasios; Florio, E.; Berti, C.

    2014-01-01

    Sinds 2008 werken we in Nederland met functionele eigenschappen voor asfalt
    beton. Hierbij wordt niet zo zeer op het “recept” van het asfalt gestuurd, als
    wel op de eigenschappen ervan die van belang zijn voor het gedrag in de weg.
    Binnen het NL-LAB programma wordt de relatie tussen deze

  14. Integraal economisch en ecologisch toetsingskader voor de Nederlandse boomkorvisserij (ECOTOETS) Fase 2: relaties tussen visbestanden, CPUE en winst Fase 3: analyse secundaire indicatoren en boomkor AMOEBE

    NARCIS (Netherlands)

    Oostenbrugge, van H.; Quirijns, F.; Poos, J.J.; Hoof, van L.; Pastoors, M.A.

    2003-01-01

    Het onderzoeksprogramma EcoToets heeft tot doel geïntegreerde economische, visserijbiologische en ecologische indicatoren voor beleidsmatig gebruik te ontwikkelen. Het Rijksinstituut voor Kust en Zee (namens Directie Noordzee) en Directie Visserij (LNV) hebben het LEI en RIVO opdracht gegeven een

  15. Soil microbial biomass in organic farming system Biomassa microbiana do solo em sistemas orgânicos

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Ademir Sérgio Ferreira de Araújo

    2010-11-01

    pelo processo de mineralização microbiana no solo. A construção de uma grande e ativa biomassa microbiana é um importante reservatório de nutrientes disponíveis. Dessa forma, isso é uma prioridade no sistema orgânico. Em sistemas orgânicos, há efeitos positivos da quantidade e da qualidade das fontes de carbono orgânico sobre a biomassa microbiana do solo. Nesse sentido, as práticas do sistema orgânico são extremamente importantes para o aumento da fertilidade do solo e para a manutenção da sustentabilidade ambiental.

  16. PRODUÇÃO DE BIOCOMPOSTOS A PARTIR DA BIOMASSA: PROSPECÇÃO DE PATENTES NO BRASIL.

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Katia Iro Altidis Mota

    2017-12-01

    Full Text Available Cada dia mais aumenta a preocupação com a situação do meio ambiente e vários fatores são responsáveis por essa preocupação, dentre eles a qualidade do ar que respiramos, o temor de desastres naturaise até mesmo a preservação do meio ambiente para futuras gerações. Diante deste cenário, órgãos governamentais e indústrias procuram aplicar políticas ambientais que diminuam os impactos negativos à natureza. Indústria e agroindústrias produzem diversos resíduos de alto valor de reutilização que necessitam de destino adequado, pois além de poluírem, representam perdas de matérias-primas e energia, e exigemrecursos significativos em tratamentos para controlar a poluição. É grande a produção científica brasileira sobre a reutilização de resíduos como bagaço de cana-de-açúcar, casca de arroz, borra de café, casca de coco, dentre outros, como substrato para produção compostos de origem biotecnológica. Entretanto, o número de depósitos de pedidos de patentes nesta área ainda é bastante pequeno. Neste trabalho será apresentadoum panorama da relação de pedidos de patentesrelacionados àutilização de biomassa vegetalpara produção de biomoléculas no Brasil.

  17. Antioxidative effect of Arthrospira platensis biomass on the lipid oxidation| Efeito antioxidante da biomassa de Arthrospira platensis sobre a oxidação lipídica

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Dayane Meireles de Souza

    2017-08-01

    érias tem sido estudadas. Objetivo: O objetivo deste estudo foi avaliar o efeito antioxidante da biomassa de Arthrospira platensis no processo de oxidação lipídica do óleo e da emulsão óleo/água. Método: A produção de antioxidantes por Arthrospira platensis em função das condições de cultivo foi avaliada por meio de planejamento experimental. O efeito antioxidante dos extratos metanólicos e das biomassas foi avaliado através do índice de peróxidos. Resultados: Os resultados mostram que as condições de crescimento para se obter a biomassa promoveram mudança na capacidade protetora dos diferentes extratos da biomassa. Extratos obtidos a partir da biomassa cultivada sob 150 μmol fótons/m2s-1, 1,875 g.L-1 NaNO3; 13,5 g.L-1 NaHCO3 (ensaio 14 e 50 μmol fótons/m2s-1, 2,5 g.L-1 NaNO3; 18,0 g.L-1 NaHCO3 (padrão mostraram maior efeito antioxidante contra a oxidação lipídica, portanto, utilizados para formulação da maionese. A maionese feita com óleo de soja e 0,5% de biomassa foi preservada da fotodegradação lipídica durante sete dias de armazenamento, mas o índice de peroxido em relação ao controle variou de 2,9 para 3,1 mEqO2.Kg-1, não havendo diferença significativa da preservação proporcionada pela terc-butil hidroquinona, no mesmo período de armazenamento. Na maionese feita com óleo de girassol, a biomassa, independentemente da concentração, não foi capaz de proteger o produto contra a foto-oxidação. Conclusões: Os resultados demonstram a capacidade protetora contra a oxidação lipídica da biomassa de Arthrospira platensis e seu potencial para uso em alimentos ricos em lipídeos à base de óleo de soja.

  18. Does the Dutch Building Decree 2012 guarantee air quality? Quality is essential for productivity and health; Bouwbesluit 2012 garantie voor luchtkwaliteit? Kwaliteit essentieel voor productiviteit en gezondheid

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Vollebregt, R.

    2011-10-15

    Poor indoor air quality in new buildings is a common problem. According to the Health Council scientific evidence is lacking that it is necessary to tighten ventilation requirements in the Building Decree . GGD Netherlands are advocates for stricter rules. Several studies show that the productivity in offices and the academic performance of children will benefit. [Dutch] Slechte kwaliteit van de binnenlucht in nieuwe gebouwen is een veel voorkomend probleem. Volgens de Gezondheidsraad ontbreken echter wetenschappelijke aanwijzingen dat het noodzakelijk is de ventilatie-eisen in het Bouwbesluit aan te scherpen. GGD Nederland pleit wel voor strengere regels. Diverse onderzoeken laten zien dat de productiviteit op kantoor en de leerprestaties van kinderen daarbij gebaat zijn.

  19. Produção de biomassa e remoção de nutrientes em povoamentos de Eucalyptus camaldulensis Dehnh, Eucalyptus grandis hill ex Maiden e Eucalyptus torelliana F. Muell, plantados em Anhembí, SP.

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Mauro Valdir Schumacher

    2009-09-01

    Full Text Available Normal 0 21 false false false MicrosoftInternetExplorer4 Neste trabalho estudou-se a distribuição de biomassa e a quantidade de nutrientes estocados nos diferentes compartimentos (folhas, ramos, casca e lenho das árvores de Eucalyptus camaldulensis Dehnh, Eucalyptus grandis Hill ex Maiden e Eucalyptus torelliana F. Muell com 9, 9 e 12 anos de idade, respectivamente, plantados em solos de textura arenosa e baixa fertilidade, em Anhembi - SP. A espécie E. grandis foi a que apresentou a maior produção de biomassa para todos os compartimentos analisados, com exceção dos ramos grossos. Nas três espécies o tronco (casca + lenho representou em média 90% da biomassa acima do solo. Os nutrientes concentraram-se de forma decrescente nas folhas, ramos, casca e lenho. As copas das árvores foram responsáveis pelo acúmulo de, aproximadamente, 24% dos nutrientes contidos na biomassa total das árvores. Na casca encontram-se as maiores quantidades de cálcio, aproximadamente 60% do total. A espécie E. grandis removeu do solo a maior quantidade de nutrientes, desenvolvendo através da queda de folhedo menores quantidades que as outras espécies. Desta forma cuidados especiais deverão ser dispensados para garantir a produtividade das rotações futuras.

  20. Next Generation of Greenhouse Cultivation for vegetable propagation; Het Nieuwe Telen voor groente-opkweek

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Kromdijk, W.; De Gelder, A. [Wageningen UR Glastuinbouw, Wageningen (Netherlands)

    2011-07-15

    The Next Generation Cultivation has been developed as a system for horticultural production companies. For companies specialised in propagating plants, implementation of the Next Generation Cultivation is not necessarily straightforward. To make use of the experience and knowledge acquired in research from the energy programme Greenhouse as an Energy Source ('Kas als Energiebron') in these companies, analysis of the current situation and possible adaptations are required to tailor the Next Generation Cultivation for propagation nurseries. Within the project 'The Next Generation Cultivation for vegetable propagation' opportunities and pitfalls have been identified by means of 10 interviews, as well as a workshop and a short literature review. Based on the interviews, companies expect the biggest impact on reduction of energy use through: More extensive use of screening, Temperature integration, Forced ventilation. From the workshop it became apparent that the horizontal temperature profile especially needs to become more uniform and needs priority. If this is successful, it should be possible to obtain a reduction in energy use and a more uniform quality of starting plants simultaneously. Vegetable propagation production peaks between October and February. In the remaining months, the greenhouses are filled with other produce. The choices for crops with either low energy inputs ('cold vegetables' e.g. lettuce, cabbage, etc) or considerable energy inputs (various potplants) can be crucial in determining whether investments in energy savings can be economically viable [Dutch] Het Nieuwe Telen (HNT) is als systeem ontwikkeld voor de primaire productie bedrijven. Voor de opkweekbedrijven, die in korte teelten het basis uitgangsmateriaal maken is dit systeem niet één op één toepasbaar. Om de in Kas als Energiebron opgedane kennis te laten landen bij plantenkwekerijen moet een analyse en een vertaalslag gemaakt worden. In het project

  1. Conditions for greening the Dutch economy; Voorwaarden voor de vergroening van de economie in Nederland

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Hanemaaijer, A.; Manders, T.; Kruitwagen, S.; Dietz, F.

    2012-08-15

    Greening the economy is considered to be one of the major worldwide challenges of the coming decades. Greening is about limiting the use of natural resources and sparing the environment. By taking into account the limits of the natural capital we can safeguard prosperity in the long term. Greening is important for the Netherlands, too. Using energy, raw materials, land and water more efficiently will make the Dutch economy less vulnerable and the environment cleaner. Focusing on green growth is thus not so much the short-term answer to the present economic crisis but rather a long-term contribution to strengthening the structure of the Dutch economy. This strengthening is not something that will happen of its own accord but requires an active role on the part of the government together with the business sector and the general public. A long-term vision for greening the economy forms an important first step. How to measure progress is another important element in aiming for the goal of green growth. A different set of rules will also be required in order to steer society towards greening. The cost of environmental pollution, for example, should be better reflected in prices. Abolishing subsidies and tax incentives that stand in the way of this greening process is also part of this. Implementing tax proposals of this kind, of course, requires weighing many factors. The government could also create better conditions for the development and application of innovations that spare the environment. This report sets out some of the requirements for greening the Dutch economy and suggests ways in which these could be implemented in some areas. At the same time, the document identifies those areas in need of further investigation to gain a better overview of what 'going for green growth' would mean for the Netherlands and what this requires. [Dutch] Vergroening van de economie wordt wereldwijd gezien als 1 van de grote uitdagingen voor de komende decennia

  2. De ontwikkeling van een met onderzoek onderbouwde methodiek voor het meidenwerk

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Judith Metz

    2016-03-01

    both would seem to be valuable as means for making tacit knowledge explicit, and have the potential for solidifying, substantiating and transferring it. This is because they would act as guiding principles to provide direction for methodological action by social professionals in contact with the target group. They exist alongside each other and can be deployed according to the situation, goals, persons and resources available for the range of working methods, target groups, goals and contexts. SAMENVATTINGDe ontwikkeling van een met onderzoek onderbouwde methodiek voor het meidenwerkDit artikel doet verslag van een zoektocht naar de mogelijkheden voor het ontwikkelen van een met onderzoek onderbouwde methodiek voor het meidenwerk. Het geeft inzicht in de mogelijkheden en moeilijkheden voor het opbouwen van een kennisbasis voor open benaderingswijzen in de praktijk van het sociaal werk. De aanleiding is het verzoek van Amsterdamse meidenwerkers om hulp bij het ontwikkelen van een met onderzoek onderbouwde methodiek voor een bijna 90-jarige diverse en dynamische praktijk. De achtergrond vormt de discussie over de kennisbasis van het sociaal werk. Gangbare modellen als “evidence-based practice”, “practice-based evidence” en “common factors” worden besproken op geschiktheid voor het ontwikkelen van een met onderzoek onderbouwde methodiek voor open benaderingswijzen, waarna programma evaluatie als mogelijk alternatief wordt uitgediept. De conclusie is dat er vooral met betrekking tot open benaderingswijzen binnen het sociaal werk dringend meer aandacht nodig is voor het proces van methodiekontwikkeling en de wijze van onderbouwing. De eerste ervaringen met programma evaluatie en het daaruit voortvloeiende model van methodische principes zijn voorzichtig positief. Programma evaluatie lijkt handreikingen te bieden voor het omgaan met het spanningsveld tussen de wetenschappelijke kwaliteit van de bevindingen en de bruikbaarheid voor de praktijk. Methodische

  3. Valley of Death analysis for polymer PV technology; Valley of Death analyse voor polymere PV technologie

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Schoots, K. [ECN Beleidsstudies, Petten (Netherlands)

    2013-12-15

    This report describes the results of a qualitative study of the barriers that actors involved in the development and commercialization of polymer solar cells, may encounter. The purpose of this socio-economic research is to identify these barriers for the (market) development of thin film polymeric PV technology and to develop strategies for them in order to overcome the constraints. The necessary data are collected from interviews with actors who are active in the development and deployment of conventional solar cells. Based on the results from this study, it is conclude that it is important for the Organic PV industry to carry out many market experiments beyond the built environment. The report provides recommendations with regard to the markets in which these experiments are most likely to succeed and which drivers should be taken into account [Dutch] Dit rapport beschrijft de resultaten van een kwalitatief onderzoek naar de barrieres die actoren, betrokken bij de ontwikkeling en marktintroductie van polymere zonnecellen, kunnen tegenkomen. Het doel van dit sociaal-economische onderzoek is deze barrieres voor de (markt)ontwikkeling van dunne film polymere PV technologie te identificeren en strategieen te ontwikkelen om ze voor te zijn of ze te overbruggen. De benodigde gegevens worden verzameld uit interviews met actoren die actief zijn in de ontwikkeling en uitrol van conventionele zonnecellen. Op basis van de resultaten uit dit onderzoek komen we tot de conclusie dat het voor de Organische PV sector belangrijk is veel marktexperimenten aan te gaan buiten de gebouwde omgeving. Het rapport geeft aanbevelingen in welke soort markten deze experimenten de meeste kans van slagen hebben en met welke drivers van marktpartijen rekening moet worden gehouden.

  4. Agrocentre Amsterdam. Design for agroparks in harbor areas; Agrocentrum Amsterdam. Ontwerpen voor agroparken in havengebieden

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Broeze, J. [Agrotechnology en Food Innovations, Wageningen UR, Wageningen (Netherlands); Van Steekelenburg, M.G.N.; Smeets, P.J.A.M. [Alterra, Wageningen UR, Wageningen (Netherlands)

    2006-05-15

    A number of concepts for an Agropark in the Port of Amsterdam is discussed. Several variants are developed that differ in scale and functional combinations. The core of the agrocenter is to set up an energy chain with pig farming, horticulture, animal feed production, manure processing and biogas production. Mushroom cultivation and fisheries are also options [Dutch] Een aantal ontwerpen voor een Agropark in de Amsterdamse Haven wordt besproken. Verschillende varianten worden uitgewerkt die verschillen in schaalgrootte en functiecombinaties. Kern van het agrocentrum is het opzetten van een energieketen met varkenshouderij, glastuinbouw, veevoerproductie, mestverwerking en biogasproductie. Ook champignonteelt en viskweek zijn opties.

  5. Program management for air quality projects; Programma's geven lucht voor projecten

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Busscher, T.; Tillema, T.; Arts, J. [Rijksuniversiteit Groningen, Groningen (Netherlands)

    2011-04-15

    The Dutch Air Quality Collaboration program (NSL) is introducing a new approach to complex issues. This programmatic approach may offer a solution, but is still relatively new in spatial policymaking. What can we learn about the success and failure aspects of programs from the approach at NSL?. [Dutch] Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) introduceert een nieuwe aanpak voor complexe problemen. Deze programmatische aanpak kan hiervoor een oplossing zijn, maar is relatief nieuw in de ruimtelijke beleidspraktijk. Wat leert de aanpak bij het NSL ons over succes- en faalfactoren van programma's?.

  6. Ontwikkeling van een BlueJ-getinte uitbreiding voor NetBeans

    OpenAIRE

    Boutsen, Stijn

    2017-01-01

    BlueJ is een open-source IDE die het aanleren van object georiënteerd programmeren in JAVA vergemakkelijkt. Dit programma wordt gebruikt in 1BA maar is niet geschikt om grote applicaties te schrijven. Door het ontbreken van de educatieve tools van BlueJ hebben studenten moeilijkheden met de overgang naar een professionele programmeeromgeving zoals de NetBeans IDE. Deze masterproef realiseert een plugin voor NetBeans met de belangrijkste educatieve kenmerken van BlueJ. Zowel het visueel kla...

  7. The Vision on Wind. Space for Wind Turbines in Amsterdam, Netherlands; De Windvisie. Ruimte voor windmolens in Amsterdam

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Godschalk, M.; Jacobs, S.; Van der Linden, K.; Plomp, M.; Rijntjes, R.; Ruiter, R.; Ydema, G.; Zonderland, H.

    2012-07-15

    With drafting the 'Wind Vision' the city of Amsterdam takes the initiative to realize more windmills in Amsterdam. Amsterdam aims for an efficient, sustainable energy, which will also benefit the Amsterdam population economically. The 'Wind Vision' shows that there are enough opportunities to supply one third of the households in Amsterdam with renewable electricity [Dutch] Met de Windvisie neemt Amsterdam het initiatief om meer windmolens in Amsterdam te realiseren. Amsterdam streeft naar een efficiente, duurzame energieopwekking, waar Amsterdammers ook economisch van kunnen profiteren. De Windvisie laat zien dat er op dit moment in de stad kansen zijn om genoeg windmolens te realiseren om een derde van de Amsterdamse huishoudens van duurzaam opgewekte elektriciteit te voorzien.

  8. Vesta spatial energy model for the built environment. Data and methods; Vesta ruimtelijk energiemodel voor de gebouwde omgeving. Data en methoden

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van den Wijngaart, R.A.; Folkert, R.J.M.

    2012-04-15

    Vesta is a spatial energy model for the built environment which calculates the energy consumption and CO2 emissions for the built environment. First, attention is paid to the data and methods of spatial data on the existing and future housing stock, commercial buildings and horticulture areas. Next, the energy indicators are discussed for calculation of the energy demand. Subsequently, energy and cost data for building measures and area measures such as waste heat, geothermal heat and cold and heat storage (TES). Also, the socio-economic characteristics of residents and the business-economic characteristics of the utility and horticulture sectors as used for selections in the Vesta model are discussed. Finally, results of the model are compared with national energy measurements [Dutch] In dit rapport worden de data en methoden besproken die zijn gebruikt voor het ruimtelijk energiemodel Vesta. Vesta is een ruimtelijk energiemodel voor de gebouwde omgeving en berekent het energiegebruik en de CO2-uitstoot voor de gebouwde omgeving. Allereerst wordt aandacht besteed aan de data en methoden van ruimtelijke gegevens over de bestaande en toekomstige voorraad woningen, utiliteitsgebouwen en glastuinbouwarealen. Daarna worden de energiekentallen besproken voor het berekenen van de energievraag. Vervolgens presenteren we de energie- en kostengegevens voor gebouwmaatregelen en gebiedsmaatregelen als restwarmte, geothermie en warmtekoudeopslag (WKO). Ook gaan we in op de sociaaleconomische karakteristieken van bewoners en de bedrijfseconomische karakteristieken van de sectoren utiliteit en glastuinbouw zoals gebruikt voor selecties in Vesta. Tot slot vergelijken we de uitkomsten van het model met landelijke metingen voor energie.

  9. The particulates paradox. Time for a new standard?; De fijnstofparadox. Tijd voor een nieuwe norm?

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Keuken, M.; Voogt, M. [TNO, Apeldoorn (Netherlands)

    2008-10-15

    The standards for PM10 and the new standard for PM2.5 aim to protect the population from harmful concentrations of particulate matter. The particulate matter is therefore aimed at lowering the mass concentrations of particulate matter without focusing on the chemical composition of the amount of ultra fine particles. This approach simplifies the particulate matter problem. This leads to expensive measures with limited effects on health or measures with positive effects for health, but these measures hardly contribute to complying with the particulate matter standards. [mk]. [Dutch] De normen van PM10 en de nieuwe norm PM2,5 zijn bedoeld om de bevolking te beschermen tegen schadelijke concentraties van fijn stof. Het fijnstofbeleid is daarom gericht op het verlagen van de massaconcentratie van fijn stof zonder aandacht voor de chemische samenstelling of het aantal ultrafijne deeltjes. Deze benadering simplificeert het fijnstofprobleem. Dure maatregelen met beperkte effecten op de gezondheid of maatregelen met positieve effecten voor de gezondheid zijn het gevolg, maar deze maatregelen hebben nauwelijks een bijdrage aan het halen van de fijnstofnormen.

  10. Bedrijven en kennisinstellingen actief met Biomimicry

    NARCIS (Netherlands)

    Overbeek, G.; Vogelzang, T.A.

    2014-01-01

    Biomimicry is innovatie geïnspireerd door de natuur en gaat over wat je kunt leren van de natuur i.p.v. wat je eruit kunt gebruiken. De lessen kunnen leiden tot duurzame ontwerpprincipes voor tal van productieprocessen. Daarmee biedt biomimicry een oplossingsgerichte manier van denken voor de groene

  11. Samuel Naeranus (1582-1641) en Johannes Naeranus (1608-1679) : twee remonstrantse theologen op de bres voor godsdienstige verdraagzaamheid

    NARCIS (Netherlands)

    Visser, S.J.

    2011-01-01

    In deze intellectuele dubbel biografie van Samuel en Johannes Naeranus staat de strijd voor religieuze verdraagzaamheid centraal. Visser laat zien hoe vader en zoon, leden van een bekend zeventiende-eeuws remonstrants predikantenge¬slacht, handen en voeten gaven aan hun streven naar tole¬rantie,

  12. Kolb in de klas: vijf docenten in het hoger onderwijs onderzoeken de waarde van Kolbs leerstijlen voor hun eigen onderwijspraktijk

    NARCIS (Netherlands)

    Schoonenboom, J.; Van den Heuvel, W.; Leighton, R.; Dols, L.; Visser, W.; Van Steijn, S.

    2009-01-01

    Deze bundel bevat de resultaten van vijf kortlopende onderzoeken door deelnemers aan de masteropleiding Teaching in Higher Education, allen docenten in het hoger onderwijs, naar de waarde van de leerstijlen van Kolb voor hun eigen lespraktijk. Uit de onderzoeken komt naar voren dat het

  13. Het veilig bouwen en beheren van (co-)vergistingsinstallaties voor de productie van biogas : Bestaande kennis, regelgeving en praktijksituaties

    NARCIS (Netherlands)

    Heezen PAM; Mahesh S; Gooijer L; CEV; mev

    2012-01-01

    Voor de productie van biogas door co-vergisting wordt mest vermengd met restanten van bijvoorbeeld oogsten of voedsel die kunnen vergisten. Biogas heeft brandbare en giftige eigenschappen, waardoor grootschalige productie een veiligheidsrisico met zich meebrengt. Biogas is een mengsel van gassen dat

  14. Richtlijnen voor substraat moeten problemen voorkomen : onderzoeker Chris Blok geeft uitleg over nieuwe normering pH

    NARCIS (Netherlands)

    Bouwman-van Velden, Pieternel; Blok, C.; Kaarsemaker, R.C.

    2009-01-01

    Op basis van proeven is er een concept beoordelingsrichtlijn (BRL) voor het pH buffergedrag van opkweekpotten opgesteld. Onderdeel van het onderzoek is het ontwikkelen van methodieken om pH gedrag in steenwol te meten. De richtlijnen doen vooral dienst om schades tijdens de opkweek te voorkomen

  15. Scenario’s voor effectief leren op de werkplek; Sector Educatie; Workshop 2: Op weg naar oplossingen

    OpenAIRE

    McKenney, Susan; Mazereeuw, Marco; Wopereis, Iwan

    2012-01-01

    McKenney, S., Mazereeuw, M., & Wopereis, I. (2012, 12 December). Scenario’s voor effectief leren op de werkplek; Sector Educatie; Workshop 2: Op weg naar oplossingen [Scenarios for effective workplace learning; Sector Education; Workshop 2: The road to solutions]. Workshop presented at the NHL Hogeschool, Leeuwarden, The Netherlands.

  16. Standaardisering van verslaggeving in de publieke sector: IPSAS vergeleken met de Nederlandse wet en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving

    NARCIS (Netherlands)

    van Schaik, F.D.J.; Manschot, D.; Bac, A.D.; Gortemaker, J.C.A.; Kocks, H.C.; Wallage, P.

    2010-01-01

    Er bestaat een wereldwijde trend naar harmonisatie van standaarden voor de financiële verslaggeving, zowel in de private sector als in de publieke sector. De International Public Sector Accounting Standards (IPSAS) maken de laatste jaren furore vanwege de invoering door talrijke landen en

  17. Groeiremming als middel voor productie van visueel aantrekkelijke vaste planten : fosfaatvoeding als groeiremmer bij Salvia en Delphinium

    NARCIS (Netherlands)

    Aendekerk, T.G.L.

    2007-01-01

    Het onderzoek in de teelt naar gedrongen kwalitatief goede vaste planten is in 2006 gestart op het PPO op de locatie Lisse. In dit onderzoek wordt getracht het gewenste fosfaatniveau vast te stellen voor Delphinium cultorum ‘Dark Blue/White Bee' en Salvia nemorosa ‘Blaukoenigin’ om de groei te

  18. Niet perfect, wel bruikbaar: de discardatlas voor de Noordzee komt eraan (interview met Martine Pastoors en Floor Quirijns)

    NARCIS (Netherlands)

    Pastoors, M.A.; Quirijns, F.J.

    2014-01-01

    Over hoeveel discards hebben we het nu eigenlijk? Met de aanlandplicht in zicht is die vraag prangerder dan ooit. In 2013 besloten de landen rond de Noordzee om te werken aan een discardatlas voor de Noordzee, met daarin informatie over de discards per visserij en per gebied. Martin Pastoors van de

  19. Vaststelling van erytrocytometrische waarden bij drachtige ponies, die bloeddonor zijn voor Diosynth B.V. te Oss

    NARCIS (Netherlands)

    Helleman; P.W.; Geleijnse; M.E.M.; Rooy; L.C.de

    1984-01-01

    Het afnemen van bloed bij drachtige paarden voor farmaceutische doeleinden heeft effect op de hemo(cyto)metrische waarden. De veranderingen zouden kunnen duiden op een (relatieve) verlaging van de erytropoietische activiteit van het beenmerg, op een verandering van de colloide osmotische

  20. PERBANDINGAN NILAI KALOR BIOBRIKET YANG TERBUAT DARI BOTTOM ASH LIMBAH PLTU DAN BIOMASSA CANGKANG KOPI DENGAN VARIASI KOMPOSISI DAN JENIS PENGIKAT YANG BERBEDA

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Budi Gunawan

    2015-12-01

    Full Text Available Tujuan dari penelitian ini adalah membuat biobriket dari bahan bottom ash limbah Pembangkit Listrik Tenaga Uap (PLTU dengan biomassa cangkang kopi dengan zat pengikat tetes tebu serta menguji nilai kalor yang dihasilkan. Metode yang digunakan dalam penelitian ini adalah; pembuatan biobriket dengan memvariasi komposisi antara bottom ash dengan biomassanya serta zat pengikat yang berbeda. Variasi komposisi antara biomassa cangkang kopi dengan bootom ash yang digunakan adalah 60% : 40% dan 70% : 30%, sedangkan bahan perekatnya menggunakan tetes tebu dan tepung kanji. Pengujian yang dilakukan adalah menguji nilai kalor dari biobriket yang dihasilkan menggunakan alat uji calloriboom. Dari hasil pengujian didapatkan biobriket dengan komposisi 70% biomassa cangkang kopi dan 30% bottom ash dengan pengikat tetes tebu mempunyai nilai kalor yang paling tinggi dibandingkan dengan komposisi dan pengikat yang lain dengan nilai kalor yang dihasilkan yaitu 2496,18 kal/gr. Nilai kalor ini dipengaruhi oleh kandungan karbon aktif yang terdapat pada arang cangkang kopi dan besar kecilnya kandungan carbon, oxygen dan ash yang dimiliki, semakin tinggi kandungan carbon dan oxygen maka makin tinggi pula nilai kalor yang kandungan kalor yang terdapat pada jenis perekat tetes tebu lebih tinggi dari pada tepung kanji. [Title: Comparison of Calorific Value of Biobriket Made of Bottom Ash Waste and Biomass Plant Shell Coffee by Varying Composition and Types of Binder] This study is aimed to make biobriket of bottom ash material waste biomass power plant and different binder of coffee shell (molasses as well as measuring the calorific value. The method in this study are by manufacturing biobricket by varying the composition of bottom ash with biomass and different binder. Biomass composition variation of the shell coffee and bottom ash are 60%:40% and 70%:30%. The binder used are molasses and starch. This experiment was carry out by measuring the calorific value of produced

  1. Qualidade de uva ‘Isabel’ tratada na pré-colheita com CaCl2 e elicitor à base de biomassa cítrica

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Leonardo da Silva Santos

    2017-10-01

    Full Text Available O alto índice de degrana e podridão das bagas reduzem a qualidade e elevam as perdas pós-colheita em uvas ‘Isabel’, demandando técnicas de manejo na pré e pós-colheita acessíveis ao pequeno produtor, que mantenham a qualidade e ampliem a vida útil pós-colheita dos cachos. Assim, este trabalho teve por objetivo avaliar o efeito da aplicação na pré-colheita de CaCl2 e elicitor à base de biomassa cítrica em uvas ‘Isabel’ na manutenção da qualidade durante o armazenamento na condição ambiente sob atmosferas ambiente e modificada. O experimento foi conduzido em blocos casualizados a campo, no município de São Vicente Férrer-PE com 8 repetições. Videiras ‘Isabel’ foram tratadas, 28 dias antes da colheita, com: elicitor de Biomassa Cítrica (BC, elicitor de Biomassa Cítrica + CaCl2 (BC+C, CaCl2 (C e Testemunha (T - sem aplicação. Cachos colhidos na maturação comercial foram armazenados em arranjo fatorial 4×2×7, sendo 4 tratamentos (aplicados no campo, 2 condições de armazenamento, atmosferas ambiente (AA e modificada (AM, sob condição ambiente (25±2°C e 75±2% de UR e 7 períodos de avaliação em quatro repetições. A aplicação de CaCl2 e do elicitor BC reduziu o índice de degrana (55 e 75%, respectivamente, a podridão e a perda de massa dos cachos de uva ‘Isabel’. Estes tratamentos, associados ou não, aumentaram a eficiência da AM em manter a qualidade dos cachos. O índice de degrana de uva ‘Isabel’ foi influenciado diretamente pela relação SS/AT, pH e índice de podridão das bagas.

  2. Produção e caracterização de biomassa extracelular obtida por fermentação submersa usando Lasidioplodia theobromae isolado do cacau

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Josileide Gonçalves Borges

    2014-01-01

    Full Text Available Gomas produzidas por microrganismos são usadas como modificadores de alimentos e a biomassa residual para isolamento de seus constituintes. O objetivo deste trabalho foi produzir e caracterizar biomassa extracelular por fermentação submersa com Lasidioplodia theobromae isolado de cacau da Bahia com morte descendente. Foram testadas quatro fontes de carbono fermentadas a 28 ºC, 180 rpm por 72 horas. A que resultou em maior produção de biomassa foi avaliada quanto à variação da concentração e pH. As frações obtidas foram caracterizadas por infravermelho (FTIR e análise por termogravimetria (TG, composição centesimal e monossacarídica. A fermentação submersa da sacarose comercial a 40 g.L-1 em pH 4,0 por L. theobromae resultou em máxima produção da fração I (8,64g.L-1, e a 50g.L-1, pH 5,0, da fração II (23,69 g.L-1. Os espectros de FTIR mostraram presença de grupos amino, poliois e ésteres, e nas análises termogravimétricas observaram-se três eventos de perda de massa em diferentes intensidades. As frações contêm mesma composição em proporções diferenciadas, sendo fontes de proteínas (19,88-29,45%, lipídios (11,07-28,79%, cinzas (3,55-3,88%, e carboidratos (30,16-37,96% compostos unicamente de glicose e manose em diferentes proporções, portanto ambas glucomananas. As frações apresentam propriedades e potencial desejáveis para ampla utilização em processos biotecnológicos de alta relevância científica.

  3. Exploring TM image texture and its relationships with biomass estimation in Rondônia, Brazilian Amazon Explorando texturas de imagens TM e suas relações com estimativas de biomassa em Rondônia

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Dengsheng Lu

    2005-06-01

    Full Text Available Many texture measures have been developed and used for improving land-cover classification accuracy, but rarely has research examined the role of textures in improving the performance of aboveground biomass estimations. The relationship between texture and biomass is poorly understood. This paper used Landsat Thematic Mapper (TM data to explore relationships between TM image textures and aboveground biomass in Rondônia, Brazilian Amazon. Eight grey level co-occurrence matrix (GLCM based texture measures (i.e., mean, variance, homogeneity, contrast, dissimilarity, entropy, second moment, and correlation, associated with seven different window sizes (5x5, 7x7, 9x9, 11x11, 15x15, 19x19, and 25x25, and five TM bands (TM 2, 3, 4, 5, and 7 were analyzed. Pearson's correlation coefficient was used to analyze texture and biomass relationships. This research indicates that most textures are weakly correlated with successional vegetation biomass, but some textures are significantly correlated with mature forest biomass. In contrast, TM spectral signatures are significantly correlated with successional vegetation biomass, but weakly correlated with mature forest biomass. Our findings imply that textures may be critical in improving mature forest biomass estimation, but relatively less important for successional vegetation biomass estimation.Muitas medidas de textura têm sido desenvolvidas e utilizadas para melhorar a acurácia de classificações de cobertura das terras, mas raramente têm-se avaliado a importância dessas medidas em estimativas de biomassa. Este trabalho utilizou dados Landsat TM para explorar as relações entre texturas de imagens TM e biomassa em Rondônia, Amazônia. Foram analisadas oito medidas de textura baseadas em matrizes de co-ocorrência de tons de cinza (i.e., média, variância, homogeneidade, contraste, dissimilaridade, entropia, segundo momento e correlação, associadas com sete diferentes tamanhos de janela (5x5, 7x7

  4. PEMANFAATAN LIMBAH BIOMASSA CANGKANG KAKAO DAN KEMIRI SEBAGAI BAHAN BAKAR BRIKET (Utilization of Biomass Wastes from Cocoa and Candlenut Shells as Fuel Briquette

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Harwin Saptoadi

    2007-11-01

    Full Text Available ABSTRAK  Biomassa adalah sumber energi utama jutaan manusia di dunia, akan tetapi penggunaannya menurun ketika batubara, minyak dan gas tersedia cukup melirnpah. Namun akhir-akhir ini perhatian muncul kembali karena terjadinya krisis energi dan isu-isu lingkungan. Pemanfaatan biomassa untuk menggantikan bahan bakar fosil dapat menurunkan persoalan emisi CO2 global. Penelitian ini bertujuan untuk mengkaji alternatif sumber energi terbarukan dengan pemanfaatan limbah biomassa cangkang kakao dan kemiri. Penelitian dilakukan dengan menghaluskan biomassa dengan ukuran partikel kurang dari I mm. Kemudian 5 gram campuran bahan baku dengan bahan pengikat gel tepung kanji dengan perbandingan 70:30 untuk kakao dan 80:20 untuk kemiri dibriket dalarn cetakan berdiarneter l6 mm. Setelah dibriket kemudian dikeringkan dengan oven pada suhu 50 oC selama 5 jam. Pembakaran dilakukan dalam ruang bakar pada temperatur dinding 350 oC dan laju aliran udara bervariasi antara 0,1 - 0,4 m/s. Hasil penelitian menunjukkan bahwa cangkang kakao dan kemiri mempunyai nilai kalor masing-masing 16.998 dan 21.960 kJ/kg. Emisi CO cukup signifikan pada tahap devolatilisasi. Cangkang kakao memberikan total emisi CO lebih tinggi dibandingkan dengan cangkang kemiri. Laju aliran udara juga berpengaruh terhadap emisi CO yang dihasilkan. Penambahan laju aliran udara akan mengurangi emisi CO, hal ini karena adanya penambahan suplai oksigen sehingga pemnbakaran dapat berlangsung lebih sempurna.   ABSTRACT  Biomass was the  primary source of energy for millions of people in the world, but when coal, oil, and gas became widely available, its use was declined. However, in recent years interest in biomass utilization increases because of energy crisis and environmental issues. Utilization of biomass for substituting fossil fuel can reduce global CO2 emission problem. The objective of this research is to study alternative energy sources that utilize biomass waste from cocoa and candlenut

  5. Biomassa e atividades microbianas em solo sob pastagem com diferentes lotações de ovinos Biomass and microbial activity in pasture soil under different sheep grazing pressure

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Martha Regina Lucizano Garcia

    2007-04-01

    Full Text Available Os efeitos da lotação de animais na produção de ovinos têm sido bastante estudados. No entanto, informações sobre seus efeitos na biomassa e nas atividades microbianas e, em conseqüência, na fertilidade do solo de pastagens são escassas. Neste trabalho, os efeitos da lotação de ovinos (LO na biomassa e nas atividades microbianas responsáveis pela transformação dos compostos do C e N em solo de clima subtropical foram avaliados. As amostras de solo foram coletadas nas camadas de 0-10 e 10-20 cm de pastos com baixa LO (5 animais ha-1, alta LO (40-50 animais ha-1 e com ausência de animais, em um delineamento inteiramente casualizado em parcelas subdivididas, com seis repetições. Os maiores valores de biomassa microbiana e das atividades respiratória, nitrificante e enzimática (urease e protease foram encontrados nos solos dos pastos com baixa LO. Estes pastos também acumularam as maiores quantidades de matéria orgânica e N total. Essas variáveis foram reduzidas nos pastos sem animais ou com alta LO. Vegetação descontínua e intensa mineralização podem ter acarretado a diminuição dessas variáveis nos pastos com alta LO. Alta correlação foi obtida entre matéria orgânica, C orgânico e N total com as quantidades de biomassa microbiana e a atividade enzimática. A camada de 0-10 cm apresentou valores maiores das variáveis estudadas do que os encontrados na camada de 10-20 cm.The effect of grazing pressure in sheep production has been studied, but not in relation to soil microbiological parameters or the consequences on soil fertility. The effect of grazing pressure (GP by sheep on biomass and microbial activity related to C and N compounds cycling in subtropical region soil was studied. Soil samples were collected from the 0-10 cm and 10-20 cm layers in pastures with low GP (5 animals ha-1, high GP (40-50 animals ha-1 and in absence of animals, in a completely randomized design with 6 replicates. The highest values

  6. Energy saving options by means of addition of burned-up biomass materials in the ceramics industry; Energiebesparingsmogelijkheden door toevoeging van biomassa-uitbrandstoffen in de keramische industrie

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Walda, E.

    2013-06-01

    In 2011/2012 is an exploratory study has been executed on the availability of biomass and the potential applicability in the building ceramics industry. The study consisted of (1) a literature and desk study, in which an overview is made of available and ceramic applicable (renewable) burned-up materials, and (2), laboratory tests in which ultimately potentially applicable burned-up material (sawdust) is examined for its coarse ceramic applicability. In this article the results of the two-pronged research are presented [Dutch] In 2011/2012 is een orienterend onderzoek uitgevoerd naar de beschikbaarheid van biomassa en de mogelijke toepasbaarheid in de bouwkeramische industrie. Het onderzoek bestond uit (1) een literatuur- en deskstudie, waarbij een overzicht is gemaakt van verkrijgbare en keramisch toe te passen (hernieuwbare) uitbrandstoffen, en (2) een laboratoriumonderzoek, waarbij uiteindelijk een potentieel toepasbare uitbrandstof (zaagsel) is onderzocht op zijn grofkeramische toepasbaarheid. In dit artikel worden de resultaten van het tweeledige onderzoek gepresenteerd.

  7. Emissão de PM2,5 e gases em sistemas domésticos de queima de biomassa

    OpenAIRE

    Fernandes, Ana Patrícia da Silva

    2009-01-01

    Realizou-se uma série de testes para determinar a composição gasosa e a constituição química das emissões de PM2,5 resultantes da combustão doméstica em lareira e fogão. Queimaram-se 7 espécies lenhosas representativas da floresta Portuguesa (Pinus pinaster, Eucalyptus globulus, Quercus suber, Acácia longifolia, Quercus faginea, Olea europea, Quercus ilex rotundifolia) e briquetes de resíduos de biomassa. A amostragem de gases foi realizada junto à exaustão da chaminé do fogão e da lareira...

  8. Biomass equations for Brazilian semiarid caatinga plants Equações para estimar a biomassa de plantas da caatinga do semi-árido brasileiro

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Everardo V.S.B. Sampaio

    2005-12-01

    Full Text Available Allometric equations to estimate total aboveground alive biomass (B or crown projection area (C of ten caatinga species based on plant height (H and/or stem diameter at ground level (DGL or at breast height (DBH were developed. Thirty plants of each species, covering the common range of stem diameters (3 to 50 cm, were measured (C, H, DGL, DBH, cut at the base, separated into parts, weighted and subsampled to determine dry biomass. Wood density (p of the stem and the largest branches was determined. B, C, H and p ranged from 1 to 500 kg, 0.2 to 112 m², 1.3 to 11.8 m, and 0.45 to 1.03 g cm-3. Biomass of all 10 species, separately or together (excluding one cactus species, could be estimated with high coefficients of determination (R² using the power equation (B = aDGLb and DGL, DBH, H or combinations of diameter, height and density. Improvement by multiplying H and/or p to DGL or DBH was small. The mixed-species equation based only on DBH (valid up to 30 cm had a = 0.173 and b = 2.295, similar to averages of these parameters found in the literature but slightly lower than most of those for humid tropical vegetation. Crown area was significantly related to diameter, height and biomass.Equações alométricas foram desenvolvidas para estimar a biomassa aérea viva (B e a área de projeção da copa (C de dez espécies da caatinga, com base na altura da planta (H e/ou do diâmetro do caule ao nível do solo (DNS ou à altura do peito (DAP. Trinta plantas de cada espécie, cobrindo a faixa usual de diâmetros (3 a 50 cm, foram medidas (C, H, DNS, DAP, cortadas na base, separadas em partes, pesadas e subamostradas para determinação da biomassa seca. A densidade (p da madeira dos caules e galhos maiores foi determinada. B, C, H e p variaram de 1 a 500 kg, 0,2 a 112 m², 1,3 a 11,8 m e 0,45 a 1,03 g cm-3. A biomassa das 10 espécies, separadamente ou em conjunto (exceto pela espécie de Cactaceae, foi estimada com alto coeficiente de determina

  9. Resposta da soja e da biomassa de carbono do solo aos resíduos de cinco genótipos de sorgo

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    C. A. Vasconcellos

    1999-03-01

    Full Text Available O trabalho teve como objetivo avaliar a influência de resíduos de cinco cultivares de sorgo (Sorghum bicolor L.: CMS XS 376, CMS XS 365, BR 304, BR 700 e CMS XS 755 no crescimento e no desenvolvimento da soja. Esses resíduos foram colhidos em três estádios do desenvolvimento reprodutivo do sorgo: florescimento, enchimento de grãos e maturação. Os tratamentos estudados constaram da deposição desses resíduos na superfície do solo ou da sua total incorporação na proporção de 4 g kg-1 de matéria seca no solo (LEd, fase cerrado. Nos tratamentos com planta, mantiveram-se três plantas de soja (cv. Doko em vasos com capacidade para 3 kg de solo. Nos tratamentos sem planta, o solo foi amostrado semanalmente para avaliação das formas de N. Após a colheita da soja, amostras de planta e de solo, de cada tratamento, foram retiradas para determinar a absorção total de N e a influência desses resíduos no N disponível extraído com KCl 2 mol L-1. Os resultados revelaram que alguns resíduos culturais de sorgo afetaram, independentemente do estádio de colheita, o desenvolvimento da soja, a absorção de N, o peso de nódulos e a biomassa microbiana do solo. Tais efeitos também foram dependentes do método de incorporação do resíduo. O teor de carbono imobilizado pela biomassa foi maior quando os resíduos de sorgo foram distribuídos na superfície do solo.

  10. Gebruik van TaqMan PCR voor het kwantificeren van Fusarium spp. en Microdochium nivale in gewassen en gewasresten van tarwe.

    NARCIS (Netherlands)

    Köhl, J.; Haas, de B.H.; Kastelein, P.; Burgers, S.L.G.E.; Waalwijk, C.

    2005-01-01

    Infecties van tarwe door toxigene Fusarium spp. kunnen leiden tot contaminatie van graan met diverse mycotoxines. Voorkoming van mycotoxinebesmetting is uit oogpunt van voedselveiligheid, diergezondheid, maar ook bedrijfseconomisch, vereist. Voor vier Fusariumsoorten is een kwantitatieve detectie

  11. Policy for climate and renewable energy. On the road to 2050; Beleid voor klimaat en hernieuwbare energie. Op weg naar 2050

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Verdonk, M.; Boot, P.A.; Ros, J.P.M.

    2011-12-15

    A study was conducted to find out to what extent the realization of the goals for 2020 are on track for a low-carbon economy in 2050. The current climate and energy targets for 2020 offer insufficient incentives to reduce greenhouse gas emissions with 80-95 percent in 2050. This requires a (European) climate target for 2030 and stronger promotion of innovation. [Dutch] Er is onderzocht in welke mate het realiseren van doelen voor 2020 op koers ligt voor een koolstofarme economie in 2050. De huidige klimaat- en energiedoelen voor 2020 bieden onvoldoende stimulans om in 2050 80-95 procent minder broeikasgassen uit te stoten. Daarvoor is een (Europees) klimaatdoel voor 2030 en meer bevordering van innovatie nodig.

  12. Biomassa microbiana em amostras de solos secadas ao ar e reumedecidas Microbial biomass in air dried and rewetted soil samples

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Antônio Samarão Gonçalves

    2002-05-01

    Full Text Available O objetivo do trabalho foi avaliar a viabilidade do condicionamento de amostras como terra fina secada ao ar (TFSA por curto período, para a determinação do carbono da biomassa microbiana (BMS-C, pelo método da fumigaçãoextração, e verificar a respiração microbiana basal (RB do solo. O condicionamento como TFSA, procedendo-se à fumigação para a análise da BMS-C imediatamente ou 24 horas após o reumedecimento, proporcionou valores de BMS-C para os solos Podzólicos, Latossolo Vermelho-Amarelo álico e Orgânico, semelhantes aos valores dos seus controles. Os solos Glei Pouco Húmico e Vertissolo apresentaram valores de BMS-C similares aos do controle a partir de 24 horas de incubação; o solo Planossolo arenoso apresentou valores similares aos do controle com 72 horas, e a Rendizina, com 168 horas de incubação. Na maioria dos solos, a RB determinada na TFSA apresentou valores maiores do que os do tratamento-controle, quando avaliada imediatamente ou 24 horas após o reumedecimento a 60% da capacidade máxima de retenção de água, seguida de queda e manutenção em níveis semelhantes ao do controle nos períodos subseqüentes. O précondicionamento, de curta duração, como TFSA, é promissor para a determinação da BMS-C, quando níveis e períodos adequados de reumedecimento são adotados.The objective of this work was to evaluate the utilization of short term air dried soil samples in a determination of soil microbial biomass (SMB-C, by a fumigationextraction method, and soil microbial basal respiration (BR. Zero time or 24 hours rewetting incubation period before fumigation procedure gave values of SMB-C similar to those of the control for the Podzolic soils, Allic RedYellow Latosol and Organic soil. Low Humic Gley and Vertisol soils gave values of SMB-C similar to those of the control for periods of incubation equal or higher than 24 hours. Planosol (sandy soil and Rendzina soils gave values of SMB-C similar to the

  13. Coal on the shovel. Choice for coal is choosing for expensive, scarce and unreliable; Kolen op de schop. Kiezen voor kolen is kiezen voor duur, schaars en onbetrouwbaar

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    NONE

    2008-07-01

    Researchers of Peak oil warn about imminent worldwide coal shortages as of 2025. Countries that fully depend on coal import, such as the Netherlands, run great risks due to strongly rising prices and insecurity of supply. How large is the supply of extractable coal? How long will extraction and export continue undisturbed under increasing demand? What effect will this have on the coal price? The real data on supply, demand, price and export mainly tell a tale of unreliable reserves and high prices according to Greenpeace. (mk) [Dutch] Onderzoekers van Peakoil waarschuwen dat vanaf 2025 wereldwijd kolentekorten dreigen. Landen die volledig afhankelijk zijn van de import van kolen, zoals Nederland, lopen een groot risico door sterk stijgende prijzen en onzekere levering. Hoe groot is de winbare kolenvoorraad? Hoe lang gaan winning en export ongestoord door bij een groeiende vraag? Wat betekent dit voor de kolenprijs? De werkelijke gegevens over voorraad, vraag, prijs en export vertellen volgens Greenpeace vooral een verhaal van onbetrouwbare reserves en hoge prijzen.

  14. De capability approach als normatief-evaluatief kader voor sociale interventies: Kwalitatief onderzoek in India met inzichten voor de Vlaamse en Nederlandse praktijk

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Laura van Raemdonck

    2017-03-01

    Full Text Available De capability approach als normatief-evaluatief kader voor sociale interventies: Kwalitatief onderzoek in India met inzichten voor de Vlaamse en Nederlandse praktijkIn deze kwalitatief-empirische casestudy wordt de Capability Approach (CA gehanteerd voor het evalueren van sociale interventies van de Indiase NGO Women Helpline ten opzichte van partnergerelateerd seksueel misbruik. Er werden 12 diepte-interviews en één groepsgesprek afgenomen met medewerkers van Women Helpline en slachtoffers van seksueel misbruik. Daarnaast werden twee semigestructureerde focusgroepen met tien mannelijke en tien vrouwelijke studenten georganiseerd. De analyse bracht een opvallende empowerment-paradox aan het licht tussen “well-being freedom” en “agency freedom”. Die paradox benadrukt de invloed van subjectieve en structurele factoren op de realisatie van welzijn. We besluiten dat wanneer de CA wordt ingezet als evaluatief kader voor sociale interventies het belangrijk is om bij onsuccesvolle interventies te kijken naar de externe invloeden die het individu beperken in zijn/haar agency freedom of de keuzes die hij/zij maakt ter realisatie van een waardig leven. Zo blijkt dat sommige vrouwen berusten in of zelfs kiezen voor een gewelddadige of objectief ongunstige partnerrelatie, ook na interventies en bewustmaken van hun mogelijkheden (verhoging well-being freedom, omdat deze vrouwen willen voldoen aan de patriarchale waarden in de samenleving. Ten slotte is de transfer van de resultaten naar de Nederlands-Vlaamse Eigen Kracht methodiek en algemene sociaal werk praktijk een belangrijke betrachting van het artikel. Utilizing the Capability Approach as a normative-evaluative framework for social interventions: Qualitative research in India with insights for social work practice in the Netherlands and Flanders The Capability Approach is a broad normative framework used to evaluate individual wellbeing, the development of a country, and gender inequalities

  15. Chances for a circular economy in the Netherlands; Kansen voor de circulaire economie in Nederland

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Bastein, T.; Roelofs, E.; Rietveld, E.; Hoogendoorn, A.

    2013-06-15

    The concept of circular economy is an economic and industrial system that focuses on the reusability of products and raw materials, reduces value destruction in the overall system and aims at value creation within each tier of the system. In this report the (economic) opportunities are quantified as much as possible, and impacts on employment and the environmental are addressed. The study focuses specifically on the Dutch economy. The analysis starts by means of two detailed case studies: the use of biomass wastes and the circular economy that may arise in the metal-electronics industry [Dutch] Het begrip 'circulaire economie' is een economisch en industrieel systeem dat zich richt op de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen, waarde vernietiging in het totale systeem minimaliseert en waarde creatie in iedere schakel van het systeem nastreeft. In dit rapport worden de (economische) kansen zoveel mogelijk gekwantificeerd, waarbij effecten op werkgelegenheid en milieudruk aan bod komen. De studie richt zich nadrukkelijk op de gehele Nederlandse economie. De analyse start aan de hand van twee gedetailleerde case studies: de benutting van reststromen uit biomassa en de circulaire economie die kan ontstaan t.b.v. producten uit de metaalelektro-sector.

  16. Energy rating procedure for PV-modules; Energy rating procedure voor PV-modules

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van der Borg, N.J.C.M.; Jansen, M.J. [ECN Zon, Petten (Netherlands)

    2005-10-15

    The performance of PV-modules is usually characterized by the nominal power at standard test conditions. However more relevant for the end-user is the energy production. To arrive at a so-called energy rating procedure the P(G{sub i},T{sub m}) matrix is defined, which makes it possible to calculate the expected annual energy production of a PV-module at any given location with known frequency distribution of horizontal irradiation and ambient temperature. In order to make the de P(G{sub i},T{sub m}) independent of the time and location of the tests the effective irradiation (G{sub i}) is measured with a device with the same characteristics as the module under test. Such a device can be a suitable reference cell or, even better, the module under test itself. The latter, however, is only possible in case the module under test is stable in time. Measurements were performed to test the applicability of the so-called self-reference for a-Si modules. Furthermore the difference between the effective irradiance and the real irradiance (measured with a pyranometer) was quantified for the test location Petten, the Netherlands. The conclusions are: Self-reference is not applicable for a-Si modules because of the time instability, even after 1 full year of degradation; Self-reference signals (the short circuit current of the module under test) can be calibrated outdoor by comparison with a pyranometer at irradiance levels above 800 W/m{sup 2}. The uncertainty of such a calibration is within 3%; The difference between the effective irradiance and the real irradiance on annual basis at Petten is virtually zero for x-Si modules and about 1% for a-Si modules. [Dutch] Het is gebruikelijk om de prestatie van PV-modules te karakteriseren met het nominale vermogen onder standaard testcondities (STC). Echter dit nominaal vermogen geeft geen directe indicatie voor de energieopbrengst. Om tot een karakteristiek voor de energie-opbrengst (energy rating) te komen wordt de prestatie van de

  17. Voor elk-ander. Ervaringsdeskundigen met een lichte verstandelijke beperking en coaches over betekenisvolle samenwerking

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Maaike Hermsen

    2017-06-01

    Full Text Available For each other. Experience experts with a mild intellectual disability and coaches on meaningful cooperation Collaboration with experience experts, particularly in mental healthcare, has flourished in recent years. The positive results of cooperating with experience experts in mental healthcare have led to more initiatives in other healthcare sectors too, such as in care for people with intellectual disabilities. Daily cooperation with experience experts with intellectual disabilities requires structural support, however, which is often provided by coaches in the workplace. This qualitative study aims to answer the question which knowledge, skills and attitudes are needed by coaches in order to support experience experts with intellectual disabilities. In addition, we look at what makes the cooperation with experience experts with an intellectual disability a meaningful process for all those involved. To answer these questions, individual interviews with experience experts with an intellectual disability and with coaches were conducted, as well as group interviews with teachers and researchers working with experience experts in practice. Current coaching guidelines emphasize responsibility, self-control and reflection on the part of the person being coached. However, this research shows that these basic principles are not sufficient for the specific nature of coaching experience experts with a mild intellectual disability. Voor elk-ander. Ervaringsdeskundigen met een lichte verstandelijke beperking en coaches over betekenisvolle samenwerkingSamenwerken met ervaringsdeskundigen neemt de laatste jaren, met name in de GGZ, een hoge vlucht. De positieve resultaten van de samenwerking met ervaringsdeskundigen in de GGZ hebben ertoe geleid dat er meer initiatieven komen in andere zorgsectoren, zo ook in de zorg aan mensen met een verstandelijke beperking. Samenwerking met ervaringsdeskundigen met een verstandelijke beperking vraagt in de dagelijkse

  18. Central heating pipes cause unwanted heating; CV-leidingen zorgen voor ongewenste opwarming

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Wessels, R. [biq-stadsontwerp, Rotterdam (Netherlands); Nuijten, O. [ISSO, Rotterdam (Netherlands)

    2011-12-15

    Research has shown that the risk of hot spots in the drinking water pipes is very high. Hot spots are, for example, caused by central heating pipes that are too close to the water pipes. The water pipes may be 25 C for a long period, thus creating the risk of legionella growth. The various disciplines need to be careful in the design stage and building stage to prevent such situations from occurring. [Dutch] Onderzoek heeft uitgewezen dat het risico op 'hotspots' in de drinkwaterleidingen erg groot is. Hotspots worden bijvoorbeeld veroorzaakt door cv-leidingen die te dicht in de buurt van waterleidingen lopen. Die waterleidingen kunnen dan langdurig warmer zijn dan 25C en daardoor gevaar opleveren voor legionellagroei. Het vereist zorg van meerdere disciplines in de ontwerpfase en de bouwfase om deze situaties te vermijden.

  19. Netwerkpuzzelen. Verslag van een onderzoek naar het organiseren van netwerksteun voor mantelzorgers

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Jenny Zwijnenburg

    2014-12-01

    Full Text Available Network puzzling. Report of a study on the organization of network support for informal caregiversThis article describes the results of an action research into the way professionals can organize and/or support network support and network meetings for informal caregivers. It was conducted with professionals working in deprived neighbourhoods in Rotterdam. The research aimed to both gain insight into the support that network meetings can provide and to get insight into professional issues that are associated with such a method.The answer to the question about the support that network meetings can provide is layered, because of the diversity of caregiving situations. A process description, as derived from the organization theory, therefore fits better here than a traditional method description. The changing role of welfare professionals – more a linker and less an individual helper – calls for discussion in the social domain.Netwerkpuzzelen. Verslag van een onderzoek naar het organiseren van netwerksteun voor mantelzorgersDit artikel beschrijft de resultaten van een handelingsonderzoek naar de manier waarop professionals netwerksteun en netwerkgesprekken voor mantelzorgers kunnen ondersteunen. Het onderzoek is samen met professionals uitgevoerd in achterstandswijken in Rotterdam. Het doel was om enerzijds inzicht te krijgen in de steun die netwerkgesprekken kunnen bieden aan mantelzorgers en anderzijds om zicht te krijgen op professionaliteitsvragen die aan een dergelijke aanpak verbonden zijn.Een antwoord op de vraag welke steun netwerkgesprekken kunnen bieden is gelaagd, door de meervoudigheid van mantelzorgsituaties. Een procesbeschrijving, zoals in de organisatietheorie wordt gebruikt, past daarom beter dan een traditionele methodiekbeschrijving. De rol van de professional – die meer verbinder wordt dan individueel hulpverlener – vraagt om discussie in het sociale domein.

  20. Cost-benefit analysis of stricter emission ceilings for air pollutants. National evaluation for the revision of the Gothenburg Protocol; Kosten en baten van strengere emissieplafonds voor luchtverontreinigende stoffen. Nationale evaluatie voor de herziening van het Gothenburg Protocol

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Smeets, W.

    2012-06-15

    The Netherlands experiences high benefits of strict European emission targets for air pollutants. The Dutch live longer and are healthier because of extra emission reductions. In addition, damage to nature decreases. This emerges from a cost-benefit analysis of a number of possible variants for tightening emission targets by 2020 in the context of the revision of the Gothenburg Protocol [Dutch] Nederland ondervindt hoge baten van strenge Europese emissiedoelen voor luchtverontreinigende stoffen. Nederlanders leven langer en gezonder door extra emissiereducties. Daarnaast neemt de schade aan de natuur af. Dit blijkt uit een kosten-batenanalyse van een aantal mogelijke varianten voor aanscherping van emissiedoelen per 2020 in het kader van de herziening van het Gothenburg protocol.

  1. Partida de reator anaeróbio compartimentado em série com um reator anaeróbio de manta de lodo, utilizando parâmetros de sedimentabilidade para formação da biomassa

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Cristine Serafine Neves

    2015-12-01

    Full Text Available RESUMO Este estudo objetivou avaliar a formação da biomassa de boa qualidade tanto no reator anaeróbio compartimentado (RAC quanto no reator anaeróbio de manta de lodo (UASB, aplicando parâmetros adequados à sedimentação dos sólidos sedimentáveis (SS presentes na água residuária de suinocultura (ARS. O RAC e o UASB operaram em série com os tempos de detenção hidráulica (TDHs de 15 e 9h, respectivamente, correspondendo a cargas orgânicas volumétricas (COVs médias de 53,8 e 36,2 kg.m³.d¹ em termos de DQOT, respectivamente. As eficiências médias de remoção de DBO520°C, durante o processo de partida e formação da biomassa, foram: 68% para RAC e 55% para UASB, e em termos de DQO: 78% para RAC e 70% para UASB, respectivamente. Os autores concluíram que é possível, mediante os parâmetros de sedimentação adotados, formar uma biomassa peletizada, mesmo operando o sistema com altas cargas orgânicas.

  2. Ordenação de alternativas de biomassa utilizando o apoio multicritério à decisão Using multicriteria decision support in a biomass alternatives ordination problem

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Carlos Francisco Simões Gomes

    2013-01-01

    Full Text Available Este artigo refere-se ao estudo de ordenação de uma fonte de energia limpa e renovável denominada biomassa. Nos dias atuais observa-se uma demanda mundial crescente por energias ditas renováveis. A produção de energia elétrica a partir da biomassa é muito defendida como uma importante contribuição para o desenvolvimento de muitos países. O objetivo deste artigo é mostrar o potencial dessa fonte de energia. A biomassa, como uma das alternativas limpas e seguras para solucionar um possível racionamento que o Brasil poderá enfrentar nos próximos anos devido ao descompasso do crescimento da demanda por energia e o crescimento da oferta de energia elétrica em nosso país.This work presents a study on a source of clean and renewable energy known as biomass. The production of electricity from biomass is much defended as an important alternative for many developing countries. The aim of this study was to show the potential of this source of energy - biomass, as a clean and safe alternative to address the possible rationing that Brazil may face in the coming years because of the disparity between energy demand growth and power supply growth in the country.

  3. Housing associations and ventilation. Program Requirements for Domestic Ventilation for new construction and renovation (version 2.0); Woningcorporaties en ventilatie. Programma van Eisen voor Woningventilatie voor nieuwbouw en renovatie (versie 2.0)

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Balvers, J.; Boerstra, A. [BBA Binnenmilieu, Rotterdam (Netherlands)

    2011-11-15

    The aim of the title project is to develop a base of Program Requirements (PvE, abbreviated in Dutch) that employees of housing associations can use as a starting point to achieve ventilation systems in new construction and renovation of housing projects. The tool comprises of three parts: Instructions the for use of the PvE (Chapter 1); PvE for homes with balanced ventilation, including explanatory notes (Chapter 2); PvE for homes with natural ventilation and mechanical exhaust system, including explanatory notes (Chapter 3) [Dutch] Het doel van het project is het ontwikkelen van een basis Programma van Eisen (PvE) dat medewerkers van woningcorporaties als uitgangspunt kunnen gebruiken bij het realiseren van ventilatiesystemen in nieuwbouw en renovatie van woningbouwprojecten. Het instrument bestaat uit 3 delen: Aanwijzingen voor het gebruik van de PvE's (hoofdstuk 1); PvE voor woningen met balansventilatie, inclusief toelichting (hoofdstuk 2); PvE voor woningen met natuurlijke luchttoevoer en mechanische luchtafvoer, inclusief toelichting (hoofdstuk 3)

  4. Tracking and trailing. A travel guide for the energy transition; Spoorzoeken en wegbereiden. Een reisgids voor de energietransitie

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Hekkenberg, M.; Londo, M. [ECN Beleidsstudies, Petten (Netherlands)

    2011-09-15

    Our energy system, which is one of the pillars of the Dutch society, will probably be subjected to drastic changes in the coming decades. It will become a difficult and painful process at times. Policy makers have the task of directing these changes with a clear view on opportunities and threats. This guide aims to offer Dutch policy makers some strategic insights and tools. [Dutch] Onze energiehuishouding, 1 van de pijlers van de Nederlandse samenleving, zal de komende decennia drastische veranderingen ondergaan. Dat zal een bij tijd en wijle moeizaam en pijnlijk proces worden. Aan beleidsmakers de taak die veranderingen te regisseren met een helder oog voor kansen en bedreigingen. Deze gids beoogt Nederlandse beleidsmakers voor die taak enkele strategische inzichten en handvatten te bieden.

  5. Wind energy for the future. Scoping document for the wind turbine farm Favorius; Windenergie voor de toekomst. Startnotitie Windpark Favorius

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van der Molen-Balk, J.A.M.; Beerlage, B.F.M.; Van de Putte, B.H.M.

    2005-05-15

    ARCADIS pans to build a wind turbine farm (named Favorius) in the Exclusive Economic Zone of the Dutch Continental Shelf. In the licensing procedure also an environmental impact report must be drafted. [Dutch] ARCADIS wil, als initiatiefnemer, een vergunning aanvragen op grond van de Wet beheer rijkswaterstaatwerken (Wbr) voor de ontwikkeling van het windturbinepark Favorius in de Exclusieve Economische Zone (EEZ) op het Nederlands Continentaal Plat. Ten behoeve van de vergunningverlening wordt de procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r.) doorlopen.

  6. Wind energy for the future. Scoping document for the wind turbine farm Okeanos; Windenergie voor de toekomst. Startnotitie Windpark Okeanos

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van der Molen-Balk, J.A.M.; Beerlage, B.F.M.; Van de Putte, B.H.M.

    2005-05-15

    ARCADIS pans to build a wind turbine farm (named Thetys) in the Exclusive Economic Zone of the Dutch Continental Shelf. In the licensing procedure also an environmental impact report must be drafted. [Dutch] ARCADIS wil, als initiatiefnemer, een vergunning aanvragen op grond van de Wet beheer rijkswaterstaatwerken (Wbr) voor de ontwikkeling van het windturbinepark Okeanos in de Exclusieve Economische Zone (EEZ) op het Nederlands Continentaal Plat. Ten behoeve van de vergunningverlening wordt de procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r.) doorlopen.

  7. Wind energy for the future. Scoping document for the wind turbine farm Thetys; Windenergie voor de toekomst. Startnotitie Windpark Thetys

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van der Molen-Balk, J.A.M.; Beerlage, B.F.M.; Van de Putte, B.H.M.

    2005-05-15

    ARCADIS pans to build a wind turbine farm (named Thetys) in the Exclusive Economic Zone of the Dutch Continental Shelf. In the licensing procedure also an environmental impact report must be drafted. [Dutch] ARCADIS wil, als initiatiefnemer, een vergunning aanvragen op grond van de Wet beheer rijkswaterstaatwerken (Wbr) voor de ontwikkeling van het windturbinepark Thetys in de Exclusieve Economische Zone (EEZ) op het Nederlands Continentaal Plat. Ten behoeve van de vergunningverlening wordt de procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r.) doorlopen.

  8. Advice on Sustainable Use of the Underground for Heat and Cold Storage; Advies Duurzaam Gebruik van de Bodem voor WKO

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Oomes, J.

    2009-09-15

    Insights and ideas are given and discussed with regard to sustainable use of soil and underground for heat and cold storage. Also attention is paid to the marginal conditions for the application of heat and cold storage [Dutch] Inzichten en ideeen worden gegeven en besproken over duurzaam gebruik van de bodem voor warmte- koudeopslag (WKO). Daarnaast worden ook de randvoorwaarden van WKO in kaart gebracht.

  9. The Swiss Energy Sector. Innovation landscape and chances for the Netherlands; De Zwitserse energiesector. Innovatielandschap en kansen voor Nederland

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Van Ewijk, S. [Innovatie Attache Netwerk, Ambassad Berlijn, Berlin (Netherlands)

    2012-08-15

    An overview is given of innovation in the Swiss energy sector and the following research question will be answered: what are the characteristics of the Swiss innovation landscape in the energy sector and what opportunities are there for the Dutch energy sector? The emphasis is on themes that occur in the Dutch top sector policy, such as natural gas and energy conservation. The aim is to encourage cooperation between the Netherlands and Switzerland in the field of energy and provide inspiration for investment, policy solutions and markets in the field of energy. Each chapter contains references to Swiss authorities for more information and further steps [Dutch] Een overzicht wordt gegeven van innovatie in de Zwitserse energiesector en probeert de volgende onderzoeksvraag te beantwoorden: wat zijn de kenmerken van het Zwitserse innovatielandschap in de energiesector en welke kansen zijn er voor de Nederlandse energiesector? De nadruk ligt daarbij op thema's die ook in het Nederlandse topsectorbeleid voorkomen, zoals aardgas en energiebesparing. Het doel is om de samenwerking tussen Nederland en Zwitserland op energiegebied te stimuleren en informatie te bieden als inspiratie voor investeringen, beleidsoplossingen en afzetmarkten op energiegebied. Ieder hoofdstuk bevat verwijzingen naar Zwitserse instanties voor meer informatie en verdere stappen.

  10. Unilateral Measures addressing Non-Trade Concerns. A Study on WTO Consistency, Relevance of other International Agreements, Economic Effectiveness and Impact on Developing Countries of Measures concerning Non-Product-Related Processes and Production Methods

    International Nuclear Information System (INIS)

    Van den Bossche, P.; Schrijver, N.; Faber, G.

    2007-01-01

    Over the last two years, the debate in the Netherlands on trade measures addressing non-trade concerns has focused on two important and politically sensitive issues, namely: (1) the sustainability of the large-scale production of biomass as an alternative source of energy; and (2) the production of livestock products in a manner that is consistent with animal welfare requirements. In February 2007 a report was issued on the 'Toetsingskader voor Duurzame Biomassa', the so-called Cramer Report. This report discusses the risks associated with large-scale biomass production and establishes a list of criteria for the sustainable production of biomass. These criteria reflect a broad range of non-trade concerns, including environmental protection, global warming, food security, biodiversity, economic prosperity and social welfare. The report recognizes that the implementation of the criteria (including the establishment of a certification system) will require careful consideration of the obligations of the Netherlands under EU and WTO law. Governments called upon to address non-trade concerns may do so by using different types of measures. Prominent among these are measures concerning processes and production methods of products. In the present study, these issues are examined primarily with regard to existing, proposed or still purely hypothetical measures for implementing the Cramer criteria for the sustainable production of biomass. Several other, non-energy-related issues are discussed in this report

  11. Gradual transition in realising a long-term policy. Evaluation on the basis of six system options; Transitieprocessen en de rol van het beleid. Evaluatie op basis van zes systeemopties

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Ros, J.P.M.; Van den Born, G.J.; Elzenga, H.E.; Montfoort, J.A.; Nagelhout, D.; Reudink, M.A.; Rood, G.A.; Van Zeijts, H.

    2006-11-15

    verandering in de maatschappij leiden, reden om er snel mee te beginnen. Voor de benodigde verandering werd de term transities geintroduceerd. Het MNP heeft de brede beoordeling van de processen en het beleid gebaseerd op de analyse van zes mogelijke ingrijpende veranderingen in de maatschappij (zogenoemde systeemopties), te weten: Vloeibare biobrandstoffen voor transport; Biogrondstoffen voor de chemische industrie; Duurzame viskweek voor behoud van de visvoorraad; Markt voor groene diensten; Micro-warmtekracht en de virtuele centrale; Brandstofcelauto's op waterstof verkregen uit zonthermische krachtcentrales. Nederland is sterk in onderzoek op het gebied van schone technieken. De ondersteuning met financiele middelen voor meer praktijkexperimenten of niches met nieuwe technieken en organisatievormen is echter onvoldoende of onzeker gebleken. Systeemopties kunnen onderling concurrerend zijn, zoals voor de inzet van biomassa. Doordat de beleidsprikkels op de systeemopties verschillen in vorm en kracht en er geen overall visie is, leidt dit niet noodzakelijkerwijs tot een optimale inzet van biomassa. De systeemopties zijn gekozen met het oog op relevantie voor milieu, natuur of landschap. Ze zijn zodanig gekozen dat ze een redelijke indruk geven van verschillende transitieprocessen en een link hebben met alle betrokken ministeries. Nadrukkelijk wordt hierbij vermeld dat de gekozen systeemopties niet beter of slechter hoeven te zijn dan andere. De systeemopties schetsen onderdelen van mogelijke toekomstige systemen. Onderzocht is welke voortgang wordt geboekt om de opties daadwerkelijk te realiseren. De analyses van de verschillende systeemopties zijn afzonderlijk gerapporteerd.

  12. Desempenho animal em pasto de aveia e azevém com distintas biomassas de lâminas foliares Animal performance in oat and Italian ryegrass pastures under leaf lamina biomass levels

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Duilio Guerra Bandinelli

    2005-12-01

    Full Text Available O objetivo deste trabalho foi avaliar o efeito de biomassas de lâminas foliares no desempenho animal. Utilizou-se mistura de aveia (Avena strigosa Schreb e azevém (Lolium multiflorum Lam., para determinar quantidades adequadas de sua biomassa no manejo da pastagem. Foram realizados dois experimentos, na estação fria de 2002 e 2003. Na avaliação de 2002, os valores de biomassa de lâminas foliares foram de 360 kg ha-1 (baixa e 630 kg ha-1 (alta. Em 2003, foram obtidas biomassas de 352, 422 e 507 kg ha-1, classificadas como baixa, média e alta, respectivamente. O método de pastejo foi contínuo, com taxa de lotação variada; os animais utilizados foram terneiros da raça Charolês e cruzados com Nelore, com idade inicial de nove meses. As variáveis de produção animal avaliadas, nos dois anos, foram: ganho médio diário, carga animal e ganho de peso vivo por área. As distintas biomassas de lâminas foliares mantidas não são fatores limitantes ao desempenho animal.The objective of this work was to evaluate the effect of different leaf lamina biomass over animal performance. A mixture of oat (Avena strigosa Schreb and Italian ryegrass (Lolium multiflorum Lam. was used to determine adequate levels of leaf lamina biomass for pasture management. Two trials were made, in 2002 and 2003 cool seasons. In 2002 evaluation, leaf lamina biomass values were of 360 kg ha-1 (low and 630 kg ha-1 (high. In 2003, values obtained for leaf lamina biomasses were of 352, 422 and 507 kg ha-1, being classified as low, medium and high, respectively. Grazing method was continuous, with variable stocking rate; testing animals were calves of Charolais breed and its crosses with Nelore breed, with initial age of nine months. Evaluated variables in animal production, in both years, were: average daily gain, stocking rate and live weight gain per area. Leaf lamina biomasses evaluated are not limiting factors to animal performance.

  13. Wat levert een training voor voedselbankklanten op? Bevindingen uit een kwalitatieve studie

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Hille Hoogland

    2017-12-01

    also stimulate and improve trust in others and self-confidence. Financial problems are often associated with mental health problems and high levels of mistrust. Negative self-image and mistrust of others can prevent people from asking for help or taking action. Interventions such as training programmes involving multiple participants can be an appropriate way to focus on stimulating feelings of trust and self-confidence. Creating a space for participants to share their experiences and ideas is crucial. Sharing experiences with others make people feel heard and supported. At the same time, people can learn from each other by sharing their experiences. Listening to the experiences of others can also help to put one’s own experiences into perspective. Second, we recommend the “Theory of Change” as a suitable research method for studying the effects of an intervention. Applying this evaluation method helps people to study the effects of an intervention and at the same time to improve the intervention based on research findings. When the focus is on the participants’ experiences of the intervention in question, it is possible to identify the needs of the target group better. Subsequent intervention can then be more accurately tailored to the needs of the target group.SAMENVATTINGWat levert een training voor voedselbankklanten op? Bevindingen uit een kwalitatieve studie Voedselbanken delen in Nederland al vijftien jaar voedselpakketten uit aan mensen die kampen met financiële problemen en daarnaast gezondheidsproblemen en “psychologisch lijden” ervaren. In Amsterdam is voor voedselbankklanten een trainingsprogramma ontwikkeld met het doel hen zoveel mogelijk “op eigen benen te laten staan”. Om te achterhalen wat de training teweeg brengt is een kwalitatieve studie gedaan op basis van de “Theory of Change”-methode. In dit artikel presenteren wij bevindingen uit interviews met vijftien respondenten, die per respondent zijn gehouden op drie verschillende

  14. Energia alternativa de biomassa: bioetanol a partir da casca e da polpa de banana Alternative energy from biomass: bioethanol from banana pulp and peels

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Ozair Souza

    2012-08-01

    Full Text Available A conversão de biomassas agroindustriais em bioetanol com consequente valorização de rejeitos e resíduos, tem sido objeto de estudos de várias pesquisas realizadas no Brasil e no mundo. Neste trabalho foi avaliada a potencialidade do uso da polpa e da casca da banana (Musa cavendishii , tanto in natura como previamente hidrolisada por ácido e enzimas, como substrato da fermentação alcoólica. Os rendimentos médios em bioetanol (em base úmida de biomassa obtidos com a polpa (0,48 ± 0,05 g g-1 e com a casca (0,34 ± 0,11 g g-1, ambos in natura, possibilitaram a eficiência do processo de conversão, da ordem de 95% do rendimento teórico. A produtividade máxima alcançada em bioetanol foi de 3,0 ± 0,7 g L-1 h-1 com o uso da polpa e de 1,32 ± 0,03 g L-1 h-1 com a casca. Nas condições operacionais avaliadas o pretratamento dos resíduos com ácido sulfúrico não é recomendado para a produção de bioetanol.The conversion of agroindustrial biomasses in bioethanol with consequent enrichment of wastes has been the object of various research projects conducted in Brazil and around the world. This study evaluated the potential of the Musa cavendishii banana pulp and peels using in natural state and also waste previously hydrolyzed by acid and enzimes, as substrate of alcoholic fermentation. The mean bioethanol yields (on wet biomass base, obtained with the pulp (0.48 ± 0.05 g g-1 and with the peels (0.34 ± 0.11 g g-1, both in natural state, enabled a conversion process efficiency to the order of 95% of theoretical yield. Maximum value reached in bioethanol was 3.0 ± 0.7 g L-1 h-1 with pulp and 1.32 ± 0.03 g L-1 h-1 with peels. Under the evaluated operating conditions, the pre-treatment of wastes with sulfuric acid is not recommended for bioethanol production.

  15. BIOSORPSI DAN REDUKSI KROM LIMBAH PENYAMAKAN KULIT DENGAN BIOMASSA Fusarium sp DAN Aspergillus niger (Biosorpstion and Reduction of Chromium Bearing Tannery Wastewater Using The Biomass of Fusarium Sp. and Aspergillus niger

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    Suharjono Triatmojo

    2001-08-01

    Full Text Available ABSTRAK Tujuan penelitian ini ialah untuk membuktikan bahwa biomassa Fusarium sp dapat mereduksi Cr(VI, dan biomassa Aspergillus niger dapat digunakan untuk mengambil ion krom dari larutan. Fusarium.sp ditumbuhkan pada media cair kentang dekftosa cair, ditambah K2Cr2O7 atau sludge limbah penyamakan kulit. Selanjutnya diamati perubahan warnanya, bila terjadi perubahan warna dan oranye ke ungu atau tak berwarna maka telah terjadi reduksi krom valensi VI menjadi krom valensi Ill. Aspergillus niger ditumbuhkan pada media Potato dectrose agar (PDA padat, dipindahkan ke media cair yang bensi bakto pepton, bakto dektrose dan srukronutrien. Produksi biomassa dilakukan pada labu erlenmeyer; setelah 5 hari dipanen dan dibuat bubuk. Bubuk ini digunakan untuk mengambil krom dari larutan. Hasil penelitian menunjukkan bahwa biomassa Fusarium sp dapat digunakan untuk mengambil krom dan larutan yang.mengandung KrCrrO, atau sludge limbah penyamakan kulit. Waktu inkubasi yang lebih lama meningkatkan absorbsi krom oleh biomassa Fascrium sp. Fusarium sp mampu mereduksi Cr(VI menjadi Cr(Iii. Biomassa Aspergillus niger dapat digunakan untuk mengambil krom dari larutan. Hasil terbaik diperoleh pada konsentrasi awal 100 mg/I, pada pH 2,0, berat biomassa 0,1 g, dan waktu kontak 12 jam, yaitu 96,23% untuk Cr(II| dan96,3 % untuk Cr(VI. Fusarium sp. dan A. niger dapat digunakan sebagai bioremediator dalam penanganan limbah penyamakan kulit secara biologi.   ABSTRACT The objectives of this research was to study the biosorption and reduction of chromium bearing tannery wastewater using biomass of Fusarium sp and Aspergillus niger. Fusarium sp was used to investigate bioaccumulation and reduction of chromium in K2 Cr2O7 solution and solution containing sludge of leather tanning waste, and aspergillus niger was used to investigate biosorption of Cr(III and Cr(VI in solution. Fusarium sp was grown on sterilized potato extrose liquid medium, added with K2Cr2O7solution or sludge

  16. Atributos do solo e biomassa radicular após quatro anos de semeadura direta de forrageiras de estação fria em campo natural dessecado com herbicidas

    Directory of Open Access Journals (Sweden)

    E. Pérez Gomar

    2002-03-01

    Full Text Available Os campos naturais, desenvolvidos sobre solos arenosos da região norte do Uruguai, são compostos por espécies forrageiras, sobretudo de gramíneas de produção estacional, com baixa produtividade no inverno. O objetivo deste estudo foi avaliar o efeito da dessecação do campo natural no estabelecimento de espécies de estação fria em atributos do solo e biomassa radicular. O estudo, iniciado em 1994, utilizou delineamento experimental de blocos ao acaso com parcelas subsubdivididas, com três repetições. Nas parcelas principais, em 1994, foram aplicados os tratamentos com herbicidas (paraquat 0,60gha-1i.a., glifosate 0,36gha-1i.a. e glifosate 1,44gha-1i.a. e testemunha sem herbicida em campo natural para a semeadura de pastagens de inverno. Nessas parcelas, a pastagem de inverno foi aveia preta (avena strigosa L., triticale (X Triticosecale Wittmack e azevém (Lolium multiflorum L.. As subparcelas foram formadas pela reaplicação ou não dos herbicidas em 1995 e as subsubparcelas foram formadas pela reaplicação ou não dos herbicidas em 1996. As amostras de solo para determinar a biomassa radicular, a densidade do solo, o carbono (C orgânico do solo, bases trocáveis, Al trocável e o pH do solo foram extraídas separadamente, em três subamostras, usando cilindro metálico de 7,65cm de diâmetro e 40cm de comprimento. Os monolitos extraídos foram estratificados até 30cm de profundidade nas camadas de 0-5, 5-10, 10-15, 15-20 e 20-30cm. A biomassa radicular foi maior na testemunha do que a média dos tratamentos com herbicidas somente na camada de 0-5cm, e, entre os tratamentos com herbicidas, a biomassa radicular foi maior com paraquat do que com o glifosate. A reaplicação de herbicidas, em 1995 e 1996, também ocasionou redução da biomassa radicular. Houve alta correlação positiva de C orgânico com a biomassa radicular. A redução de C orgânico para o tratamento mais agressivo de controle químico (glifosate 1,44gi

  17. Greenhouse as energy source. Inspiring strategies for the horticulture; Kas als energiebron. Inspirerende strategieen voor de glastuinbouw

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Ruijgrok, W.J.A.; Braber, K.J. [KEMA sustainable energy, Arnhem (Netherlands)

    2002-09-01

    Several agricultural organizations in the Netherlands started a new initiative to develop a sustainable and efficient greenhouse culture industry. Several brainstorm sessions resulted in themes which need cooperative efforts to be realized. One of those themes is energy. Several experts in the field were asked to write an essay or note on the use of greenhouses as energy sources. In this report an essay is presented of the KEMA Sustainable Energy. KEMA analyzed several road maps which can lead to a future in which greenhouses not only use energy but can also produce energy. [Dutch] InnovatieNetwerk Groene Ruimte en Agrocluster en de Stichting Innovatie Glastuinbouw (SIGN) hebben het initiatief genomen om samen een ambitieus thema tot ontwikkeling te brengen: 'Glastuinbouw 2020: naar een vitale, duurzame en gerespecteerde glastuinbouw'. Na een eerste fase van toekomstverkenningen is gewerkt aan het opstellen van een concrete actieagenda. In verschillende brainstormsessies met opinion leaders uit het glastuinbouwcluster zijn thema's geinventariseerd die individuele spelers overstijgen en waarin gezamenlijk zou moeten worden geinvesteerd. Een van die thema's is energie. Aan verschillende personen is gevraagd het toekomstbeeld 'kas als energiebron' in een essay of startnotitie uit te werken. Deze rapportage bevat een essay van een groep van de KEMA sustainable energy. Zij hebben verschillende marsroutes die kunnen leiden tot het realiseren van het toekomstbeeld verkend en beschreven.

  18. Step by step towards an energy efficient district; Stap voor stap naar een energiezuinige wijk

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Celie, N. [Deerns raadgevende ingenieurs, Rijswijk (Netherlands); Van Luijpen, M.R.; Sweeb, M. [Yacht, Randstad, Diemen (Netherlands)

    2011-04-15

    Building Brains has been set up by TNO as a cooperative and started September 21, 2009. The aim of the project was to answer the question how the energy consumption in the Netherlands can be reduced by 50% up to 2030 or how the built environment can be made energy-neutral. This issue of the magazine is dedicated to Building Brains project. Sustainability and energy conservation are current topics on the agenda of many organizations. The emphasis on this topics may be inspired by an ideology, economic considerations, image building or carrying out a social responsibility or possibly enforced by law. Many organizations struggle with translating the ambition in the field of energy saving and sustainability into practice, partly because the collection of reliable data and knowledge of sustainable technologies is a specialism and time consuming and costly accordingly. There seems to be no tools available that provide this support. The Quick Urban Energy Scan can help. [Dutch] Building Brains is een door TNO opgezet samenwerkingsproject dat op 21 september 2009 van start ging. Het doel van het project is antwoord te geven op de vraag hoe tot 2030 het energiegebruik in Nederland kan worden gehalveerd of hoe de gebouwde omgeving energieneutraal kan worden gemaakt. Deze aflevering van het tijdschrift TVVL is vrijwel geheel gewijd aan het Building Brains project. In dit artikel wordt aandacht besteed aan de rol die de zogenaamde Quick Urban Energy Scan (QUES) kan spelen in de vertaling van beleidsanbities voor duurzaamheid naar concrete uitvoering van herstructurerings- of nieuwbouwprojecten.

  19. [An analysis of advertisements for psychotropic drugs in the Dutch Journal of Psychiatry ('Tijdschrift voor Psychiatrie')].

    Science.gov (United States)

    Vandereycken, W; Kuyken, K

    2009-01-01

    Through the marketing of psychotropics the pharmaceutical industry is able to influence the way in which psychiatrists practise their profession. To look at the image of psychiatry as reflected in advertisements for psychotropics. method Quantitative and qualitative analysis of the advertisements for psychotropics in the Tijdschrift voor Psychiatrie between 1999 and 2006. On average 6 per cent of the total number of pages was given over annually to advertisements of psychotropics. The number of pages used for these advertisements changed over the years, with a sharp decline between 2002 and 2004. Before 2002 the majority of advertisements was for antidepressants, but later most of them were for antipsychotics. Three-quarters of the illustrations for antidepressants featured women whereas three-quarters of the illustrations for antipsychotics featured men. In general, the advertisements were of an 'emotional' nature and surprisingly few of them contained any scientific information. The advertisements for psychotropics portrayed a stereotyped image implying that it is mainly women who are depressed and mainly men who are psychotic. In its advertisements the pharmaceutical industry seeks primarily emotional reactions and uses hardly any scientific arguments. We wonder if the editorial boards of scientific journals should perhaps adopt a more critical attitude to these kinds of advertisements.

  20. Effects of biomass chains on land use and soil quality in the Netherlands. Development and application of a framework for testing; Effecten van biomassaketens op landgebruik en bodemkwaliteit in Nederland. Ontwikkeling en toepassing van een toetsingskader

    Energy Technology Data Exchange (ETDEWEB)

    Hanegraaf, M.C.; Moolenaar, S.W.; Elbersen, H.W.; Annevelink, E. [Nutrienten Management Instituut NMI, Oosterbeek (Netherlands)

    2007-03-15

    goede bodemkwaliteit bij vergisting van biomassa en bij de teelt van biotransportbrandstoffen voor 2e generatie technologie. Voorwaarden bij de vergisting zijn dat het een decentraal, grondgebonden systeem betreft en dat het digestaat optimaal kan worden benut om de afbraak van organische stof mee te compenseren. Voorwaarde bij de teelt voor 2e generatie technologie is dat de achterblijvende organische stof (wortelstelsel meerjarige teelten; stro van granen) de afbraak compenseert. Voorts is geconcludeerd dat een aantal bedreigingen bestaat. Zo is er sprake van een spanning tussen het gebruik van digestaat als bodemverbeteraar (aanvoer van organische stof) en het wettelijk verplichte gebruik als meststof. Dit kan ertoe leiden dat er te weinig organische stof mag worden aangevoerd en dat de grond verschraalt. Tegelijkertijd is er een concreet risico op een toename van het mineralenoverschot dat zonder wettelijk kader zou leiden tot verdergaande vermesting. Voor de teelt van energiegewassen voor de 1e generatie technologie biotransportbrandstoffen wordt geconcludeerd dat de C-kringloop niet gesloten is. Dat leidt op termijn tot verschraling van de grond. De teelt van granen voor de 2e generatie technologie vormt een bedreiging voor organische stof-opbouw indien onvoldoende stro achterblijft. Het is gewenst om de beleidsmatige en landbouwkundige knelpunten rondom het gebruik van digestaat op te lossen. Aanbeveling is gedaan voor de implementatie van een monitoringsysteem voor organische stof om een goede bodemkwaliteit als onderdeel van duurzame bio-energieproductie te waarborgen.